De smeulende situatie in Pakistan
Voor de zoveelste keer werd op maandag 12 oktober 1999 een burgerregering in Pakistan door militairen naar huis gestuurd. Deze keer omdat de stafchef van het leger door de eerste minister werd ontslagen. De stafchef volgde dit niet op, arresteerde de minister-president en benoemde zichzelf tot baas van het land. Een bekend verhaal, maar nauwelijks aandacht ervoor in de Nederlandse media; waarom ook, we hebben 't toch goed hier en Pakistan is wel heel ver weg. Het Is alleen jammer dat de situatie in Pakistan voor de regio en ook voor de rest van de wereld zorgwekkend is. Om dit enigszins te verhelderen is meer kennis van de geschiedenis van Pakistan noodzakelijk.
Het is een gebied dat een paar duizend jaar oude cultuur en historie heeft. Een staat die niet meer dan 50 (bloedige) jaren oud is; waarvan meer dan de helft onder militair bewind en de rest onder de permanente vrees voor militair ingrijpen.
door Ahmad Reza
Pakistan werd in augustus 1947 onafhankelijk; tot die tijd vormde het een deel van de Britse kolonie India. Een paar maanden eerder waren de onderhandelingen tussen de moslimleider Jinnah en Gandi vastgelopen, de Engelsen verlieten de kolonie in 1947 en Pakistan was geboren.
De bindende factor in het oude India werd gevormd door cultuur, niet door religie. Er waren altijd problemen tussen verschillende volken en religies, maar de identiteit van het volk als Indiër was altijd belangrijker dan het behoren tot de één of andere religie. Echter, tijdens het Engelse koloniale bestuur werden religieuze verschillen en politieke conflicten tussen Indiërs altijd gebruikt en soms zelfs gestimuleerd. Hoe konden anders honderdduizend Engelsen zolang heersen over tweehonderd miljoen Indiërs?
In het begin van deze eeuw begon zich in India een op moderne leest geschoeide nationalistische beweging te organiseren. Alle sectoren en alle religieuze groeperingen waren het over één ding met elkaar eens: zelfstandigheid voor héél India. Die onafhankelijkheidseis was onaanvaardbaar voor een Engelse regering en het koloniale antwoord op de eenheid van Indiërs was het stimuleren van interne conflicten binnen de onafhankelijkheidsbeweging zelf, met name tussen hindoes en moslems. Dit koloniale beleid ging door tot de dag van de onafhankelijkheid; de protesten van veel Indiërs en van een meerderheid van moslems werden genegeerd en India en Pakistan werden geboren.
De staat Pakistan bestond in 1947 uit twee delen, Oost Pakistan (het huidige Bangladesh) en West Pakistan (het huidige Pakistan), de afstand tussen beide gebiedsdelen bedroeg meer dan 3000 kilometer. Hoewel het grootste deel van de bevolking in het oosten woonde, kreeg West Pakistan bijna alle macht in handen. De verschillen tussen west en oost Pakistan waren gigantisch groot: cultuur, taal, geschiedenis, ras, zelfs de eetgewoonten zijn anders; de religie vormt de enige bindende factor, later blijkt dat niet voldoende te zijn.
Bij de onafhankelijkheid werd de Engelse kolonie India opgedeeld in twee staten, waarbij de positie van Kashmir (dat een aparte status had) onduidelijk blijft. De meerderheid van de bevolking daar werd gevormd door moslems, maar zij wilden niet bij Pakistan horen. Eigenlijk probeerde Kashmir onafhankelijk te worden; behalve dat de grens in de deelstaat Punjab onduidelijk was, bleek zij bovendien niet acceptabel voor moslems en hindoes. In dat gebied waren altijd bloedige conflicten tussen aanhangers van beide religies opgevlamd en onmiddellijk na de onafhankelijk begon een massaslachting van moslems door hindoes en omgekeerd van hindoes door moslems. De meeste slachtoffers waren vluchtelingen die door de verdeling van het land van de ene kant van de grens naar de andere moesten gaan. Meer dan een miljoen mensen werden vermoord en dat gebeurde meestal met zegen en goedkeuring van fanatieke religieuze leiders van beide kanten.
