verarmd uranium gevaar
Sinds de ultieme test in de Golfoorlog van 1991 behoren wapensystemen met verarmd uranium (depleted uranium, DU) tot het standaard-arsenaal van de NAVO. Op het slagveld gelden antitankgranaten met kernen van verarmd uranium als 'conventioneel', maar wie het waagt een restant van het projectiel te importeren naar een NAVO-land kan rekenen op een forse boete wegens het verspreiden van radioactiviteit. NAVO-landen beschouwen verarmd uranium, een bijprodukt van de verrijkingsindustrie, als kernafval. Het hoort thuis in een depot voor laag radioactief afval.
door Henk van der Keur
Door wettelijke uitzonderingsbepalingen kan de NAVO wapensystemen met verarmd uranium transporteren en opslaan totdat het hergebruikte kernafval het slagveld bereikt. Zoals in Irak en Koeweit tijdens Operatie Desert Storm. Dan is opeens niemand meer verantwoordelijk. Zo ook dit voorjaar in Joegoslavië en Puerto Rico waar uraniumhoudende munitie werd afgevuurd tijdens de NAVO-aanvallen en oefeningen van de Amerikaanse marine. Ondertussen woeden er in de Verenigde Staten en Groot Brittannië felle debatten over de risico's van het militair gebruik van verarmd uranium. Gezondheidsklachten van Golfoorlogveteranen, en de apocalyptische epidemieën van kwaadaardige ziektes en uitzonderlijke geboorteafwijkingen in het zuiden van Irak, worden steeds vaker toegeschreven aan vergiftiging door stofdeeltjes uranium. De roep om nader onderzoek te verrichten naar de gezondheidseffecten van verarmd uranium wordt steeds luider. Zolang een constructie van verarmd uranium intact blijft is er, tenzij corrosie optreedt, weinig aan de hand. Het gevaar schuilt vooral in de verbranding van het zware metaal. Als een antitankgranaat van verarmd uranium doel treft ontstaan door verbranding in de nabijheid van de getroffen tank hoge concentraties microdeeltjes uraniumoxide. Die stofdeeltjes zijn zowel chemisch giftig (vergelijkbaar met cadmium) als radiologisch giftig. Omstanders kunnen besmet raken door inademing, ingestie of via open wonden. Om die reden zijn door de NAVO-landen richtlijnen opgesteld en trainingsprogramma's ontwikkeld om besmetting zoveel mogelijk te voorkomen. Op het internet zijn beelden van trainingsvideo's beschikbaar van manschappen die in goed afsluitbare uitrustingen bezig zijn om materieel en terrein te ontsmetten van stofdeeltjes verarmd uranium. Vergelijkbaar op een manier waarmee asbestdeeltjes worden opgeruimd. In de praktijk komen deze voorschriften niet terecht bij de manschappen die met verarmd uranium in aanraking komen.
Golfoorlogveteranen
Aan de vooravond van Operatie Desert Storm trof het Amerikaanse leger maatregelen om hun strijdkrachten voor te bereiden op een mogelijke Iraakse aanval met chemisch en biologische wapens. Om de grondtroepen tegen zo'n mogelijke aanval enige bescherming te bieden werden ze voorzien van speciaal daarvoor bestemde uitrusting en kregen ze vaccins toegediend (die later experimenteel bleken te zijn, HvdK). Ofschoon militaire bevelhebbers al geruime tijd voor Operatie Desert Storm op de hoogte waren van het gebruik van uraniumhoudende wapensystemen, werden diezelfde grondtroepen onwetend gehouden over de risico's van verarmd uranium. Een onderzoek van het Amerikaanse Ministerie van Veteranenzaken (van december 1997) verklaart dat 56 procent van de Golfoorlogveteranen niet wist dat ze tijdens de oorlog aan verarmd uranium waren blootgesteld. Het Amerikaanse Congres was na de Golfoorlog bezorgd over blootstellingen van Golfsoldaten aan de rook van brandende oliebronnen en liet een registratiesysteem opzetten. Er is echter een breed initiatief tot stand gekomen om de gezondheidseffecten door het militair gebruik van verarmd uranium te registreren.
Biofysicus dr. Doug Rokke was na de Golfoorlog als Amerikaans legerofficier belast was met het opruimen van verarmd uranium. Hij had de eindverantwoordelijkheid voor de radiologische veiligheid in de oorlog. Zijn team was belast met de 'schoonmaak' van de met verarmd uranium besmette slagvelden en materieel in Irak, Koeweit en Saoedi Arabië. Ondanks de bestaande strenge veiligheidsvoorschriften hebben de medewerkers van het onderzoeksteam nooit een speciale training of beschermende kleding gekregen. Binnen twee weken na hun verblijf in het Midden-Oosten begonnen zich bij Rokke en zijn medewerkers gezondheidsproblemen te ontwikkelen. Een aantal leden van het onderzoeksteam zijn inmiddels overleden. Rokke zelf kampt met ernstige nier- en ademhalingsproblemen. Een urinetest die in maart 1994 werd uitgevoerd toonde aan dat de limietwaarde voor werknemers in de uraniumindustrie met 2000 procent werd overschreden. Een gericht onderzoek naar de omvang van uraniumvergiftiging onder de ruim 100.000 Golfoorlogveteranen met gezondheidsproblemen is van meet af gesaboteerd door de Amerikaanse Ministerie van Defensie. De Amerikaanse arts en radiobioloog Dr. Asaf Durakovic, hoofd van een militair kliniek voor Nucleaire Geneeskunde, werd in het voorjaar van 1997 ontslagen nadat hij uraniumbesmetting diagnostiseerde bij 14 van zijn 24 patiënten die naar hem waren door verwezen. Twee daarvan zijn inmiddels gestorven aan 'onbekende oorzaken'.
