Skip to main content
  • Archivaris
  • 358

Help! De NAVO komt!

Globalisatie (deel 5)

Sinds de strijd in Bosnië ontpopte de NAVO zich als een organisatie die 'veiligheid en vrede' zou brengen door militaire interventies. Maar daarnaast zag de NAVO nog een andere taak: het vacuüm opvullen dat in Oost-Europa was ontstaan door de opheffing van het Warschaupact.

door Bas van der Plas

De veranderingen in de Sovjet-politiek tijdens het bewind van Mikhail Gorbatsjov en het einde van het oost-westconflict in 1989/90 wekten grote verwachtingen. De basis van de bewapeningswedloop was weggevallen en naar verwachting zou een nieuw tijdperk van ontwapening en conversie aanbreken. De miljarden die tot dan toe werden uitgegeven voor defensie zouden nu vreedzamer bestemmingen kunnen krijgen. Tussen 1985 en 1995 daalden de defensieuitgaven in de wereld met 30% en de defensieindustrie ontsloeg 28% van de werknemers. De militaire uitgaven, in 1987 nog het recordbedrag van circa 1 biljoen dollar, daalden in 1995 naar 'nog slechts' 700 miljard. Het IMF berekende dat wereldwijd het aandeel defensieuitgaven in de staatsbegrotingen daalde van 3,7% in 1990 naar 2,4% in 1995.
Nadat op 1 juli 1991 het Warschaupact formeel werd opgeheven, leek het een logische stap dat opheffing van de NAVO spoedig zou volgen. Het tegendeel bleek echter waar: de NAVO zag nu zelfs mogelijkheden het in Oost-Europa ontstane vacuüm op te vullen. Een eerste concreet resultaat werd bereikt tijdens de NAVO-top in Madrid op 8 juli 1997 toen Polen, Tsjechië en Hongarije als lid werden toegelaten. De beslissing in Madrid stond niet op zichzelf. Er zou een passende strategie ten aanzien van de Russische Federatie ontwikkeld moeten worden, aangezien Moskou al had laten weten de NAVO-expansie als een gevaar voor de nationale veiligheid te zien. Het NAVO-antwoord was de 'Grondakte over wederzijdse betrekkingen, samenwerking en veiligheid tussen de NAVO en de Russische Federatie', die op 27 mei 1997 in Parijs werd ondertekend en voorziet in de vorming van een permanente gemeenschappelijke NAVO-Rusland raad, die bij praktisch alle vraagstukken betreffende de Europese veiligheid betrokken wordt. De reacties in Russische politieke kringen waren niet onverdeeld enthousiast.
Voor de Verenigde Staten was de NAVO evenwel een middel om haar politieke invloed in Europa te behouden en verder hebben zij de MAVO nodig als militaire springplank naar de geostrategische belangen in het Midden-Oosten, de Kaukasus en het zuidelijk halfrond. Bovendien bestond er bezorgdheid over de instabiliteit in veel voormalige Oosteuropese en Sovjetrepublieken, die wel eens tot handelend optreden zou kunnen nopen.

uitbreiding NAVO
De nieuwe militaire en politieke rol van de NAVO werd bekend als 'Promote Stability'. De 'nieuwe' NAVO zou zich naar het oosten moeten uitbreiden, niet meer als tegen de Russen gerichte militaire alliantie, maar als een organisatie van democratisch en markteconomisch georganiseerde staten die hun stabiliteit aan de nieuwe leden overdragen en tegelijkertijd de democratisch gezinde politieke elite in de voormalige Oosteuropese en Sovjetrepublieken ondersteunen.
Het begin van de NAVO-acties in Joegoslavië in 1999 betekenden een voorlopig einde aan de prille toenaderingen tussen de Russische Federatie en de westerse militaire alliantie. Van Russische zijde werd openlijk afstand van de NAVO genomen. De gepolariseerde Russische politiek had al sinds de ondertekening van de Parijse Grondakte een 'anti-NAVO-blok' gevormd in de Doema, het Russische parlement.
De achtergrond van de Russische weerzin tegen de NAVO-uitbreiding oostwaarts, en daarmee ook tegen de vorming van een Europees leger dat weleens een interventiemacht in bijvoorbeeld de rumoerige Kaukasus zou kunnen worden, wordt gevormd door een politiek-psychologisch fenomeen: het verliezerssyndroom. De ondergang van de Sovjet-Unie als voormalige supermacht betekent voor de meeste Russen niet alleen een dramatische verandering van de wereldkaart, maar vooral een nu al tien jaar durende verslechtering van de eigen levensomstandigheden.
Onder het bewind van Boris Jeltsin raakte ook het eens zo machtige Sovjetleger, ooit de trots van de natie, in verloedering. Corruptieschandalen van hoge militairen werden in de pers breed uitgemeten. De teruggetrokken Sovjettroepen uit de voormalige satellietstaten in Oost-Europa werden in eigen land nauwelijks van behoorlijke huisvesting voorzien, ondanks de miljarden die door de Duitse regering voor dit doel werden betaald. Maar de grootste schande was het verlies van de eerste Tsjetsjeense oorlog, waarbij het prestige van het Russische leger een gevoelige klap kreeg. De demoralisatie nam dan ook alleen maar verder toe, evenals het aantal demonstraties tegen de NAVO-uitbreiding.