Deze bloedige situatie leidt tot de eerste oorlog tussen beide nieuwe staten. Behalve gevechten in het uitgestrekte grensgebied vielen ook troepen van beide staten Kashmir binnen en zo was de totale oorlog een feit. Na tussenkomst van de Verenigde Naties werd een wapenstilstand gesloten en hadden alle partijen tijd om te bezien wie wat gedaan had. Heel snel bleek dat Pakistan aan de verliezende kant stond. Deze wonde in de Pakistaanse mentaliteit is nog niet hersteld en heeft tot regelmatig terugkerende instabiliteit geleid.
Pakistan heeft een relatief moderne grondwet. Hoewel de Islam de officiële religie is, zijn staat en religie van elkaar gescheiden; de vrijheid van godsdienst en vereniging zijn binnen de grondwet gegarandeerd. Pakistan is een republiek waarbij de president een ceremoniële functie heeft en de eerste minister de feitelijke macht bezit, een variant van het Engelse model. Echter, Pakistan bezit geen eigen identiteit of nationale ideologie die de eenheid van de natie kan garanderen; er wonen verschillende volken met ieder een eigen geschiedenis, cultuur en taal. Zelfs de economische basis is in iedere regio weer anders. Dat gold niet alleen voor het toenmalige West en Oost Pakistan, maar ook in het huidige overgebleven westelijke deel.
Baluchië in het westen en de Patanen in het noorden van Pakistan, (die binnen de context van 't oude India al niet bij elkaar hoorden), vormden de buitenposten en bufferzones van de voormalige Britse kolonie India. Punjab en Sind daarentegen zijn altijd onderdeel geweest van een oude hindoestaanse cultuur en hadden zelfbestuur. Het in één staatsverband verenigd zijn van deze deelstaten heeft dus slechts een kort verleden.
De islamitische religie vormde de enige bindende factor en dat bleek niet voldoende; vanaf de eerste dag van de onafhankelijkheid kwamen verschillende volken in opstand tegen de heersende elite. Deze elite was voornamelijk afkomstig uit Punjab of Sind, bovendien waren er tussen die beide bevolkingsgroepen regelmatig conflicten geweest, om de eenheid van de staat te bewaren speelde het leger een grote rol in het dagelijkse leven en in de politiek. Bovendien is Pakistan een arm land, waar 't verschil tussen arm en rijk erg groot is, met als gevolg grote ontevredenheid onder het overgrote deel van de bevolking. Al deze tegenstellingen gaven de militairen goede redenen om de macht in handen te krijgen. Voor het gewone volk was het verschil tussen een burger- en een militair bewind minimaal; men werd sowieso door het leger onder druk gezet, of dit nu in opdracht van een burgerregering of van een militaire regering plaats vond maakte niks uit.
De Koude Oorlog
India was snel na de onafhankelijkheid een eigen weg ingeslagen en probeerde om niet in één van de bestaande militaire pacten te worden opgenomen. Het onderhield een goede relatie met Rusland en was bovendien één van de oprichters van "de beweging van niet gebonden landen". Dit alles was voor de Verenigde Staten voldoende om India als een "niet vriendelijk land" te beschouwen. Pakistan werd daarentegen onmiddellijk lid van verschillende anti-communistische militaire organisaties, zoals de CENTO en de SEATO. Beide organisaties functioneerden altijd als onderdeel van de NAVO en zodoende kwam Amerika in beeld. Tot op de dag van vandaag bestaat er een sterke band tussen de VS en Pakistan, er wordt samengewerkt op militair gebied, en er komt een levendige handel in wapens van de VS en van andere Navo-landen op gang. Ondertussen blijft er bij de militairen één doel voor ogen: het veroveren van Kashmir en het winnen van de oorlog tegen India.
Oktober 1962 brak er, na jaren van grensincidenten, een grensoorlog uit tussen India en China (de relatie tussen deze twee grote landen is nog steeds verstoord). Toen de verhouding tussen de Sovjet Unie en China verslechterde, kwamen Pakistan en China nader tot elkaar. Pakistan en China hadden gemeenschappelijke vijanden en India hoorde bovendien niet tot de vriendenclub van het westen. Een bijkomend voordeel was dat het Pakistaanse leger van China wapens en technologie kon verkrijgen die in het westen onder een exportverbod vielen.
