Van Pax Brittannica naar Pax Americana
In de tweede helft van de negentiende en begin twintigste eeuw braken Westeuropese koloniale machten elk lokaal verzet tegen hun gebiedsaanspraken, hun handels- en geostrategische belangen. Zij confronteerden delen van de wereld in Afrika, Azië en Oceanië met een opgelegde modernisering.
door Jan van den Baard
De westerse noties van wetenschap, economie, rechtspraak, eigendomsverhoudingen en scheiding van kerk en staat contrasteerden met de locale noties van de desbetreffende bevolkingen. Deze koloniale expansie, strijd om grondstoffen en (strategische) gebieden leidde tot toenemende spanningen binnen de toenmalige supermachten, de vorming van machtsblokken; uiteindelijk culminerend in de Eerste Wereldoorlog.
Inmiddels lijken we aan de vooravond van een nieuwe, eigentijdse variant van dit imperialisme te staan. Na de val van het communisme is het begrip "empire" zeker in het Verenigd Koninkrijk geleidelijk aan een herwaardering begonnen. De geschiedenis van het British Empire wordt in een meer positieve vorm herschreven, een zoveelste tv serie over de opkomst en ondergang ervan staat in de steigers. En in het Amerika van Bush de Jongere is nieuw imperialisme al lang geen scheldwoord meer, integendeel het wordt beschouwd als een soort beschavingsoffensief om democratie, verlichting, veiligheid, onderwijs en gezondheidszorg te verspreiden. Nou ja, de Amerikaanse opvattingen hieromtrent dan: turbokapitalisme.
"De nieuwe uitdaging voor de postmoderne wereld is te wennen aan dubbele moraal en dubbele standaarden. Binnen die postmoderne wereld, gebaseerd op de rechtsstaat en op open coöperatieve veiligheid, kunnen alle actoren samenleven. Maar als men te maken krijgt met ouderwetse staten buiten het postmoderne Europa, is het noodzakelijk om terug te grijpen op de ruige methoden van vroeger: macht, preventieve aanvallen, bedrog. Kortom alles wat noodzakelijk is om te gaan met hen die nog steeds in een 19e eeuwse wereld leven. Binnen de moderne wereld houden alle actoren zich aan de rechtsstaat, maar als we onze actieradius verleggen naar de jungle, dan moeten we ook de wet van de jungle gebruiken. De lange periode van vrede in Europa heeft tot gevolg gehad dat er hier een gevaarlijke verleiding is ontstaan om onze psychologische en fysieke veiligheid te veronachtzamen. In gebieden van die premoderne wereld is chaos de norm en oorlog een manier van leven. Dit is een wereld van mislukte staten, die elke legitimiteit voor het gebruik van geweld, of het monopolie over geweld zijn verloren. Voor zover er al sprake is van een regering, dan functioneert die op een manier waarop de georganiseerde criminaliteit werkt." (1)
Nee, het bovenstaande zijn geen opvattingen van een nieuwrechtse Amerikaanse denktank, maar van Cooper, een Engels diplomaat en adviseur van de Labour regering. De publicatie van dit gedachtegoed werd in de Nederlandse pers nauwelijks opgemerkt. Een Britse variant van neoconservatief Amerikaanse opvattingen vertolkt door een adviseur van New Labour, daaraan mag wel aandacht worden besteed. Een nieuwe 'morele beschavingsmissie' van Europa (lees: Engeland) en de VS (beter gezegd: van de Angelsaksische wereld). Het Cooperiaans denken biedt een morele, humanitaire basis voor de Blair doctrine van militaire interventies (zoals bij voorbeeld in Sierra Leone). En wat de VS betreft: de woorden van de 19e eeuwse politicus Chamberlain "you cannot destroy the practices of barbarism, of slavery, of superstition ... without the use of force" wijken niet zoveel af van Bush "we're working to free the Iraqi people".
