het is geen zuivere koffie
"Zuivere" koffie afkomstig uit "vuile" produktie
Wat aanvankelijk een goede manier leek om de ongelijke welvaartsverdeling tussen de geïndustrialiseerde en de "ontwikkelingslanden" te compenseren, lijkt bij tijd en wijle een dubieus tintje te krijgen. De zogenaamde "zuivere" koffie wordt al langere tijd via normale supermarkten verspreid, waar je zeer veel vraagtekens bij kunt zetten. Maar ook aan de productie-zijde doen zich omstandigheden voor die weinig meer met "zuivere" handel te maken hebben. Het oorspronkelijke idee van "zuivere" handel was om een menselijker en zelfbepaald leven voor boeren die in coöperaties georganiseerd zijn, mogelijk te maken. Op de website van Max Havelaar wordt het als volgt omschreven: "Boerenorganisaties moeten politiek onafhankelijk en democratisch van opzet zijn zodat de leden zeggenschap hebben over het beleid van de organisatie en de besteding van gelden". We betalen hier in het westen een forse prijs voor deze "zuivere" koffie, in de hoop dat een aanzienlijk deel van dit geld de lokale, kleinschalig producerende boeren ten goede komt. Daarbij gaan we er over het algemeen van uit dat het Max Havelaar-keurmerk borg staat voor koffie van "zuivere" herkomst. De productinformatie op de verpakking van de koffie is meestal beperkt en onvolledig. Met een beetje geluk wordt vermeld uit welk land de koffie afkomstig is, een enkele keer wordt zelfs de streek van herkomst aangegeven. Maar van welke coöperaties de koffie afkomstig is, kom je niet te weten. Met een deel van de biologische koffie uit de Mexicaanse deelstaat Chiapas, die door de Fairtrade Labeling Organization van het TransFair-keurmerk (de Duitse variant van het Max Havelaar-label) wordt voorzien, is iets goed mis. Het betreft hier koffie van de coöperatie UDEPOM.
De UDEPOM (Union de Ejidos de Produccion, Comercializacion y Exportacion de Productos Agropecuarios y de Transporte Profesor Otilio Montano (Ejidobond voor Produktie, Verkoop en Export van Agrarische Producten en Transport Meester Otilio Montano) is een coöperatie van diverse ejidos (communale boerengemeenschappen) in de gemeente Motozintla. Hun jaarlijkse omzet schommelt rond de 4 miljoen gulden en komt voort uit de verkoop van zo'n 920 ton biologisch verbouwde koffie. Zeventig procent van de oogst wordt naar Europa geëxporteerd en de overige dertig procent vindt zijn weg naar de VS en Japan. De biologische kwaliteit van de koffie is gecertificeerd door de keurmerkorganisaties OCIA en Naturland , de 'sociale kwaliteit' van de koffie is door de FLO (de internationale overkoepelende organisatie waarvan Max Havelaar deel uitmaakt) middels het bekende keurmerk goed bevonden. In Duitsland wordt UDEPOM-koffie op de markt gebracht door de firma Lebensbaum, gevestigd te Diepholz. In Nederland wordt, voor zover wij hebben kunnen nagaan, deze koffie niet op de markt gebracht.
