Discussie Zegers-Edel deel IV
Bilderberg, Kennedy en nogmaals De Fabel
Peter Zegers doet het voorkomen alsof ik er een bijzonder genoegen in schep om naar dubieuze bronnen als het aan Lyndon LaRouche verbonden tijdschrift 'Executive Intelligence Review' (EIR), te verwijzen. Dat ik dit hoogst zelden doe, geeft aan dat het allemaal anders ligt dan hij wil doen geloven.
door Peter Edel
Waar het op neerkomt is dat ik soms min of meer genoodzaakt ben naar 'verdachte' bronnen te grijpen, omdat over sommige onderwerpen nauwelijks iets terug te vinden is in bronnen die binnen links als betrouwbaar te boek staan. Dat komt vooral door kringen die voor anderen menen te kunnen bepalen welke onderwerpen wel en niet tot het linkse denken toegelaten mogen worden. Zionisme en Israël zijn niet de enige thema's die langs deze weg taboe zijn geraakt binnen links. Een ander voorbeeld is Bilderberg. In de jaren zeventig was het nog goed mogelijk om deze geheimzinnige bijeenkomsten, van politieke, militaire en economische hoogwaardigheidsbekleders, in een linkse context te bekritiseren. Maar geestverwanten van Peter Zegers hebben daar een einde aan gemaakt. Daartoe zijn zij vooral gekomen omdat Bilderberg door extreem rechtse samenzweringstheoretici wordt geïnterpreteerd als een onderdeel van de door hen veronderstelde 'geheime wereldregering'.
Aldus raakte Bilderberg getransformeerd van een links thema tot een specifiek argument van extreem rechts. Dat er aan Bilderberg zelf tal van uiterst rechtse aspecten zijn verbonden wordt daarbij doorgaans over het hoofd gezien. Zoals het feit dat Bilderberg ontstond op initiatief van ultrarechtse figuren uit het anticommunistische netwerk dat direct na de Tweede Wereldoorlog ontstond. Zoals de voormalige SS-er Prins Bernhard en de aartsconservatieve katholiek Joseph Retinger. Ook dat kan echter niet verhinderen dat het tegenwoordig moeilijk is om het woord Bilderberg te schrijven zonder direct in verband gebracht te worden met extreem rechts, ja zelfs met antisemitisme. Je moet dan ook niet gaan proberen om aan de hand van reguliere bronnen te achterhalen wie er op de jaarlijkse Bilderberg-bijeenkomst aanwezig zijn geweest. Daarvoor moet men toch echt bij 'Spotlight' zijn (1). Helaas, moet ik zeggen, want het is frustrerend dat er naast dit extreem rechtse tijdschrift in de VS zo weinig serieuze aandacht wordt besteed aan de uitermate invloedrijke Bilderberg-bijeenkomsten.
Kennedy
Ongeveer hetzelfde kan geschreven worden over de moord op John F. Kennedy. Zegers schrijft dat ik in dit verband veel heb gelezen, maar noemt alleen "Final Judgement, the Missing Link in the JFK Assassination Conspiracy" van de 'Spotlight'-journalist Michael Collins Piper. Dat doet Zegers niet zomaar, want hiermee wil hij aangeven dat theorieën over de moord op Kennedy volgens hem eveneens tot extreem rechts behoren. Wat hij waarschijnlijk niet weet is dat de eerste scepsis over de toedracht van de moord, zoals die door de Warren commissie werd opgesteld, ooit in een aantal linkse kranten in de VS verscheen. Maar omdat ook extreem rechts zich vervolgens in de moord op JFK begon te verdiepen, werd de hele kwestie vervolgens -evenals Bilderberg- tot een linksvijandig onderwerp verklaard.
Voor mij staat echter zonder meer vast dat de verschillende onderzoeken naar aanleiding van de moord op Kennedy tal van verbanden tussen inlichtingendiensten, georganiseerde misdaad én extreem rechts aan het licht hebben gebracht, die anders gewoon verborgen waren gebleven. Dat laatste staat los van de vraag wie Kennedy nu precies heeft vermoord, want het lijkt me niet dat daar bijna veertig jaar na dato ooit nog duidelijkheid over zal ontstaan. De erfgenamen van de structuren die in dit verband ontmaskerd werden, zijn echter ook vandaag de dag nog actief. Het is vooral om die reden dat ik mij in de moord op JFK heb verdiept.
