Skip to main content
  • Archivaris
  • 338

Cliëntenraad? Nee bedankt!

"Uw vertegenwoordiging in de afgelopen periode heeft niet de vereiste kwaliteit en vaardigheid getoond. Tevens is meerdere malen gebleken dat uw vertegenwoordiger niet in staat is aan te geven wat het standpunt is van de achterban." Met die woorden legde Lucas Soumete een bom onder de Cliëntenraad van de Bossche sociale dienst, waar hij zelf voorzitter van is...

door Bas van der Plas

Het bovenstaande citaat is uit een brief van Soumete aan de besturen van de organisaties die in de Cliëntenraad zijn vertegenwoordigd, en dit schrijven is de uitkomst van een al lang slepende malaise binnen de Cliëntenraad. Maar ondanks de malaise is de kernvraag nooit gesteld: wat is de functie van de Cliëntenraad en welke bevoegdheden heeft deze raad? Volgens Soumete is de raad er voor het belang van de cliënten. "De uitkeringsgerechtigden zijn veel belangrijker dan de personen die in dit adviesorgaan vertegenwoordigd zijn," meldt hij aan het Stadsblad van 27 oktober.
Door de samenstelling van de Cliëntenraad in de huidige vorm is van het begin af aan een kardinale fout gemaakt. Er werd namelijk vanuit gegaan dat uitkeringsgerechtigden zich vertegenwoordigd weten door een organisatie. En dat is per definitie onjuist. Er zijn een aantal organisaties die PRETENDEREN de belangen van uitkeringsgerechtigden te vertegenwoordigen, maar wanneer men gaat onderzoeken door hoeveel uitkeringsgerechtigden deze organisaties gedragen worden dan komt men in het algemeen niet verder dan een handjevol.

achterban
Maar het zijn wel deze zelfde organisaties die pretenderen in de Cliëntenraad de belangen van de uitkeringsgerechtigden te vertegenwoordigen. Toen in de zomermaanden, in het kader van een evaluatie, Soumete eens wilde weten hoe het met de achterbannen van die organisaties zat, kwam hij van een koude kermis thuis. De meeste organisaties konden niet aangeven welke achterban zij vertegenwoordigden, terwijl sommige organisaties nota bene slechts op papier bleken te bestaan, niet beschikten over een bestuur, laat staan dat er vooroverleg werd gepleegd over de agendapunten die in de Cliëntenraad aan de orde zouden komen. Een aantal 'vertegenwoordigers van uitkeringsgerechtigden' zat dus eigenlijk op persoonlijke titel in de raad, met een persoonlijke visie (voor zover aanwezig) niemand te vertegenwoordigen. Maar hoe kan het ook anders, gezien de zeer lage organisatiegraad van de doelgroep?
In het verleden zijn er veel pogingen gedaan om uitkeringsgerechtigden te organiseren. Organisaties als BUG (Bond van Uitkeringsgerechtigden), LWB (Landelijk WAO-Beraad) en NU (Netwerk Uitkeringsgerechtigden) hebben alle op hun manier getracht tot een bundeling te komen, maar veel resultaat werd niet geboekt. Uitkeringsgerechtigden zijn per definitie solitaire wezens als het om hun inkomsten gaat, zodat geen enkele organisatie de pretentie kan hebben deze groep te vertegenwoordigen.

eigenbelang
Zowel de organisaties in de Cliëntenraad als de architecten van het poldermodel die een instituut als de Cliëntenraad in het leven hebben geroepen hebben blijkbaar geen beeld van de uitkeringsgerechtigden. Burgerlijke sociologen hebben toch genoeg gepubliceerd over de doelgroep om te weten dat deze onsamenhangend en sociaal divers is. Maar nee, er wordt voor gekozen om een Cliëntenraad in het leven te roepen die is samengesteld uit 'organisaties die de belangen van uitkeringsgerechtigden vertegenwoordigen'. Dat is vragen om moeilijkheden. Zo hebben in de Bossche Cliëntenraad onder andere zitting de Vereenigde Minima, het Comité Vrouwen en de Bijstand, de Stichting Belangenbehartiging Dak- en Thuislozen. Prachtige namen, maar inhoudelijk zijn het lege ballonnen. Deze 'organisaties' dienen in de Cliëntenraad geen ander belang dan het eigenbelang en bestaan uit hoogstens enkele personen die dan pretenderen 'een organisatie' te zijn. Typisch Nederlands. Met één persoon heb je een idee, met z'n tweeën is het al een organisatie en komt er een derde bij dan is er al sprake van fractievorming. Maar dan kun je niet de pretentie hebben dat je groepen mensen vertegenwoordigt, wat nu wel aan de orde is. Om met een paar mensen een clubje te vormen met vertegenwoordigingspretenties is niets anders dan arrogantie. Maar ja, met zo'n clubje kun je natuurlijk wel subsidies aanvragen, krijg je presentiegeld voor je aanwezigheid in de Cliëntenraad en dat lijkt voor sommige organisaties 'het doel waarnaar wij streven'.

