Leugens in België (001)

vrijdag 2 juli-2004
Over liegen gesproken. De Belgische politie zei nooit te hebben gehoord van het pedofiele verleden van Michel Fourniret in Frankrijk. Daarom kon “Dutroux 2” na zijn straf daar te hebben ondergaan zonder boe of bah uitwijken naar België en zijn praktijken voortzetten. Maar wat lezen we in het Dutroux-dossier dat ons ter beschikking staat? Dat op 25 april 1996 - dus vlak voordat de Dutroux-affaire in volle omvang losbarstte - de politie van Dinant het huis van meneer Fourniret heeft omgekeerd. Na contact te hebben gehad met de CRI van Reims. Bij die gelegenheid werd deechtgenote van de smeerpijp verhoord en haar verklaring werd voor de eeuwigheid vastgelegd. Waar die verklaring is gebleven is een interessante kwestie. En waar die over ging eveneens. We mogen toch aannemen dat de politie van Dinant niet tot actie overging omdat de Franse CRI Fourniret verdacht van een fietsendiefstal. Op zeker dat zijn hele pedofiele verleden van Reims naar Dinant was overgeseind. Met andere woorden: de Belgische Justitie wist om de dooie dood wel wie Fourniret was, maar besteedde om de een of andere reden na de inval geen aandacht meer aan de Franse émigré. Interessant is wel dat Gérard Vannesse, een bij het Fourniret-onderzoekje betrokken politiespeurder, de contactman van Nihoul was bij de politie van Dinant en een rol speelde bij de zaak rond David Walsh (*) . Nou gaan wij een potje speculeren nooit uit de weg, maar vooralsnog is dat te weinig om de zaak rond Fourniret vast te knopen aan die van Dutroux. Maar daag ons niet uit.

(*) Zie onze serie “Nihoul en de pillen” op de Followup-site.

  • Datum: .

Leugens in België (002)

maandag 5 juli-2004
Kijk, hier worden we wel een beetje misselijk van. Verklaren luitjes van het CDA, PvdA, LPF en de VVD notabene op de dag des Heren dat de Europese lidstaten elkaar meer juridische gegevens over criminelen moeten uitleveren. Op die manier kan dan worden voorkomen dat iemand na verhuizing naar een andere lidstaat uit het zicht van Justitie verdwijnt. Zoals in de zaak Fourniret. Ja, hallo. Wordt er nog gelezen af en toe? Fourniret was helemaal niet uit het zicht verdwenen na zijn verhuizing naar België. Uit de agenda van rechercheur Vannesse (*) blijkt dat hij in februari 1996, vijfjaar nadat Dutroux 2 in België was komen wonen, een onderzoek is gestart naar een zaak rond Stéphane D. Dat onderzoek bracht hem ondermeer via het klooster La Thiberiade in Lavaux-St.-Anne naar Mozaic, la maison de nos enfants in Beauraing en een lagere school in Winenne. In Mozaic worden kinderen opgevangen die in hun jonge leven zwaar zijn mishandeld, verwaarloosd en/of sexueel misbruikt. Dus drie keer raden waar dat Stéphane D.- onderzoek over ging.
In de maanden die volgden praatte Vannesse met een heel stel paters en een hoofd van een lagere school. En op 25 april wordt dan na overleg met de CRI in Reims het huis van Fourniret omgekeerd en wordt vervolgens diens echtgenote aan de tand gevoeld. De dag erna bespreekt onze koene speurder dan de resultaten van de huiszoeking en het verhoor en gaat met zijn Franse collega’s nog even lekker zitten te smikkelen buiten de deur. Dus wat nou Fourniret was uit het zicht verdwenen? Helemaal niet. En net als bij Dutroux vraag je je af hoe het komt dat dit soort ellendelingen zo lang hun gang kunnen gaan. En waarom politici als het over dit onderwerp gaat òf zo godvergeten slecht geïnformeerd zijn òf maar wat populair mee zitten te lullen.

(*) Zie deel 1 van vrijdag jl.

 

  • Datum: .

Leugens in België (003)

donderdag 15 juli-2004
In de voorafgaande afleveringen onthulden wij dat de Belgische autoriteiten wat al te snel riepen dat ze nog nooit van Fourniret hadden gehoord voor diens arrestatie in 2003 na de mislukte ontvoering van een dertienjarig meisje. Hij was namelijk in april 1996 ook al eens in beeld geweest. Zijn hele huis werd door de rijkswacht omgekeerd en zijn vrouw licht gegrild op verzoek van de CRI in Reims. Volgens ons als onderdeel van de speurtocht rond Stéphane D. door de inmiddels in het hiernamaals vertoevende rijkswachter Gérard Vannesse. Door de aantekening (“arme”) in diens agenda hield de rest van hetjournaille zich aan de versie dat de huiszoeking verband hield met het vermoeden van verboden wapenbezit. Nou zou je toch verwachten dat we daarover iets meer zouden vernemen. Dachten de snuffelaars uit Reims dat Fourniret wat blaffers van Action Directe in zijn achtertuin had begraven? Of had een mannetje dat erg sterk op hem leek een kruidenier in een aanpalend gehucht met een gun overvallen voor een paar pond spliterwten? Maar niks, helemaal niks. Hoe dit ook zij, er moet in de politie-annalen van Dinant het nodige over deze operatie zijn begraven. Vannesse kan het niet meer vertellen tenzij binnenkort Bill Gates verbinding weet te leggen met het astrale. Maar misschien kunnen we terecht bij de Dinantse commissaris Jacques Fagnart. De 53-jarige leider van het huidige Fourniret-onderzoek in België, die zijn naam ooit vestigde in Charleroi. Een liefhebber van country music, tennis en bergbeklimmen. Echt de juiste man op de juiste plaats. Of toch niet? Stay tuned.

  • Datum: .

Leugens in België (004)

vrijdag 16 juli-2004
“In de nacht van 4 op 5 november 1995 weerklinken schoten in de rue Daubresse te Jumet. In het donker ziet de politie een man weghollen van wie later wordt aangenomen dat het Bernard Weinstein is”.* Die schoten zijn het begin van een onderzoek naar de diefstal van een vrachtwagen vol telefoonkabels. Het brengt de namen naar boven van lieden die behoren tot een bende die handelt in gestolen auto’s. Tot dit illusteree gezelschap bleken o.a. Marc Dutroux en Bernard Weinstein te behoren. Maar ook verschillende leden van het politiecorps in Charleroi kwamen in de wind te staan. En nietzo’n beetje. Inspecteur Georges Zicot ging voor het luik en op last van onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte werden in dit verband ook de bureaus van de heren André van der Haeghen, Michel Baccus-Debiere, André Bastin, Pascal Prevedello en Frédéric Druart omgekeerd. Oh ja, en dat van Jacques Fagnart, de huidige Belgische leider van het onderzoek in de zaak Fourniret.
Op 9/9/96 werd huiszoeking gedaan bij onze sport- en country music-liefhebber. Daarbij werd in het voorbijgaan een dossier aangetroffen met zijn voornaam erop dat betrekking had op de Luxemburgse bankrekening Metropolitan 001744. Volgens Jacques behoorde die tot de nalatenschap van zijn vader. Kan. Laten we niet overal ufo’s zien. Fagnart werd vervolgens meegenomen voor verhoor. Hij werd ervan verdacht deel uit te maken van de autobende en/of die bende ambtelijk te hebben beschermd. Tot de onderwerpen die tijdens het verhoor ter sprake kwamen behoorden ondermeer drie tripjes naar Italië die Jacques op verzoek van Georges Zicot had gemaakt. In gezelschap van de Griekse garagehouder Mario Greco. Die tripjes waren niet ambtelijk. Greco ging gestolen auto’s terughalen in opdracht van een verzekeringsmaatschappij. Met alle officiële paperassen die de Italiaanse politie voor de overdracht van de wagens nodig had. Laten we zeggen dat Fagnart meeging voor de gezelligheid. Dus alles leek keurig in orde. Niks bezwarends voor Jacques. Lullig is wel dat een anderhalve maand na dat verhoor door Connerotte’s onderzoeksteam de politie twee Ferrari’s aantrof die Greco had gestald bij een zakenrelatie. De ene Ferrari was in maart 1991 gestolen in Verona, de ander in juni van dat jaar in Rome. Greco belandde op de justitiële glijbaan en komt binnenkort in gezelschap van ex-inspecteur Zicot en nog een plukje andere onverlaten voor de kadi in Nijvel. Fagnart waste na de spaghetti-crash van Connerotte opgelucht zijn handen in onschuld en maakte een glanzende carriére. Merkwaardig, want over Jacques’ boeiende jaren in Charleroi is nog wel wat meer te vertellen. Stay tuned.

