• Archivaris
  • 435

Gladio a la Turka - Ergenekon

Gladio a la Turka - ErgenekonDirect responses op dit bericht

door Peter Edel

Turken kunnen worden onderverdeeld in gelovigen en ongelovigen. En dan gaat het hier niet om religie, want in die zin zijn er vrijwel alleen gelovige Turken. Als in Turkije tegenwoordig over gelovig of ongelovig wordt gesproken gaat het over de vraag of iemand geloof hecht aan het bestaan van “Ergenekon”. Er gaat vrijwel geen dag voorbij zonder dat daar iets over in de Turkse kranten staat. Niet dat Ergenekon een nieuw woord is, want iedere Turk kent het uit de mythologie over het ontstaan van het Turkse volk. Sinds drie jaar heeft het echter vooral betrekking op een stel samenzweerders dat een einde wil maken aan het regeren van Premier Erdogan’s “Gerechtigheid en Vooruitgangpartij (AKP)”.
Ergenekon kan gedefinieerd worden als de meest extreme uitwas van het ultrasecularisme in Turkije. Dat wil zeggen, van de Turken voor wie het toestaan van de hoofddoek in openbare gebouwen, een eerste stap is op weg naar een tweede Iran. Het is hier waar Ergenekon zijn basis kent. Dat iets futiels als een stuk textiel tot zoveel consternatie kan leiden, komt enigszins onvoorstelbaar over. Helemaal voor een islamitisch land. Goed, in West-Europa is de hoofddoek ook een belangrijk discussiepunt, maar zo ver als het in Turkije gaat zijn we hier niet gewend. Er is dan ook meer aan de hand. Op de achtergrond speelt een ordinaire machtstrijd. De AKP heeft met haar wortels op het platte land, de traditionele stedelijke elite uit haar machtspositie verdreven. En dat roept om wraak, met de hoofddoek als symbool van een hoop frustratie.
In Ergenekon heeft de weerzin tegen de AKP zulke vormen aangenomen dat men bereid is via geweld zo veel chaos te creëren dat een staatsgreep een logisch vervolg wordt. Dat meent men te kunnen bereiken door infiltratie binnen radicaal islamitische groepen (Hizbullah), de Koerdische gemeenschap (PKK), dan wel binnen radicaal linkse organisaties (DHKP/C). “False flag” operaties zijn voor Ergenekon een andere mogelijkheid om de chaos te bewerkstelligen waarmee de AKP in het nauw kan worden gedreven en een staatsgreep zich als enige uitweg openbaart.
Degenen die de eerste twee delen van deze artikelenserie in Kleintje Muurkrant gelezen hebben zullen begrijpen dat deze benadering veel lijkt op die van het stay behind netwerk Gladio en de vertakkingen daarvan in Turkije. Toen was links het doelwit en nu de islamitische AKP, verder is er weinig verschil. Maar hoe dan ook, deze “strategie van de spanning” heeft in het verleden tot drie staatsgrepen geleid, dus is het op zich geen onrealistische gedachte dat het er nog een keer van komt. In Turkije moet je daar serieus rekening mee houden. Dat ziet de AKP natuurlijk ook in. Daarom hebben Erdogan & Co. een tegenoffensief ingezet, dat na een serie arrestatiegolven tot “het proces van de eeuw” heeft geleid.