In 1965 brak opnieuw oorlog uit tussen India en Pakistan. Pakistan inmiddels een militaire regering en hoopte (tevergeefs) op een snelle overwinning. In 17 dagen verloor het terrein in Kashmir en was opnieuw genoodzaakt een wapenstilstand af te sluiten. In plaats van de beloofde overwinning was er sprake van een dramatische nederlaag en dat maakte de wonde nog dieper. Onmiddellijk na de oorlog werd het Pakistaanse leger door het Westen opnieuw bewapend; maar door de nederlaag verloor het leger ook de macht en invloed op het interne bestuur van het land, er kwamen steeds meer protesten tegen de militaire regering en een steeds grotere vraag naar vrije verkiezingen, terwijl het oostelijke deel van Pakistan meer zelfbestuur eiste.
Toen het voor het leger duidelijk werd dat het niet verder kon regeren gaf het toe en kwamen er verkiezingen in Pakistan. In het oosten krijgt Mujibur Rahman de meerderheid en in het westen Bhutto. Het leger probeert om eigen voorwaarden te stellen bij de vorming van de nieuwe regering, maar dat werd noch door Bhutto noch door Mujib geaccepteerd. Beide werden door het leger opgepakt en de militaire regering blijft aan de macht hetgeen leidde tot de eis van onafhankelijkheid voor Oost Pakistan onder de naam Bangladesh. Dit werd door het leger meteen verworpen, in 1971 werd het oosten van Pakistan bezet en brak een burgeroorlog uit. Hierdoor kwam er een grote stroom vluchtelingen richting India. Bovendien ontstonden er veel kampementen van verzetsstrijders in India, zodat het Pakistaanse leger de grens overtrok. Dit gaf India in november 1971 aanleiding om in te grijpen, binnen korte tijd was er opnieuw totale oorlog tussen beide landen; het Pakistaanse leger moest op drie fronten vechten, heel snel werd duidelijk dat dit een verloren oorlog was. Al op 17 december moesten de Pakistaanse troepen in het oosten capituleren. De nederlaag was totaal, op 20 december kwam er een burgerpresident: Zufilkar Ali Bhutto; de militairen moesten terug de kazerne in en in beide delen kwam een burgerregering aan de macht. De onafhankelijkheid van Oost Pakistan werd Bangladesh; niet alleen de internationale gemeenschap erkende de nieuwe staat meteen; zelfs de nieuwe Pakistaanse regering onder leiding van Bhutto ging over tot erkenning.
Voor de eerste keer in de geschiedenis van Pakistan was er een vrij verkozen burgerregering die op brede steun van het volk kon rekenen. Bhutto begon ook meteen zijn beleid te richten op de interne problemen van het land en bovendien was er ook in de internationale arena meer en meer een zelfstandige politiek. Bij voorbeeld door het opnemen van contacten met 'de beweging van niet gebonden landen' en de poging om lid te worden van deze organisatie. Met India begon hij een dialoog over grensproblemen en over het vraagstuk van Kashmir.
De afhankelijkheid van het leger van Amerikaanse en Engelse wapens trachtte hij te verminderen door aankoop van wapens uit Frankrijk en China. Intern begon hij enkele hervormingen door te voeren, zoals landhervormingen, een betere regeling van de belastingheffing en door het bestrijden van de corruptie. Ook de vrijheid van de pers en de media werd beter geregeld. Toen Bhutto meer en meer afstand nam van het uitvoeren van Amerikaanse opdrachten en duidelijk een zelfstandige lijn inzette werd de relatie tussen Pakistan en het westen slechter.
In Baluchistan (in het westen) en ook in het noorden van het land brak onlusten uit die uitmondden in een burgeroorlog. Bhutto was genoodzaakt het leger opnieuw te gebruiken om deze opstanden te beëindigen, met als gevolg dat het leger opnieuw invloed verkreeg op het dagelijks bestuur van het land.
Bhutto voerde bovendien - voor zover dat in Pakistan mogelijk was - een beleid dat religie en staat van elkaar scheidde. Dit tot grote ontevredenheid bij dat deel van de bevolking die tijdens de onafhankelijkheidsoorlog uit India naar Pakistan was gevlucht.