(*) Quote uit het boek “De X-dossiers” van Annemie Bulté, Douglas de Coninck en Marie-Jeanne van Heeswyck, uitgegeven door Houtekiet en Fontein in 1999, ISBN 90 5240 536 0. De moord op Bernard Weinstein was het directe gevolg van deze affaire.

  • Datum: .

Leugens in België (005)

zondag 18 juli-2004
Soms loop je voor de muziek uit, soms erachteraan. Het probleem rond de huiszoeking bij Fourniret in 1996 blijkt namelijk een paar weken geleden al te zijn opgelost. Nou ja, opgelost. Op zijn Belgisch dan.

1993. Er worden zes politiepistolen gestolen in het douanekantoor in Givet aan de Frans-Belgische grens.

1994. Bij het Academisch Ziekenhuis van het Belgische Jette vinden nijvere leden van het Brusselse politiekorps een van de wapens terug in het struweel bij de parking. De heren zijn gealarmeerd nadat een man had geprobeerd een jonge vrouw te ontvoeren onder bedreiging van een pistool. De vrouw had zichhevig verzet en de aanvaller had de kuierlatten genomen. Bij zijn vlucht had hij zijn blaffer en een paar handboeien verloren. Van de beschrijving die het slachtoffer van haar overvaller geeft kunnen ze in Brussel geen chocola maken. De Franse collega’s ook niet. De dader, volgens de latere verklaring van diens echtgenote was het Fourniret, heeft mazzel. Maar geduld is een schone zaak en schenkt Justitia veel vermaak.

In april 1996 komt Fourniret in het Waalse Saint Hubert in aanraking met Tarzan. Een gewaardeerd lid van het vermaarde circus Triumph, die met zijn Jane in een caravan gehucht en land afreist om het publiek te vermaken. Die caravan mankeert wat en Fourniret biedt aan om het ding te repareren. Hij raakt wat verder aan de praat met Tarzan en wat blijkt? Het krachtmens is een wapenfreak. Is dat even toevallig, Fourniret heeft nog een pistool in de aanbieding. Moet 20.000 francs kosten. Een spotkoopje. Maar bij de onderhandelingen ontstaat een forse ruzie en Tarzan of niet, Fourniret zet zijn auto dwars op de weg om te voorkomen dat de caravan vertrekt. Niet echt slim, want er verschijnt een zwaailicht. De bijbehorende ordebewaarders treffen een pistool aan en brengen dat de volgende dag al in verband met de diefstal in Givet. Ze zoeken contact met de Franse zwaailichten en dat heeft tot logisch gevolg dat een Franse rogatoire commissie als een TGV naar het noorden vertrekt. Het huis van Fourniret wordt in aanwezigheid van de commissie door een bosje Belgische politiemensen uitgekamd. Ze vinden noppes. De hoofdbewoner verklaart dat Tarzan en Jane niet helemaal honderd zijn, zijn echtgenote weet niks uit eerste hand. Later zou de rechter besluiten om Fourniret niet te veroordelen.
Nou is onze intelligentie niet om naar huis te schrijven. Maar normaliter zouden wij de gevallen van de twee teruggevonden pistolen naast elkaar hebben gelegd. En dan even - je bent nou toch bezig - hebben gekeken of Fourniret al een strafblad had. Dat ABC’tje zouden de Fransen hebben verzuimd en de Belgen zouden verder niks hebben gevraagd. Foutje, bedankt. Gek hè, maar daar geloven wij nou geen ene moer van. Ook al omdat het toenmalig onderzoek naar de pedo-killer juist in handen werd gelegd van de met Nihoul scharrelende Gérard Vannesse, die op dat moment net tot zijn strot aan toe verwikkeld was in de affaire rond Stéphane D. Toeval verklaren de Belgische gerechtelijke autoriteiten nu. Toeval? Schiet ons maar lek. Stay tuned.

  • Datum: .

Leugens in België (006)

donderdag 22 juli-2004
Op 14/10/1996 maakte onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte ondanks felle protesten van een groot deel van de Belgische bevolking plaats voor Jacques Langlois in de zaak Dutroux. Connerotte was bereid de onderste steen boven te halen. Langlois bleef liever ter hoogte van de dakgoot. Dat was onder andere voor Jacques Fagnart, de huidige held in het Fourniret-onderzoek, en de bulk van zijn collega’s in Charleroi een mazzeltje. Hoewel ook andere interpretaties denkbaar zijn. Hoe dat ook zij, het onderzoek naar de interessante connecties die Zicot, Fagnart en andere door ons opnieuw voor het voetlicht getrokken politieambtenaren onderhielden met niet altijd even koshereluitjes uit avontuurlijke kringen werd door Langlois grotendeels van de weg gehaald. Dat Fagnart cs. vooral in het milieu van sjoemelende autohandelaren, waartoe ook Dutroux behoorde, populair waren kwam al even aan de orde in aflevering 4. En dat beperkte zich wat Fagnart betreft niet tot het chaperonneren van Ferrari-liefhebber Mario Greco op een paar tripjes naar bella Italia. Hij bezocht namelijk volgens een paar uiterst gedetailleerde verklaringen daterend van 18 en 22 oktober 1996 in gezelschap van zogenaamde “garagisten” met enige regelmaat verschillende bordelen in de regio. Daar zou hij de bloemetjes buiten hebben gezet zonder die bloemetjes te betalen. De verklaringen waren afkomstig van Marie-Jeanne P. die in de voorafgaande periode in die sportieve ambiance werkzaam was geweest als caissière en soigneuse van de betrokken werkneemsters. Een buitengewoon verrassende reeks ontboezemingen met boeiende perspectieven. Maar Langlois zag er niks in. Ondanks het feit dat ook de naam van Dutroux erin voorbijkwam. Wij kunnen het niet laten:
“... Er was ook een andere functionaris van de politie in Charleroi die regelmatig in dat etablissement kwam. Ik zou hem zeker herkennen van een foto. Hij had donker haar, was kleiner dan de anderen, zat stevig in het vlees, een dertiger. Hij hoorde bij die politiebende die regelmatig langskwam met die garagehouders. Met die man was Fragnard * in mijn etablissement “Le Love Story”. Ze waren toen in gezelschap van een man die ik pas later zou herkennen: Dutroux. Op de bedreigingen kom ik later terug...”.
Nou wij ook. Stay tuned.

