Skip to main content
  • Archivaris
  • 358

Open brief aan Minister Van Boxtel

Op 7 juni stuurde Roger van Boxtel, minister van grotestedenbeleid, een brief aan de gemeenten dat er extra geld beschikbaar was voor verbetering van veiligheid en leefbaarheid. Daarvoor zou één wijk naar voren moeten worden geschoven die in aanmerking kwam voor het project 'Onze buurt aan zet'. Het woord 'onze' betekent in dit verband een actieve betrokkenheid van buurtbewoners. Den Bosch koos voor de wijk 'de Bartjes' en als uitgangspunt een repressief beleid tegen de bewoners. In strijd met de richtlijnen van Van Boxtel. Vandaar onderstaande 'open brief' aan Van Boxtel met een toelichting waarom niét voor 'de Bartjes' moet worden gekozen.

"Geachte Heer van Boxtel, Op 7 juni jl. heeft u een brief gestuurd aan de colleges van B&W van de G30 met als onderwerp 'Impuls: 'Onze buurt aan zet''. Terecht geeft u in deze brief aan dat de relatieve en absolute achterstand van de steden op een aantal terreinen groot blijft en dat er geconcentreerd in bepaalde wijken nog hardnekkige achterstanden en maatschappelijke ongelijkheid bestaan op de terreinen onderwijs, werk, veiligheid en leefbaarheid. U stelt derhalve dat 'veiligheid, leefbaarheid, integratie en sociale cohesie in de wijk daarom verder moeten worden verbeterd'. Volgens uw brief wordt hiervoor de komende drie jaar jaarlijks 30 miljoen gulden uitgetrokken, verdeeld over de betreffende steden. In het geval van de gemeente 's-Hertogenbosch zou het gaan om een jaarlijks bedrag van 2,5 miljoen gulden, waaraan de voorwaarde is gekoppeld dat de extra inzet van het Rijk door de steden minimaal wordt verdubbeld. Ook de gemeente 's-Hertogenbosch zou derhalve jaarlijks minimaal 2,5 miljoen gulden dienen bij te dragen. U verzoekt de gemeentebesturen om voor 1 juli (2001) een wijk voor te dragen die in aanmerking zou komen voor de door u genoemde 'extra inzet'.

In het vervolg van deze Open Brief zal ik mij verder tot de gemeente 's-Hertogenbosch beperken, omdat ik daar als ervaringsdeskundige reeds ruim 20 jaar woonachtig ben en steeds met grote belangstelling zowel de gemeentelijke politiek volg alsook een actieve rol speel in het sociale leven van de stad. In haar vergadering van dinsdag 26 juni is door het College van B&W van 's-Hertogenbosch uw brief besproken en een beslissing genomen dat de Bossche wijk 'de Bartjes' wordt voorgedragen. 'De Bartjes' is de officieuze naam voor de wijk die feitelijke 'Hinthamerpoort' heet. In de vergadering van de gemeenteraad van 28 juni is door de heer Rombouts, burgemeester van 's-Hertogenbosch, een nadere toelichting op deze voordracht gegeven. De heer Rombouts stelde dat 'de Bartjes' is voorgedragen aangezien hier 'criminele gelegenheidsstructuren dienen te worden afgebroken'. Dit argument werd tot vijfmaal toe herhaald. Mij is momenteel niet de omschrijving en motivatie bekend die u door het College van B&W is toegezonden om juist de wijk 'de Bartjes' voor te dragen. Dit doet verder ook weinig ter zake, belangrijker is de reden om tot deze voordracht te komen. Zoals bij u bekend mag worden verondersteld vonden van 16 t.m. 18 december 2000 in de gemeente 's-Hertogenbosch ernstige rellen plaats. Aanleiding en oorzaak van deze rellen vallen buiten het kader van deze brief. Van belang is evenwel dat onder andere de wijk 'de Bartjes' toneel van deze rellen was. Aan het COT Universiteit Leiden werd de opdracht verstrekt een onderzoek naar deze rellen te doen, hetgeen resulteerde in het rapport 'Bossche Avonden, onderzoek naar optreden van bestuur, justitie en politie tijdens de ongeregeldheden in 's-Hertogenbosch 16-18 december 2000'. Op pag. 85 van dit rapport valt al te lezen dat 'criminele gelegenheidsstructuren hebben wortel geschoten in de Bartjes' en op pag. 91 komen wij het thans door de heer Rombouts zo geliefde citaat tegen, wanneer de rapporteurs uit Leiden het volgende schrijven: 'Wij zijn geschrokken van de ernstige sociale situatie in sommige Bossche wijken en van de hiermee verweven criminele gelegenheidsstructuur. Het is in wijken zoals de Bartjes de vraag of burgers 'in aanraking met de criminaliteit komen' of dat de criminaliteit daar voor velen een onderdeel van het dagelijkse leven vormt. De criminele gelegenheidsstructuur in dit soort wijken moet afgebroken worden.' (einde citaat)