De islam als eenheidsideologie
In de jaren zeventig hield India zijn eerste nucleaire test. Hoewel dit meer een waarschuwing richting China was, kon Pakistan dat inmiddels drie oorlogen tegen India verloren had dit niet zonder meer voorbij laten gaan en het land begon meteen met de voorbereiding van een eigen bom. Uiteraard speelt het leger hier uiteraard een grote rol in; onder druk van het leger en van andere sectoren van de Pakistaanse samenleving moest Bhutto doorgaan met deze eis van een eigen bom. Dit alles gaf het westen een goede aanleiding om te stoppen met het grootste deel van hun leningen en ontwikkelingshulp, waardoor de interne situatie verslechterde en de ontevredenheid in het land toenam. Het leger begon bovendien de islam meer en meer als eenheidsideologie te gebruiken. In 1977 grijpt de chefstaf van het leger, generaal Zia ul Hag de macht en werd Bhutto gearresteerd. Het Westen deed niks, de Amerikanen waren hier duidelijk blij mee. De toestand in Iran en ook in Afghanistan spelen hierbij ook een rol; het verlies van Pakistan zou op dat moment te zwaar voor de VS zijn, meteen na de machtsgreep van generaal Zia begon de militaire hulp aan Pakistan opnieuw op gang te komen. Het leger maakte via de noodtoestand korte metten met alle burgerlijke vrijheden, zoals de individuele rechten en het recht van vereniging. Generaal Zia koos heel duidelijk van het begin af de islamitische lijn en dat verschafte een draagvlak onder een deel van de bevolking. Bhutto kwam voor een militaire rechtbank en werd tot de dood veroordeeld, waarna hij in april 1979 werd geëxecuteerd.
Toen eind 1979 de communisten in Afghanistan aan de macht kwamen en door de Sovjet Unie gesteund werden, kwamen massale hulpleveranties van de Amerikanen op gang.
Heel Noord Pakistan veranderde in een legerkamp, de CIA werd verantwoordelijk voor de opleiding van de mujahedin en het Amerikaanse leger werd verantwoordelijk voor de bevoorrading. De rest van de NAVO steunden dit beleid, terwijl Saoedi Arabië en Kuweit voor het geld zorgden. Vreemd genoeg waren Iran en China ook bondgenoten van de Amerikanen in de strijd tegen de Afghaanse regering. Dit alles verliep met goedkeuring van het Pakistaanse leger en van generaal Zia. De Amerikanen bewapenden het meest fundamentalistisch deel van Afghanistan en met de groei van het fundamentalisme binnen het Pakistaanse leger kwam een samenwerking tussen deze twee groeperingen op gang, een samenwerking die overigens tot nu toe stand heeft gehouden.
De militairen in Pakistan versnelden het kernbom-programma en ook de ontwikkeling van lange afstandsraketten. Deze programma's werden door de rest van de wereld en zeker door het westen in de doofpot gestopt. Vanaf de jaren tachtig was het een publiek geheim dat Pakistan over kernbommen beschikte.
De meeste Amerikaanse hulp die naar het Afghaanse verzet ging, kwam terecht bij dat deel van het verzet dat in het zuiden van Afghanistan actief was. Dit Afghaanse gebied wordt met name door Patanen bevolkt, een bevolkingsgroep welke ook in Noord Pakistan leven, waar ze de meest religieuze en minst ontwikkelde bevolkingsgroep vormen. Toen uiteindelijk de Russen Afghanistan verlieten en het verzet door bemiddeling van de VN aan de macht kwam verloor Pakistan zijn dominante positie in de binnenlandse aangelegenheden in Afghanistan. Zuid Afghanistan en het noorden van Pakistan vormen tevens één van de grootste producenten van opium en heroïne. De hele produktie en handel hiervan was en is in handen van het toenmalige verzet en van hoge officieren en ambtenaren in Pakistan. Nergens ter wereld was heroïne zo vrij en zo open te koop en door ieder deel van de wereld te bestellen. Iedereen wist daarvan en niemand mocht daar iets aan doen of informatie over verspreiden. De prioriteit lag immers bij de bestrijding van het communisme en de rest was niet belangrijk.
Bovendien kon een deel van het drugsgeld ten goede komen van het verzet. De opleidingskampen en de militaire bases waren dan ook perfecte plekken voor het inpakken en transporteren van heroïne naar de rest van de wereld; met name naar Noord Amerika en West Europa. De Taleban (de huidige machthebbers in Afghanistan) controleerden de produktie: het transport naar de rest van de wereld werd in Pakistan geregeld (en zo werkt het nog steeds).
De hele periode van de jaren tachtig wordt gekenmerkt door de dictatoriale regering van generaal Zia. De opiumoogsten en het witwassen van drugsgeld waren geen reden om iets tegen dit bewind te doen. Na het vertrek van de Russen uit Afghanistan, werd de internationale druk op de militaire regering groter en gaf generaal Zia toestemming tot verkiezingen - maar gaf uiteindelijk echter toch niet de macht uit handen. Pas toen Zia in de zomer van 1988 bij een vliegtuigongeluk om het leven kwam kon er opnieuw een burgerregering aan de macht komen.
Het nucleaire programma
De tijdens het bewind van Zia gestarte nucleaire en raket programma's werden gecontinueerd, eigenlijk met heel weinig tegenstand. Intern had de kernbom (door Bhutto "de islamitische bom" genoemd) een mythische lading verkregen waartegen geen partij of beweging iets durfde te zeggen. Het westen (veelal de VS) deed soms een paar dreigende uitspraken, meestal over stopzetting van de ontwikkelingshulp, maar die was inmiddels zo marginaal geworden dat het voor Pakistan zo goed als geen betekenis meer had. De leningen van de wereldbank en het IMF gingen gewoon door en ook de militaire hulp of de zogenaamde hulp aan de vluchtelingen (er waren meer dan anderhalf miljoen Afghaanse en heel veel Iraanse vluchtelingen naar Pakistan gevlucht).
Op 16 november 1988 kwam voor de eerste keer een vrouw, Benazir Bhutto (dochter van de voormalige eerste minister) als eerste minister aan de macht, maar zij slaagde er niet in zich te ontworstelen van het vele geweld en de politieke moordpartijen. Het probleem bleef hetzelfde; het ontbrak aan een bindende ideologie waarmee alle deelstaten tot één staat komen (of met andere woorden: van verschillende volken één natie). Wat resteert is de Islam en dat bleek in de afgelopen 50 jaar niet te werken.
Aangezien de sociale en economische problemen onopgelost blijven, herhaalt de geschiedenis zich om de paar jaar. Het scenario is iedere keer hetzelfde: burgerregeringen zijn onmachtig om de corruptie en de armoede te bestrijden, verliezen zodoende hun gezag en dan begint het lokale en etnische geweld. Om dat geweld te sussen wordt het leger ingezet en na een paar jaar neemt het leger de macht weer in handen, en vervangt de eerste minister of de president, ongeacht wat er in de grondwet staat. Jammer genoeg geeft de oppositie keer op keer groen licht voor dit soort onwettige veranderingen.
Dit patroon herhaalt zich opnieuw bij Benazir Bhutto, in augustus 1990 wordt zij met hulp van het leger vervangen door Nawaz Sharif, overigens ook weer met hulp van het meer islamitisch georiënteerde deel van de elite.
Sharif komt uit Punjab, Bhutto uit Sind, en dat maakt heel veel uit in Pakistan. Sharif blijft twee jaar aan totdat in oktober 1993 Benazir Bhutto op dezelfde manier opnieuw aan de macht komt: in november 1996 wordt Bhutto ontslagen en wordt Sharif opnieuw eerste minister.
In dezelfde periode laait de burgeroorlog in Afghanistan opnieuw op, deze keer tussen de vroegere bondgenoten die samen tegen de Russen hadden gevochten. De Taleban, die uit het zuiden van Afghanistan komen, nemen met hulp van het Pakistaanse leger heel snel het grootste deel van het land in. Deze bezetting wordt door bijna de hele wereld geaccepteerd.
In India komen de hindoe-nationalisten aan de macht en de situatie tussen India en Pakistan verslechterd snel. De regering van India was een coalitieregering die steunde op een kleine, onstabiele meerderheid in het parlement. Met het oog op de naderende verkiezingen in India start de regering met de voorbereiding van haar eigen kernproeven; noch de internationale druk noch de dreigementen van Pakistan halen iets uit en India nam de kernproeven.