* In de ons ter beschikking staande processen-verbaal is voortdurend sprake van Fragnard of zelfs Fragnart in plaats van Fagnart. Of er sprake is van een bewuste fout of toeval mag Langlois weten.

 

  • Datum: .

Leugens in België (007)

vrijdag 23 juli-2004
In de vorige aflevering repten wij al over de bedreigingen aan het adres van madame Marie-Jeanne P. en dat ze daar verderop in haar verklaringen op terug zou komen. Dat deed ze. Een citaat:
“... Een paar dagen daarna kwam de genoemde Fragnard * van de PJ in Charleroi tegen vijven in mijn etablissement. Hij werd vergezeld door twee anderen. De ene was die man met dat donkere haar van de PJ waar ik het al over heb gehad. De ander met wat mediterrane trekken. Na het zien van de foto’s in de pers ben ik er absoluut zeker vandat die man met zijn donkere ogen en zijn bijna zwarte haar Marc Dutroux was. De drie heren hebben aan de toog een glas gedronken. Op een zeker ogenblik heeft Fragnard me apart geroepen en me gezegd dat het niet best was wat ik bij de BSR ** had gedaan. Bodart had me toch heel wat klanten bezorgd en ik moest mijn klacht intrekken. Ik heb hem gezegd dat ik dat weigerde. Wij ook zei hij, maar we zetten hier geen voet meer over de drempel. Toen hij zich weer bij de anderen had gevoegd voegde hij daaraan toe: “Eén lucifer kan een groot huis als dit in de hens steken”. In die periode had ik een kleine cassetterecorder op de toog. Een gewoon apparaatje. Die heeft die uitspraak geregistreerd zonder dat Fragnard daar weet van had. De man die ik identificeerde als Dutroux heeft me met een ijskoude blik aangekeken. Ik heb gevraagd of hij daar een goede reden voor had. Hij antwoordde dat hij mij in de gaten zou houden. De andere man van de PJ heeft helemaal niks gezegd.
Ik heb besloten om mijn klacht tegen de BSR van Charleroi niet in te trekken. Ik heb maar aan één persoon verteld dat ik die klacht had gedeponeerd maar ik kan me niet zo gauw herinneren wie dat geweest is. Het kan een meisje zijn dat in die tijd in Love Story werkte. Ik zou u haar naam wel kunnen geven. Niet zo lang daarna kreeg ik anonieme telefoontjes. Het was een mannenstem. Hij maakte me duidelijk dat als ik mijn klacht niet introk hij me zou laten elimineren, evenals mijn dochter. Ik heb gebeld naar Fosseur van de BSR in Charleroi en die is me komen opzoeken. Samen met Michaux en Meunier. Ze wilden graag het bandje meenemen en een kopietje bij me achterlaten. Maar ik heb dat geweigerd omdat ik het leven van mijn dochter niet in de waagschaal wil leggen.
Vervolgens ben ik verschillende keren naar de PJ van Charleroi geweest. Bij de chef van Fragnard geloof ik. Ik had daarvoor een paar uitnodigingen gekregen, die ik uiteindelijk heb geaccepteerd. De man die me ontving heeft me aangehoord en toen meegenomen naar het vertrek van Fragnard. Die ontkende gewoon alles. Er is geen verklaring op papier gezet en ik heb niets ondertekend
”.

Maar daarmee is het verhaal van Marie-Jeanne P. niet ongeloofwaardig geworden. Integendeel zelfs. Vraag is wel: wie was Bodart van de BSR? Daar komen we op terug. Stay tuned.

* Zie noot van aflevering 6 uit deze serie
** Brigade de Surveillance et de Renseignements. Vergelijkbaar met onze CRI.

  • Datum: .

Leugens in België (008)

dinsdag 27 juli-2004
Op 18 october 1996 liet Marie-Jeanne P. een proces-verbaal opmaken door een paar snuffelaars uit Wavre. Daarin liet ze ondermeer vastleggen dat ze werd bedreigd door een aantal politiemensen uit Charleroi. Onder wie Jacques Fagnart, de huidige held uit het onderzoek versus Fourniret. Maar ook de naam van Jacques Bodart van de BSR *:
“...Een enkele keer is een team van de BSR bij me langs geweest en dat was op mijn uitnodiging. Ik kende Bernard Reymaekers van de BSR in Charleroi uit de tijd dat hij gendarme was in Luttre. Daar had ik toen een café in Thimeon. Ikheb hem gebeld en gevraagd of hij niet eens gewoon langs wilde komen (in de sauna Tropical, red.). Reymakers belde terug en is mij vervolgens samen met zijn collega Jean-Marc Bodart op komen zoeken. Ik heb ze een glaasje aangeboden en daarna zijn ze weer vertrokken”.
Zo ontstond dus haar contact met Bodart. Een gebeurtenis die nog een staartje zou krijgen.
Niet lang daarna verhuisde Marie-Jeanne naar Marcinelle waar ze aan de slag ging in de “sauna” New Star. Een glijhuis waar de politie wel twee oogjes voor dichtkneep. Ondanks alle onregelmatigheden die zich daar allemaal afspeelden. Geen wonder. Marie-Jeanne:
“...want een stel leden van de politie in Charleroi kwamen regelmatig in het etablissement. Wij kregen bij hun eerste bezoek al hun visitekaartjes, compleet met naam en functie bij de politie. Daar waren bij: Jacques Fragnart, Zicot, een zekere André en nog een Christian, die toen Matra Simca had. Beige metallic. Die gasten kwamen regelmatig. Een, twee keer in de week”.
En niet alleen om eens lekker met zijn allen te gaan zitten zweten, maar ook om te wippen, te glijden en te schommelen. Zonder te betalen. Dat werd door anderen gedaan. En als je als politieman je in een dergelijke situatie laat manouvreren moet dat toch gevolgen hebben. Zou je zeggen. Stay tuned.

* Zie onze vorige aflevering.

  • Datum: .

