Skip to main content
  • Archivaris
  • 310

In de aanval tegen de columns

Het Kleintje Muurkrant zal niet nalaten het Brabants Dagblad weg te schrijven, omdat zij het 'Bla-Bla-blad' in één woord shit vindt. Maar dat is het muggeziften van David tegen Goliath, ofwel de amateur tegen de professional.
Met professionalisme wil het BD zich onderscheiden. Waarvan? In ieder geval niet van de landelijke media waarmee zij wil wedijveren.
Neem de columns. Onlangs ging een lezer van het Brabants Dagblad in een ingezonden brief in de aanval tegen de columnist Jeroen (hoofd stadsredactie Wim Arts) van de wekelijkse zaterdagkrant van het Brabants Dagblad (BD).
Columns zijn in principe opiniërend bedoeld, zeker de politieke column die vaak een analyserende strekking heeft. Maar een (niet-politieke) column kan ook geestig en/of kritisch zijn, bij voorkeur literair getint.
Originele vondsten komen in de columms van het BD nauwelijks voor. Hoofdredacteur Tony van der Meulen en chef stadsredactie Wim Arts vormen met hun -de een wat sterker dan de ander- literaire kwinkslagen en scherpzinnigheden daarop een uitzondering.
Geen enkele column van Ruud Groen in het BD beantwoordt aan deze criteria. Het zijn bladvullingen, waarbij je geen glimlach overvalt. Het lezen van dergelijke onnozelheden die de columnisten Groen en zijn collega Heleen Crul voortbrengen, maken je eerder triest dan vrolijk.
In de kop van de column van Ruud Groen (de dag na Aswoensdag 030297) staat: Carnaval is aan sanering toe. Op die wens volgt noch een serieus, noch een badinerend antwoord. Ruud Groen slaagt erin wat te bazelen over minieme uitingen van carnaval en de vasten, die hem geërgerd hebben.
In dit rijtje kan de kneuterige bijdrage van Bert Ummelen (250319) geschaard worden, die het presteert vier kolommen over een schemerlampknopje op zijn hotelkamer te lummelen. Evengoed zijn de columns van Heleen Crul nutteloos.
De journalisten van het BD klungelen natuurlijk niet allemaal, en evenmin voortdurend. Regionaal gezien zijn er best een paar opmerkelijke schrijvers, onder wie Céline Rutten, René van de Lee en Hans Rube, welke laatste helaas een 'In memoriam' vande econoom van het bisdom verknalde door niet meer moeite te nemen dan alleen een cv-tje van deze mgr. Veuger over te schrijven (BD 050497).
De opvallendste column in de voorbije periode was die van P.J. Thomése die in zijn bijdrage (BD 030597) de zichzelf verkopende (boeken-)auteurs in hun hemd zette. Kort samengevat: "Overal kom je ze tegen, de nieuwe veelbelovende schrijvers, op bill-boards, tussen de "van harte"-advertenties, op elk denkbare plek gapen de zelfingenomen reclamekoppen je aan", aldus de schrijver en columnist Thomése, over "schrijvers wier portretten hun glans hebben verloren".
Terug naar de columns en de hierboven bedoelde briefschijver.
De briefschrijver P. van Engelen opende de aanval op de zaterdagse column van Jeroen, met een verwijzing naar Jeroen Bosch
(BD 050497). Deze Bossche schilder kwalificeert de briefschrijver als iemand met een scherpe blik en creativiteit in diens verbeelding. Naast de zurigheden, als afspiegeling van een moeilijke maatschappij, weet Jeroen Bosch in zijn afbeeldingen ook de vrolijkheid weer te geven. Het leven bestaat niet alleen maar uit zurigheden, zo verwijt Van Engelen de columnist Jeroen. De BD-columnist wordt ook gebrek aan objectiviteit verweten.
In de columns van Jeroen staat één ding vast: de schrijver is verre van objectief. Maar dat is een eigenschap die een journalist wél en een columnist niet te verwijten valt. Een verschil, dat de briefschrijver Van Engelen niet weet te onderscheiden.
In de opstelling van het BD rond de kwesties Paul Kagie en Onno Hoes/Guus Paanakker is de redactie meegezogen door de overduidelijke antipathie van Wim Arts, het hoofd stadsredactie, tegen Kagie en Hoes.
De oorspronkelijke functie van de krant raakt zoek. Kritiek minacht het BD zelfs nog sterker dan de manier waarop het Kleintje het BD minacht, maar het is de vraag of de laatste er ooit achterkomt dat de lezer liever waar (nieuws) voor zijn geld krijgt in plaats van amusement. Dat opdringerige ontspannend element, waar de kranten steeds meer bol van staan, is een algemeen voorkomend verschijnsel. Nog erger is het wanneer je daarin faalt.

-bosch-

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 310, juni 1997

n (onder wat voor benaming dan ook) Ύn van de belangrijkste elementen zal worden.
Nederland zou een voortrekkersrol kunnen spelen om te komen tot invoering van een basisinkomen. Dat kan op verschillende manieren. Ten eerste door in gemeentes experimenten op te zetten met een basisinkomen. Daarbij moeten de gemeentelijke Sociale Diensten meewerken. Tijdens het experiment wordt onderzocht of en in hoeverre het gedrag van de deelnemers (die het basisinkomen ontvangen) verandert. Kiezen meer mensen voor vrijwilligerswerk of werken in deeltijd? Zijn er minder mensen onvrijwillig zonder werk? Ten tweede zouden mensen met steun van het Solidariteitsfonds Uitkeringsgerechtigden (SOFU, zie 't vorige Kleintje, pagina 3) zich kunnen verzetten tegen de sollicitatieplicht. Op die manier kan aandacht worden gevraagd voor onzinnige wetgeving en overbodige bureaucratie.

De Vereniging Basisinkomen tenslotte probeert via informele contacten en het opzoeken van publiciteit aandacht te vragen voor het basisinkomen. De vereniging is te bereiken op telefoonnummer 020.5731803, Herman Heijermansweg 20, 1077 WL, Amsterdam Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 310, juni 1997