Het vraagstuk van de lichtgelovigheid
De best geslaagde 1-aprilgrap van het jaar 2000 is wel de bekendmaking van het eindrapport van de 'Commissie Antroposofie en het vraagstuk van de rassen'. Blijkbaar heeft niemand begrepen dat alle berichten hierover moeten worden gezien in het licht van de traditie om de lichtgelovigheid van mensen aan de kaak te stellen. In vroeger tijden stuurde men de niet al te snuggere loopjongen om 'ooievaarskuitenvet' of 'tisserniet', minder lang geleden hadden kinderen de gewoonte om tegen mensen met gespschoenen te roepen 'je veter zit los!' en tegenwoordig zijn het de media die proberen de lezers en kijkers iets onwaarschijnlijks op de mouw te spelden. Of dergelijke fopperij nu echt leuk is, valt te betwisten, maar dat het gebeurt, is een feit. Het is in ieder geval een goede oefening in kritisch lezen.
door Agnes Thomassen
Zelfs antroposofen, die anders toch beschikken over een bovengemiddelde gevoeligheid voor folkloristische gebruiken en onuitgesproken betekenissen, schijnen niet te hebben beseft dat ze in het ootje werden genomen. Het bestuur van de Antroposofische Vereniging in Nederland zag zich genoodzaakt een reactie op schrift te stellen en een algemene ledenvergadering over de kwestie uit te roepen. Mogelijk bracht de vermelding 'Zeist/Driebergen' aan het begin van de samenvatting van het eindrapport van de Commissie 'Antroposofie en het vraagstuk van de rassen' hen in een zo serieuze gemoedstoestand dat de datum '1 april' niet langer als signaal kon functioneren, al werd die uit voorzorg tweemaal vermeld. Nu ja, iedereen ziet wel eens iets over het hoofd - of zou de grap door het bestuur zelf zijn bedacht en krijgen de er-in-getuinde leden op 13 mei te horen: 'Kijk nog eens goed naar de datum...'?
Om te voorkomen dat misleide antroposofen op de ledenvergadering van 13 mei en masse hun bestuur te lijf gaan uit woede over deze misselijke manier om hen hun al te goede vertrouwen in te peperen, zal ik een aantal punten uit het persbericht over het eindrapport, de samenvatting van het rapport en de bestuursreactie aanstippen die er op wijzen dat we hier te maken hebben met een mystificatie.
Het wekt wellicht verbazing dat ik naar de samenvatting verwijs en niet naar het eindrapport zelf. Maar het daadwerkelijk lezen daarvan wordt danig ontmoedigd, wat overigens wel begrijpelijk is. Om te beginnen wordt tot vervelens toe verkondigd dat het rapport héél, héél dik is, zevenhonderdtwintig pagina's maar liefst, vervolgens geeft men subtiele hints dat het rapport eigenlijk alleen bedoeld is voor mensen die het willen gebruiken in het kader van een wetenschappelijke studie, en daarnaast moet er een somma geld voor worden neergeteld die de meeste mensen zal afschrikken (80 gulden voor leden die persoonlijk bij het secretariaat van de Antroposofische Vereniging langs gaan, maar voor niet-leden die het over de post willen ontvangen