Het bewind van Sharif was bijna voorbij, zijn regering was heel onpopulair, betrokken bij veel corruptieschandalen, zijn handelwijze tegenover de oppositie en tegen de algemene vrijheden bracht zijn regering aan de rand van ontslag; maar toen India de kernproeven had genomen zag hij zijn kans schoon en tegen alle internationale druk in ging Pakistan kernproeven houden. Dat levert hem ook de steun van het leger op.
Het gaat hierbij niet om een of twee kernbommen, volgens schattingen beschikt Pakistan over ongeveer 50 kernbommen; wat in minder dan 3 jaar uitgebreid kan worden tot ongeveer 100: een gigantisch arsenaal.
Een andere gevaarlijke factor is Iran, dat zijn eigen kernbom-programma door kan zetten; ze beschikken immers over de capaciteit, hun relatie met Pakistan is de afgelopen 20 jaar niet echt vriendelijk geweest, terwijl deze de laatste jaren door de overwinning van Taleban in Afghanistan is verslechterd (Iran geef ondersteuning aan de tegenstanders van de Taleban). Bovendien zijn er veel gewapende conflicten in het grensgebied van Iran en Afghanistan; een jaar geleden kwam het bijna tot een totale oorlog tussen die twee landen.
Iran weet dat het in geval van oorlog met Afghanistan, rekening moet houden met het Pakistaanse leger, en zodoende moet Iran ook de beschikking hebben over zijn eigen kernbom (ze hebben de nodige technologie allang gereed).
Irak is ook al jaren lang bezig met een soortgelijk programma en aangezien zowel Iran als Irak nog steeds beschikken over midden- en lange-afstandsraketten komt het gevaar van kernexplosies veel dichterbij dan gedacht.
In de zomer van '99 laait de grensoorlog in Kashmir tussen Pakistan en India opnieuw op. Het Pakistaanse leger kreeg niet de gelegenheid om de strijd uit te breiden met als gevolg dat het terrein moest prijsgeven. De relatie tussen de regering en het leger verslechterde, het leger legt de verantwoordelijkheid voor de nederlaag in het openbaar bij de regering neer. Terwijl anderzijds Sharif het leger beschuldigt van autonoom optreden zonder toestemming van de regering.
De rest is nu bekend: generaal Mosharef, het hoofd van het leger, werd vervangen en het leger ging daar niet mee accoord.
Hun antwoord is duidelijk: het leger grijpt opnieuw de macht, stuurt de burgerregering naar huis.
De consequenties zijn enorm en Pakistan gaat opnieuw een periode in van grote instabiliteit. Meestal wordt dan over een snelle terugkeer naar de democratie gesproken, maar de ervaring leert dat dit loze beloften zijn. Doorgaans blijft het leger voor een langere periode aan de macht (in de afgelopen vijftig jaren waren in Pakistan de militairen langer aan de macht dan burgers). Het religieus fundamentalisme in Pakistan en in de rest van de regio krijgt meer ruimte waardoor de Taleban in Afghanistan zeker zijn van verdere steun uit Pakistan.
India en Pakistan zullen in de komende maanden conflicten niet uit de weg gaan (twee nationalistische regeringen) en deze keer kan het Pakistaanse leger zich niet permitteren om een oorlog te verliezen; in de machtsverhoudingen is echter niets veranderd, India is nog steeds sterker, alleen bezitten nu beide kanten de kernbom.
Hoeveel slachtoffer er deze keer zullen vallen weet nog niemand. Het meest belangrijke van alles is dat Pakistan het enige land ter wereld is dat zijn kernarsenaal direct onder controle van het militaire apparaat heeft staan; er staat geen politieke controle boven. Met als gevolg dat voor het eerst kernwapens gebruikt kunnen worden als militairen dat nodig denken te vinden. Je hoeft niet zo'n grote fantasie te hebben om te vermoeden dat militairen dat heel snel nodig zullen vinden. Voor het leger geldt immers: hoe groter de vuurkracht van het wapen is hoe beter.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 338, 18 november 1999