Twee Britse Golfoorlogveteranen die erachter kwamen dat ze waren besmet met verarmd uranium kregen in december 1998 bezoek van de politie van het Britse Ministerie van Defensie. Hun huizen werden doorzocht, waarbij computerapparatuur in beslag werd genomen. De marechaussees waren op zoek naar geheime notulen die de veteranen hadden verkregen waaruit blijkt dat het Britse Ministerie van Defensie eigen onderzoek uitvoert naar naar de effecten van uraniumbesmetting bij Golfoorlogveteranen, zonder hen daarvan op de hoogte te stellen. Officieel bestaat er geen medisch onderzoek naar verarmd uranium. Eind augustus 1999 beschuldigen Britse Golfoorlogveteranen ex-minister Doug Henderson (Armed Forces) van het misleiden van het parlement. Op 28 april dit jaar verklaarde Henderson op een bijeenkomst van een defensiecommissie dat het Britse Ministerie van Defensie geen resultaten had van testen op interne besmettingen van verarmd uranium bij Golfoorlogveteranen. Hij deelde de commissie niets mee over een bijeenkomst van veteranen op 18 maart waarbij hijzelf en vice-premier John Prescott aanwezig was. Daar werd het bewijs gepresenteerd dat bij 30 Britse veteranen uraniumvergiftiging is geconstateerd. De Britse regering heeft herhaalde malen verklaard dat de soldaten tijdens de Golfoorlog geen risico hebben gelopen op uraniumvergiftiging. Het heeft altijd verklaard dat er geen reden was voor medische testen, omdat de stofdeeltjes uranium binnen een paar weken het lichaam zouden verlaten. Dit soort uitspraken met halve waarheden zijn exemplarisch voor woordvoerders van de Amerikaanse en Britse ministeries van Defensie. De meeste (onoplosbare) stofdeeltjes die via het maag-darmkanaal het lichaam passeren verlaten inderdaad vrij snel het lichaam. Het gaat juist vooral om de deeltjes die zijn ingeademd. Ze kunnen jarenlang in de longen blijven en ernstige schade aanrichten. Op termijn kunnen ze via de bloedbaan ook andere organen aantasten.
rattentumoren
Rond diezelfde tijd onthulden Amerikaanse Golfoorlogveteranen een tussenrapport van een Amerikaanse commissie die zich buigt over Golfoorlogziekten (Presidential Special Oversight Board, PSOB augustus 1999). De samenstellers van het rapport menen dat verarmd uranium geen nader onderzoek behoeft. Dat advies staat diametraal tegenover de aanbevelingen van vrijwel alle onderzoeksinstituten die in opdracht van het Amerikaanse Ministerie van Defensie onderzoek naar uraniumbesmetting uitvoeren. Een radiobiologisch onderzoeksinstituut van het Amerikaanse leger (Armed Forces Radiobiology Research Institute, AFFRI) publiceerde april 1999 haar onderzoeksresultaten met betrekking tot ratten die geïmplanteerd waren met verarmd uranium (behalve menselijke proefdieren kent het Amerikaanse leger ook een grootverbruik van echte proefdieren, HvdK). De onderzoekers ontdekten dat de deeltjes zich nestelen in de botten, hersenen, nieren, longen, lever, en testikels. Ze merken daarbij op: "Verarmd uranium transformeert cellen in een tumorgeen fenotype cellen, tumoren vormend in ratten". In follow-up testen die door onderzoekers van Veteranenzaken werden uitgevoerd werd het uranium aangetroffen in het sperma van een aantal Golfoorlogveteranen. Bij anderen werden neurologische klachten geconstateerd. Eén veteraan had een tumor. Alle betrokken onderzoeksinstituten dringen aan op verder onderzoek. Tot nu toe worden slechts 33 veteranen onderzocht op uraniumbesmetting. Volgens de veteranenorganisaties zijn zo'n 400.000 veteranen in contact geweest met besmet materieel. De Amerikaanse Golfoorlogveteranen hebben de presidentiële commissie (PSOB) fel bekritiseerd door het houden van twee dagen durende geheime bijeenkomsten met het Amerikaanse Ministerie van Defensie. Onder de federale wet moeten bijeenkomsten van de PSOB openbaar zijn voor het publiek. De commissie heeft echter niets naar buiten gebracht over een geheime bijeenkomst in juli waar 'depleted uranium' centraal stond. Het Britse dagblad The Sunday Herald (2 augustus 1999) onthult dat zowel het Britse Bestuur voor Stralingsbescherming (NRPB) als het Britse Ministerie van Defensie militairen en hulpverlenend personeel in Kosovo waarschuwen over de potentiële gevaren van verarmd uranium. De NRPB verzoekt pers en hulpverlenend