Zowel in de VS als in het Verenigd Koninkrijk bepleiten, na 11 september 2001, invloedrijke denktanks, academici en regeringsadviseurs ingrijpende veranderingen in de buitenlandse politiek. Met name binnen de behoudende denktanks in de VS hadden al ver voor 11 september neoconservatieve (overigens vaak vroegere liberalen) imperialistisch denkende intellectuelen reeds veel invloed verworven. De effecten hiervan op het militair-strategisch denken van de VS bleef niet uit. Hun geluid wordt systematisch verspreid, met name door de door Black, Hearst, Murdoch of Moon (ja, die van de sekte) gecontroleerde massamedia. Een van die neo conservatieve love-baby's is het "Project for a New American Century" (www.newamericancentury.org), dat al vanaf het eind van de jaren 90 schreeuwt om een inval in Irak (zie de publicatie: "Rebuilding America's Defences: Strategisch, Forces and Resources for a New Century" van september 2000).
Maar bij dit alles wordt maar al te gemakkelijk vergeten dat de wissels in de richting van deze nieuwe unilaterale op dominantie gebaseerde Amerikaanse buitenlandse politiek en de daarbij behorende militair strategische keuzen reeds eerder waren gelegd. Toen hij nog minister van defensie onder Bush de Oudere was heeft Dick Cheney in de nota "Defence Strategy for the '90s" een nieuwe doctrine voor de Amerikaanse nationale veiligheid ontwikkeld. Kort gezegd moet Amerika zijn overweldigende militaire macht benutten om de wereld te domineren, (niet alleen zijn vijanden, maar ook zijn vrienden) en ervoor zorgen dat er geen nieuwe rivaliserende supermacht kan ontstaan. In een redevoering op 2 augustus 1990 maakte Bush de Oudere de rationale voor dit nieuwe gedachtegoed bekend. In de Defence Planning Guidance van 1992 wordt gesteld dat primair staat: te voorkomen dat er een nieuwe supermacht als rivaal voor de VS kan ontstaan. Na de verkiezing van Bush de Jongere wordt hierop voortgeborduurd, "The National Security Strategy of the United States of America" vorig jaar uitgegeven door het Amerikaanse Ministerie van Defensie is de (voorlopig?) finale versie.
Dus (neo)conservatief of neoLabour, de Amerikaans-Britse wissels worden uitgezet in de richting van:
- proactief handelen: preventieve acties, in plaats van vergeldingsacties achteraf;
- de vijand of potentiële vijand geen routinematige respons meer geven (een totaal andere benadering dan tijdens de Koude Oorlog);
- ervan uitgaan dat vijanden vandaag de dag zowel internationale (terroristische of criminele) netwerken als staten kunnen zijn en als het staten zijn dan naar alle waarschijnlijkheid geen natie-staten;
- ervan uitgaan dat multi-nationale instituties, zoals de VN, gebaseerd op relaties tussen staten, verleden tijd zijn;
- ervan uitgaan dat oorlog de normale in plaats van de buitengewone gang van zaken binnen internationale relaties is.
Nu is het nogal naïef om te stellen dat er een fundamentele waterscheiding bestaat tussen de Europese staten en de Verenigde Staten, zoals Robert Kagan stelt in zijn geruchtmakend essay "Paradise and Power: America and Europe in the New World Order." Helder is dat er politiek verschil van inzicht bestaat tussen enerzijds België, Duitsland, Frankrijk en anderzijds Italië, Nederland, Spanje, Portugal, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en de voormalige Communistische staten in Oost en Centraal Europa. De eerste drie keuren de Amerikaans-Britse inval en de zich ontwikkelende nieuwe Amerikaans-Britse buitenlandse politiek af. De overige staten stellen zich op achter de inval en impliciet achter de nieuwe machtspolitiek. (2)
Maar, zowel voor- als tegenstanders van Kaplan's opvattingen zijn ondertussen wel vergeten dat het (op termijn) vestigen van een Europese Unie een directe bedreiging vormt voor de hegemonie van de VS. Het lijkt niet erg waarschijnlijk dat deze laatste zich afwachtend zal opstellen, maar zeker gebruik zal maken van haar op anti-communisme gebaseerde goede relaties met de nieuwe aanstaande lidstaten in Oost en Midden Europa. Dezelfde neoconservatieve denkers die de Amerikaanse defensiepolitiek beïnvloedden spreken nu over de Anglosphere; dat deel van de Engelssprekende wereld dat zich achter het Amerikaans leiderschap inzake Irak opstelde. De toekomst van Engeland ligt daar volgens hen en niet in de Europese Unie. Onder Engelse conservatieve ideologen wordt hardop gesproken over een splitsing binnen de EU, waarbij de oude Europese Vrijhandelszone weer opnieuw zou moeten worden opgericht; want is hun redenering alle voordelen van de EU zijn nu ook via andere internationale verdragen geregeld, GATT en WTO afspraken enz. Dus waarom betalen voor een eindeloze put in Brussel (landbouwkosten, visserijafspraken, enz. enz.) als je de voordelen al gratis in huis hebt en de nadelen niet wenst. En dat zoiets de belangen van de VS niet schaadt is een extraatje.