Ergenekon en Susurluk
Iets meer dan 60 procent van de Turken “gelooft”. Onder hen bevindt zich uit de aard van de zaak de religieuze aanhang van de AKP, maar de Ergenekon gelovigen beperken zich daar niet toe. Ook veel seculiere Turken menen dat de AKP het aan het rechte eind heeft met haar constatering over een “Deep State” in de vorm van Ergenekon. Zij baseren zich vooral op de naoorlogse geschiedenis van Turkije en refereren onder andere aan het Susurluk incident, zoals beschreven in het vorige deel van deze serie. Het is echter de vraag in hoeverre deze associatie opgaat.
De “Susurluk Gang” was in de eerste plaats gericht tegen de PKK. En dan met name tegen de “zakenmannen” die de PKK via heroïnehandel financierden. Toenmalig premier Ciller, politiechef Mehmet Agar en een scala Grijze Wolven hadden het voorzien op de door Koerdische criminelen gecontroleerde heroïnelijnen. Niet om er een einde aan te maken, maar om ze over te nemen en de daaruit gegenereerde winsten en passant in eigen zak te steken. Dat was de essentie van het Susurluk schandaal.
In Ergenekon speelt drugshandel niet meer dan een bijrol. Een niet onbelangrijk detail daarbij is dat heroïne in West-Europa sinds het vorige decennium veel minder populair is. De nieuwe generatie drugsgebruikers beschouwt heroïne als een drug voor losers en kiezen voor ecstasy en cocaïne. Dientengevolge is de winst van de handel in heroïne ook veel geringer dan voorheen (gelijk de reden waarom de Turkse maffia zich tegenwoordig met name op mensensmokkel richt, daar valt meer aan te verdienen).
In plaats van de PKK en heroïne, gaat het Ergenekon primair om de AKP. De Turkse regeringen gedurende de jaren tachtig en negentig gaven criminelen onvoorstelbaar veel ruimte. Maar het waren ook regeringen die de macht van de traditionele elite in het land, waaronder de strijdkrachten, absoluut niet ter discussie stelden.
Sinds de AKP het voor het zeggen heeft, is er wat dat betreft heel wat veranderd. Alle reden dus voor militairen, (ultra)nationalistisch georiënteerde criminelen en nog wat ander gespuis uit het seculiere kamp, om gezamenlijk de strijd aan te binden met de AKP, waarbij in de beste traditie van Susurluk geen middel te ver gaat.
Aan de andere kant kan niemand ontkennen dat zich onder de Ergenekon verdachten verschillende personen bevinden die hun criminele voetsporen hebben verdiend in de periode voorafgaand aan het Susurluk incident. We noemen twee voorbeelden. Wat te denken bijvoorbeeld van (de ooit in Nederland verblijvende) drugscrimineel Sami Hostan. Hij werd naar aanleiding van zijn rol in de Susurluk Gang tot een gevangenisstraf van zes jaar veroordeeld, maar zit nu achter de bouten vanwege zijn betrokkenheid bij Ergenekon. Hostan wordt genoemd als financier van Ergenekon.
Een ander berucht geval is dat van de Gendarme Generaal Veli Kücük. Hij zat al in de jaren zeventig tot over zijn oren in de Turkse Deep State. Zo was hij na de staatsgreep van 1971 betrokken bij het martelen van linkse intellectuelen. Later was Kücük grote vrienden met de Susurluk Gang, zoals de zojuist genoemde Hostan. In die tijd stond hij bovendien al bekend als medeoprichter van JITEM. Deze nota bene officieel niet eens bestaande afdeling van de Gendarme vermoordde op grote schaal Koerden in Zuid-Oost Turkije, maar is de laatste jaren tevens naar voren gekomen als de operationele tak van Ergenekon.
Ook Kücük zit nu in het gevang op verdenking van betrokkenheid bij Ergenekon. Hij wordt zelfs genoemd als een van de kopstukken in de samenzwering. Overigens spreekt het voor zich dat figuren als Hostan en Kücük sowieso in de bajes thuis horen. Ook als er helemaal geen sprake is van een complot zoals de AKP beweert. Vooral wat betreft Kücük heerst de mening in Turkije dat de sleutel van zijn cel in de Bosporus gegooid mag worden als hij eenmaal veroordeeld is. Het spreekt voor zich dat vooral Koerden die mening zijn toegedaan.

