Verlengen, met strafschoppen na (040)
Morgenavond gaat de transfermarkt dicht. Meestal boeit het me niet zo dat iemand die verkast van pak em beet Preston North End naar Bournemouth twintig miljoen euro kost, maar deze keer werd ook mijn aandacht getrokken. En nog wel twee keer.
Eerst was daar Perr Schuurs. Hebt U hem gezien? Zaterdagavond in Zwolle? Perr maakte er zijn rentree. Niet na een paar maanden en na een lullige hamstringblessure – nee, Perr uit ‘Zitterdj’ kwam weer in de wei na een gedwongen afwezigheid van drie volle jaren!
Schuurs verdween eigenlijk al uit de kijker nadat hij bij Ajax was afgeserveerd. In het Amsterdamse mag zo’n Daley Blind bijna elke wedstrijd in de fout gaan, maar voor de toen piepjonge Perr was één blundertje einde verhaal bij ‘de beste club ter wereld’.
Zaterdagavond speelde hij zich weer in ons aller blikveld, om daarin tot in de fucking eeuwigheid te mogen blijven. In het shirt van NEC kopte hij tegen PEC -koud in de wedstrijd- een hoekschop tegen de touwen, de winnende treffer voor de Nijmeegse ploeg.
Perr het hele veld over met gebalde vuisten en die oerkreet, maar het meest van al was zijn familie op de tribune. De Schuursen zijn stuk voor stuk -alleen ma niet- top (geweest) in een telkens andere tak van sport: dochter op de tennisbaan en pa in de handbalclub.
In Zwolle waren ze er allemaal bij, en vergoten tranen met tuiten, net als menig voetballiefhebber neem ik aan. Daar kan Daley alleen maar van dromen, met die pa van hem die er altijd uitziet alsof ie het volgende moment een kast in mekaar gaat slaan.
Geval twee heet Tijjani Reijnders. Gaat voor honderd miljoen of zo naar Arabië. Niet vanuit Nijmegen maar van City, Manchester City, het Ajax van deze eeuw. Waarom doet iemand zoiets? Vooral wanneer hij de zoon van Martin en Angelina Reijnders is?
Ik heb Tijjany gezien toen hij nog niet praten kon. Dat was in de zomer van 2000, dus hij moet toen twee zijn geweest. Zijn vader Martin speelde in Finland, bij de club Haka, in Valkeakoski, en het gezin woonde in Tampere. Ik strikte Martin voor een vraaggesprek.
Zelden zal iemand die op interview gaat zich zo’n verkeerde voorstelling hebben gemaakt van de persoon aan wie hij zijn vragen gaat stellen. Ik woonde toen zes jaar in Finland, had de treurige staat van het Finse profvoetbal leren kennen en verwachtte een loser.
Niets bleek minder waar. Ik trof Reijnders niet depressief in een verrabbezakt appartementje tussen de stapels lege pizzaverpakkingen, maar op een sjieke etage in de sjiekste buurt van de grote stad Tampere.
Reijnders had zijn zaakjes uitstekend voor elkaar in het Finse. Zijn club was al vijf keer achter elkaar landskampioen geworden. Reijnders was de spielmacher in het dreamteam van Haka en had met een goal voor de meest recente titel gezorgd.
Nu, in de mooie zomer van 2000, was Haka -gesponsord door de stinkende papierfabriek achter een van de doelen- toe aan groter werk, in de Champions League met name. Reijnders had veel vertrouwen in Europees succes van de ploeg onder leiding van de charmante Brit Keith Armstrong.
(Terzijde: voor de echte kenners van het Finse voetbal -onder wie ik me zelf graag reken- is het een eeuwig raadsel waarom Armstrong -from Newcastle, vloog elke speeldag op en neer naar St James’ Park- nooit de Finse nationale ploeg heeft mogen leiden.)
Halverwege het interview kregen Martin en ik gezelschap van zijn vrouw en hun eerstgeborene. De donkere schoonheid Angelina was weer zwanger. Van de jongen die wij als Eliano hebben leren kennen.
Martin Reijnders bleef me bij als een intelligente man: iemand die had geleerd dat geld de allerlaatste waarde in het leven vertegenwoordigt. Ik twijfel er niet aan dat de zoons ook met die wetenschap vertrouwd zijn geraakt.
Ik heb ergens gehoord of gelezen dat Tijjani in zijn AZ-tijd nog in een supermarkt vakken vulde …
(JoopFinland)