Maar hoe al deze debatten zullen aflopen, in elk geval lijkt een (voorlopig) einde gekomen aan de manier waarop sinds de Tweede Wereldoorlog internationale relaties worden vormgegeven. De westeuropese traditie van diplomatieke relaties, verdragen, en gedragsregels voor oorlog en vrede; met vaste procedures, juridische raamwerken en verdragen tussen soevereine staten, al dan niet in het kader van de Verenigde Naties, staat op een zijspoor.
Maar één oorlog is al langer in het geniep gaande; de interne oorlog, the war for hearts and minds, gericht op de eigen bevolking. Journalistieke onafhankelijkheid is binnen de Amerikaanse massamedia al langer ingeleverd, er worden op de belangrijkste tv kanalen geen kritische vragen meer gesteld aan politici en andere beleidsmakers of beleidsvoorbereiders (waartoe ook journalisten behoren); ook niet voordat de invasie van Irak begonnen was. Een aardig voorbeeld van deze bias in berichtgeving was wel de manier waarop door de Amerikaanse media is omgegaan met de uitspraken van de voormalige wapeninspecteur Scott Ritter. Die werd neergesabeld met: "Hij moet zijn amerikaanse pas maar inruilen voor een irakeese", en uiteraard overladen met verwijten in de richting van: niet loyaal, apologeet van Saddam Hussein, en nog meer van dat moois. Uiteraard werd daarmee niet ingegaan op de inhoud van het verhaal van Ritter.
In het Verenigd Koninkrijk begon de traditionele aanval op de 'onafhankelijkheid' van de BBC opnieuw, uiteraard aangevoerd door de kranten die behoren tot de media empires van Murdoch en Black. De belangrijkste kritiek was dat de BBC niet voldoende achter 'onze jongens' zou staan en Irakeese propaganda zou verspreiden, waaronder de beelden van burgerslachtoffers. De 'gelijkschakeling', zoals dat in het Nationaal Socialistische Duitsland genoemd zou zijn, van de belangrijkste massamedia in de Angelsaksische wereld is zo goed als bereikt, een niet onbelangrijke voorwaarde om de eigen bevolking permanent te beïnvloeden. Kritisch en rationeel denken zal niet hoog op hun beleidsagenda staan, kijkcijfers en omzet wel. Door de grote omvang van de emotio-tv is het grondwerk gelegd voor emotiegeoriënteerd en emotiegestuurde berichtgeving. Niet alleen in tijden van een nieuw en virulent imperialisme, politieke controverses en interne etnisch of religieuze spanningen een permanente bedreiging voor kritisch en rationeel denkende mensen.
1. R. Cooper, "Why we still need empires", in The Observer 7 april 2002
2. De vraag is in hoeverre verschillen van inzicht wat de toekomstige Atlantische buitenlandse politiek betreft een rol gespeeld hebben in het doodlopen van de coalitiebesprekingen tussen CDA en PvdA. Met het CDA als Atlantisch georiënteerde partij en de PvdA meer gericht op Duitsland en Frankrijk.
3. Interview in Trouw van 8 mei 2003
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 379, 16 mei 2003