Leugens in België (009)

donderdag 29 juli-2004
Vandaag gaan we weer vrolijk door met de interessante revelaties van madame Marie-Jeanne P. waarvan de processen-verbaal nog ergens in de dossiers van de zaak Dutroux moeten rondzwerven. En die blijkbaar geen enkel beletsel vormden om Jacques Fagnart de leiding te geven in een zaak rond een vergelijkbaar varken: Fourniret. Nog maar weer eens een lekker citaatje:
“Zij (Fagnart en zijn collega’s, red.) waren in gezelschap van garagehouders en autohandelaren. Fragnart was meestal samen met een man die een garage had in Jumet, in een bocht van de weg naar Brussel. Die reed rond in een witte Ferrari. Fragnart kwammet andere collega van de politie. Ik ben zijn naam kwijt. Maar ik zou hem zeker van een foto herkennen. Als die heren van de politie kwamen betaalden die garagehouders voor hun als ze met de meisjes naar boven gingen. Fragnart ging vaak met twee meisjes naar boven. De garagehouder waar hij vaak mee kwam liet beneden eerst twee à drie flessen aanrukken en dan ging hij de drie anderen opzoeken. Die man betaalde bij zo’n bezoek rond de 60.000 francs. Soms met een chèque. Die chèques kwamen een filiaal van de CGER-bank aan de Rue Puissant in Jumet. Het is wel bizar dat die politiemensen altijd binnenkwamen met autohandelaren. Ik weet dat ze uit die branche kwamen van Chira Bouchra. Die kende die lui. Zij was een bekende in het drugsmilieu en de handel. Chira Bouchra heeft haar latere verkering leren kennen toen ze in de New Star werkte. Hij heette Robert Boulanger. Die is omgekomen bij een auto-ongeluk op de grote weg. Nou ja, ongeluk. Het leek meer op een moord. Dat heeft Chira me in vertrouwen verteld. Ze wist dat Boulanger bedreigd werd omdat hij een paar banken had belazerd...”
Leuke speeltuin voor onze meesterspeurder Fagnart. Gratis entrée. Dikke mik met een autohandelaar die rondrost in een Ferrari en ons zo sterk doet denken aan Mario Greco met wie Fagnart buiten diensttijd zo heerlijk een paar tripjes naar Italië maakte. * Plus de tripjes die hij maakte in de “sauna” met Chira Bouchra, beter bekend in het milieu als Mercedes. Het klinkt zo corrupt als corrupt. Maar ach, zo’n madame als Marie-Jeanne is natuurlijk hartstikke onbetrouwbaar hè. Zullen we de zaak maar afleggen? Stay tuned.

* zie aflevering 6 uit deze serie

  • Datum: .

Leugens in België (010)

donderdag 5 augustus-2004
Uit piëteit met de slachtoffers van de ramp bij het Waalse Gellingen zijn wij met deze serie even niet verder gegaan. Nu de rouw en de begrafenis achter de rug zijn achten we het moment gekomen om de zaak rond het corrupte bestuursapparaat van Charleroi weer op te vatten. In de vorige afleveringen concentreerden we ons op het sexuele speeltuinverleden van Jacques Fagnart, die zich zo knus op kosten van allerlei louche autohandelaren liet verwennen door de meisjes van Marie-Jeanne P. En zich zelfs samen met Dutroux in haar etablissement vertoonde, als we haar mogen geloven. En dat mogen we.De politie van Nijvel werd op haar bestaan en haar potentiële waarde voor het onderzoek in de zaak-Dutroux gewezen door de Brusselse club van Patriek de Baets. De rijkswachtadjudant die door zijn superieuren van het onderzoek was afgehaald toen hij in hun visie teveel geloof hechtte aan de woorden van de X-getuigen. Of te dicht bij de waarheid kwam. Dat kan ook. Vielen in de verklaringen van die X-getuigen hier en daar wat inconsistenties te noteren (gek hè?), in die van Marie-Jeanne valt geen enkel gat te schieten. Wat zij bijvoorbeeld over Fagnart, de grote man van het huidige Fourniret-onderzoek aan Belgische zijde, reveleert laat weinig ruimte voor misinterpretatie. En wordt grotendeels gesteund door een tweede getuige waarop wij later nog zullen terugkomen. Fagnart is overigens maar een van de exponenten van het totaal verrotte openbaar bestuur in Charleroi. Ook de toenmalige burgemeester van de stad, Jean-Claude van Cauwenbergh, komt in het epos van Marie-Jeanne P. voorbij. Van Cauwenbergh? Van Cauwenbergh? Ja, de huidige minister-president van Wallonië. Wordt het toch nog gezellig. Stay tuned.

 

  • Datum: .

Leugens in België (011)

zondag 8 augustus-2004
Op 5 december 1996 ging Michel Piro het hoekje om. Vermoord. Zijn echtgenote Veronique zou de opdrachtgever zijn geweest en ging voor 15 jaar achter het gaas. De daders ontsprongen de danse macabre. Over het uiteindelijke vonnis leven nog steeds ernstige twijfels. Jawel, Piro had losse handjes en liet zijn echtgenote daar regelmatig van meegenieten. En jawel, kort voor de moord was tussen de twee een ernstig conflict ontstaan over de exotische dieren die als publiekstrekkers dienden in een paar van zijn horeca-etablissementen. Maar of die permanente Hoekse en Kabeljauwse twisten inderdaad de basis vormden voor het vervroegde heengaan vanMichel is voor velen nog zeer de vraag. Want wat verklaarde een plakboek vol getuigen? Dat Michel een diner wilde organiseren ter nagedachtenis van Julie en Mélissa en daarvoor zelfs de ouders van de meisjes wilde uitnodigen. Een tikje bizar misschien maar nog niet iets om je over op te winden. Piro kondigde echter ook aan tijdens het diner een paar onthullingen te zullen doen over de verdwijning en de dood van de twee meisjes. En dat was andere biscuit. Een week voor zijn ruwe verscheiden deed hij een serieuze poging om het nodige aan zijn uiterlijk te veranderen. Tegen intimi zei hij dat hij een onderhoud had gehad met een paar ernstig gewapende heren.
Eén en één is twee. Michel hield rekening met de mogelijkheid dat hij tot schietschijf zou worden gepromoveerd en wilde het de jagers wat moeilijker maken door zijn haar de andere kant op te kammen. Maar wie waren de jagers en welke reden hadden ze om Michel Piro eerst onder druk te zetten en vervolgens over de kling te jagen? Hadden ze reden om aan te nemen dat hij het nodige wist van de afzichtelijke affaire rond de twee meisjes?* Een ding kwam in ieder geval tijdens het onderzoek aan het licht. Nihoul was geen onbekende in zijn clubs. Nou kon niemand daar verder een praliné van maken, maar het is mogelijk dat hij van Dutroux’ gabber het nodige gehoord heeft. In het materiaal waarover wij beschikken doemen echter ook andere figuren op. Zoals de mysterieuze Serge “de Ostende” met wie Piro regelmatig ontmoetingen à deux had. En dan de “socialistische” burgemeester van Charleroi Jean-Claude van Cauwenbergh, die in april 2000 Elio di Rupo opvolgde als de premier van Wallonië. Meer over hem en zijn sexuele aberraties in de volgende aflevering. Stay tuned.

* Officieel zijn Julie en Melissa na honderd dagen van honger en dorst overleden. In die honderd dagen zijn ze echter op vreselijke wijze sexueel misbruikt. Niet volgens sensationele verzinsels maar volgens de medische rapporten na de autopsie.

 

  • Datum: .

Leugens in België (012)

dinsdag 10 augustus-2004
Volgens madame Marie-Jeanne Payens kwam burgemeester Van Cauwenbergh om de drie weken in de New Star. Samen met Michel Wilgaut, president van de CPAS (een federatie van Waalse zorginstellingen).
“Bij dergelijke gelegenheden gingen de heren altijd direct naar boven, naar de kamertjes. Ik ging dan met ze mee en ontving dan boven ongeveer 8000 duizend francs de man van ze. Dat was afgesproken met de eigenaar, Charles Guy. Dan hoefden ze niet na afloop beneden af te rekenen. Van Cauwenbergh wilde altijd gebruikmaken van Mercedes (Chira Bouchra) *... Het bezoek van de twee heren was altijd heel discreet.Ze kwamen nooit als die gasten van de politie of de gendarmerie in het etablissement aanwezig waren. Ze liepen elkaar nooit tegen het lijf.
Van de meisjes hoorde ik dat ze ook in de Sapin Vert-bar kwamen. Ik heb gehoord dat daar de gordijnen meteen dicht gingen als ze arriveerden en dat ze daar heel wat meer geld uitgaven dan in de New Star
”.

Wel, wel. De Sapin Vert. En wie was de eigenaar van die sexclub? Juist. Michel Piro. Op dat punt werd de indrukwekkende verklaring van Marie-Jeanne Payens overigens ondersteund door een huisvriend van de Piro’s, Paul Fontinoy. Ook aan hem had Piro verteld dat hij een diner wilde organiseren ter nagedachtenis van Julie en Mélissa. En dat hij daarbij publiekelijk onthullingen zou doen met betrekking tot de twee meisjes en pedofilie in het algemeen. Hij zou in die context ook met namen komen van mensen uit Charleroi en omgeving. Een gaf hij meteen weg aan Paul: Jean-Claude van Cauwenbergh. In de volksmond “Van Cau”. De huidige premier van Wallonië.

Fontinoy: “Michel heeft me verteld dat Van Cauwenbergh op zedelijk terrein gewoon ziek is. Als Van Cau kwam moesten de gordijnen dicht. Entre nous heeft hij me toevertrouwd dat er “circuits” waren als het om kinderen ging en dat hij zich het lot van Julie en Mélissa zeer had aangetrokken”.

Circuits. Hoor je het eens van een ander. Stay tuned.

* Voor Chira Bouchra, zie aflevering 9. Ze was ook de favoriet van meesterspeurder Jacques Fagnart en goed ingevoerd in de handel in roesmiddelen en auto’s.

  • Datum: .

Leugens in België (013)

woensdag 11 augustus-2004
In de Dutroux-files zijn naast de ontboezemingen van Marie-Jeanne Payens ook elders verhalen te vinden over kindervriend Van Cauwenbergh. Bijvoorbeeld de verklaring van grafisch ontwerper Willy Vassaux, die op het moment waarop hij de beerput openzette (21/12/96) in volle oorlog was met zijn voormalige werkgever Armand de Ghyseghem, de eigenaar van uitgeverij Multidiffusion die hem zwaar had belazerd.
Willy: “... Tijdens gesprekken die ik met Armand van Ghyseghem voerde excuseerde hij zich openlijk voor zijn pedofilie. Hij vertelde me dat hij kleine meisjes besteeg die in ijzeren kooien waren opgesloten. Meisjes van vijf om precies te zijn. Ik weet ookdat hij regelmatig naar Thailand, Nepal en India ging, waar hij zijn tijd doorbracht met het botvieren van zijn lusten.
Wat ik daarover verder nog weet is dat hij in het verleden al een paar keer veroordeeld is geweest en zelfs al heeft gezeten voor pedofilie in België. Ik weet ook dat hij uit zijn ouderlijke rechten is gezet omdat hij zelfs moeite had om van zijn eigen kinderen af te blijven.
Zijn laatste echtgenote durfde hem nooit alleen te laten met hun jongste baby, die in 1994 was geboren.
Ik voeg hier nog aan toe, dat hij deel uitmaakte van een satanische secte... Maurice Josten die een tijdje directeur is geweest van Multidiffusion heeft me wel eens laten weten dat er tijdens een zwarte mis van die secte ook ooit een dode was gevallen. Zonder dat nader te preciseren.
Op een dag toen hij het met mij over die secte had, vertelde Van Ghyseghem mij dat zijn advocaat, mr. Van Overstraete, ook lid ervan was. Net als hoge magistraten en politiecommissarissen. Maar daar gaf hij de namen niet van. Hij zei dat hij hoge politieke bescherming genoot en schepte er zelfs over op dat heel wat zaken de doofpot ingingen dankzij zijn relaties. Van verschillende bronnen, bijvoorbeeld mevrouw Charlier in Brussel, heb ik vernomen dat Van Ghyseghem protectie ontving van Charles Piqué (minister van economische zaken, red.). Van zowel Jacqueline Juin, journalist bij de BRTF, en van een zekere Jacques Lejeune uit Jumet dat (de Waalse, red.) Minister Van Cauwenbergh ook betrokken is bij een onnoemelijk aantal zaken, met name in pedofiele kringen...
”.

Herinnert u zich nog dat als “Van Cau” samen met zijn makker Wilgaut hun entree maakten bij de Sapin Vert van Michel Piro de gordijnen meteen dichtgingen? Drie keer raaien waarvoor. Maar er komt nog meer. Stay tuned.

  • Datum: .

Leugens in België (014)

dinsdag 19 oktober-2004
Toegegeven: in de zogenaamde Dutroux-files is zoveel smeerlapperij opgeslagen dat het al heel veel tijd vergt om er een beetje wegwijs in te raken. Laat staan om allerlei uiterst boeiende details met elkaar te verbinden. Neem nou de geschiedenis van de club “Le Stanley” in de Brusselse Rue de l’Eveque nr. 15. Een uitspanning waar je naar hartelust lekker uit je blote bol kon gaan. Als je tenminste de formidabele verklaring van Jacqueline Smolders mag geloven, de vroegere juffrouw van de vestiaire van de club, die in vroeger dagen zowel in Belgisch Congo als in Tunesië had gewoond.
Als inleidingtot een meer dan gruwelijk verhaal een licht gecomprimeerd citaat uit die verklaring van 18 maart 1997:

“... Le Stanley was gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand. De club werd uitgebaat door Marcel Hofmans en een zekere Norbert. Ik weet dat ze beiden in deze periode werkzaam waren bij IBM te Brussel. Ik was zelf net terug in België na een vijfjarig contract te hebben volbracht als lerares in Tunesië. Ik zocht uiteraard werk. Ik vond er wel bij de Verzekeringen Zürich te Brussel en ik verdiende 9000 francs netto per maand. Op een dag zag ik een oproep staan in een kroniek van een soort streekkrant. Deze was gericht aan alle kolonialen die terug uit Belgisch Congo in België waren. Er werd gevraagd om de opening van een club “Le Stanley” bij te wonen. Marcel Hofmans was een vriend en ik wist dat ik eventueel via hem aan een beter betaalde job zou kunnen geraken. Het feest begon om 20.00 uur en we kregen gratis champagne tot 23.00 uur. Na dit uur moesten we de champagne zelf betalen en dit à rato van 3000 francs per fles. Ik heb er zelf geen betaald, want met 9000 francs per maand kon ik mij dat niet veroorloven. Maar er waren genoeg mensen met geld die mij gerust lieten meedrinken. Marcel Hofmans zocht vooral naar de mensen met geld en die vooraanstaande functies hadden. Magistratuur, hogere gegradeerden van politie en leger, dokters, adelen enzovoort.