poldermodel
De Nederlandse overlegcultuur is uitgemond in het inmiddels roemruchte poldermodel. De organisaties die pretendeerden belangen van bepaalde groepen te vertegenwoordigen zijn volkomen doorgeslagen in dit poldermodel. Het begon al jaren geleden met de Wet op de Ondernemingsraden. De vakbeweging maakte zich massaal sterk voor dit overlegmodel. Werknemers in bedrijven mochten wat meemurmelen over de gang van zaken in het bedrijf, maar de uiteindelijke beslissingen werden genomen door directies en raden van bestuur. Mooi ingepakt in een maandelijkse vergadering, waar hoogstens iets viel te dementeren over de kwaliteit van de koffie. Harmoniemodel, sociale partners, de polder... Daarvoor bestonden in bedrijven onafhankelijke organisaties van werknemers, de bedrijfsledengroepen, maar bij het aantreden van de ondernemingsraden werden die door de vakbond de nek omgedraaid. Onafhankelijkheid kan niet, er moet geharmoniseerd worden om de voor Nederland zo typerende arbeidsvrede te handhaven. De vakbeweging heeft deze rol op zich genomen.
Dezelfde rol speelt de Cliëntenraad van de sociale dienst. Men mag wat meedelibreren over plannen, nota's en beleidsvoornemens, maar de uiteindelijke beslissingen blijven liggen bij de politiek en de uitvoering bij de sociale dienst. En de politiek hoeft geen boodschap te hebben aan de 'gevraagde en ongevraagde adviezen' van de Cliëntenraad, zoals de Cliëntenraad in de huidige samenstelling geen boodschap hoeft te hebben aan de 'belangen van de doelgroep'.

onderklasse
De beste oplossing is natuurlijk nog steeds een krachtige organisatie die werkelijk in staat is de belangen van uitkeringsgerechtigden te vertegenwoordigen. Dat moet dan een basisorganisatie zijn op democratische grondslag. Waarin bijvoorbeeld een bestuur, als dat al in het leven geroepen zou moeten worden, onmiddellijk afzetbaar is. Maar nog belangrijker is dat een dergelijke organisatie in de praktijk laat zien waar zij voor staat. Aan de bel trekt wanneer dat nodig is, ondersteund met acties. De eerste vraag van velen is altijd 'wat levert het mij op?'. Een krachtige organisatie van uitkeringsgerechtigden zou moeten inspelen op dat welbegrepen eigenbelang. In een maatschappij waarin de sociale driedeling steeds scherper vormen aanneemt, gedomineerd door beurskoersen, mobiele telefoons, kilometerslange files en een overspannen arbeidsmarkt, zijn de uitkeringsgerechtigden steeds meer het kind van de rekening. Een sociale onderklasse die afhankelijk van de economische conjunctuur aan diverse vormen van repressie wordt blootgesteld heeft de plicht zichzelf te verdedigen, voor haar eigen belangen op te komen, waar nodig de strijd aan te gaan. Een dergelijke filosofie is bij organisaties als Vereenigde Minima, Vrouwen en de Bijstand, FNV, CNV of Stichting Dak- en Thuislozen absoluut niet aanwezig. Alleen al hun aanwezigheid in de Cliëntenraad maakt hen tot onderdeel van het poldermodel en vanuit deze raad worden de belangen van de uitkeringsgerechtigden absoluut niet gediend. Inmiddels wordt de Bossche Cliëntenraad in de huidige vorm opgeheven, maar er komt, volgens B&W, een andere raad voor in de plaats. Een kwestie van het omwisselen van wat poppetjes die gewoon de oude rollen in de poppenkast door blijven spelen...

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 338, 18 november 1999