banden tussen UDEPOM en SOCAMA
De UDEPOM is geassocieerd met de organisatie SOCAMA (Solidaridad Campesino Magisterial [Boeren en Onderwijzers Solidariteit]), een organisatie opgericht door voormalige maoïsten die tegenwoordig nauwe banden met de regeringspartij PRI onderhouden. De banden tussen UDEPOM, SOCAMA en de PRI lopen ook via specifieke individuele personen. Zoals bijvoorbeeld Manuel Hernandez Gomez, één van de leiders van de UDEPOM, één van de oprichters van SOCAMA en momenteel lid van het federale parlement voor de PRI. Het onafhankelijke onderzoeksinstituut CIACH (Centro de Informacion y Analisis de Chiapas (Informatie- en Analyse Centrum van Chiapas) schreef in één van hun maandelijkse bulletins over Chiapas het volgende over hem: "Tevens moet opgemerkt worden dat veel van de PRI-kandidaten voor een parlementszetel op een of andere wijze connecties hebben met de SOCAMA. Zo ook in het geval van SOCAMA's belangrijkste leider, Manuel Hernandez Gomez, kandidaat voor de regio Sierra Madre (aan de westkust van Chiapas), waar de organisatie van koffieboeren "Otilio Montano" aan invloed aan het winnen is. Hetzelfde geldt voor de kandidaat voor de regio Los Altos (...) Beiden zijn verantwoordelijk voor het verdrijven van protestantse boeren uit hun respectievelijke dorpen." Hernandez Gomez is afkomstig uit een familie van PRI-dorpspotentaten in San Juan Chamula, waar hij lange tijd lid was van de gemeenteraad. Eén van zijn broers, Silvano, is in het verleden wethouder van Financiën geweest in diezelfde plaats en is kort geleden in een slecht daglicht komen te staan nadat hij beschuldigd werd van grootschalige wapenhandel met paramilitaire organisaties in Chiapas. In deze affaire is ook de naam van Manuel Hernandez Gomez gevallen. Een ander PRI-parlementslid, Antonio Gonzales Sanchez, was gedurende de jaren 1989-1994 adviseur van de UDEPOM. Rekening houdend met deze personele banden met de regeringspartij is het niet verwonderlijk dat de UDEPOM, in tegenstelling tot vele andere organisaties van koffieboeren in de regio, geen enkele moeite heeft met het verkrijgen van overheidsleningen en -subsidies. CIACH schrijft daar het volgende over: "Volgens verklaringen van bewoners van de regio en enkele leden van de coöperatie (UDEPOM), incasseerde de organisatie overheidssteun voor de opkoop van koffie en voor een heel scala aan hulpprojecten: in 1996 voor bijenteelt en varkensfokkerij, in 1997 voor het opnieuw in gebruik nemen van oude koffie- en fruitplantages, en in 1998 voor opslagloodsen voor honing en koffie (...) Manuel Hernandez Gomez ondersteunt ze bij het verkrijgen van gelden uit het ontwikkelingsproject PIRS (Proyecto de Impacto Regional de la Sierra)". Het opkopen en commercieel verhandelen is meestal het werk van tussenhandelaren. Volgens informatie van CIACH bezit de UDEPOM een koffiebrand-installatie en een vrachtwagen en tevens een model- en kweekplantage in Motozintla. Het uitzonderlijke belang dat de Mexicaanse regering schenkt aan UDEPOM blijkt ook uit het feit dat de Mexicaanse president Zedillo het afgelopen jaar minstens tweemaal een ontmoeting had met vertegenwoordigers van UDEPOM.