Rond middernacht werd pas duidelijk hoe de bedoelingen waren in de club. Mevrouw Pypers of Piepers of Pipers die ik kende begon op de bar een striptease te doen. Toen ze gans naakt was kwam er een tweede vrouw van achter de bar tevoorschijn die met haar sexuele handelingen begon uit te voeren voor iedereen. Er kwamen al snel nog twee mannen zich in het spektakel mengen en ze bedreven seks met elkaar voor alle genodigden. Ik maak u er attent op dat mevouw Pypers de naam van haar echtgenoot droeg. Deze man was een topfiguur bij IBM te Brussel. De vrouw die eveneens naakt van achter de bar kwam noemde zich Emilienne. Mevrouw Pypers was sindsdien een actieve deelneemster aan de vele orgieën die georganiseerd werden vanuit de club. Ze kreeg later een voorname job bij de EEG waar ze thans nog altijd werkt
”.

Nou werken er bij het Europees optrekje in Brussel wel meer dames met een bewogen achtergrond, maar daar hebben we het nu niet over. In de volgende afleveringen volgen wij aan de hand van de ontboezemingen van Jacqueline Smolders de interessante carrière van de uitbater van Le Stanley, Marcel Smolders. Stay tuned.

  • Datum: .

Leugens in België (015)

woensdag 20 oktober-2004
Belofte maakt schuld. Dus bulldozeren we vandaag verder in de verklaring van Jacqueline Smolders. De jassenjuffrouw van Marcel Hofmans’ club Le Stanley in de Brusselse Rue de l’ Evêque:

“... Hofmans sprak mij dan ook over een bijbehorende activiteit van de club die zou plaatsvinden op de tweede verdieping van het pand. Het zou daar gaan over foto- en filmamusement. Het was uiteraard in de pornosfeer. Er werden daar sexfuiven en orgieën gehouden. Soms brachten ze grote honden naar boven op die verdieping en ik vermoed dat men er bestialiteiten mee uithaalde. Hij liet zelfs een rood flikkerlicht installeren opdie tweede verdieping die werd aangezet via een knop achter de bar op de eerste verdieping indien er een controle van de Rijkswacht zou plaatsvinden. Van de politie had hij blijkbaar niets te vrezen. Hij had blijkbaar enkel schrik voor de Rijkswacht.
In de club was er een lid die ik niet bij naam kende maar die over een privévliegtuigje beschikte. Hij vloog naar Zwitserland om de pornofilms te halen voor Le Stanley. Ik weet dat deze films van Zweden werden overgevlogen naar Zwitserland waar het bedoelde lid ze ging ophalen. Op een dag, eind 1969, is dit vliegtuig neergestort boven de provincie Namen met al het pornomateriaal aan boord. De politie is tussenbeide gekomen en al het pornomateriaal werd inbeslaggenomen. ‘s Avonds had Marcel Hofmans echter alle copieën van de films in zijn bezit, dankzij de tussenkomst van vermoedelijk belangrijke personen uit de gerechterlijke sfeer van Namen.
In de club Le Stanley was ook een zwart meisje achter de bar tewerkgesteld. Toen ik de beelden zag van de advocate van Nihoul meen ik haar herkend te hebben. De gelijkenis is zeer treffend. Ik bedoel uiteraard de advocate Barankaya. Het meisje dat achter de bar werkte had de bijnaam Fifi. Ze zat in haar eerste jaar universiteit en zocht wat geld bij te verdienen. Ik weet niet welke studie zij volgde.
"

Jacqueline bedoelde uiteraard Virginie Baranyanka die ooit te berde bracht dat cliënt Nihoul geen enkele pedofiel kende en samen met de advocaat van Dutroux de rug van onderzoeksrechter Connerotte brak met een spaghettistengel. Er volgt nog veel meer zwijnerij. Dus stay tuned.

  • Datum: .

Leugens in België (017)

maandag 25 oktober-2004
In de Dutroux-affaire speelt de Etterbeekse sexclub Dolo een voorname rol. Van daaruit opereerde namelijk Jean-Michel Nihoul. En er leefde bij het gemeentebestuur blijkbaar veel waardering voor zijn confidentiële arbeid ten behoeve van de lokale beau monde en haar behoefte om van tijd tot tijd eens stevig uit de broek te gaan. Anders valt niet te begrijpen hoe hij een paar geweldige orgieën kon organiseren in het bij Namen gelegen kasteel Faulx-les-Tombes, dat eigendom was van de gemeente Etterbeek*. Maar ook minder ver van huis was hij buiten de Dolo organisatorisch actief. Bijvoorbeeld in een andere Etterbeekse glijinrichting aan deKazernestraat 15: La lune des Pirates. Later weer werd omgedoopt in La Piscine. Eigendom van... Marcel Hofmans, de voormalige werkgever van de door ons uitgebreid geciteerde Jacqueline Smolders.
In de zogenaamde Dutroux-files die wij tot onze beschikking hebben zit ook een weinig verhullende verklaring van een werkneemster van La Piscine, Mary Porsont, die dateert van 26 september 1996. Een gecomprimeerd citaat daaruit is nooit weg:
“Ik heb tussen januari en mei 1993 bij de vakbond SETCa in Nijvel gewerkt met de heer Richard de Groot. Aan het einde van mijn contract kwam ik weer zonder werk te zitten. Op 2 januari 1994 kreeg ik weer een baantje bij de Socialistische Partij in Brussel bij meneer Jean-Michel Nottebaert. Ik heb daar tot augustus 1995 gewerkt op het Dinantplein in Brussel. In die tijd vroeg meneer Nottebaert hem te vergezellen naar de kelder waar ik tegen betaling zijn masochistische behoeftes moest bevredigen. Hij vroeg me nooit om sex met hem te bedrijven. Hij wilde alleen maar pijn lijden. De kelderruimte leidde zowel naar de parkeergarage als naar de bibliotheek waar zich de archieven van de partij bevinden. Ik heb aan zijn verzoeken voldaan omdat ik niet genoeg geld verdiende om mijn gezin te onderhouden.

In die periode bij de Socialistische Partij ben ik door Richard de Groot eveneens voorgesteld aan meneer Roger Labarbe, die toen nationaal voorzitter was van de SETCa. De Groot had me gezegd dat hij een vriend had die graag aan orgieën wilde deelnemen. Ik zou er goed voor betaald worden. Om die reden ben ik met hem meegegaan en ontmoette Labarbe in een hotel in de Rue des Bergers. Vervolgens ben ik samen met De Groot in zijn auto gestapt en zijn we naar St. Trond gereden naar een zaak die de Hoeve Bornedries heette. Een club voor partenerruil die volgens De Groot en Labarbe toebehoorde aan Guy Coeme**. Zij hadden er lol in om mij bezig te zien met andere aanwezigen, terwijl zij zich vermaakten met andere dames. Wij zijn daar regelmatig met zijn drieën geweest. Maar heel wat frequenter in een privéclub die toentertijd La lune des Pirates heette...
”.

Dankzij schuimende berichten uit Den Haag van een paar jaar geleden weten we dat de inmiddels naar Washington verhuisde Ad Melkert niet vies was van het kletsen der zwepen maar in België kunnen die socialisten en vakbondsbonzen er ook wat van. Chantabiliteit? Hoe bedoelt u? Meer van dit moois? In de volgende aflevering. Stay tuned.