personeel dringend om besmette gebieden te mijden. Het Britse overheidsinstituut waarschuwt: "Er zijn twee typen van potentieel gevaar die door het gebruik van verarmd uranium ontstaan: een chemotoxisch gevaar en een stralingsgevaar." (...) "DU kan door het lichaam worden opgenomen door inhalatie of ingestie. De nier is het meest kritieke orgaan door de chemotoxiciteit van DU. Verder bestaat er het gevaar op besmetting door het inademen van stof. Deze stofdeeltjes kunnen longkanker veroorzaken." De waarschuwing besluit met: "Mensen die Kosovo bezoeken of er werken, zoals pers en hulpverlenende organisaties, moeten advies vragen aan de betrokken autoriteiten over de locatie van beschadigde voertuigen en gebieden die met verarmd uranium zijn besmet. Deze gebieden moeten worden gemeden." Het Britse ministerie van Defensie adviseert haar personeel in Kosovo om gebieden die besmet zijn met verarmd uranium te mijden, tenzij gebruik wordt gemaakt van volledig stralingsbeschermende kleding. Ondertussen tasten de teruggekeerde Albanese Kosovaren - net als de Serviërs - in het duister over de gevaren waar zij aan bloot kunnen staan. Er bestaat geen beleid om de burgers te informeren. Amerikaanse kranten toonden begin augustus foto's van spelende Kosovaarse kinderen op mogelijk besmette Servische tanks.
Op een internationale conferentie in Londen (31 juli jl.) verklaarden medische wetenschappers dat het geschatte gebruik van 30 ton verarmd uranium in Joegoslavië kan leiden tot 10.000 extra doden aan kanker. Eén van de deelnemers was dr. Mona Kammas. In de jaren zeventig doceerde ze aan de Universiteit van Liverpool. Thans is ze lid van een Iraakse commissie die de gevolgen onderzoekt van de geallieerde bombardementen. Ze toonde statistieken die volgens haar het resultaat waren van 'het eerste gebruik van radiologische wapens in de geschiedenis van de mensheid': * Het voorkomen van geboorte-afwijkingen en kankers in de regio van Basra in het zuiden van Irak is aanzienlijk hoger dan in de rest van het land * Stellen, die gezonde babies hadden voor de Golfoorlog, zijn nu onvruchtbaar * Er is een cluster van lymfatische kankergevallen bij Basra * Het voorkomen van schildklierkanker is de afgelopen tien jaar verdubbeld * Nierschade, ook een gevolg van uraniumvergiftiging, is ook verdubbeld * De radioactiviteit in het milieu is tien maal hoger dan normaal. Vooral in het zuiden is de besmetting hoog.
Een Iraakse delegatie bracht al in februari 1994 de voorlopige resultaten van een medisch onderzoek naar de effecten van verarmd uranium aan de orde in de VN-mensenrechtencommissie. Iraakse wetenschappers hebben herhaaldelijk aangedrongen op hulp voor verder onderzoek. Door het VN-embargo waren de beschikbare onderzoeksmiddelen niet toereikend. Uiteindelijk krijgt hun verzoek in oktober 1998 gehoor als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een onderzoek aankondigt naar de relatie tussen het alom aanwezige uranium en de dodelijke epidemieën in Irak. Om niet opgehelderde redenen is nog altijd geen aanvang gemaakt met dat onderzoek. Westerse landen laten zich graag gelden als kampioenen in het uitbannen van massavernietigingswapens. Ondertussen deinzen diezelfde landen er niet voor terug om wapensystemen te gebruiken met ge-recycled kernafval, dat volgens internationaal geldende stralingsnormen thuishoort in een depot voor laag radioactief afval. Na luide Japanse protesten in 1996 haastte het Amerikaanse ministerie van Defensie zich om de veertig kilo verarmd uranium die bij een test op Okinawa werd afgevuurd op te ruimen. Hetzelfde ministerie heeft echter herhaalde malen verklaard dat het geen plannen heeft om het verarmd uranium in Irak, Koeweit, Saoedi Arabië, Bosnië, en sinds kort Joegoslavië op te ruimen. Evenals de testgebieden in Panama en Puerto Rico.
Henk van der Keur is werkzaam bij Stichting Laka (Ketelhuisplein 43, 1054 RD, Amsterdam 020.6168294
Ons rapport "Depleted Uranium - A post-war disaster for environment and health" (mei 1999) is the vinden op de website van het WISE-uraniumproject: http://antenna.nl/~wise/uranium
Op verzoek kunt u ook tegen portokosten een gedrukt exemplaar toegestuurd krijgen.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 338, 18 november 1999