CDA versus privacy
Al 15 jaar probeert het CDA een algemene identificatieplicht te realiseren. In het verkiezingsprogramma staat niet alleen een algemene identificatieplicht hoog op de agenda maar ook het gebruik van DNA voor strafzaken en camera-toezicht.
door Johan van Someren
We moeten niet moeilijk doen over privacy zo zegt Jan Peter Balkenende, als je niets fout doet heb je ook niets te vrezen. Vier jaar geleden leverde een zelfde soort verkiezingsprogramma, waarbij het CDA de VVD rechts probeerde te passeren, nog een dramatisch stemmenverlies op. Maar nu lift het CDA mee op het effect van elf september, onvrede over de aanwezigheid van migranten en het rad van Fortuyn.
Op 15 februari jongstleden organiseerde Privacy International in samenwerking met Bits of Freedom de eerste Big Brother Award in Amsterdam. De Big Brother Award (BBA) is in het leven geroepen om personen en instanties die de privacy schenden te "belonen" en zodoende het privacy probleem zichtbaar te maken. Simon Davies, oprichter van PI en de man achter het concept van de BBA hield een opmerkelijke toespraak, hij begon met de screening van 50.000 bewoners van Amsterdam in verband met het koninklijk huwelijk.
"Als ik de nominaties bekijk van de kandidaten voor deze awards dan blijkt er een fundamentele verandering wat betreft de interactie tussen de Nederlandse bevolking en regering.
Toen ik in 1988 voor het eerst Amsterdam bezocht was daar een geheel andere samenleving dan die ik vandaag zie. Er bestond een zekere mate van vertrouwen en er was een streven naar consensus en mensen willen consensus, mensen willen oplossingen en willen graag goede burgers zijn en dat is heel nobel. Het is de bedoeling van de BBA om personen en instanties aan te wijzen die de goede wil van burgers manipuleren. Inmiddels zijn er negen landen met de BBA's en overal zien we zo'n consensusbereidheid. Maar we zien ook het begin van manipulatie, personen die de goede wil van burgers manipuleren. Personen die voordeel willen behalen uit wat we in academische termen 'public choice theory' noemen. Het idee dat we geen politiek ontwikkelen die het beste is voor het algemeen belang maar alleen het belang van die personen die dit beleid bepalen. Deel van het probleem is dat de afbraak van de privacy een mondiale business is. Daarom begonnen wij in de 80 er jaren met Privacy International omdat we ontdekten dat bedrijven in het geheim samenwerkten met regeringen (1). Je weet niet wie je rechten afpakt, het proces is ondoorzichtig."
Wat Davies beschreef zien we vandaag in verkiezingstijd gebeuren. Jan Peter Balkenende, het beste jongetje van de klas met zijn stoffige brave imago probeert Nederland rijp te maken voor een strenger veiligheidsbeleid en het Europese aanhoudingsbevel... "We moeten niet moeilijk doen over privacy als camera's en het gebruik van DNA misdaden kunnen oplossen". Balkenende stelt: "als je niets fout doet heb je ook niets te vrezen." Maar ja, hij is econoom en geen criminoloog. Het zou te vergeven zijn ware het niet dat Balkenende met dit misleidende verkiezingsspotje een veel grotere prijs probeert binnen te halen dan verkiezingswinst alleen. Het CDA kent immers een lange geschiedenis van politieke voorstellen waarin de privacy het moet ontgelden.
Zo verscheen onlangs verscheen van de hand van het CDA projectteam veiligheid (onder leiding van Ton Frinking) een "Agenda voor een Veiligheidsbeleid tegen terrorisme bij de start van een nieuw kabinet in 2002 (2)."
De belangrijkste constateringen zijn dat Nederland afwijkende wetgeving heeft op het gebied van terrorismebestrijding, het begrip terrorisme ontbreekt en dus wordt teruggevallen op het begrip "criminele handelingen". Het ontbreekt bovendien aan juridische voorzieningen om tot vervolging te kunnen overgaan. Deze constateringen mogen op zich juist zijn maar het CDA wil zichzelf een alibi verschaffen om de jarenlange wens van een algehele identificatieplicht voor iedereen, die volgens de samenstellers nu onvermijdelijk is, te realiseren (3)." Er zal een nieuwe balans gevonden moeten worden tussen de bescherming van de democratische rechtsstaat enerzijds en de privacy van burgers anderzijds " Met deze valse tegenstelling probeert het CDA na 17! jaar de buit eindelijk binnen te halen.
In 1985 kwam de partij met een voorstel voor een identificatieplicht, in '86 probeerde het CDA nog onder de verantwoordelijkheid voor het omstreden voorstel uit te komen toen er een nieuw regeerakkoord moest komen, in '92 kregen illegalen geen SoFinummer meer, in' 94 kreeg het CDA een voet tussen de deur met een "beperkte" plicht, in '96 kwam het SoFinummer in het paspoort en rijbewijs en de jaren erna riep Jaap de Hoop Scheffer herhaaldelijk dat er zo gauw mogelijk een algehele identificatieplicht moest komen.
In het kielzog van de elfde September lijkt het dan eindelijk te gaan lukken. Mits het CDA een behoorlijke verkiezingswinst haalt, maar dat lijkt geen probleem nu Nederland is uitgekeken op paars en het CDA kan meeprofiteren van het succes van Fortuyn. Het CDA moet dan alleen nog in de regering komen. Ook geen probleem. Dat is een kwestie van coalitievorming en daar heeft de kiezer niets over te zeggen. Intussen worden ook andere ''opsporingsmethoden'' omarmd. Het CDA pleit voor meer camera's en DNA gebruik voor opsporingsdoeleinden. Onlangs pleitte ABN/AMRO Joop Wijn, CDA specialist in het uitzetten van asielzoekers en warm pleitbezorger voor de identificatieplicht, voor een databank met vingerafdrukken van iedere Nederlander, dit als afgeleide van een DNA databank voor iedereen, ook weer een CDA geesteskindje.