De gelovigen
De door de AKP aangestuurde openbaar aanklagers beschikken over een reeks bewijzen om het bestaan van Ergenekon aan te tonen en de verdachten in dit verband aan te klagen. Die bewijzen bestaan bijvoorbeeld uit geregistreerde en afgeluisterde telefoongesprekken, waarmee men meent het verband tussen de verschillende verdachten aan meent te tonen.
Daarnaast zijn verschillende geheime wapenopslagplaatsen ontdekt, een aspect van Ergenekon dat eveneens erg aan de praktijk van Gladio in West-Europa doet denken. Een van de meest geruchtmakende vondsten van wapens werd vorig jaar gedaan in Poyrazkoy te Istanbul. Om precies te zijn op een terrein van de “Istek Foundation”, toebehorend aan Bedrettin Dalan, de voormalige burgemeester van Istanbul en thans een primair doelwit van het Ergenekon onderzoek. De Istek Foundation runt privé scholen waar kinderen van militairen gratis onderwijs krijgen, maar andere Turken gewoon moeten betalen. Dalan is sinds enige tijd op de vlucht. Hij is op het Amerikaanse continent gesignaleerd, terwijl hij ook in Rusland opdook. Verleden jaar is hij bovendien in Amsterdam gezien. Het ziet er naar uit dat hij in een land verblijft tot zijn visum is verlopen, waarna hij naar een nieuwe bestemming vertrekt. Zo lang het maar niet Turkije is, want daar wordt hij onmiddellijk gearresteerd. De AKP heeft Interpol dan ook verzocht naar hem uit te kijken. Vooral omdat Dalan hoog genoteerd staat op de Ergenekon verdachtenlijst. Aanvankelijk werd er lang vanuit gegaan dat de eerder genoemde Veli Kücük de leiding had, maar recentelijk wordt Dalan vaker in dat verband genoemd.
Andere door de aanklagers naar voren gebrachte bewijzen bestaan uit (anonieme) tips. Die komen vooral uit de richting van de strijdkrachten, aangezien lang niet iedereen zich daar kan vinden in nog een machtsovername. Langs die weg zijn ook documenten in handen gekomen van de aanklagers, die doorgaans via een omweg verband hebben met Ergenekon. Zoals over “Operatie Voorhamer”, een plan dat dateert uit 2003, een jaar nadat de AKP aan de macht was gekomen. Via een aaneenschakeling van geweld moesten fundamentalistische Turken ertoe bewogen worden tegen de AKP in opstand te komen, met de onveilige situatie van hun gebedshuizen als argument.
Voor dat laatste werd wel even gezorgd. Operatie Voorhamer omvatte onder andere twee bomaanslagen, met de toepasselijke codenamen "zwarte chador" en "baard", gericht op twee van de drukst bezochte moskeeën in Istanbul. Een team militairen zou een bom verstoppen in de schoenenkast van de moskee in Fatih, het meest religieuze stadsdeel van Istanbul. Voor de andere aanslag, op de moskee van de wijk Beyazit, zou een team van Gendarme officieren een soortgelijke bom plaatsen. Het kwam er gelukkig niet van.
Verder wilden de militairen ook Griekenland in hun strategie betrekken. Schending van het Griekse luchtruim moest de luchtmacht van de Grieken provoceren. Bij een daaruit voortvloeiende confrontatie zou een Turks vliegtuig neerstorten, met een escalatie van de crisis als gevolg. De militaire samenzweerders zouden zelfs bereid zijn geweest om het tot de dreiging van een oorlog te laten komen. En passant moest een mediaoffensief het publiek ervan overtuigen dat de AKP had gefaald bij het beschermen van de Turkse natie.
Verder diende volgens het Voorhamer document de spanning tussen de strijdkrachten en de regering opgevoerd te worden. Daartoe zouden in islamitische kledij geklede mannen en vrouwen molotov cocktails naar het luchtvaartmuseum in Istanbul gooien, gevolgd door soortgelijke acties op andere locaties.
Een ander document dat naar aanleiding van het Ergenekon onderzoek opdook had betrekking op “Operatie Kooi”. Daarin werden aanslagen op niet-islamitische inwoners van Turkije ter sprake gebracht. Zoals de moordaanslag op een katholieke priester in 2006 en die op drie protestante christenen een jaar daarna. Ook de moord op de Turks-Armeense journalist Hrant Dink werd genoemd. Dink streefde naar verzoening tussen Armenië en Turkije, maar wel op basis van een erkenning door Turkije van de Armeense genocide in 1915, een erg heet hangijzer daar.
Verder haalde Dink de woede van veel Turkse nationalisten op de hals door in zijn krant “Agos” te schrijven dat Sabiha Gökcen, een van de aangenomen dochters van Kemal Atatürk, de grondlegger van de Turkse Republiek, een Armeense achtergrond had. Dat laatste kwam hem in 2004 te staan op een aanklacht in verband met het beruchte artikel 301, dat het beledigen van de “Turkse identiteit” strafbaar stelt. Aanklager in het proces was de weerzinwekkende Kemal Kerincsiz, die thans eveneens achter de tralies zit op verdenking van betrokkenheid bij Ergenekon.
In 2006 sprak de rechter Dink vrij van het hem ten laste gelegde, maar het jaar daarop werd hij vermoord. Naar aanleiding daarvan werd een “lone assassin” gearresteerd, die later niet zo lone was als aanvankelijk werd voorgesteld. Want volgens getuigen waren bij de moord op Dink nog drie andere personen betrokken.
Verder leidde het onderzoek naar de eerder genoemde Kemal Kerincsiz en Veli Kücük omdat zij voorafgaand aan de moord telefoneerden met personen die later meer bleken te weten over de toedracht. Interessant is verder een door de broer van Hrant Dink afgelegde verklaring. Volgens werd zijn broer eerder bedreigd door Kücük. Overigens loopt het proces in verband met de moord op Dink nog steeds, dus is het niet uitgesloten dat er nog meer verbanden met Ergenekon op zullen duiken.

De ongelovigen
Tegenover de gelovigen staan de ongelovigen. Voor hen bestaat Ergenekon niet en is het een verzinsel van de AKP gericht op het monddood maken van de seculiere oppositie en het in diskrediet brengen van de Turkse strijdkrachten. Onder de ongelovigen bevinden bestaat vooral uit het deel van de samenleving dat de strijdkrachten in het land een warm hart toedraagt, omdat de militairen (onder aanvoering van Kemal Atatürk) aan de basis stonden van de Turkse republiek.
Hier heerst de overtuiging dat Turkije na WOI door de geallieerde landen was opgedeeld en tegenwoordig simpelweg niet meer had bestaan als de militairen daar geen stokje voor hadden gestoken. Dat maakt de militairen in hun ogen heilig en alles wat zij doen of gedaan hebben zaligmakend. Dat wil zeggen, inclusief de staatsgreep van 1980, de meest bloedige onder de machtsovernames in Turkije. Democratie is voor de ongelovigen een irrelevant gegeven, terwijl het voor de gelovigen juist voorop staat.
Het enthousiasme voor de strijdkrachten is in Turkije zeker niet per definitie een rechtse aangelegenheid. Integendeel, want de ooit door Atatürk himself opgerichte “Republikeinse Volkspartij (CHP)” mag dan de linkse partij in het parlement zijn, maar het is ook de grootste pleitbezorger van de Turkse strijdkrachten denkbaar (1). Voor kritiek op de macht van de strijdkrachten moet je in Turkije bij de rechtse AKP zijn. Vanuit een westers perspectief is dat even wennen.
In ieder geval kan niet ontkend worden dat de ongelovigen, zoals de CHP, over bepaalde argumenten beschikken. Vooral omdat aan de AKP gelieerde media personen met Ergenekon in verband hebben gebracht waarvan in de verste verten niet te verwachten valt dat zij betrokken zouden zijn bij een traject richting militaire machtsovername.
Een wel erg bont voorbeeld is dat van Professor Türkan Saylan. Zij leidde voorheen een organisatie voor kansarme meisjes. Niet het stereotype beeld van een coup planner, maar Saylan was tegelijk wel uiterst kritisch ten aanzien van de AKP. Mevrouw Saylan was ernstig ziek toen de politie een intimiderende inval in haar huis deed. Een aanklacht volgde nooit. Korte daarop kwam ze te overlijden. Haar begrafenis werd een nationale gebeurtenis waarbij duizenden tegen de AKP protesteerden door haar te eren.
Later wisten de Ergenekon aanklagers te melden dat ze verdacht werd omdat ze telefoneerde met Ergenekon verdachten. Maar daarmee toonden zij eigenlijk alleen maar aan dat deze vorm van bewijslast niet altijd 100 procent sluitend is. Zo is het ook heel goed mogelijk dat de Ergenekon kliek mevrouw Saylan als een inspiratiebron beschouwde zonder dat zij wist wat er gaande was.
Ook de kwestie rond Türkan Saylan neemt echter niet weg dat voor de gelovigen genoeg argumenten overblijven die het bestaan van Ergenekon aannemelijk maken. Zelfs de vermeende betrokkenheid bij Ergenekon van twee wel erg onverwachte personen verandert daar voor hen niets aan. Zoals de linkse publicist Ilhan Seljuk. Hij werd na de staatsgreep van 1971 door militairen onder aanvoering van Veli Kücük gemarteld. Daardoor is het wel erg curieus dat hij in staat van beschuldiging is gesteld voor het beramen van een staatsgreep waar Kücük nota bene als centrale figuur wordt genoemd. Maar goed, dat zagen de Turkse aanklagers kennelijk ook in, want onlangs werd Seljuk vrijgelaten.
Iemand anders die in dit verband genoemd moet worden is de eveneens linkse Dogu Perincek, de leider van de “Turkse Arbeiderspartij”. Na het Susurluk incident, behoorde hij tot de meest kritische journalisten over het onderwerp de verstrengeling van overheid en georganiseerde misdaad. Toch zit ook hij nu gevangen in verband met Ergenekon.
Dat ook Perincek tot de verdachten behoort, haalt de claim over Ergenekon van de AKP volgens de ongelovigen onderuit. Toch is dat een te snelle conclusie. Zo heeft Perincek een transformatie doorgemaakt. Maar nog belangrijker is het effect dat politieke verschillen in Turkije verschrompelen in het licht van het nationalisme. Dat komt tot uiting in “Kizilelma” (rode appel), een initiatief dat links en rechts nationalistische groepen bijeen brengt (2). Veli Kücük is de stuwende kracht van Kizilelma, dat de zoon van de “linkse” Perincek en de extreem rechtse Levent Temiz bijeenbracht.
Dat Dogu Perincek een nationalist is, staat in ieder geval buiten kijf. Zo werd hij als eerste in de geschiedenis veroordeeld voor het ontkennen van de Armeense genocide. Dat gebeurde in Zwitserland. En dat voor iemand die voorheen - ook in Nederland - als een betrouwbare linkse bron werd beschouwd. In de realiteit van Turkije is niets onmogelijk.

Noten:
1. Komt allemaal omdat Atatürk zijn voortrekkersrol in het leger met een soort socialistische denkbeelden combineerde. Het soort socialistische opvattingen dat ook Mussolini in Italië aanvankelijk had. Het is dan ook geen toeval dat Atatürk Italië als voorbeeld nam toen hij in de jaren twintig vorm gaf aan de Turkse Republiek. En evenals Mussolini ontplooide hij zich - niet tegenstaande zijn verdiensten wat betreft de modernisering van Turkije - als een rabiate antidemocraat.
2. De naam Kizelelma is gebaseerd op een gedicht van Ziya Gökalp. Deze dichter was een voorstander van een Groot Turkije, dat aansluiting zou vinden bij landen in centraal Azië waar de bevolkingen een vergelijkbare etnische achtergrond hebben als die in Turkije. Landen als Turkmenistan en Azerbeidzjan Opmerkelijk genoeg citeerde Recep Tayyap Erdogan voorafgaand aan zijn premierschap een gedicht van Gökalp. Over minaretten die in bajanotten transformeerden. Kwam hem toen op een gevangenisstraf van tien maanden te staan wegens het veroorzaken van religieuze haat.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van berichten uit de Turkse kranten Radikal, Taraf, Turkish Daily News en Zaman.

Dit bericht is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 435, 2 juli 2010

Gladio a la Turka

  • Hits: 775

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch