Skip to main content
  • Archivaris
  • 338

Coming out huppelkutje

Nog maar vijf jaar weg en toch spreek en schrijf ik al 'eiland'-Nederlands. Dat is niet het dialect van Texel maar de versie van onze taal 'in den vreemde'. Wat opvalt in 'eiland'-Nederlands is de archaïsche woordenschat. Iets mag mij nog graag 'beklijven', ik doe iets na 'ampele' overweging, skiën doe ik daarentegen 'amper'.

door Joop Finland

Behalve om het contact met Nederland te onderhouden, gebruik ik mijn moedertaal als 'n schoenendoos. Taal is beeld en dientengevolge koester ik in mijn taal de beelden van de wereld die ik achterliet. Archaïsche taal is echter archaïsch beeld en dus wordt er bij mijn verkeer met het vaderland veel gevraagd van mijn fantasie. Bij het eigentijdse Nederlands dat ik hoor of lees, moeten beelden passen. Maar welke? Mijn moeder heeft zich haar leven lang gered met de kennis van zegge en schrijve 1 angelsaksische term: biepas, dat is achterhoeks voor bypass. Vanuit het niets had ze het laatst evenwel over coming out. Ze sprak het goed uit dus ze had het gehoord in plaats van gelezen. Het begrip gaat in Nederland inderdaad van oor tot oor. Was het ooit voorbehouden aan homo's en lesbo's, heel de delta komt nu ergens voor uit.
Fout in de oorlog of in Indonesië, pedofiel of slachtoffer daarvan, men komt er voor uit. Niet alleen op verjaardagen en bij het korfbal maar ook op tv. 'n Finse Jerry Springer is er niet dus ik heb een dagtaak aan het verzinnen van beelden bij al dit uitkomen. Luisterend naar mijn moeder komen echter vooral beelden op van dertig jaar geleden. Toen huisvestte ze wekenlang de vader van de kinderen bij wie mijn zus oppaste. Omdat hij wel door zijn vrouw de deur uit was gezet maar nog niet terecht kon bij zijn vriend. De uitkomer waarover ze het nu heeft, is 'n ex-leraar van mij en vrijgezel. Maar voor mijn moeder heeft de man 'ze achter de ellebogen', is coming out onveranderd 'n ziektebeeld.

Hoe gaat het eigenlijk met het jargon van De Beweging? Heeft kritisch Nederland 'n mooi synoniem voor coming out? De Voorhoede zijn toch altijd taalpuristen geweest. Ik raakte betrokken bij de kraakbeweging toen die volgens anderen al dood was. Mijn post-'Luyk'-generatie moest daarom veel en diep over zichzelf nadenken.
En lezen: regelmatig verschenen geschiedschrijvingen van bijvoorbeeld 'de Vondelstraat' en memoires van hen die het allemaal beter gedaan hadden. Ik herinner me een 'dossier' of 'archief' (vaak konden de titels van die dingen evengoed verzonnen zijn door Klaas Wilting) dat me tenminste van 'n prachtig beeld voorzag. Het werkje ging over machismo. De beweging zou gedomineerd worden door geweld. Volgens de schrijfster sloten veel mannen zich alleen voor 'de kick van het geweld' aan bij bijvoorbeeld de strijd tegen Shell. Om daarna af te haken. 'Volledig af te haken. Voor mij mag iedereen doen met z'n verleden wat 'ie wil. Maar als ik dan bij 'n ex-activist 'n Shell-handdoek zie liggen die gespaard is bij het tanken...' Hoever kun je gaan? Wanneer val je over de rand? In dat soort discussies ben ik opgegroeid. Ook over taalgebruik. Voor mij bestaat er nog steeds taalgebruik en verantwoord of links taalgebruik.

Maar misschien ben ik de enige. Op mijn eiland. Mijn laatste bezoek aan Nederland maakte me duidelijk dat men in de 'sien' niet meer over 'n woord valt. Ik las het voor het eerst twee jaar geleden, in 'n Volkskrant. De term dook op in 'n interview over burengerucht. De geïnterviewde was 'n vrije jongen in de Amsterdamse Pijp. Hij klaagde over zijn bovenbuurman. Een van zijn one-liners ging over een 'huppelkutje'. Het woord sloeg in zijn verhaal op 'n agente van de Amsterdamse politie. Mijn fantasie begon te werken. Ik zag haar op haar mountainbike in de Leidsestraat waar fietsen overigens verboden is. Met 'n collega, want voor zichzelf kan ze niet denken. Afgevallen voor de kapperscursus van het arbeidsbureau. Omhooggevallen straatwacht. Ik zou haar ook iets noemen, naar het domme hoofdje slingeren. Maar huppelkutje? Ik had het woord dus niet gehoord voordat ik weer in Nederland kwam. Mijn beelden waren ingevuld door die klagende proleet. Ik heb in de Pijp gewoond en van hem zou ik ook last hebben onder hetzelfde dak. Ik nam dus aan dat het huppelkutje 'n bestaan leidde in de goot. Tot ik het hoorde en wel in de 'sien'. De precieze context weet ik niet meer. Het kwam er gewoon zo maar bij de ander uit. In 'n gesprek over de vertrouwde dingen, tussen de vertrouwde woorden. 'Uitsluiting', 'marginaliseren', 'huppelkutje'. Wat moest ik voelen bij het horen van zoiets? Plaatsvervangende schaamte? 'n Gevoel van bevrijding? Het beeld dat ik kreeg was in ieder geval dat van die Shell-handdoek.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 338, 18 november 1999