De identificatieplicht die het CDA al jaren wenst is in feite een informatieplicht. De politie moet met mobilofoons op straat aan de hand van identiteitscontroles informatie nachecken. Er bestaat echter geen "Centraal Terroristen Informatie Systeem", ook het Schengen Informatie Systeem kan daar niets aan veranderen. Terroristen van het kaliber dat men wenst te bestrijden zijn professioneel genoeg om met perfect vervalste paspoorten het land in te komen voor zover dit soort documenten niet door officiële instanties zelf worden afgegeven. In het geval van elf september was dit niet eens nodig. Personen die aanslagen plegen worden vaak uitgekozen omdat ze bij de politie onbekend zijn. Ook biometrie helpt niet zoals in diverse zuid oost aziatische landen al is gebleken. In Maleisië waren al na drie weken na de introductie van biometrische ID bewijzen perfecte copieën in omloop. In landen die met een identificatieplicht terroristen "opsporen" kan een gezocht terrorist zich met meerdere identiteiten op zak vrij bewegen. Het CDA wordt niet moe om identificatieplicht als antwoord op het terrorisme in een adem te noemen met mensen die in Nederland misbruik komen maken van de asielprocedure. Het verband dat hier wordt gesuggereerd is nooit aangetoond en appelleert hooguit aan bepaalde onderbuikgevoelens. De constatering dat Nederland een open infrastructuur kent, die ideaal is voor het voorbereiden van terroristische acties mag op zich juist zijn, als men dit met een identificatieplicht wil verhinderen leidt dat onherroepelijk tot een 'surveillance society', waarin het doen en laten van iedere burger door een identiteitsbewijs wordt gevolgd.
Steeds meer instanties zullen er om vragen, alles wordt geregistreerd en ieder is vierentwintig uur per dag verdacht tot het tegendeel is bewezen. Als Het CDA werkelijk ernst wil maken met bestrijding van het terrorisme, laat ze dan eerst een degelijke definitie ervan opstellen, in plaats van het monster van de Europese Commissie te hanteren (waarmee ook demonstranten kunnen worden opgepakt) (4).
Daarmee kan men dan ook voorbereiding op Nederlands grondgebied strafbaar stellen. Als dat te moeilijk is voor het CDA is er altijd nog het woordenboek der Nederlandse taal om mee te beginnen.
Maar, ook drugsproblemen denkt het CDA op te lossen met een identificatieplicht. Het CDA legt een simplistische relatie tussen het gebruik van softdrugs en criminaliteit. Het is teleurstellend dat een intellectueel als Balkenende zich verlaagt tot dergelijke simplismen.
Het CDA stelt dat de identificatieplicht door de eigen achterban wordt gesteund. De meeste reacties op de CDA website getuigen echter van weinig kennis van zaken en een ontstellend gebrek aan inzicht (5). Ik bedoel daar niet mee dat meer inzicht het zelfde is als tegen identificatieplicht zijn, maar het feit dat de meeste reacties nauwelijks of totaal niet onderbouwd zijn. Maar al te vaak valt men voor de drogreden " Wie niets te verbergen heeft, hoeft niets te vrezen." of "de omliggende landen hebben ook een identificatieplicht ". Afgezien van het terrorisme zijn de argumenten die het CDA nu aanvoert nauwelijks verschillend van die welke in "94 werden gebruikt. Ook toen werd door tegenstanders gesteld dat de gestelde problemen daar mee niet konden worden opgelost zoals afgelopen jaren ook is gebleken. Het CDA, de partij van normen en waarden, die zegt van Christelijke beginselen uit te gaan, streeft naar een politiestaat. Een partij die deze oplossingen voorstelt als antwoord op verloedering en normvervaging heeft een spiegel nodig om de eigen normvervaging te kunnen zien (6).
1. Global Information Infrastructure Commission. Zie het vorige artikel "Papiere bitte" uit Kleintje Muurkrant 362 en de website van Privacy International (www.pi.org). Voor de samenwerking in Europa het rapport "Europe Inc." van Corporate Europe Observatory.
2. CDA magazine 28 maart 2002.
3. Onvermijdelijk? VS bepalen in EU aanpak criminaliteit, Volkskrant 22 maart, zie www.Statewatch.org.
4. zie definitie van 'terrorisme' www.burojansen.nl
5. www.cda.nl/debat/list.php?f=77
6. Variatie op conclusie uit: "Identificatieplicht, het baadt niet maar het schaadt wel" door Jan Holvast & Andre Mosshammer
p.s. Het kabinet is vrijdag 12 april jongstleden akkoord gegaan met een wetsvoorstel om biometrische gegevens zoals een irisscan in het paspoort op te nemen. In combinatie met de identificatieplicht die het CDA wil, betekent dat iedereen in de toekomst wordt verplicht een lichaamskenmerk te laten inscannen. Er bestaan ook plannen voor een elektronisch rijbewijs. In Nederland is biometrie in het paspoort voorgesteld door minister van Boxtel. Er bestaan echter in alle Schengen landen en daarbuiten plannen voor een biometrisch paspoort.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 367, 26 april 2002