De helden van overste Karremans (001)

Geloof het of niet, maar de lafaards van Srebrenica, krijgen eindelijk de beloning voor hun ‘ontstellende lafheid’ in het aangezicht van de vijand. Terugkeerreizen naar Srebrenica en ‘symbolisch’, het schamele bedrag van 5.000 euro. En dat voor hun enorme prestatie, het toelaten en meewerken aan het vermoorden van meer dan 8000 moslimmannen. Dat is amper 62,5 eurocent per slachtoffer, daar doe je het toch niet voor? Zeker niet omdat ze jarenlang te maken hadden met ‘onterechte’ negatieve publiciteit en kritiek.

Was die kritische bejegening wel zo onterecht? Hoe zat het ook al weer met die door de Verenigde Naties (VN) aangewezen moslimenclave, waar duizenden inwoners van Srebrenica hun toevlucht zochten op het kamp van het Nederlandse VN-bataljon in Potočari.
Op een mooie dag in juli 1995 barstte in Srebrenica de hel los, toen de Serviërs met Howitser granaten af gingen vuren. Onze helden kropen angstig in hun bunker en merkten pas na de granaatbeschietingen dat ondertussen zo’n vijfduizend moslims die gevlucht waren voor de mortiergranaten, het compound op waren gestroomd om bescherming te zoeken bij de Nederlandse militairen. In eerste instantie probeerden zij dat ook en zochten ook voor hen een plaatsje in de bij het compound horende fabriekshal.

Maar daar verscheen Mladić, iedereen herinnert zich de beelden van overste Karremans die bevend als een rietje en op van de zenuwen, de legendarische woorden sprak: “Is this for my wife, is this for my wife?”, op het moment dat Mladić hem een lampje voor zijn vrouw overhandigt. Op dat moment wist Mladić dat hij met een uitgesproken lafaard te doen had en hij zich verder alles kon permitteren. Karremans had niets meer in te brengen, zijn laatste wapenfeit was de uitspraak: ‘Don’t shoot the piano player’. Dat deed Mladić dan ook niet. Sterker nog, Karremans kreeg een drankje van hem. Maar omdat hij hem een waardeloze pianist vond, moest er wel iets gedaan worden aan de moslims op het compound.

Een dag later werden de moslims die hun toevlucht hadden gezocht op de Nederlandse compound weggehaald. De Nederlandse militairen werkten mee met het scheiden van de vrouwen en kinderen. Wist Karremans dan niet wat er met die mannen zou gaan gebeuren? Hij wist van een eerdere executie van negen moslimmannen en had daar zelfs foto’s van gemaakt. Maar erger nog, tijdens het scheiden van mannen en vrouwen, was het Karremans zelf die opmerkte: Het is net ‘Schindler’s list’! Daarbij had Mladić hem gewaarschuwd dat hij hen als speenvarkens de keel zou doorsnijden. Toch ondernam Karremans niets want hij vond dat er geen onderverdeling was te maken tussen de ‘good en bad guys’ en Mladić was ‘sowieso’ een onaangename man. Het was de schuld van iedereen behalve van Karremans.

Wat had Karremans kunnen en moeten doen? Duidelijk is wat zijn opdracht was: Het compound ten koste van alles te beschermen. Had hij daar de middelen voor? Neen, maar dat is geen excuus, je bent militair en nog wel van een VN-vredesmacht en dat geeft mogelijkheden. Karremans had duidelijk de keus moeten maken, ‘tot hier en niet verder’. Ik heb een beschermingstaak en die zal ik ongeacht de consequenties uitvoeren.
Dat is taal die iemand als Mladić verstaat. Natuurlijk had hij de mogelijkheid dat compound zonder slag of stoot in te nemen, maar dat was een oorlogshandeling geweest die de VN nooit over zijn kant had laten gaan. Mladić wist dat en had het nooit zover laten komen. Er zou wat geschoten zijn en verder onderhandeld. In ieder geval zouden de moslims nooit afgevoerd zijn. Zo niet, je bent militair, dat is je taak, ga je niet verschuilen achter uitspraken: ‘We kregen van niemand hulp, niemand deed iets’ ‘Ik heb om luchtsteun gevraagd, maar die kwam niet.’ ‘We zijn met proppeschieters op pad gestuurd.’ Allemaal waar, maar het was zijn taak om die moslims te beschermen en het is zijn verantwoording dat die moslims dood zijn!