Juist deze laatste zin werd dus door de heer Rombouts genoemd als motivatie om 'de Bartjes' voor te dragen voor het project 'Onze buurt aan zet'. Uit het citaat kunt u reeds opmaken dat niet de buurt, maar de repressie 'aan zet' komt, omdat onze rechtsstaat nu eenmaal geen andere dan repressieve middelen kent om 'criminele gelegenheidsstructuren af te breken'. Wanneer ik uw genoemde brief lees dan schrijft u dat een veilige buurt is gediend bij een goed functionerend politieoptreden. Het kabinet heeft volgens u daar reeds maatregelen voor genomen. U schrijft verderop in uw brief dat u 'de betrokkenheid van met name de bewoners (...) bij de veiligheid en leefbaarheid van hun wijk (wil) vergroten en faciliteren.' En nog verderop schrijft u dat 'aangezien het de bedoeling is dat de inwoners zelf idee_n bedenken en uitwerken dient de 'juiste' aanpak voor hun wijk in het kader van 'Onze buurt aan zet' in nauwe samenwerking met hen te worden ontwikkeld.' Uit de woorden van de heer Rombouts in de gemeenteraadsvergadering, waar hij spreekt over 'afbreken van criminele gelegenheidsstructuren' blijkt dat de gemeente 's-Hertogenbosch haar voordracht haaks op deze richtlijn baseert en er juist sprake is van een tegen bewoners gerichte repressie. Mij komt het voor dat een dergelijke voordracht op onjuiste gronden is gedaan en er op deze wijze een oneigenlijk gebruik van overheidsgelden zal plaatsvinden indien de aanvraag wordt gehonoreerd. Dit zal ongetwijfeld bij een denkbeeldige parlementaire enquête over het Grote Stedenbeleid eveneens de conclusie moeten zijn.

Uit het bovenstaande dient niet te worden begrepen dat ik tegen een verbetering van de structuur en een aanpak van de problemen in de wijk 'de Bartjes' zou zijn. Integendeel, ik begrijp zeer goed dat het College van B&W de problematiek aldaar wil aanpakken. Waar het echter om gaat is het oneigenlijke gebruik van uw impuls 'Onze buurt aan zet', aangezien ik uit uw voornoemde brief absoluut niet een doelstelling kan distilleren die strookt met de door het College van B&W van 's-Hertogenbosch ingediende voordracht. Uit het rapport 'Buurten vergeleken' van de gemeente 's-Hertogenbosch uit mei 1999 citeer ik het volgende: 'De Hinthamerpoort (in casu 'de Bartjes'). Deze buurt scoort in sociaal- en sociaal-economisch opzicht nog minder dan Boschveld. Ook op het terrein van wonen mankeert er in de Hinthamerpoort het een en ander. Op het gebied van openbare orde en veiligheid scoort zij beter dan Boschveld.' (Buurten vergeleken, pag. 47). Een veelzeggend citaat, zeker wanneer dit wordt gelegd naast de woorden van burgemeester Rombouts over het 'afbreken van criminele gelegenheidsstructuren' in de wijk 'de Bartjes'. In het bovenstaande citaat wordt ook reeds de wijk Boschveld genoemd. In deze wijk ben ik woonachtig, ik heb u zelfs in deze wijk gesproken toen u daar op 25 januari 1999 op werkbezoek was. In de context van onze wijk heb ik toen gesproken over het door de gemeentelijke welzijnsorganisatie Divers gevoerde monopolie waarbij onafhankelijke bewonersinitiatieven worden geïncorporeerd. In dat verband heb ik met u gesproken over de 'welzijnsmafia', een benaming die men mij niet in dank heeft afgenomen, doch mijns inziens de kern raakt. Evenwel bij uw tweede bezoek aan onze wijk begin dit jaar heeft 'men' selectief bewoners uitgenodigd om u te woord te staan. Wellicht dat u bij dit tweede bezoek het woord 'welzijnsmafia' niet ter orde is gekomen. Een nadere uitleg van dit begrip betreffende de wijk Boschveld is te vinden in het artikel 'Hersenspinsels in dorpspolitiek', verschenen in het onafhankelijke maandblad Kleintje Muurkrant nr. 337 van 22 oktober 1999.
Overigens is de situatie in de wijk Boschveld volgens het voornoemde rapport 'Buurten vergeleken' niet beter dan in 'de Bartjes'. Ik citeer wederom uit het rapport van mei 1999: 'Boschveld. Zowel in sociaal-, sociaal-economisch als in veiligheidsopzicht behoort deze buurt tot de slechtst scorende buurten van de stad. Op het terrein van wonen doet zij het iets beter, maar niet voldoende om haar andere scores daarmee goed te maken.' ('Buurten vergeleken', pag. 46). Op het eerste gezicht lijken er dus veel overeenkomsten te zijn tussen 'de Bartjes' en Boschveld. Het grote verschil is evenwel te vinden in betrokkenheid van bewoners bij de buurt. Reeds enkele jaren functioneert er in Boschveld een bewonersplatform, dat regelmatig de wijkproblemen bespreekt en indien mogelijk ook aanpakt. Boschveld wordt gekenmerkt door drugsproblematiek, een grote diversiteit aan nationaliteiten, een dreigende sloop van veel woningen, maar desondanks geven mensen die hier wonen aan niet uit de buurt weg te willen. Integendeel, mensen in Boschveld zijn bereid zich voor hun buurt in te zetten. Ziedaar, een voedingsbodem conform het door u gestelde in uw brief 'Onze buurt aan zet'. Een groot deel van de Boschveld-bewoners heeft inderdaad het 'onze wijk'-gevoel en besteden hun tijd aan verbetering van de leefbaarheid, veiligheid, tolerantie en integratie in de wijk. Naar aanleiding van uw bovenvermelde brief zou ik derhalve willen pleiten voor de wijk Boschveld als 'Onze buurt aan zet' en niet te kiezen voor de door het Bossche College van B&W gedane voordracht. In uw voornoemde brief houdt u evenwel de mogelijkheid open nog een tweede wijk aan te wijzen. Mocht u zich moreel, politiek of anderszins toch genoodzaakt voelen de voordracht van het College van B&W van 's-Hertogenbosch over te nemen, dan verzoek ik u vriendelijk doch dringend deze brief als voordracht voor een tweede wijk te beschouwen.

Uw reactie met belangstelling tegemoetziend verblijft,
met hoogachting en vriendelijke groet, Bas van der Plas ('s-Hertogenbosch, 29 juni 2001)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 358, 20 juli 2001