* zie de verklaring van Jacqueline Smolders in aflevering 16 dd. 22 oktober jl.
** Guy Coeme was ooit minister van Defensie. Ging in de jaren negentig wegens financiële manipulaties en valsheid in geschrifte twee maal voor schut. Het eerste had te maken met frauduleuze partijfinanciering, het tweede met de Augusta-Dassault-affaire.

 

  • Datum: .

Leugens in België (018)

dinsdag 26 oktober-2004
In de vorige aflevering citeerden wij al uit de verklaring van Mary Porsont. Ex-werkneemster van de sexclub La Piscine in Etterbeek, waar organisator Jean-Michel Nihoul af en toe ook een steentje bijdroeg aan de feestvreugde. Vandaag gaan wij op dezelfde voet voort. Op weg naar dingen die je niet voor mogelijk houdt. Mary:

“In de club die gerund werd door een zekere Eric heb ik magistraten ontmoet, advocaten van het Hof van Assisen, gendarmes, politieagenten, agenten van de parketpolitie, maar ook chirurgen, en anderen mensen met geld. Er werden regelmatig orgieën georganiseerd. Maar zonder deelname van minderjarigen. De eigenaar was Marcel[Hofmans] en die was weer gelieerd met ene Yvan, een bierbrouwer. Ik ben in maart 1996 in de club begonnen. Op de begane grond was het een gewoon café, de club was op de eerste etage. Je werd lid voor 1000 francs per jaar en je betaalde 2000 bij elke entrée. Vier drankjes, sauna, zwembad en de rest inbegrepen. Er lagen overal matrassen om uit je bol te gaan met wie voorhanden was. Ik heb er ongeveer twee maanden gewerkt.
In juli 1996 heeft Eric mij via Richard de Groot benaderd met de vraag of ik zijn zaken wilde behartigen in La bleu nuit in Floreffe, omdat hij in het buitenland een paar zaken wilde openen. Ik heb dat geweigerd omdat hij me voorstelde ook mijn zoon van dertien mee te nemen. Ik heb in dat halve jaar dat ik in La Piscine werkte geen pedofiele activiteiten meegemaakt. Maar ik heb er wel genoeg gehoord over de bizarre sexuele voorkeuren van zogenaamde hooggeplaatsten en dat er mogelijkheden waren om orgieën met kinderen te organiseren.
Een zekere Eric en Nina vroegen me om die hooggeplaatsten die bij ons in La Piscine kwamen en hun telefoonnummer achterlieten te benaderen voor speciale avondjes. Vooral Nottebaert maar ook heel wat ministers bleken zeer geïnteresseerd in dat soort avondjes. Bij de vakbond en de Socialistische Partij heb ik trouwens veel gehoord over hun sexuële voorkeuren...
”.

Dat liegt er allemaal niet om. Jammer alleen dat Mary het in sommige gevallen bij de voornamen hield. Niettemin is er nog wel iets meer te vertellen over La Piscine en eigenaar Marcel Hofmans. Stay tuned.

  • Datum: .

Leugens in België (020)

dinsdag 2 november-2004
Op 1 juni 1995 gingen de deuren van La Piscine op slot. Tijdens een routine-onderzoek zouden de Belgische autoriteiten namelijk plotseling hebben ontdekt dat eigenaar Marcel Hofmans niet over alle benodigde vergunningen beschikte. Maar al dat wippen, glijden en schommelen had Marcel geen windeieren gelegd. En hij bleef erop zitten tot er tegen de schaal werd getikt. Zo zette hij bijvoorbeeld op 12 juli 1996 de NV MIS op de wereld. Een onderneming met een kapitaal van 5 miljoen Bfrs. en een toepasselijke naam. In hoeverre daar ook iets mis mee was hebben we overigens nog niet kunnen ontdekken.

Bij voornoemd onderzoek kwam eveneens boven water dat Hofmans een woning had in het Marokkaanse Casablanca. Altijd makkelijk als je eens onverhoopt de kuierlatten moet nemen. Daarnaast bleek hij mede-oprichter te zijn van Neo-Tantra. Een onderneming zonder doel die was gevestigd in La Piscine en later bedacht werd met een andere naam: Centre Communautaire Tantriste.

Het ging in wezen om een secte die zich verdiepte in een oosterse leer over spirituele sex waarbij je vooral moest denken om je ademhalingstechniek. Had je die eenmaal boven de knie dan kon je het moment suprême lekker lang uitstellen en als het eindelijk zo ver was kon je je hele lijf van kruin tot voetzool extatisch laten meegenieten. En dan liefst een paar keer achter elkaar. Een beetje vergelijkbaar met de propaganda die Koot en Bie indertijd maakte voor het goed kauwen van voedsel. Als je dat deed kon je met je spermastraal iemand door je open raam van zijn brommer spuiten.

Vanaf april 1994 was Neo Tantra niet meer actief. In een proces-verbaal van 2 september 1996 staat vermeld dat het adres van de secte van Hofmans is verplaatst naar Antwerpen. Naar de Kammenstraat 29 om precies te zijn. Dat was zeker niet zonder betekenis en verre van grappig. Stay tuned.

  • Datum: .

Leugens in België (021)

woensdag 3 november-2004
Op 23/8/1996 verklaarde Jurgen van Offelaer uit Wijneghem het volgende:

“Vorig jaar kwam mijn zusje om bij een verkeersongeval waarbij een man inreed op een groepje van twee vrouwen en vijf kinderen. Terwijl mijn zusje in het mortuarium lag kwam een man zich aanbieden om foto’s te nemen. Wij hebben een klacht ingediend en de persoon werd aangehouden. Bij huiszoeking...”.

De persoon in kwestie was de op 25/9/1936 in Etterbeek geboren Eric Mattheeussen. En zijn adres? Kammenstraat 29 in Antwerpen! Op datzelfde adres was Neo-Tantra gevestigd. De onderneming/secte van Marcel Hofmans, uitbater van de Etterbeekse club La Piscine waar jarenlang orgieënplaatsvonden en Nihoul over de vloer kwam. En waar volgens lokale bestuurderen en politie-kopstukken nooit sprake was geweest van sex met kinderen.

Jurgen van Offelaer had overigens gelijk. Er was een huiszoeking. Op 25/11/1995 om vijf over drie staan er drie mannen voor de deur van Kammenstraat 29: officier van de gerechtelijke politie Jan van Aelst, eerste wachtmeester Paul Livens en eerste wachtmeester Leo Tinck. Ze hebben een huiszoekingsbevel bij zich. Zij bellen een paar keer aan, maar er wordt niet open gedaan. Dan geven zij sleutelmaker Randelhoff opdracht de deur open te breken. Terwijl hij daarmee bezig is wordt de deur plotseling toch geopend en staat de van grafschennis verdachte Mattheeussen voor hun neus. De drie wetshandhavers maken zich bekend, tonen het huiszoekingsbevel en gaan naar binnen. Wat ze daar voor liederlijkheden aantroffen komt in de volgende aflevering aan bod. Stay tuned.

  • Datum: .

Leugens in België (022)

vrijdag 5 november-2004
De kamer van Eric Mattheeussen aan de Kammenstraat 29 in Antwerpen bestond uit een winkel in brocant met daarachter een kamer en een keukentje. Beneden was een kelder en boven nog een paar ruimtes die Eric in gebruik had. De kamer achter de winkel stond vol dozen en de drie vertegenwoordigers van Justitia noteerden daarover het volgende:

“In deze dozen bevinden zich onderandere duizenden foto’s van kinderen. Deze foto’s zijn blijkbaar gewone foto’s, meestal aangezichten van kinderen.