Helaas, het feit is daar, de moslims zijn met talloze bussen afgevoerd. De achtergebleven militairen zijn helemaal van slag en proberen er alles aan te doen om er achter te komen wat er verder ging gebeuren met hun beschermelingen en of ze hier verder iets in kunnen betekenen? Of toch niet? Hoe ging het verder:
Nee vertelden sommigen van die militairen. We gingen een partijtje voetballen, want we kunnen toch niks doen. En we gingen in de zon liggen. We hebben het er onderling niet over gehad, wat er allemaal gebeurd was. Dat kwam na die tijd, toen we terug waren in Nederland. Toen kwamen we er pas achter wat de Nederlandse bevolking dacht van ons optreden daar. Zo oneerlijk, of wij er iets aan konden doen. Ze waren toch weg. Wat moesten we anders?

En dan dat partijtje in Zagreb. Of het zo erg was dat ze een feestje hielden en de polonaise liepen en veel bier dronken. Ze waren toch maar mooi ontsnapt aan die Serviërs. Wat kon daar nu op tegen zijn? Prins Willem Alexander was er toch zelf ook bij, hij dronk ook een biertje en hoste ook mee, nog wel in gevechtspak met een band met de naam ‘Van Oranje’ erop. En wat te denken van bevelhebber Hans Couzy die op de schouders werd genomen, een bierdouche kreeg voor zijn steun aan de helden die spontaan voor hem gaan zingen: “Couzy bedankt, Couzy bedankt!’’ Ze haken de armen in elkaar, doen voor hem op muziek van het militaire fanfarekorps de kozakkendans. Couzy ziet hier een aanzet voor een nieuwe ronde van dansen en hossen. Als dank, trakteerde hij de jongens en meisjes op een barbecue en een heerlijk biertje. Kijk zo aangeslagen waren zij door de gebeurtenissen in Srebrenica.

(door Peter van Haperen)

  • Datum: .

De helden van overste Karremans (002)

Hoe zit het nu echt? Is Karremans een schlemiel of een oorlogsmisdadiger? Niet alleen de vraag moet worden gesteld, maar ook wat er moet gebeuren met het antwoord. Wat gaat het dan worden voor de lafhartige kolonel? Levenslang als straf of vijfduizend euro beloning? Levenslang heeft hij al door de massale reacties op zijn laffe gedrag, maar wat de meesten niet weten: Karremans negeerde een direct dienstbevel van zijn Commander in Chief, generaal Janvier.

En wat bezielt de nieuwe defensie-brekebeen Ank Bijleveld, als opvolgster van het ‘domme gansje’ Jeanine Hennes, om de bibberende snorremans ‘eerherstel’ te geven? Lag het niet meer in de rede om hem alsnog voor de krijgsraad te dagen wegens schuld c.q. het uitlokken van de grootste georganiseerde moordpartij in Europa sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog op meer dan achtduizend Bosnische burgers? We kijken nogmaals terug naar de gebeurtenissen ‘voor’ de fatale dag.

Nog steeds wordt er vol gehouden dat Dutchbat in de steek is gelaten door de VN-opperbevelhebber Bernard Janvier die keer op keer weigerde de bedreigde Nederlanders luchtsteun te verlenen. Maar luchtaanvallen vielen buiten het VN-mandaat. In het uiterste geval, wanneer blauwhelmen of burgers rechtstreeks werden aangevallen, kon hoogstens plaatselijke luchtsteun worden verleend. Karremans riep toch diverse keren luchtsteun op en maakte zijn medeofficieren wijs dat er luchtsteun zou komen. Hier was de commandant van Dutchbat-III duidelijk nalatig. In plaats van angstig op luchtsteun te wachten had hij naderende Bosnisch-Servische troepen moeten beschieten. Dat was wat de lokale Britse UNPROFOR-commandant in de safe area Goražde wel deed. De Britten schoten wél terug toen de VRS die enclave in mei 1995 aanviel. Overmacht of niet, feit is dat Goražde wel behouden bleef.

Karremans zag het anders. Toch waren zijn orders hetzelfde. Hij had een fax ontvangen van generaal Hervé Gobilliard met het uitdrukkelijke bevel al zijn troepen op Potočari terug te trekken en daar met ‘alle middelen’ de vluchtelingen en burgers te beschermen en de compound te verdedigen. In die fax stond ‘geen woord’ over terugtrekken van Dutchbat, laat staan over een evacuatie van de bevolking. Het is duidelijk dat Karremans en zijn helden hun plicht hebben verzaakt. Hun plicht was deze mensen te beschermen. Voor een soldaat betekent dat met hun leven als inzet. Wie had daar vantevoren aan gedacht in de Bosnische zomerzon? Van vakantie naar nachtmerrie.

De plaatsvervanger van Janvier, generaal Hervé Gobilliard, was ondertussen met de Serviërs in onderhandeling getreden over een direct staakt-het-vuren. Over een mogelijke evacuatie werd niet gesproken. Generaal Janvier kon op dat moment nog geen conclusie trekken over de militaire situatie in Srebrenica, maar zette in op een onmiddellijk staakt-het-vuren en het verdedigen van de vluchtelingen die zich verzamelden op de compound in Potočari. Hij geeft Gobilliard dan de opdracht om dit ‘als bevel’ aan Karremans mee te delen.

Generaal Gobilliard verklaart hierover later aan de Franse parlementaire enquêtecommissie:
Om 18.30 uur, na telefonisch contact met generaal Janvier, heb ik een bevel getekend voor de Nederlandse commandant om hem te vragen de vluchtelingen en de burgers te verdedigen, de posities die ze innemen te handhaven en om onder geen beding wapens en equipment af te staan.’

De bevelen waren duidelijk voor iedereen, maar niet voor overste Karremans, die in zijn radeloze angst de ene militaire blunder op de andere stapelde. Dat er ook politieke fouten zijn gemaakt staat buiten kijf. Hier kom ik in een later artikel op terug. Maar hier gaat het om een direct dienstbevel waaraan Karremans gehoor moest geven. Niet aan wat een Nederlandse politicus of militair hem vertelt of belooft.

Laten we eerst vooropstellen dat Karremans, die vanaf januari 1995 op de compound aanwezig was, daar tijd genoeg heeft gehad om zijn manschappen te trainen in de verdediging daarvan. Heel veel scenario’s hadden getraind kunnen of zelfs moeten worden. In oorlogsgebied kun je niet naïef zijn en denken ‘het waait wel voorbij’. De juiste voorbereiding maakt juist in dat soort situaties het verschil tussen leven en dood. Niet alleen voor je manschappen maar ook voor degenen die onder je bescherming staan. Karremans had niet in de gaten dat de Serviërs bezig waren met een daadwerkelijke aanval op de enclave. Tot de middag van de 9de juli zond hij berichten naar het VN-hoofdkwartier dat de Servische acties slechts schijnmanoeuvres waren en dat een inname niet op korte termijn te verwachten viel. Door deze cruciale beoordelingsfout werd het militaire opperbevel van de VN en de internationale politieke gemeenschap veel te laat gealarmeerd.

Dan, op maandag 10 juli 1995, rukken de troepen van Ratko Mladic op en beginnen met tanks, huis na huis in brand te schieten. Dutchbat reageert adequaat en bezetten met pantserrupsvoertuigen gewapend met .50 mm-mitrailleurs drie strategische plekken ten zuiden en westen van de stad, ter verdediging van de compound van de B-compagnie waar ondertussen duizenden burgers zich ter bescherming angstig hebben verscholen. Deze blocking position wordt door de Serviërs aangevallen. Een van de Nederlandse pantserwagens vuurt terug. Het enige Nederlandse tegenvuur in het hele conflict. Mladić gaat niet verder maar trekt er gewoon omheen. Later die dag trekken de Serviërs verder op richting stad en trekt de B-compagnie van Dutchbat zich terug.

De volgende dag, dinsdag 11 juli, probeert Dutchbat zich nog schrap te zetten tegen de oprukkende troepen van Mladić. Hoewel, schrap zetten? Die dag vielen Mladić mannen de observatieposten van Dutchbat aan. Deze voorposten sloegen panisch op de vlucht met achterlating van hun wapens. De ene na de andere observatiepost (OP) valt in Servische handen omdat men niet terug durfde schieten. En juist dat terugschieten door Dutchbat zou de val van Srebrenica hebben kunnen voorkomen. De Serviërs zouden hebben geaarzeld om verder aan te vallen, zoals in Goražde, maar meer nog omdat daarmee de internationale gemeenschap in één keer op scherp zou staan en er dan wel luchtsteun zou zijn gekomen.

Toch nog maar even terug naar die luchtsteun. Ondanks dat die niet tot de taken van de VN hoorde, was die luchtsteun er op die fatale 11de juli wel degelijk, met alweer een cruciale fout van Karremans. Vanaf zes uur ’s morgens waren de VN-vliegtuigen opgestegen om met een bombardement het Servische leger duidelijk te maken dat ze terug moesten trekken. Het hoofkwartier wachtte op het teken van Karremans om de aanval te laten beginnen. Karremans had niet goed begrepen dat hij dat teken moest geven en dacht dat die aanval vanzelf zou komen. In de loop van de ochtend kwam hij daarachter. Toen was het al te laat, de vliegtuigen moesten eerst landen om bij te tanken. Voor het zover was, had Mladić al zijn entree gemaakt. Zoveel fouten en dat alleen tijdens de verdediging van de compound. Wat een militair? En dan vragen om eerherstel, je moet maar durven. Ja, nu durft hij wel, er wordt nu niet geschoten, alleen met de geldbeurs gerammeld.

Als Dutchbat wel had gevochten onder de leiding van Karremans was de enclave misschien ook gevallen, maar dan hadden Karremans en zijn helden hun militaire eer gered. Misschien waren er inderdaad doden gevallen, maar zeker geen achtduizend. De militair Karremans was en is geen knip voor de neus waard. Zwelgen in zelfmedelijden en geen enkele empathie voor de moslimmannen die gedood werden. ‘Collateral Damage’. Geen woord over het negeren van het dienstbevel met vele doden tot gevolg.

In oorlogstijd goed voor een levenslange gevangenisstraf of een maximum straf van dertig jaar. Dat is wat anders dan eerherstel en vijfduizend euro!

... Wordt vervolgd...

(door Peter van Haperen)

  • Datum: .

De Helden van overste Karremans (003)

In de vorige aflevering zagen we dat de helden in de compound hun verzet staakten zonder ook maar een enkele poging tot verdediging te doen. Het wachten was nu op generaal Ratko Mladić en zijn Bosnisch Servische troepen. Dat gebeurde dezelfde dag, laat in de middag. In gevechtstenue komt Mladic aan in het stadscentrum van Srebrenica en wordt daar, na het hijsen van de Servische vlag, omstandig gefeliciteerd door zijn manschappen. Dan gaat hij terug, naar Bratunac, waar zijn troepen zich die avond hergroepeerden, en toevallig komt hij langs Potočari, het hoofdkwartier van Dutchbat, waar de helden van Karremans doodsbang op de achtergrond bleven.

De eerste kennismaking tussen overste Karremans en generaal Ratko Mladić. Hier ging het al gelijk fout: Overste Thom Karremans steekt vriendelijk zijn hand uit. ‘Ik ben de commandant van Dutchbat.’ De Bosnisch-Servische generaal kijkt de Nederlandse VN-commandant aan met een verachtelijke knik en weigert de uitgestoken hand. ‘U bent geen commandant!’ schreeuwt de generaal. ‘U bent niets en ik ben God!’
De fout of beter blunder van Karremans was dat hij niet salueerde, maar probeerde een hand te geven wat resulteerde in de meest vernederende ervaring van zijn leven.

Wat schrijft het militaire jargon voor en waar was Mladić mee bekend?
Voor in het buitenland en bij internationale staven geplaatste militairen is de militaire groet verplicht gesteld tegenover buitenlandse militairen, met als extra vermelding:Het aanspreken van hogeren in rang. In zulk een geval is het gepast de militaire groet te brengen, gevolgd door de aanspreektitel van de meerdere, en eigen rang en naam te noemen.
Hoe haal je het in je hoofd om als militair een hand te willen geven in deze situatie? Een gezellige ‘tête-à-tête’ met Mladić of wilde hij speciale vriendschapsbanden aanknopen met zijn overwinnaar? Een echte militair als Mladić accepteert alleen militair gedrag. Stel je op als militair en niet als een bang schoothondje, die worden weggetrapt, net als Karremans daar bij het eerste gesprek.

Tot zover is alles nog begrijpelijk, Karremans heeft ‘zonder slag of stoot’ de enclave opgegeven, ondanks het nadrukkelijke bevel van generaal Bernard Janvier om al zijn troepen op Potočari terug te trekken en de compound met alle middelen te verdedigen. Bij Karremans en zijn helden liep het dun door de broek, zodat hen niets anders overbleef dan onderhandelen over de veiligheid van zijn troepen en de mensen die onder zijn bescherming stonden. Ook dit deed Karremans op een wel heel unieke manier:
Onze overste was na de hier bovenstaande afgang zo bang voor zijn hachje, dat hij zich dezelfde avond nog naar Bratunac liet vervoeren voor een audiëntie bij Mladić. Niet door zijn eigen chauffeur, die mocht niet mee, want Karremans had aan de vader van de chauffeur beloofd, dat wanneer het gevaarlijk kon worden zijn zoon niet mee hoefde?

Karremans liet zich door iemand anders naar Bratunac vervoeren en verzoekt om een gesprek met generaal Mladić. De generaal is in eerste instantie niet vriendelijk en laat onze ‘held’ verbaal alle hoeken van het gebouw zien. Maar dat duurt niet lang. Mladić draait heel snel bij als ‘overste Bibbermans’ al zijn moed bij elkaar geschraapt heeft en het bedeesde verzoek tot hem doordringt: De luitenant-kolonel komt bedelen om een vrije aftocht voor het bataljon en van de moslimbevolking, met daarbij een zo mogelijk nog fataler verzoek aan de Servische generaal of er mogelijkheden bestaan dat Mladić bij die aftocht kan assisteren?

Pardon? Mladić bij de aftocht assisteren? Dat is nog eens de kat op het spek binden!
Mladić was in zijn nopjes en gaf van zijn tevredenheid blijk door Karremans een glas champagne in de hand te drukken, gefilmd door een Servische televisieploeg, zodat wij en de halve wereld van dit debacle konden meegenieten. Het vervolg kennen we ook:
De volgende dag kwamen de bussen van Mladić aan in een lange colonne. Hij assisteerde niet bij de aftocht, hij regisseerde hem volledig. De helden van Karremans gingen in opdracht helpen met het scheiden van mannen en vrouwen en kinderen. Een van hen verklaarde later: “Ik voelde me echt een Duitser bij het afvoeren van die mensen. En het was echt letterlijk afvoeren. Zo van: hup, jij daarheen, jij daarheen, jij daarheen. En ik stond daar machteloos.”Het is dus duidelijk dat de heldhaftige Dutchbatters actief meegewerkt hebben aan de scheiding van de mannen van de vrouwen, terwijl zij wisten of konden weten welk lot de mannen tegemoet gingen. Dat blijkt ook wel uit de stelling: “Ik voelde me echt een Duitser.”

De vraag blijft: Hoe kon dit gebeuren? Kon Nederland, in casu Karremans, de enclave eenzijdig opgeven en de moslimbevolking laten evacueren zonder dat de VN-top hiertoe besloten heeft? Karremans c.s. probeerde ons later wijs te maken dat over de ontruiming beslist was op het VN-hoofdkwartier in Zagreb, maar niets was minder waar. Het was niet de VN-top die dat besloten had. Het was een Nederlandse beslissing met een hoofdrol voor onze heldhaftige overste. Het was Karremans die aan Mladić voorstelde om de enclave te ontruimen. Dat aanbod was het begin van Karremans eigen kleine ‘Holocaust’.

Nederland waste de handen in onschuld. Wim Kok trad af na het verschijnen van het Srebrenica-rapport. Hij nam wel de verantwoordelijkheid maar had geen schuld aan de val, was zijn mening. Defensie minister Henk Kamp was zelfs vol lof over de geweldige prestatie van de helden van Karremans: “De val van de enclave is u ten onrechte aangerekend”, zei Kamp tegen de Dutchbatters bij de uitreiking van het “Draaginsigne’. Geloof het of niet, ze kregen zelfs een medaille. Een Belgische historicus verwoordde het later zo: “Je bent kampbewaker in Auschwitz en je krijgt een herinneringsmedaille. Het spijt me, Nederland heeft gecollaboreerd. Verschrikkelijke misdadigers geholpen hun misdaden te plegen. Zonder Dutchbat was dat niet mogelijk geweest.”

Bij de terugkomst in Nederland, kreeg het hele bataljon zwijgplicht opgelegd door Defensie. Zes weken lang deed de marechaussee onderzoek, maar ook na het onderzoek mochten de Dutchbatters niet praten over hun heldendaden met familie of vrienden. Zij konden niets kwijt over hetgeen zij gezien hadden, de lijken, halve benen eraf, armen eraf, wat er aan de hand was rond die genocide, niets daarvan mocht naar buiten komen.
Het was duidelijk dat de regering het hele verhaal in de doofpot wilde stoppen.
Als afsluiting een paar reacties uit ‘De Volkskrant, van afgelopen woensdag, van een veteraan:
Ik ben trots dat ik deel heb uitgemaakt van Dutchbat III, maar ik heb geen puf mij te moeten verdedigen, geen zin om weer een tijd boos en verdrietig te zijn.” En verder.
Een onderzoek naar het welzijn van de veteranen van Dutchbat III. Een onderzoek waaruit blijkt dat niet alleen de heftige gebeurtenissen tijdens de uitzending ertoe hebben geleid dat er zo’n groot percentage kampt met problemen. Het is vooral de nasleep in media, politiek en naaste omgeving geweest die ons geraakt heeft.”
Geen woord over het lot van de 8.000 moslimmannen, geen greintje empathie. Was het geen genereus gebaar geweest om die 5000 euro aan de nabestaanden uit te laten betalen?

Dan sprak het commentaar van David Barnouw, een voormalig onderzoeker van de NIOD me meer aan: Hij vroeg zich af waarom leden van Dutchbat III een bonus van 5.000 euro een symbolisch bedrag hebben genoemd. Hij vraagt zich af, wat voor bijzondere prestatie zij hebben geleverd met het verzaken van hun plicht om de bevolking aldaar te beschermen.
Hij is heel benieuwd wat er ‘erkend’ gaat worden rond Dutchbat III: dat ze verloren hebben, dat ze hard gevochten hebben of dat het niet anders kon? Maar vooral zijn uitsmijter, raakt meteen de kern: “Hoe groot moet de bonus eigenlijk zijn voor Nederlandse soldaten die in 1940 op de Grebbeberg hebben gevochten?”

Wat een vergelijking van eer en moed. Bij de strijd om de Grebbeberg kwamen 424 Nederlandse militairen om het leven. Die 424 man gesneuvelden waren bijna een vijfde van alle Nederlandse militaire gesneuvelden tijdens de meidagen (ca. 2,300 man). Wat zouden de nabestaanden blij geweest zijn met een dergelijk douceurtje. En wat dacht u van de gewonden en de andere overlevende militairen. Voor hen geen bonus, maar krijgsgevangenschap. De enige overeenkomst was de lafheid van hun opperbevelhebber, in dit geval Prins Bernhard. Die was bij het eerste schot reeds gedeserteerd en vluchtte naar een vriendin in Parijs. En niet te vergeten: koningin Wilhelmina, ‘toch standvastig in haar verzet’ volgens onze koning, de ‘Dam-held’. Wilhelmina was al voor het eerste schot naar Engeland gevlucht met het familiekapitaal. Dat kon niet anders, zij had al een afspraak staan voor een diner met de Engelse Windsors, die eigenlijk ook Duitsers waren, net als de ‘helden van overste Karremans’!

U ziet het de geschiedenis herhaalt zich. Het geld en de eer is voor de lafaards, voor de moedigen rest de dood en gevangenschap!

(door Peter van Haperen)

  • Datum: .

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch