Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 303

Aap Noot Mies

Ik ben ingeburgerd!

Nadat ik in België door de vliegende brigade uit de trein werd gehaald ben ik in een busje Nederland binnengebracht. Ze brachten me naar een AC. Daar vulde de VD de A- en F-formulieren in en kreeg ik een IND-nummer en een VWS-nummer. Met een ambtenaar van de IND voerde ik een gesprek. Daarna sprak ik met iemand van het BvR. Ik mocht naar een OC en kreeg een W-document, dat ik tengevolge van de WID immer bij me moest dragen.In een brief van de GG & GD werd ik opgeroepen voor een vaccinatie TB. Van de COA kreeg ik zakgeld. In het centrum woonden vooral veel AMA's.
Bij VVN kreeg ik mijn VNG. Twee weken later vond het NG plaats en met het RNG organiseerde VVN de NNG. De C&A werden, samen met de via het ISS verkregen documenten, naar het MvJ gefaxt.
En ik moest naar een NOO. Daar sprak ik met andere asielzoekers. Een van hen liet me een F-document zien. Hij had zojuist een VVTV gekregen maar zei me dat zijn advocaat een bezwaar zou schrijven omdat hij recht had op een VTV, dus een groene D-kaart. De UNHCR had zich er immers mee bemoeid en een landenbrief van AI gaf toch aan hoe gevaarlijk het in het land van herkomst was. Een gedoogden-status is eigenlijk niks.
Een week nadat ik naar een AZC was overgeplaatst kreeg ik een antwoord van de IND, niet ontvankelijk, 0-dagen termijn. Bij het BvR belden ze een advocaat voor een toevoeging. Die schreef direct een voorlopig bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening aan. Later zond ze de aanvullende gronden. Ik kreeg een gehoor bij de ACM. Op het bezwaar kwam maanden later antwoord: KONO, 4 weken. Negatief dus weer. Nu ging ik in beroep. De voorlopige voorziening zou nu gelijktijdig behandeld worden. De rechtbank vond dat ik niet als vluchteling kon worden beschouwd maar dat uitzetting niet mocht op grond van EVRM-3. Ik kreeg een C-status. Doorprocederen voor een A-status was niet mogelijk. Een roze B-kaart zou ik dus nimmer krijgen.
Gelukkig kwam ik nog nu in aanmerking voor een huis, want de ROA was afgeschaft. De SSP van de COA stuurde me naar hier.
Iemand van VVN hielp me bij de GSD een RWW-uitkering aanvragen en ik werd ingeschreven in de GBA. Contact met de SVB was niet nodig; mijn kinderen hebben de oorlog thuis niet overleefd. Wel moest ik een SOFI-nummer aanvragen. Voorwaarde voor een ABW-uitkering was dat ik me aanmeldde bij de VAVO. Bij het NKP moest ik een contract tekenen voor NT2 en MO. Ik werd in een MOB-groep geplaatst, gelukkig niet in de LOB. Voor HOB had ik blijkbaar niet voldoende studieachtergrond en het UAF stuurde me door naar de WSF. Maar voor de TS21+ en TS-SUS regeling zou ik niet in aanmerking komen zei de TOW-afdeling. Na CITO2 kon ik via de RDA of het MBO verder studeren en moest ik me inschrijven bij het RBA. De keuze was niet moeilijk, binnenkort zou alles toch onder het ROC vallen en de mijnheer van de ITB besliste eigenlijk al voor mij. Voordat ik op de KMBO geplaatst zou worden moest ik eerst nog naar de VBO.
Ondertussen werd ik wel eenzaam. Omdat ik niet veel kennissen had ging ik regelmatig naar de ontmoetingsruimte van de SKA.
Die verwezen mij voor mijn nachtmerries door om eens te gaan praten met het AMW. De mevrouw die daar werkte zei me dat ik maar BB moest aanvragen om mijn vrienden die in de CO in het noorden van het land verblijven te kunnen opzoeken. Voor mijn nachtmerries werd ik op de wachtlijst gezet van het RIAGG.
Ondertussen had ik nog geen werk. Terwijl een jonge mede-BE-student via de JWG zich bij de gemeente moest melden kon Emplooi mij wel een Melkertbaan aanbieden. Nu werk ik als conciërge bij een kinderdagverblijf. Voor ik vluchtte was ik 10 jaar tandarts. Die ervaring komt mij goed van pas. De gaten in de muren van het dagverblijf verdienen hier en daar zelfs een drievlaksvulling. Het CBB wil me nog wel bij-scholen in pleisteren, maar dan moet ik eerst een cursus WP doen bij het RBP.
Je kan me niet bellen want de PTT wilde eerst 800 gulden borg hebben. Die kan ik natuurlijk nog niet betalen. Maar schrijf me gerust! Gebruik daarbij niet teveel moeilijke woorden, want ik ben een beginneling in jullie taal. Tot ziens!

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 303, november 1996