Maar niet alleen om economische redenen speelt de UDEPOM in de regio Motozintla een steeds belangrijker rol. Volgens gelijkluidende verklaringen van verschillende mensenrechtenorganisaties uit Chiapas heeft de UDEPOM politieke invloed in de regeringspartij PRI. Zo wordt de kandidatuur van Manuel Hernandez Gomez voor de PRI toegeschreven aan de invloed van de UDEPOM. CIACH beweert ongeveer hetzelfde: "Ze heeft een politiek netwerk tot stand gebracht, waarmee ze de koffieboeren onder druk zet; zij oefent politieke controle uit over de complete bevolking in deze streek. Zo kan als voorbeeld worden gemeld dat ze de steun heeft van minstens 20 ejido-leiders in de gemeente Motozintla - hetzelfde geldt voor de meeste omliggende gemeenten. Volgens verklaringen van inwoners uit de gemeenten waar de UDEPOM actief is, bestaat ze voor het grootste deel uit potentaten van de ejidos uit de regio van de Sierra Madre (...) De volgende PRI-burgemeester van Motozintla zal zijn zetel slechts kunnen bestijgen met hulp van zowel de UDEPOM, als van de deelstaatregering". Het verwerken en verhandelen van de biologische koffie van de UDEPOM wordt voor een deel verzorgd door SOCAMA, dat een koffieverwerkingsfabriek bezit in Motozintla. Volgens gegevens van SEDESOL (het Ministerie voor Sociale Ontwikkeling) maken, behalve de UDEPOM, de volgende organisaties deel uit van SOCAMA: de Union de Ejidos Juan Sabinez Gutierrez in de gemeente Escuintla, de Union de Ejidos Huixtla in de gemeente Huixtla, de Union de Ejidos Maravilla Tenejapa in de gemeente Comitan en de Sociedad de Solidaridad Social "Los Tres Robles" in de gemeente Copainala. In het jaarverslag van 1996 van SOCAMA worden nog andere koffieproducerende coöperaties genoemd waarvan de kaderleden tegelijkertijd instructeurs van SOCAMA zijn. SOCAMA betitelt zichzelf als "associatie met als oogmerk het opkopen en commercieel verhandelen van koffie".
De opkomst van SOCAMA
In 1988 won Carlos Salinas de presidentsverkiezingen door op grote schaal fraude te plegen, die men trachtte te camoufleren door een 'computer-uitval'. Gegeven de aanwezigheid van een sterke oppositie was nieuw beleid gewenst. In 1989 maakte Salinas de invoering van een "programma tegen de armoede" PRONASOL bekend. Het overgrote deel van het PRONASOL-budget ging echter op aan het bestrijden van de oppositie, door het omkopen en verdelen van de leden van sociale bewegingen en vakbonden, om ze uiteindelijk tot regeringsgezinde organisaties om te vormen. Dat werd met een verrassende snelheid en efficiency gedaan.
kweekvijver voor doodseskaders
Solidaridad Campesina Magisterial A.C. (SOCAMA) werd in 1988 opgericht door Manuel Hernandez Gomez, direct na zijn vrijlating uit de gevangenis. Volgens eigen opgave zijn er meer dan 200.000 mensen in deze organisatie georganiseerd. Zij beschikt over een eigen bank, de SOCAEM (Boeren en Ambtenaren Solidariteit) en een netwerk van verschillende coöperaties en productie-gemeenschappen. Biologische landbouw werd als waardevol gezien, aangezien het hogere prijzen garandeert en overeenstemt met de hulpprogramma's van de overheid. Die hulpprogramma's hebben uiteraard als eerste functie het voorkomen en indammen van sociale onrust. "Wij zijn in goede doen", zegt Manuel Hernandez Gomez. Geen wonder, als je ziet hoeveel internationale ondersteuning zijn projecten sindsdien hebben opgeleverd. Naast de bijdragen van de Wereldbank, de US Aid Office, de Rockefeller- en McArthurstichting, is er een constante stroom van financiële hulp uit Mexicaanse overheidsbronnen. Begin 1995 werd begonnen met het op grote schaal opzetten van paramilitaire organisaties, als reactie op de Zapatistische opstand en het verlies aan invloed die de regionale PRI-potentaten bedreigden. Deze paramilitaire organisaties worden financieel ondersteund door parlementsleden van de PRI, grootgrondbezitters en grote koffie- en veeboeren, en worden beschermd door het Openbaar Ministerie en de militairen. Oprichters en instructeurs zijn, onder andere, leden van SOCAMA, inclusief het voormalige PRI-parlementslid en SOCAMA-leider Samuel Sanchez Sanchez. Zijn doodseskader Desarrollo, Paz y Justicia (Ontwikkeling, Vrede en Gerechtigheid) dient zowel voor het onderdrukken van de burgerbevolking, als voor het creëren van een gunstig klimaat om voor PRI-gezinde jongeren, die door landgebrek en de economische recessie in de Indiaanse dorpen in een sociaal en economisch isolement dreigden te raken, nieuwe mogelijkheden te scheppen, en om hen op te zetten tegen de in hun ogen te terughoudende opstelling van de zittende PRI-elite. Zoals we al zagen heeft het hen geen windeieren gelegd. De regering van deelstaatgouverneur Ruiz Ferro tekende kort voor de verkiezingen van juli 1997 met het doodseskader (Desarrollo) Paz y Justicia een verdrag voor "ondersteuning en verbetering van de agrarische productie". Het hoofdbestanddeel van dit verdrag omvat de financiering van deze paramilitaire organisatie met SEDESOL-geld. De uitkering bedroeg 4,6 miljoen pesos (1 miljoen gulden) voor het eerste jaar, maar het verdrag bevat een optie tot jaarlijkse verlenging.
"Ontwikkeling, Vrede en Gerechtigheid"
De leden van de moordenaarsbende Desarrollo, Paz y Justicia zijn uitgerust met automatische wapens van het type AK47 (Kalanasjnikov) en beschikken over een eigen communicatiestructuur in de vorm van radiozenders. Ze voelen zich volkomen veilig, en gevrijwaard van strafvervolging, wat hen van bovenaf gegarandeerd wordt. Er wordt hen geen strobreed in de weg gelegd bij het roven van de oogsten van andere coöperaties. Ze plunderen en vernielen concurrerende koffie-aanplanten, verdrijven de koffieboeren en verkopen hun oogst aan opkopers, de zogenaamde coyotes. De oprichter en leider van Desarrollo, Paz y Justicia en leider van SOCAMA, Samuel Sanchez Sanchez, is momenteel burgemeester. In een interview zegt hij trots: "Ik ben lid van Paz y Justicia omdat ik een Indiaan ben, ik ben een Chol". Hij is werkzaam als onderwijzer en hoofd van een lagere school. Daarnaast, bijna als vanzelfsprekend, is hij al jarenlang kaderlid van de onderwijsvakbond SNTE in zijn woonplaats Tila (Noord-Chiapas) en een jarenlange vriend van Manuel Hernandez Gomez. Ooggetuigen melden dat SOCAMA-leraren in de school van het dorp Navil jongeren paramilitaire training geven. "Tot en met 1994 won de PRI altijd alle verkiesbare zetels bij de regionale verkiezingen in de Chol-regio (Noord-Chiapas). In 1995 kreeg de PRI de minderheid van de stemmen in de gemeentes Tumbala, Tila, Salto de Agua en Sabanilla in die regio. Als reactie daarop werd de paramilitaire groep Paz y Justicia opgericht om de lokale bevolking weer onder de knoet te brengen. Ze kidnappen leden van de politieke oppositie, voeren arbitraire arrestaties uit, belasteren het bisdom van San Cristobal en verdrijven en vermoorden politieke tegenstanders uit hun dorpen. De leider, Samuel Sanchez Sanchez probeert het politieke conflict als een religieus conflict voor te spiegelen. Paz y Justicia werd in de gemeentes Tila en Salto de Agua gevormd." Sinds de oprichting van Paz y Justicia, in april 1995, heeft de organisatie in het noordelijke deel van Chiapas een netwerk van terreur opgebouwd. Driehonderd mensen werden vermoord, duizenden werden van huis en haard verdreven, hun bezittingen werden in beslag genomen en verdeeld onder de leden van het doodseskader, dat opereert als een staat in de staat. Geregeld worden er wegblokkades opgeworpen op de belangrijkste wegen. Soms trekken ze politie-uniformen aan en nemen deel aan overvallen van leger en politie. De terreurcampagne van deze goed georganiseerde en ruim gefinancierde groep is voornamelijk gericht op vermeende Zapatista-sympathisanten, op leden van de oppositionele PRD en catechisten van het bisdom van San Cristobal.
SOCAMA betrokken bij bloedbad
In december 1997 voerde een doodseskader in de gemeente Chenalho een aanval uit op de Union de Ejidos y Comunidades Majomut. Mensenrechtenorganisaties hebben na onderzoek vastgesteld dat het doodseskader dat afwisselend met de naam Mascara Roja en Primera Fuerza wordt aangeduid, is opgezet door leden van Paz y Justicia en lokale SOCAMA-leden. Reden voor die aanval was dat de ejido Majomut bestaat uit een klein aantal sympathisanten van de PRI, en een meerderheid van leden van de politiek neutrale (maar met de Zapatistas sympathiserende) boerenorganisatie Las Abejas (De Bijen) en aanhangers van het EZLN. Door deze roof en vernietiging konden een aantal belangrijke export-contracten niet nagekomen worden. Bij het bloedbad werden 45 mannen, vrouwen en kinderen van deze gemeenschap, die vanuit Majomut al eerder naar het dorp Acteal waren gevlucht, afgeslacht door het doodseskader. De strijd om de controle van de productie en het op de markt brengen van biologische koffie is in bloedvergieten uitgelopen. Het is één van de redenen achter het toenemend aantal gewelddadige conflicten. Een andere oorzaak voor de gewelddadige conflicten is de positie van de vrouwen. "De participatie van vrouwen in de politieke arena, en het creëren van nieuwe ruimtes voor hen om zich te organiseren, symboliseert de bedreiging die de traditionele machtsstructuren te wachten staat als de Zapatista-strijd zich nog verder uitbreidt. In veel gemeenschappen zijn vrouwenvergaderingen synoniem aan sympathiseren met de Zapatistas, en om deze reden worden zij door lokale machthebbers aangevallen. De oprichting van de boerenorganisatie Las Abejas was voor PRI-aanhangers de 'aanleiding' voor de verkrachting van drie vrouwen van de leiders van de zojuist opgerichte onafhankelijke organisatie. Sindsdien zijn PRI-aanhangers constant vrouwen van de Abejas blijven lastig vallen. Tijdens het bloedbad van Acteal werden juist daarom zoveel vrouwen en kinderen afgemaakt: door de vrouwen te vermoorden, trachten ze het symbool van het verzet te vernietigen".
Bescherming van boven
Dit netwerk van bruut geweld werd al die tijd afgedekt door onder andere Jorge Enrique Hernandez Aguilar, die in 1994 tot Officier van Justitie in de deelstaat Chiapas werd benoemd, en daarna secretaris van de Veiligheidsraad van de deelstaatregering was. Hernandez Aguilar is volgens UDEPOM- en SOCAMA-kopstuk Hernandez Gomez ook lid van SOCAMA. Hij wordt door mensenrechtenorganisaties gezien als de coördinerende uitvoerder van het opstandbestrijdingsplan van het Mexicaanse Leger, dat al eind 1994 voorzag in het opzetten van een groot aantal doodseskaders. Hij wordt er ook van verdacht een belangrijke rol te hebben gespeeld bij de voorbereidingen voor het bloedbad in Acteal en de daarop volgende obstructie van overheidszijde om tot strafrechtelijke vervolging van de werkelijke schuldigen van dat bloedbad te kunnen komen. De regeringsgezinde mensenrechtenorganisaties CEDH en CNDH hebben meer dan 190 aanklachten tegen hem ingediend! Kort na het enorme bloedbad in Acteal, waar 45 oppositie-gezinden, voornamelijk vrouwen en kinderen, werden vermoord onder de ogen van de afzijdig blijvende veiligheidskrachten van de deelstaat, brak er wereldwijd een golf van protest uit. Onder de binnen- en buitenlandse druk werden de maanden daarna zo'n 200 PRI-gezinde boeren, politie-agenten, ex-militairen, PRI-burgemeesters en SOCAMA-bestuurders, die allen beschuldigd worden een rol te hebben gespeeld bij de voorbereiding en uitvoering van het bloedbad, gevangen gezet. Ondertussen is de (inter)nationale storm van