OM toont eigen klassenjustitie aan
Wie kennis neemt van het boek "Leugens om bestwil", van Mr. G. Spong leest op pagina 61 dat "het bewijs voor de strafbare feiten", waaraan een tiental Nederlandse Europarlementariërs zich ten overstaan van de Nederlandse tv-kijker te buiten gingen, "via de videotape van de tv-uitzending in een oogwenk aan een Officier van Justitie geleverd kan worden". Dat advies hebben wij opgevolgd. Op 16 oktober 1997 hebben we aangifte gedaan tegen de europarlementariër, de heer L. de Waal en op 31 juli 1998 tegen negen andere, prominente Nederlandse euro-parlementariërs, te weten d'Ancona, Van Velzen, Wiersma, Dankert en de Vries (PvdA), Wijsenbeek en Larive (VVD) en Bertens en Eisma (D66). Vanaf 16 oktober 1997 hebben wij in persberichten, ingezonden brieven en op internet melding gemaakt van het zeer verontrustende feit dat Justitie voor geen van beide aangiften in beweging is te krijgen. De pers zweeg en zwijgt de aangiften dood. Het tv-programma NOVA besteedde in haar uitzending van 8 juni 1999 aandacht aan de wijze waarop Justitie met de aangifte van strafbare feiten, gepleegd door voornoemde Nederlandse europarlementariërs omgaat. Op deze uitzending reageerden vele burgers die verontrust zijn over het recht. Het beklag van 29 mei 1998 tegen het sepot van de aangifte tegen de heer L. van der Waal is op 3 mei 1999 door het Gerechtshof te Den Haag ongegrond verklaard. De gronden waarop het Hof haar beslissing baseert zijn dermate onaanvaardbaar, dat mr. G. Spong daartegen namens de Stichting Advocadur cassatie in het belang der wet heeft ingesteld en wel op 23 augustus 1999. De Procureur-generaal heeft zijn standpunt nog steeds niet bepaald. Mr. G. Spong heeft - ons verzoek ten spijt - de P.G. nog niet gemaand om een beslissing te nemen. Op de aangifte tegen de negen hierboven genoemde Nederlandse europarlementariërs reageert ook het OM te Rotterdam niet, al onze verzoeken ten spijt. Al meer dan twee jaar wachten wij op een reactie van het College van Procureurs-generaal en de Hoofdofficier van Justitie de heer Mr. de Wit. Die Mr. de Wit is dezelfde hoofdofficier, die nu verantwoordelijk is voor onze aangifte van 3 november 1999 van strafbare feiten, waaraan voormalig burgemeester A. Peper en een aantal Rotterdamse beveiligingsbeambten zich naar onze overtuiging en die van vele anderen om ons recht bezorgde burgers hebben schuldig gemaakt. Op de aangifte is nog niet gereageerd noch beslist. Inmiddels is het O.M. te Rotterdam in de zaak A. Peper onder sterke druk van de publiciteit een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar de vermeende strafbare feiten. Naar de vaststaande strafbare feiten, gepleegd door voornoemde Nederlandse euro-parlementariërs verricht ze - zoals blijkt - geen onderzoek. De media doen uitgebreid verslag van de strafrechtelijke aspecten in de Word Online/Nina Brink zaak maar zwijgt als het graf over voornoemde aangiften. Zowel het een als het ander is voor een gewone burger niet uit te leggen. Ook hierover hebben wij een bericht aan de pers gestuurd, waarop geen reactie gekomen is en een aantal ingezonden brieven die niet gepubliceerd werden. Wij hebben ons in de afgelopen jaren diverse keren tot de leden van de Eerste en de Tweede Kamer der S.G. gewend om aandacht te vragen voor de geschetste problematiek. Met uitzondering van de SP, reageert geen enkele volksvertegenwoordiger en is er tot nu toe geen enkele kamervraag gesteld. Op 28 februari 2000 hebben we klachten ingediend bij de Nationale Ombudsman over bovengenoemd uitblijven van reacties. De Ombudsman onderzoekt de klacht.
Op pagina 64 van voornoemd boek schrijft Mr. G. Spong naar aanleiding van de Euro-fraude: "Zolang het Nederlandse Openbaar Ministerie dat (opsporing en vervolging) achterwege laat, kan met recht gezegd worden dat er sprake is van klassenjustitie. De politieke klasse wordt immers volkomen ten onrechte buiten schot gehouden". Voor vele burgers zijn en worden er grenzen overschreden. Wanneer het strafrecht bij de burger haar geloofwaardigheid niet totaal wil verliezen - met alle gevolgen van dien - is het nodig dat de grenzen van het strafrecht duidelijk aangegeven worden, juist door diegenen die er verantwoordelijkheid voor dragen. Wanneer de weg naar de strafrechter geblokkeerd wordt door het OM en de weg naar de civiele rechter door op geld en macht beluste advocaten, krijgt de rechtsstaat doodsteek op doodsteek. Het recht is van ons allen. De rechtsstaat is te belangrijk om werkeloos toe te zien hoe die langzaam doodbloedt. In een rechtsstaat dient het strafrecht zonder onderscheid voor iedere burger te gelden. Dus ook voor europarlementariërs. Nu dat niet gebeurt doen wij een appèl op een ieder die verantwoordelijkheid draagt of wil dragen voor de staat van ons recht.
Stichting Advocadur, Keppelseweg 27, 7031 AR, Wehl 0314.682870
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 347, 25 augustus 2000