In andere dozen honderden foto’s van lijken van kinderen, dikwijls in de meest gruwelijke poses. Veel van deze foto’s zijn zelf gemaakt, andere foto’s zijnin opdracht gemaakt door andere fotografen.

In sommige dozen vinden wij een soort “boekhouding” met beschrijving van de handeling die betrokkene heeft verricht om deze foto’s van lijkjes te kunnen nemen. Betrokkene heeft een soort van nummering aan deze foto’s gegeven zodat hij de beschrijving kan terugvinden in zijn “boekhouding”. Deze beschrijvingen staan genoteerd in ongeveer een vijftigtal schriften, telkenmale met een relaas hoe het kind is overleden, persoonsgegevens van het kind en de ouders of familieleden en akties en contacten welke betrokkene heeft genomen om de foto te kunnen nemen. Ook is de datum van overlijden en de leeftijd van het desbetreffende kind uitdrukkelijk vermeld.

In enkele dozen vinden wij kinderporno. Het betreft honderden boekjes duidelijk gemaakt voor pedofielen. De meeste boekjes dragen de titel “Lolita”. Er zijn ook exemplaren van het tijdschrift “Incest”. De lectuur vertoont duidelijk penetraties van volwassenen bij dikwijls zeer jonge kinderen, alsook zeer onwaarschijnlijke pedofielenfantasieën.

In andere dozen vinden wij negatieven van kinderlijkjes. Ook deze zijn geklasseerd volgens jaar en per minderjarige.

Wij vinden tevens enkele kaften waarin betrokkene krantenartikels bijhoudt van geruchtmakende verdwijningen zoals “Kim & Ken”, “Julie en Melissa” en dergelijke alsook enkele artikelen over pedofilie. Zo heeft betrokkene ook artikelen uit de krant betreffende “Van Geloven” in deze kaften steken, alsook vele overlijdensberichten van kinderen. Ook steken in deze kaften persartikelen van enkele opmerkelijke pedofielenprocessen.

Tevens vinden wij foto’s van overleden kinderen in de concentratiekampen van de Tweede Wereldoorlog.

Bij een eerste nazicht van de negatieven van de foto’s van kinderlijkjes stellen wij vast dat het overgrote deel opgebaarde kinderen betreffen. Zeer dikwijls zijn het foto’s van kinderen in een lijkzak, de kinderen nog hevig bebloed, met close-ups van de verschrikkelijke verwondingen.

Wat bij opstellers als zeer pervers wordt ervaren is dat bij sommige fotosessies wij vaststellen dat bij de eerste foto’s door betrokkene genomen de kinderen gekleed opgebaard liggen, doch dat betrokkene bij de verdere fotosessie ervoor zorgt dat de kinderen gedeeltelijk ontbloot worden, zodat hun borsten geheel of gedeeltelijk worden ontbloot.

Bij het bekijken van de negatieven stellen wij tevens vast dat betrokkene de lijkjes gedeeltelijk manipuleert om voor hem interessante foto’s te kunnen nemen.

Bij het bekijken van de foto’s kunnen wij vaststellen dat betrokkene deze praktijken reeds ongeveer 30 jaar toepast
”.

Was Mattheeussen een eenzame pedofiele idioot? Of had hij een klantenkring voor dat fotomateriaal? En hoe zat het met zijn Neo-Tantra connectie met Marcel Hofmans, de uitbater van La Piscine, waar zich orgieën afspeelden en Nihoul geen onbekende was? Heeft het justitieel apparaat deze connectie opgemerkt en zo ja wat er is vervolgens gebeurd? Stay tuned.

  • Datum: .

Leugens in België (024)

maandag 10 oktober-2005
Het is dat we een zetje kregen uit België anders was het aftreden van de Waalse socialistische premier Jean-Claude van Cauwenberghe totaal aan onze aandacht ontsnapt. “Van Cau” zou eind vorige maand vooral zijn opgestapt omdat hij een baal tabak kreeg van het constante gezeik in de pers over zijn vermeende betrokkenheid bij de sterk naar fraude en corruptie riekende zaak rond la Carolorégienne. Een sociale huisvestingmaatschappij die er blijkens een officieel onderzoek een merkwaardige manier van boekhouden op nahield en waarvan bestuurderen wat al te makkelijk op kosten van de maatschappij leuke dingen deden. Daarnaast werden er ruime douceurtjes uitgereikt. Zo kreeg een techneut bijvoorbeeld bij zijn ontslag 450.000 ballen mee zonder dat de Raad van Bestuur daar weet van had. En daar vallen ze in België over.
Ook Van Cauwenberghe’s advocatenkantoor kwam onder gespreid vuur te liggen. Nou was Jean-Claude al sedert jaar en dag niet meer actief binnen dat kantoor, maar hij was wel vennoot gebleven. Oftewel: zijn kassa bleef rinkelen zonder dat ie er ene moer voor deed. Maar goed, dingen lopen zoals ze lopen. Van Cau’s advocatenkantoor bleek een aantal dossiers van La Carolorégienne te hebben behandeld en die activiteiten hadden in totaal zo’n 30.000 euro opgeleverd. Het lullige daarvan is dat alle sociale huisvestingsmaatschappijen in Wallonië, dus ook La Carolorégienne, onder de supervisie van het gewest vallen. In casu die van premier Van Cauwenberghe. En dat lijkt op belangenverstrengeling. Komt nog bij dat arbeiders van de huisvestingmaatschappij binnen werkuren klusjes opknapten voor bestuursleden en... de vennoot van Van Cau.
Op het oog is de zaak tegen de premier net zo dun als Stan Laurel, maar met deze twee in wezen priegelige strootjes die voorhanden waren werd de Waalse premier toch geveld. En da’s raar. Of zouden er misschien meer lijken in Van Cau’s kasten gegroepeerd staan dan nu bij de lege melkflessen zijn gezet? Lijken die er ook dreigen uit te lazeren. Ja, dat zou heel goed kunnen. Want onze vriend komt voor in de parallelle Dutroux-files. En niet zo zuinig.
Zo zijn er verklaringen dat Van Cau ten tijde van zijn burgemeesterschap van Charleroi samen met Michel Wilgaut (het hoofd van de Waalse federatie van zorginstellingen) bezoeken aflegde aan de New Star en de Sapin Vert. Twee horecagelegenheden waar je meer kon doen dan alleen maar zuipen om je bestuurdersstress kwijt te raken. Op zich niks mis mee, maar Van Cau zou zich bij die visites niet hebben beperkt tot recht op en neer en er zouden ook twijfels zijn over de leeftijd van zijn wipjes. Toen de eigenaar van de Sapin Vert, Michel Piro, op het punt leek te staan daarover een flinke poep te laten waaien werd hij op 5 december 1996 om zeep gebracht. Kijk, dat is andere poep, uuuh... koek dan die van La Carolorégienne. Maar daar hoor je niemand meer over.
Wie overigens echt nieuwsgierig is naar de zaak rond Piro en Van Cau adviseren wij terug te bladeren in deze serie naar de afleveringen 10 tot en met 13 op onze Followup-site. Smullen.

  • Datum: .

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch