Terug naar hoofdinhoud

Octopussy (759)

21 oktober 2026

Door Jan Portein.

Tussen al het denderend nieuwsgeweld rond de spruit i.o. van de Panda en diens hockeystick, de long goodbye van Gerard Joling bij de Topperware en het horkerige gedrag van Mo Hansler in Althea raakt die uitverkoop van alle zakelijke eigendommen van en door prins Bernhard II al gauw bij de vulles. Zo niet bij ons. Er bleven namelijk vragen omhoog wellen uit onze hippocampus. Had onze pandjesprins bijvoorbeeld van een of andere rubberen zolendienst of van wat rogue mannetjes uit de categorie die van het leven van Edwin de Roy van Zuidewijn een modern inferno hebben gemaakt vernomen dat er gevaar dreigde en dat ie zich beter voorlopig even een tijdje onder een dekzeil kon schuil houden. Wat voor gevaar? Moet u dit even lezen.

“De man die Bernhard en zijn compagnons als eerste de grote kansen in Servië toont is ene Vladimir Gogoljev, een stille twintiger, die vaak zijn woorden inslikt, en als een bokser overkomt qua postuur. Gogoljev vlucht eind jaren negentig weg uit Novi Sad, een stad in puin, via een Oostenrijks paspoort. Hij is deels opgeleid als electro-technicus en kiest voor Amsterdam, waar hij een paar contacten heeft waaronder de omstreden Jotsa J. Plots in 1999 stapt hij binnen in het kantoor van Clockwork in Amsterdam. Hij wordt met open armen ontvangen, want aan technisch talent is bij het internetbedrijf wel behoefte. Het klikt tussen Gogoljev en de groep Nederlandse ondernemers, hoe verschillend hun achtergrond ook is. Bernhard en zijn mannen zijn onder de indruk van de werklust en inventiviteit van de well-connected Serviër, die zich aan geen enkele regel of code houdt, daarbij ook nog een uitgaansbeest blijkt te zijn en adressen kent buiten hun uitgaanskennis van Amsterdam. Zo is al snel Clockwork verkocht en onder leiding van de Serviër wordt het IT-bedrijf Levi9 gesticht in Novi Sad en Belgrado om het tekort aan IT-ers in Nederland aan te vullen via nearshoring”

Aldus een stukkie tekst uit een drukproef, dat in deze vorm wat ons betreft nooit tussen twee kaften terecht is gekomen. Maar never say never. Wij weten ook niet alles. Intrigerend is wel de vermelding, dat meneer Gogoljev onderandere contacten onderhield met de omstreden Jotsa J. Nou prijken er bij ons weinig Servische namen in ons poëziealbum. Maar eentje wel degelijk: Jotsa Jocic. En om die met de term “omstreden” op te tuigen is wel heul coulant. Jotsa was namelijk in de jaren negentig de baas van de zogenaamde Joego's in Amsterdam en omstreken en zette de buit van zijn avontuurlijke praktijken ondermeer om in reeksen pandjes. Begrijpt u waar we heen willen? Zoiets ja. Stay tuned.

21 oktober 2026