Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 362

gelijkhebberij

Diegenen die al geruime tijd Kleintje Muurkrant volgen weten hoe zuur en negatief wij vanaf begin 1995 hebben bericht over de totstandkoming van het subtropisch zwem- en schaatsparadijs in DenBosch-oost. Het is behoorlijk lullig om daar nu op terug te komen en te moeten constateren dat we in die toenmalige analyses helemaal gelijk hebben gekregen. Natuurlijk had de gemeente zelf een aantal sportzaaltjes moeten blijven runnen en bijvoorbeeld een zwembad waar tenminste het schoolzwemmen gegarandeerd zou zijn. Nu heeft de stad zich verbonden aan de handel en wandel van commerciële lieden die de boel tot op het bot uitbenen. Precies zoals in het verleden met "sportcentrum Maaspoort" is gegaan ontwikkelt zich nu voor onze ogen het financiële fiasco van het "Sportiom", zoals men het subtropisch schaats- en zwemparadijs is gaan noemen. Miljoenen euro's overheidsgeld zijn reeds in dit prestige-project verdwenen en er zullen er nog velen volgen, alle oorspronkelijke kritieken ten spijt. Zelfs het Brabants Dagblad moest recent erkennen dat de toenmalige critici en zeurpieten gelijk hebben gekregen en dat het einde van dit drama nog niet in zicht is. Wie de hele boel nog eens wil napluizen kan op de internetpagina's van 't Kleintje in het archief gaan zoeken naar de waarschuwende artikelen van een paar jaar geleden (Kleintje Muurkrant nummers 332, 325, 321, 288, 285 283 en een groot waarschuwend verhaal in nummer 281).
Datzelfde Brabants Dagblad had recent trouwens nog een interessant artikel waar ze helaas niet op verder zijn gegaan. In een stuk over de opvallende leegstand van vele winkels in de Hinthamerstraat in DenBosch analyseerde de krant wat er aan de hand zou kunnen zijn. De krant vermeldde zelfs een hele rij huisnummers van leegstaande winkels in die straat en legde een verband met de gestegen huren van de afgelopen periode. Maar waarom investeerde de Bossche monopoliekrant niet middels een bezoekje aan het kadaster en/of de Kamer van Koophandel? Dan had men achter die huisnummers de namen van de eigenaren kunnen schrijven. Dan had men de vinger op de stinkende wonde van speculatie en woekerhuren kunnen leggen. Nu kwam de krant niet verder als de constatering dat het allemaal een "toevallige samenloop van omstandigheden" zou zijn. Laat ons toch niet lachen, de lokale journalisten zijn te schijterig om man en paard te noemen. De huurprijzen in deze winkelstraat verschillen enorm en zijn de afgelopen jaren flink opgelopen. De winkels vlakbij de Bossche Markt zijn het duurst, ongeveer 1750 gulden per vierkante meter per jaar. Dat loopt dan op naar ongeveer 900 gulden zo rond de kruising met de Torenstraat en na de brug over de Dieze is het 300 gulden per vierkante meter per jaar. Wanneer je gaat kijken in deze straat wat bijvoorbeeld de gebroeders Groenewoud (en hun stromannen) aan onroerende goederen bezitten dan wordt duidelijk dat hier stevig gespeculeerd wordt -we komen hier in het Kleintje nog zeker op terug- je ziet namelijk precies dezelfde mechanismen in andere delen van de stad en ook in andere steden is ditzelfde aan de gang. Hierbij voorspellen wij (de noodzaak van) een gemeentelijke enquête naar Groenewoud's handel en wandel in 's-Hertogenbosch en omgeving.
Het is net als met die enorme bouwfraude die nu landelijk op uitbreken staat. De naam van Bossche bouwer Heijmans moet eerst in een document op televisie zichtbaar worden voordat het Brabants Dagblad die lokale bouwgigant hardop durft te noemen, dat zegt ook wel weer genoeg. En natuurlijk krijgt Heijmans vervolgens volop de kans in diezelfde krant te verklaren dat er bij hen niks aan de hand is. Iedereen in die sector heeft tonnen echte boter op de hoofden, is sinds jaar en dag volledig op de hoogte van de onderlinge prijsafspraken die bouwondernemingen maken voordat er een zogenaamde openbare aanbesteding plaatsvindt. In 1988 verscheen het boek "De ABP-affaire. De journalistieke jacht op fraudes in de bouwwereld" van de hand van de twee Volkskrant-journalisten Pierre Heijboer en Hans Horsten. Daarin beschreven zij ondermeer op welke manier allerlei hoge jongens van het ABP en de bouwwereld elkaar douceurtjes of liever douceurs toespeelden binnen een zo goed als gesloten circuit. Via slimme constructies werden de prijzen van honderden bouwprojecten aanzienlijk opgekrikt om de toch al rijkelijk gevulde beurzen van de betrokken heren extra te vullen. Dat de latere eigenaren of huurders van hun bouwsels en in het algemeen de belastingbetalers door deze louche praktijken de boot in werden geholpen, maakte op de betrokkenen net zoveel indruk als de voeten van een mier op gewapend beton. Het boek toonde verder aan dat een stel achtenswaardige topdogs uit het Haagse centrum van de macht eveneens betrokken moest zijn geweest bij het spekken van eigen, al dan niet geheime bankrekeningen. De beide journalisten stoelden hun verhaal niet alleen op de inhoud van officiële documenten maar ook op de aanwijzingen van een kleine batterij informanten, waarvan een tweetal interessant is voor de bouwfraude-actualiteit: "Joris van de Wereld" en "Struys" (beide codenamen). Struys: "Waarom denk je dat alle aandacht in de ABP-zaak wordt geconcentreerd op Masson (directeur beleggingen bij het ABP) en die andere ambtenaren van het ABP? Heijboer: "Om die zaak tot de ABP-ers te beperken?" Struys: "Natuurlijk. Ik weet dat het Openbaar Ministerie veel verder wilde gaan. Maar men mocht niet. Die opdracht is van heel hoog gekomen...". Gek hè, maar je denkt meteen aan toenmalig minister van Justitie Korthals Altes. Nu zit op datzelfde ministerie een verkorte uitgave van die man. Maar als de tekenen niet bedriegen zijn we anderhalf jaar geleden dezelfde weg ingeslagen als toen. Het parlement is geschokt, de ministers vinden het niet nodig om de fraudeurs voor de kadi te brengen, de "whistleblower" is op zijn minst van twijfelachtig allooi en in de verte lonkt een parlementaire enquête die de hele zaak in drijfzand zal parkeren. Je zou er moedeloos van worden als het niet zo geweldig grappig was.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 362, 23 november 2001