strategisch concept
Het wachten was op het aan de macht komen van Vladimir Putin om het Russische leger nieuwe impulsen te geven door een nieuwe militaire doctrine voor de Russische Federatie. De nieuwe doctrine was volgens de preambule noodzakelijk in verband met belangrijke ontwikkelingen in de wereld en in Rusland zelf. Die 'belangrijke ontwikkelingen' zijn vanuit Russische visie dan vooral de uitbreiding van de NAVO en de ontwikkelingen in Europa betreffende de vorming van een Europees leger. Ondanks alle verklaringen van westerse leiders over hun vredelievende bedoelingen worden deze ontwikkelingen door Moskou toch ervaren als een potentiële bedreiging voor de veiligheid van het land. De militaire operaties van de NAVO in Joegoslavië bevestigden nog eens de angst van het Kremlin.
Het strategisch concept van de NAVO, in 1999 tijdens de NAVO-top in Washington aangenomen, veroorzaakte ook een alarmerende reactie in Russische militaire kringen. Immers, in het concept werd gesproken over krachtig optreden van de alliantie buiten de zones van haar verantwoordelijkheid, hetgeen in Russische ogen wil zeggen in praktische de gehele wereld, inclusief de Russische Federatie. De commandant van de hoofdafdeling internationale samenwerking van het Russische ministerie van defensie, generaal-kolonel L. Ivasjov, verklaarde in een interview op de Russische televisie: "Het strategisch concept van de NAVO beschouwt, zij het in bedekte termen, Rusland als één van de grootste potentiële tegenstanders. Er wordt niet rechtstreeks over gesproken, maar wanneer het gaat over het afweren van grootschalige agressie, over bedreiging voor de NAVO, dan is het duidelijk dat er niet één andere staat kan worden bedoeld dan Rusland."
Volgens Russische geopolitieke specialisten vormen de laatste ontwikkelingen in de Noordelijke Kaukasus ook een serieuze bedreiging voor de integriteit van de Russische Federatie. Tsjetsjeense strijders zouden niet alleen van plan zijn om Tsjetsjenië af te scheiden van Rusland, maar de gehele Noordelijke Kaukasus. Als reactie op deze internationale en nationale ontwikkelingen werd de nieuwe militaire doctrine van de Russische Federatie door Vladimir Putin gepresenteerd met de woorden "dit is ons antwoord aan de NAVO".

pragmatische basis
De in de doctrine vastgelegde ideeën van samenwerking kregen reeds voor de presentatie door Putin een concrete bevestiging. Op 16 februari 2000 waren er in Moskou onderhandelingen met de secretaris-generaal van de NAVO Robertson. In een gezamenlijke verklaring spraken Rusland en de NAVO over een herleving van de relaties die eerder waren bevroren als gevolg van de wederzijdse vertrouwenscrisis, ontstaan tijdens het NAVO-optreden in Joegoslavië en het begin van de tweede Tsjetsjeense oorlog. Blijkbaar werd nu van beide zijden begrepen dat er geen andere alternatieven zijn dan samenwerking en een partnerschap, en dat er wederzijds concessies moesten worden gedaan. Rusland bleek bereid haar verontwaardiging naar aanleiding van de NAVO-acties in Joegoslavië te matigen of zelfs te vergeten, en de NAVO onthoudt zich van scherpe verklaringen over het Russische optreden in Tsjetsjenië. Niet zonder reden wordt er gezegd dat politiek de kunst van de compromissen is.
Op dezelfde dag dat in Moskou de hernieuwde samenwerking tussen Rusland en de NAVO werd bezegeld, hield de eerdergenoemde generaal-kolonel L. Ivasjov een rede over de Russische militaire doctrine in Genève. Sprekend over de praktische toepassing van de doctrine en de internationale samenwerking benadrukte hij: "Wij willen dat een samenwerking wederzijds, constructief en gelijkwaardig is. Dat betekent niet dat Rusland zich zal mengen in de interne aangelegenheden van de NAVO. Maar wanneer het vraagstukken betreft van Europese veiligheid en de veiligheid van de Russische Federatie dan willen wij gelijkwaardige partners zijn, dat wil zeggen deelnemers op het Europese veld, en geen toeschouwers op de tribune."
Nu de relaties met de NAVO weer enigszins zijn genormaliseerd kan een nieuwe crisis op internationaal veiligheidsniveau een herbezinning van Rusland op veiligheidsgebied met zich meebrengen en zal het fenomeen van de kernwapens een nog prominentere rol gaan spelen binnen het Russische militaire apparaat. De Russische staatsbegroting voor het jaar 2001 voorziet in uitgaven voor defensie van 3,2% van het totale budget, nog altijd ruim voldoende om atoomwapens ter beschikking te houden als dreiging tegen zowel de NAVO, als een Europees leger, mocht men daarin een bedreiging zien van de staatssoevereiniteit. Volgens minister van defensie Igor Sergejev zal Rusland haar relaties met de NAVO ontwikkelen op een nieuwe, meer pragmatische basis, waarbij hij opmerkte dat beide zijden een 'te grote rol spelen in de Europese en de wereldpolitiek om elkaars belangen te negeren.'

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 358, 20 juli 2001