Zegers baseert zijn oordeel over mijn interesse in de Kennedy-moord op het artikel "Criminal Boogie Woogie", dat uitsluitend op mijn eigen website te vinden is. Dit handelt in de eerste plaats over de achtergronden van de Amerikaanse miljonair S.I. Newhouse, die een aantal jaar geleden onder dubieuze omstandigheden een schilderij van Mondriaan aan de Nederlandse regering verkocht. Zegers komt hier tot volstrekt foutieve gevolgtrekkingen. Zo is de connectie die ik hier noemde, tussen Newhouse en de uiterst rechtse Roy Cohn (een voormalig lid van de McCarthy commissie en een vijand van Kennedy), zeker niet gebaseerd op een LaRouche publicatie, of op het eerder genoemde "Final Judgement", zoals Zegers suggereert. In plaats daarvan ben ik de connectie tussen Newhouse en Cohn tegengekomen in "Deep Politics and the Death of JFK" van Peter Dale Scott, een schrijver die mede gezien zijn publicaties in het Brits linkse tijdschrift 'Lobster' onmogelijk met extreem rechts of antisemitisme in verband gebracht kan worden. Overigens heb ik, in tegenstelling tot wat Zegers beweert, tal van bronnen in het artikel "Criminal Boogie Woogie" genoemd. Daaronder bevindt zich tevens het clubblad van de Anti Defamation League of B'nai B'rith: ADL on the Frontline. Inderdaad -moet ik toegeven- een uiterst rechtse bron.
Michael Collins Piper
Waar ik niet omheen wil draaien, is dat ik "Final Judgement, the Missing Link in the JFK Assassination Conspiracy" van Michael Collins Piper een erg interessant boek vind. Daar doen zijn werkzaamheden voor het uiterst rechtse en antisemitische tijdschrift 'Spotlight' niets aan af. Ik zal zeker niet ontkennen vanuit wat voor optiek Piper zijn theorie heeft opgebouwd en als geheel ben ik het dan ook niet met hem eens. Zeker: er bestonden voor de Mossad redenen om tegen Kennedy te zijn, zoals Piper schrijft. Maar of deze Israëlische inlichtingendienst actief bij de moord op Kennedy betrokken was, kan hij niet bij benadering bewijzen. Hetzelfde geldt echter voor al die andere theorieën over gezelschappen met redenen om Kennedy te vermoorden, zoals de georganiseerde misdaad en/of de Amerikaanse inlichtingendiensten. Ook daar zijn definitieve bewijzen een uiterst schaars goed (2).
Dat Piper bij zijn fascinatie met de moord op JFK vooral in joods/Israëlische richting kijkt, geeft duidelijk aan vanuit welke achtergrond hij opereert. Toch heeft hij op details zeker interessante zaken te melden. Dat is dan ook precies waar de waarde van dit boek zich voor mij bevindt. Zo'n Piper weet heus wel dat hij niets bereikt door botte leugens te verkondigen. Evenals bij veel andere extreem rechtse publicaties, gaat het bij Piper dan ook meer om de interpretatie van feiten, dan om die feiten zelf. Dat blijkt wel uit de bronnen die hij noemt om zijn these te onderbouwen. Die zijn namelijk op geen enkele manier met antisemitisme in verband te brengen. Zoals Seymour Hersch ("The Samson Option"), Jim Hougan ("The Secret Agenda") en Andrew en Leslie Cockburn ("Dangerous Liaison"). Zegers schrijft dat "Final Judgement" verboden is in Engeland en Duitsland. Ik heb daarover niets gevonden en hij noemt in dit verband geen bron, maar indien Zegers gelijk heeft, lijkt het me onwaarschijnlijk dat Piper's boek op basis van de gebruikte bronnen illegaal is verklaard.
Verder wil ik hier niet onvermeld laten dat er positief is gereageerd op de theorie van Piper, door de Israëlische samenzweringstheoreticus en ultrazionist Barry Chamish, over wie ik al eens eerder in het Kleintje schreef (3). Ik vind het opvallend dat Zegers deze bonte figuur nergens ter sprake brengt. Waarschijnlijk wordt het dan allemaal te ingewikkeld voor hem, want voor alles wil hij de zaken overzichtelijk houden. Met Chamish, die zijn steunbetuiging aan het zionisme combineert met enthousiasme voor Jörg Haider, wordt dat echter wat moeilijk.
Zegers hecht er zwaar aan om politieke uitersten netjes van elkaar gescheiden te houden. In dat kader moet zijn kruistocht tegen het sporadisch gebruik van rechtse bronnen in mijn artikelen dan ook begrepen worden. De grens tussen linkse en rechtse thema's dient niet te vervagen, vindt hij. Voor dat laatste is veel te zeggen, ware het niet dat Zegers door zijn ongenuanceerde redenatie telkens tot verkeerde, of zwaar overtrokken, conclusies komt. Een thema kan voor hem alleen links zijn wanneer het haaks staat op rechtse ideeën, terwijl alles wat niet aan dat criterium beantwoordt voor hem al gauw tot het domein van extreem rechts vervalt. Zegers zal het niet eenvoudig hebben, want het tijdperk waarin we leven wordt nu juist gekenmerkt door een ogenschijnlijke vertroebeling van de ooit zo duidelijke grenzen tussen politieke uitersten. Een aantal decennia geleden zou dit nog ondenkbaar zijn geweest, maar tegenwoordig komen extreem links en extreem rechts steeds vaker over als de uiterste interpretaties van een kritiek die in dezelfde richting wijst. Daarmee wil ik zeker niet beweren dat er geen verschillen meer zouden bestaan tussen extreem links en extreem rechts. Integendeel, want ik ben ervan overtuigd dat er over talloze onderwerpen nog altijd radicaal verschillend gedacht wordt aan beide kanten van het politieke spectrum. Bovendien blijven de principes achter extreem links en extreem rechts natuurlijk fundamenteel van elkaar verschillen. Een nieuw element is echter dat er momenteel tevens een nogal zwaarwegend raakvlak beschreven kan worden. Zegers zal daar niets van willen horen, maar de praktijk spreekt hem tegen.
Nogmaals De Fabel
Neem bijvoorbeeld een thema als globalisering. Als dat niets anders blijkt te zijn dan linkse terminologie voor wat binnen extreem rechts een onderdeel van de 'nieuwe wereldorde' heet, ontstaat er kortsluiting in Zegers' brein. En niet alleen bij hem. Dat ook bij 'De Fabel van de Illegaal' de stoppen zijn doorgeslagen, blijkt uit de daar genomen beslissing om uit de discussie over globalisering te stappen, omdat hiermee "een platform voor extreem rechts" zou zijn ontstaan. In plaats daarvan dient links zich volgens De Fabel te richten op linkse thema's die wel door dit tijdschrift zijn goedgekeurd. Zoals anti-racisme en anti-patriarchalisme. Op zich allemaal belangrijke thema's, die echter niet meer dan zijdelings te maken hebben met wat volgens mij een der belangrijkste linkse uitgangspunten dient te zijn: bestrijding van de armoede in de Derde Wereld. Ik zou niet weten hoe dat laatste mogelijk is zonder een kritische analyse van de kapitalistische structuren op aarde.
Daarom blijven er voor mij erg linkse redenen bestaan om kritisch ten aanzien van economische globalisering te staan. Dat rechts daar eveneens bezwaren tegen heeft, doet daar op zich niets aan af. Al is het alleen maar omdat rechts een totaal andere agenda binnen de anti-globaliseringscampagne kent dan links. Want waar het links vooral gaat om de negatieve gevolgen die globalisering heeft op de onderste lagen van de bevolking in de Derde Wereld, spelen bij rechts met name nationalistische overwegingen een rol. Dat er ondanks deze totaal uiteenlopende beweegredenen toch punten van overeenkomst zijn tussen rechts en links, komt omdat het protest zich in beide gevallen tegen organisaties richt als de Wereldbank, het IMF en de WTO.
De Fabel vermeldt op haar website verschillende argumenten die aan het besluit om uit de discussie over globalisering te stappen, ten grondslag liggen. Eén van die redenen is dat de achterliggende kritiek op het internationaal kapitalisme "potentieel antisemitisch" zou zijn. Ik vraag me af hoe De Fabel aan deze wijsheid is gekomen, want de campagne tegen globalisering heeft in de praktijk niets met antisemitisme te maken. Voorbeelden van potentieel antisemitisme binnen anti-globaliseringsbewegingen worden door De Fabel dan ook niet genoemd. Het blijft allemaal theorie, gebaseerd op de argumenten die antisemieten in vroeger tijden hebben gebruikt tegen het "internationale joodse grootkapitaal". Dat het antisemitisme zich ooit in die richting heeft ontwikkeld (en wellicht gebeurt dat in neonazikringen nog steeds) zal ik niet bestrijden, maar De Fabel neemt zoals gebruikelijk weer eens veel te grote stappen.
Dat uit zich onder andere in de gekunstelde formuleringen van De Fabel, waarmee dit tijdschrift nu en dan de indruk wekt het beoogde doel voorbij te zijn geschoten. Zo zou het me niet verbazen wanneer de bewering, over het potentieel antisemitisme achter de veroordeling van het internationale kapitalisme, door naïeve of kwaadwillende buitenstaanders omgekeerd wordt geïnterpreteerd. Dat wil zeggen: als bevestiging van de antisemitische misvatting dat kapitalisme en joden synoniem aan elkaar zijn.
Ik ben ervan overtuigd dat een dergelijke indruk niet de bedoeling is van De Fabel, maar dat krijg je ervan als je zelf zaken gaat omkeren, waar dat eigenlijk niet kan. Want het gegeven dat het 'joodse grootkapitaal' ooit een antisemitisch argument was, wordt hier ijskoud tot de onmogelijke conclusie omgebogen dat uitspraken tegen het internationale kapitalisme uit de aard van de zaak antisemitisch zijn. De Fabel wil niet inzien dat talloze linkse publicisten zich in het verleden, volledig los van wat voor antisemitisme dan ook, uiterst kritisch hebben opgesteld tegen de verschillende geledingen van het internationale kapitalisme. En terecht, want op de kwalijke rol van multinationals en de internationale bankwereld, ten aanzien van de situatie in de derde wereld, kan volgens mij niet genoeg gewezen worden.
De Fabel wil hier allemaal niets van weten en karakteriseert een kritische analyse van het internationale kapitalisme als "kort-door-de-bocht-anti-kapitalisme". Dat er een internationale kapitalistische elite bestaat, die bewezen heeft tot de meest duistere machinaties in staat te zijn, is volgens De Fabel niet meer dan een samenzweringstheorie. Je hoeft echter geen samenzweringstheoreticus te zijn om in te zien dat er in verleden (en heden) heel wat is samengezworen, door bijvoorbeeld multinationals en inlichtingendiensten. Deze opstelling van De Fabel impliceert het een en ander. Zo wil dit Leidse tijdschrift niets weten over instanties waarin het internationale grootkapitaal zich heeft verzameld, zoals de eerder in dit artikel genoemde Bilderberg-conferenties. Ondanks het feit dat deze bijeenkomsten met veel geheimzinnigheid zijn omgeven, doet de lijst van bezoekers vermoeden dat zich hier de schimmige machten bevinden achter de globalisering van de wereldeconomie. Zo is de directeur van de Wereldbank, James Wolfensohn, een regelmatige aanwezige bij Bilderberg.
Eric Krebbers en zijn medestanders behoren tot de reeds eerder genoemde kringen, voor wie het noemen van het woord Bilderberg al voldoende is om een publicist tot antisemiet te bestempelen. Op soortgelijke wijze reageert men bij De Fabel op andere thema's die aan internationaal kapitalisme zijn verbonden, zoals de oliemaatschappijen, de bankwereld en andere multinationals. Ook de praktijken die daar aan toegeschreven kunnen worden, zijn volgens De Fabel zaken voor samenzweringsdenkers, waar links zich niet mee mag bemoeien (4).
Goldsmith en LaRouche
Een ander argument dat ten grondslag lag aan de beslissing van De Fabel om zich uit de discussie over globalisering terug te trekken, ontstond toen dit Leidse tijdschrift vernam dat de Britse zakenman Edward Goldsmith zijn nadrukkelijke opstelling tegen globalisering combineert met extreem rechtse opvattingen. Vanaf dat moment werd de discussie rond globalisering definitief tot een voor links verboden gebied verklaard door De Fabel. Ik zal de laatste zijn om de aantijgingen van De Fabel ten aanzien van Goldsmith tegen te spreken. Evenmin vind ik het voor groeperingen binnen de campagne tegen globalisering erg verstandig om zich uit deze richting te laten financieren. Maar om het principe van verzet tegen globalisering in zijn geheel verdacht te maken op een dergelijke basis, is wederom erg kort door de bocht. Want ik ben ervan overtuigd dat er binnen kringen van anti-globaliseringsactivisten meningen leven die niets van doen hebben met de opvattingen van Goldsmith. Een ander punt is dat de extreem rechtse opvattingen van Goldsmith zeker niet het potentiële antisemitisme illustreren, waar De Fabel de anti-globaliseringscampagne mee in verband brengt. Het tijdschrift uit Leiden legt in ieder geval geen verbanden tussen Goldsmith en antisemitisme.
Goldsmith kwam mij eerlijk gezegd bekend voor. Kritiek op diens rol binnen de anti-globaliseringscampagne ben ik eerder tegengekomen, in het aan de Amerikaanse politicus Lyndon LaRouche verbonden tijdschrift 'Executive Intelligence Review'. Evenals De Fabel, staat EIR zwaar wantrouwend ten aanzien van Goldsmith. Dat blijkt onder andere uit het artikel "Teddy Goldsmith's Jacobin Terrorists Re-emerge from the Trees", van de in deze kolommen al vaker genoemde EIR-journalist Scott Thompson (5). Laatstgenoemde deelt de mening van De Fabel dat Goldsmith een kwade genius is binnen de anti-globaliseringscampagne. Goldsmith wordt door EIR zelfs een fascist genoemd; wat wil De Fabel nog meer.
Ongetwijfeld zullen Krebbers en zijn medestanders hier roepen dat zij geheel andere argumenten tegen Goldsmith en anti-globalisering huldigen dan EIR. Dat zal beslist zo zijn. Maar binnen de linkse kritiek tegen globalisering leven ook opvattingen die zich op mijlen afstand van Edward Goldsmith bevinden. En toch was Goldsmith voor De Fabel voldoende reden om uit de discussie over globalisering te stappen en deze als extreem rechts verdacht te maken. Kortom: als we het onderscheid hanteren zoals De Fabel dat zelf doet, staat dit tijdschrift wat betreft de discussie over Goldsmith en anti-globalisering, zonder meer aan de kant van het uiterst rechtse EIR. Wanneer we de zaken nog eens op een rij zetten zien we dat De Fabel van verdere deelname aan de discussie rond globalisering heeft afgezien, omdat daar extreem rechtse elementen in voorkomen. Nu De Fabel echter in het kamp van tegenstanders van Goldsmith en anti-globalisering terecht is gekomen, moet geconstateerd worden dat men zich, ondanks alle goede bedoelingen en waarschijnlijk zonder het zelf te weten, eens te meer in de buurt van extreem rechts heeft begeven. Kennelijk heeft De Fabel er nooit bij stil gestaan dat extreem rechts aan beide kanten van de discussie rond globalisering is vertegenwoordigd. In een reactie op het artikel van Kees Stad dat onlangs in Ravage verscheen, schreef de redactie van De Fabel: "bij ons gaan er bellen rinkelen op het moment dat zakenlieden en de paus onze visies zouden gaan delen" (6). Naar aanleiding van deze passage zal het me benieuwen wat voor bellen er bij De Fabel gaan rinkelen als daar het besef begint te groeien dat men, wat betreft de discussie rond Goldsmith en anti-globalisering, in de buurt is gekomen van de samenzweringstheoreticus LaRouche. Het meest frappante bij dit alles is natuurlijk dat zelfs de meest minimale verwijzing naar LaRouche-opvattingen normaal gesproken al voldoende is voor De Fabel om een publicist van antisemitisme te beschuldigen; ik kan daar zelf over meepraten. Blijft dan ook de vraag hoe er in Leiden gereageerd zou zijn als ik een artikel over Goldsmith en anti-globalisering had geschreven, dat had aangesloten bij de opvattingen van De Fabel, maar dat voor een belangrijk deel gebaseerd was geweest op een artikel uit EIR. Het is jammer dat Eric Krebbers niet met mij wenst te communiceren, want nu zal ik waarschijnlijk nooit weten of ik om deze reden eveneens door hem als antisemiet was neergefabeld.
Finkelstein
Verder zal ik hier niet stilstaan bij het thema (anti)-globalisering en het standpunt van De Fabel hieromtrent. Dat heeft de eerdergenoemde Kees Stad onlangs overtuigend genoeg gedaan in Ravage. Bovendien is de discussie rond (anti)-globalisering niet echt mijn onderwerp, waardoor het me niet verstandig lijkt op dit punt al te inhoudelijk te reageren. Wat ik echter vooral met deze uitweiding over (anti)-globalisering duidelijk heb willen maken, is dat er moeilijke tijden zijn aangebroken voor de dogmatici van De Fabel, nu de grenzen tussen politieke uitersten in sommige opzichten onduidelijk beginnen te worden. Dat laatste is voor mij als publicist een belangrijk gegeven, aangezien het onder dergelijke omstandigheden voor de hand ligt dat journalisten en historici vaker zullen kijken wat extreem rechtse bronnen te melden hebben. Dat laatste is precies wat ik in de laatste jaren een aantal keren heb gedaan; ik zal het niet ontkennen. Maar ik bevind me in goed gezelschap. Kijk maar eens hoe historici, als Norman Finkelstein, Arno Mayer en Raul Hilberg denken over het raadplegen van extreem rechtse bronnen; in dit geval van holocaustontkenners: "Both Arno Mayer, in his important study of the Nazi holocaust, and Raul Hilberg cite Holocaust denial publications. 'If these people want to speak, let them', Hilberg observes. 'It only leads those of us who do research to re-examine what we might have considered as obvious. And that's usefull for us'." (7) Als Finkelstein, Mayer en Hilberg het legitiem vinden om zich te verdiepen in extreem rechtse publicaties, zie ik niet in waarom er voor mij een reden zou bestaan om dat niet (bij hoge uitzondering) te doen.
In het vorige Kleintje kondigde ik aan dat ik in zou gaan op mijn relatie met het 'Katholiek Nederlands Persbureau'. Door ontwikkelingen rond De Fabel is dat onderwerp echter naar het volgende nummer verschoven.
noten:1. Het weekblad 'The Spotlight' is zeer recent failliet verklaard naar aanleiding van een juridische guerrilla tussen 'Spotlight'eigenaar en Liberty Lobby topman Willis A. Carto versus zijn voormalige vrienden van het antisemitische Institute for Historical Review. Dit stond te lezen in The Washington Times van 10 juli j.l. (een ultrarechtse krant behorend tot het Moon-imperium). Ongetwijfeld wordt The Spotlight onder een andere naam heropgericht, er waren 90.000 betalende abonnees.
2. Toch kan er geen enkele twijfel over bestaan dat er een samenzwering aan de moord op Kennedy ten grondslag heeft gelegen. Dat werd eind jaren zeventig in de VS bevestigd door het 'House Committee on Assassinations'.
3. "Misverstanden over samenzweringstheorieën", Kleintje Muurkrant nummer 344.
4. Ik vraag me af waar De Fabel hier de grens trekt. Neem de coupe tegen Allende in Chili begin jaren zeventig. Als ik schrijf dat de CIA toen de belangen vertegenwoordigde van een aantal Amerikaanse multinationals, maak ik me volgens De Fabel dan schuldig aan een potentieel antisemitische redenatie, omdat hier een aspect van het internationale kapitalisme in het geding was? Of neem, om nog wat verder terug te gaan in de geschiedenis, de Duitse multinational IG Farben, die in de jaren dertig en veertig nauw betrokken was bij het nationaal socialisme. Dat IG Farben in alle opzichten een exponent was van het internationale kapitalisme, wordt door linkse en rechtse bronnen bevestigd. Valt kritiek op de historische rol van IG Farben daarom eveneens onder de noemer potentieel antisemitisme?
5. Executive Intelligence Review, 27 april 2001. Naar Thompson heb ik in het verleden verwezen toen ik schreef dat er in de VS contacten hebben bestaan tussen ADL/B'nai B'rith en de KKK. 6. "Fabeltjes over (anti)-globalisering", Kees Stad, Ravage nummer 8, 2001. Een ingekorte versie van de reactie van De Fabel op dit artikel is te vinden in Ravage nummer 9 en de complete versie van De Fabels reactie op Kees Stad is te vinden op de website van Ravage (www.antenna.nl/ravage).
7. "The Holocaust Industry, Reflections on the Exploitation of Jewish Suffering", Norman G.Finkelstein, pagina 71, 2000, Verso, Londen.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 358, 20 juli 2001