verontwaardiging geluwd en het strafrechtelijk onderzoek lijkt - weer eens - op niets uit te lopen. De schuldigen boven in de hiërarchie van de macht blijven, zoals altijd, buiten schot. Ondertussen gaat SOCAMA door met het uitbreiden van zijn web van terreur. In januari 1998 dook in het grensgebied tussen de Chiapaneekse gemeenten Comitan, Chanal en Amaltenango del Valle een nieuw doodseskader op dat zich tooit met de naam Los Punales (De Dolken). Het bestaat wederom uit aan de SOCAMA gelieerde PRI-aanhangers. Ze worden door leger en politie van AK47 automatische geweren voorzien en krijgen training van twee politieagenten. Al in mei 1995 ontvingen wij meldingen dat SOCAMA-leden betrokken waren bij het opzetten van doodseskaders in diverse dorpen in de gemeente Escuintla (aan de Chiapaneekse Westkust). En zelfs drie maanden daarvoor, kort na de invasie van het Mexicaanse leger in het Zapatista-gebied, fungeerden SOCAMA-leden als gidsen en aanbrengers voor de arrestatie van EZLN-aanhangers. SOCAMA versterkt zijn positie met behulp van overheidssteun en leningen van buitenlandse financieringsorganisaties, en middels de winsten uit de export van producten van de bij haar aangesloten coöperaties. Een deel van de winsten is afkomstig uit Europa, door de al eerder vermelde export van (biologische) producten, waarvan sommige zelfs met het TransFair-keurmerk zijn getooid. De koffiebranderijen die deze koffie importeren, ondersteunen dus de opstandbestrijdingscampagne van de Mexicaanse regering. Dat is ronduit onacceptabel.
geen zuivere koffie
"Zuivere" koffie prima, maar niet als er bloed aan de handen van de producenten kleeft. Niet als de producenten zich laten gebruiken als stoottroepen in de opstandsbestrijdingscampagne van het Mexicaanse leger. Niet als de koffie misschien geroofd is van andere, niet-regeringsgezinde coöperaties. Wanneer de Fairtrade Labeling Organization, en de Nederlandse pendant Stichting Max Havelaar, de certificering met hun keurmerken enigszins betrouwbaar willen doen overkomen, zouden ze er goed aandoen de certificering in te trekken voor produkten die afkomstig zijn van de ODEPOM, of andere aan de SOCAMA gelieerde organisaties. Dat geldt ook voor produkten zoals honing, cashewnoten en agave-siroop. Met het oog op de toekomst zou het goed zijn dat in het vervolg alleen certificering toegekend wordt aan producten van coöperaties, waarbij op het product zelf de exacte herkomst van het product wordt aangegeven. Tevens zouden de certificatie-partners en -kandidaten regelmatig tegen het licht gehouden moeten worden en zou gekeken moeten worden naar interne structuren en mogelijke ongewenste politieke of economische connecties met repressieve organisaties of regeringen. Daartoe zouden de certificeringsrapporten ter verificatie toegankelijk moeten zijn voor iedere geïnteresseerde. Tevens zou het aan te bevelen zijn dat onafhankelijke Mexicaanse boeren- of mensenrechtenorganisaties in het vervolg bij de certificering van een bepaalde organisatie betrokken worden.
Bovenstaand artikel is een bewerking van een engelstalige versie van het artikel "The scandal of certification" in januari 1999 gepubliceerd door Chiapas Koffie Campagne-groep uit Munster (BRD). Ondertussen is UDEPOM uit het TransFair-keurmerk-register gegooit, maar TransFair blijft weigeren de bovenstaande aanklachten serieus te nemen, zie op internet www.fau.de/kaffee Vertaling en bewerking door Jeroen ten Dam namens het Solidariteitskomitee Mexico/redactie ZAPATA, Mexico Nieuwsbrief, Postbus 16578, 1001 RB, Amsterdam
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 338, 18 november 1999