(neo-)nationalisme
In het vorige Kleintje stond een artikel van Hans de Bruin getiteld "Linkse allergie voor nationalisme". Hij refereerde onder andere aan een artikel in Vrij Nederland over het voormalige RAF-lid Horst Mahler, die zich bekeerd blijkt te hebben tot extreemrechts; en aan een discussie welke in een aantal bladen gevoerd wordt op basis van de publikaties van De Invalshoek uit Leiden inzake de "ideologische banden tussen extreem rechts en radicaal links". Heel beknopt weergegeven stelt Hans dat nationalisme en internationalisme oude linkse thema's zijn, waarbij links zich opstelt als internationalistisch en anti-imperialistisch - anti-kapitalistisch. Verder geeft hij een groot aantal voorbeelden van de verwarring welke om zich heen heeft gegrepen onder links met de opkomst van (nieuwe?) nationalistische bewegingen (onder andere steun voor strijd in Baskenland en onduidelijkheid over standpunten over Joegoslavië) en de anti-globaliseringscampagnes. Voorts vraagt hij zich af hoe je überhaupt tegen nationalisme aankijkt.
door Jan van den Baard
Nationalisme is niets anders dan een sociale constructie: het (re)construeren van een gemeenschappelijke identiteit op basis van het begrip natie. Het doel van een op nationalisme geïnspireerde sociale beweging is de totstandkoming van een eigen autonome staat, voor het eigen volk: in die zin is het gericht tegen anderen (die anders zijn qua taal, kleur, religie, etnische achtergrond).
Het is een politieke strijd die bijzondere betekenis geeft aan de betrokken mensen en hen tot deelgenoten maakt in een specifieke sociale beweging en een uniek historisch proces; met ingebeelde en voorgespiegelde voorstellingen die de grenzen van de eigen lokale gemeenschappen overstijgen, zodat men zich verwant voelt en identificeert met de nieuwe natie en met datgene wat gesymboliseerd wordt: een "emotioneel wij-gevoel" (unieke identiteit) van culturele, historische, religieuze en/of economische superioriteit. Ten opzichte van de eigen natie en de eigen nationaliteit worden sterke gevoelens en bindingen gestimuleerd, waarbij wordt teruggegrepen op (veelal veronderstelde) oude, unieke tradities en waarden.
Het opbouwen van een eigen staatsapparaat (met alles erop en eraan: leger, politie, ambtelijke bureaucratie, rechtspraak, munt, politiek stelsel, etc) is tot op heden de uitkomst geweest van de 'succesvolle' burgerlijk nationalistische en (bevrijdings-)bewegingen van de afgelopen pakweg 200 jaar; hetzij in Europa, hetzij daarbuiten. Kenmerkend voor deze ontwikkeling in de westerse staten is dat de interventie van de staat in het alledaagse leven van de bevolking groter en veelomvattender is geworden - interne staatsvorming - terwijl mede op grond van de socialistische bewegingen binnen de westerse staten van de 19e en 20e eeuw het "burgerschap" met de daarbij behorende rechten de relatie tussen staat en individu bepaalden.
Een aantal van de nieuwe staten in Afrika en Azië werden na het verwerven van de politieke onafhankelijkheid geconfronteerd met de resultaten van decennia koloniaal bewind: in de zin van landsgrenzen die dwars door de oorspronkelijke etnische gemeenschappen getrokken waren. Maar ook met de hoge mate van uiteenlopende etnische loyaliteiten onder de bevolkingsgroepen binnen hun territorium. Soms (Sovjet Unie) is er uiteindelijk sprake van desintegratie van een multinationaal (imperiaal) staatsverband. In een aantal gevallen monden de interne spanningen uiteindelijk uit in burger- dan wel afscheidingsoorlogen (Nigeria, Sudan, Birma, Sovjet Unie, recentelijk Indonesië).
Binnen West en Midden Europa zijn er de voorbeelden van het voormalige Joegoslavië, Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland, Schotland en Wales), Spanje (Baskenland, Catalonië) en in enige mate Italië (Zuid-Tirol en het geïndustrialiseerde Noorden) en Frankrijk (Baskenland, Bretagne, Corsica), daar waar de kaart van het nationalisme politiek niet tot het einde uitgespeeld is.
Nu weet ik niet goed wat Hans bedoelt met de stelling dat nationalisme (en daar hoort mijns inziens overigens staatsvorming bij) een oud thema van links is geweest. An sich klopt dat als hij hiermee de brede solidariteitsbewegingen en groepen bedoelt, die zich inzetten voor steun aan en solidariteit met anti-kolonialistische, nationale dan wel socialistische bevrijdingsbewegingen in de derde wereld. Maar aan een nadere analyse van het begrip nationalisme, en de daarbij behorende standpuntbepaling is links toch niet toegekomen. Mijn eerste reactie bij de vraag hoe je tegen nationalisme aankijkt is eigenlijk een emotionele, iets van: "die arme bevolking". Immers, de uitkomsten van al die nieuwe (of vernieuwde) nationalistische projecten zijn voor een deel toch te zien in de nieuwsuitzendingen: tegen elkaar opgehitste bevolkingsgroepen, stromen vluchtelingen, brandende steden en dorpen, totaal verwoeste infrastructuur; bomaanslagen of meer reguliere vormen van oorlogsgeweld, een volslagen willekeurig recht van de sterkste, krijgsbendes met hun 'warlords', stromen propaganda en uiteraard altijd de politieke leiders die er zelf niet altijd slechter van geworden zijn.
Gewoon een terugval naar barbarij dus; en niet alleen economisch, sociaal, politiek en cultureel; ook een intellectuele barbarij omdat consistent en consequent een verouderd, bijna voor-middeleeuws soort 'rationaliteit' hoogtij viert: (bloed-)verwantschap, religie, etniciteit, kleur, taal en symboliek als voertuig voor sociale dynamiek. Een paar trefwoorden: gesegregeerd, verzuild, patriarchaal, feodaal, intolerant.
Met andere woorden, voor mij is nationalisme, en dan zeker het nationalisme van de tweede helft van de 20e eeuw, bepaald niet zonder meer verbonden met zaken als: inspanningen voor verdere uitbreiding van de burgerrechten, voor democratischer economische, politieke en maatschappelijke verhoudingen, grotere burgerlijke vrijheden, een onderwijssysteem dat hier actief aan bijdraagt, egalitaire verhoudingen tussen de sexen, een kleiner overheidsapparaat, enzovoorts, enzovoorts.
Naast en onder een aantal zichtbare beelden is er uiteraard een andere werkelijkheid, die zich niet zo goed in aangrijpende filmbeelden laat uitdrukken: die van de betrokkenheid van (onder westerse dominantie staande) internationale organisaties, die hun bijdragen geleverd hebben aan een draagvlak voor nationalistische tendensen en bewegingen; de realpolitiek van de westerse staten en transnationale ondernemingen met de daaraan gepaard gaande arrogantie van westerse economische en politieke superioriteit. De bestaande politieke verhoudingen en rechten van mensen en burgers zijn naar hun mening, al veel te ver doorgeschoten en het beleid is gericht op terugdraaien, ongedaan maken, elementaire zaken (arbeidswetgeving, milieuwetgeving, etc.) terugdraaien via ongecontroleerde internationale verdragen en regelgeving (belemmerend voor de vrije markt en voor vrije investeringen).
Een nieuwe plaatsbepaling van links is voor iedereen van belang. Dit dan zowel tegenover de voortschrijdende economische uitbuiting (met alle interne sociale gevolgen van verdomming, verharding, verruwing), als tegenover nationalisme (bewegingen welke systematisch een beroep doen op traditionele emoties en rücksichtslos politiek geweld bedrijven voor het verkrijgen van "een eigen territorium voor onze eigen soort mensen". Echter, dit lijkt op dit moment weinig maatschappelijke impact te hebben, immers: links is (bijna) niet meer en linkse perspectieven spelen helaas nauwelijks een rol binnen het alledaagse leven en handelen van het overgrote deel van de bevolking in west europa.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 347, 25 augustus 2000