Skip to main content
  • Archivaris
  • 323

Makreel

Ik ontmoette Joep op de markt. Achternaam Zwaard, die in dit journaal schreef over -en daar ben ik het volledig met hem eens- de perverse, walgelijke, kortom ziekmakende vleesindustrie. Dat wat we notabene "bio-industrie" noemen. "Bio" betekent leven terwijl wij kijken naar een industrie die, ook al leven er velen op, in de grond van de zaak een dodenindustrie is en één die de oorzaak is van ziekte en dood.
In tegenstelling tot Joep Zwaard eet ik soms vlees. En eigenlijk vind ik dat ook verschrikkelijk walgelijk van mezelf. Bovenal omdat ik besef dat ik bijt in iets wat ik beschouw als een totale perversie als het gaat om de essentie van het leven. Vrijwel iedere keer weer als ik dieren observeer, herken ik in hen eenzelfde scala aan emoties die ik mezelf ook toeken. Ga me nu niet aankomen met een lachende kip of een aan Weltschmerz lijdend paard. Ik bedoel met welk recht onthouden wij dieren emoties? Waarom zijn we hen als dingen gaan zien?
Het is simpelweg ziek om dieren in marteling, zonder respect voor wat ze zijn groot te brengen, hen iedere levensvreugde te onthouden. En Zwaard hield het de lezer al voor: de perversie van het leven zet zich voort in hoe dat vlees in vele vermomde vormen tot ons komt. Als steak, hamburger, karbonade, worst, frikadel, boterhamworst etc. etc. En al dat vlees kent z'n
toevoegingen als conserveringsmiddelen, kleur- en smaakstoffen
en toen de dieren die zich in al die vormen "hervinden" nog leefden kregen zij in hun concentratiekampen antibiotica, hormoonpreparaten en valium toegediend. Ook al zijn het misschien niet al die middelen, maar antibiotica vrijwel altijd. Vlees is vuil en omdat die karbonade of frikadel niet kan praten is het slechts raden naar wat het bevat.
We staan overwegend erg ver af van de dieren. Alles wat zich in die industrie van de dood afspeelt is voor de gemiddelde burger anoniem en obscuur en dat wil de vleesindustrie graag zo houden. Toen de miljoenen varkens werden afgemaakt omdat, hoe middeleeuws, er een pestepidemie woedde waren er geen beelden op de televisie van hoe deze massaslachting zich in de diverse fasen voltrok. Het was gewoonweg te gruwelijk, te gemeen, te gênant om aan te zien. De vraag hoe wij mensen zo diep hebben kunnen zinken om op een dergelijke wijze met dieren om te gaan, drong zich levensgroot op.
In deze lieflijke provinciestad die 43 miljoen stak in de restauratie van de "stinksloot" is het de stank van de uitwerpselen van dieren waardoor wij misschien nog beseffen dat er honderdduizenden rond ons leven. Het obscure en anonieme van dat leven uit zich verder in het oor en/of de snuit van een varken die uit een over de snelweg razende veewagen steekt. Misschien hebben we ook nog wat krijsen of gillen gehoord van het dier op weg naar zijn "point final."

In vrijwel totale duisternis voltrekt zich de vivisectie-industrie. Waar omwille van ons "vrolijke" mensenleven vele diersoorten op veelal gruwelijke wijze om het leven zijn gekomen. Leven kun je het niet noemen wat die dieren in laboratoria deden. Evenzovele gruwelijke verhalen voor honden, cavia's, varkens, apen, katten, ratten, muizen etc. etc.
Nu heeft de genbiologie zich aangediend. Het gemanipuleer met de kleinste eenheden van leven.
Joep, ondergetekende en anderen zoals Ewald Conspira hebben soms verhitte discussies over deze zaken. Sinds Zwaard in een Kleintje Muurkrant de redactie van Kleintje M. uitmaakte voor gemarineerde zultkoppen vanwege hun gehaktballencultuur hebben wij geen contact gehad. Op de markt vond een blijde begroeting plaats. Maar wat zag ik? Uit de jaszak van Joep prijkte een stuk papier waarboven een stukje van een goudgekleurde vissesnuit. Een makreel. Gerookt. Wat ik heb gedaan lezers: ik heb die vis uit zijn jaszak gegrist en hem er een paar flinke tikken mee om z'n oren gegeven. De kop vloog er af. Ik stond met alleen een vissestaart in mijn hand. "Wat doe je nou?", riep Zwaardvis. "Ik had je iets te vertellen," was mijn antwoord.
Ik wilde hem dus alleen maar duidelijk maken dat het om iets groters gaat dan gemarineerd door gerookt te vervangen. En of het dan om een varken of om een vis gaat, daarachter zit dat "ding". Iets waar we op fundamentelere wijze dan tot nu toe moeten kijken. Het heeft er naar mijn gevoel veel, zo niet alles mee te maken, met dat "ding" dus, dat we er eens over gaan nadenken om de stoel onder de reet van de god Wetenschap/technologie vandaan te trappen. Dat we ook onze Chrchristenheid, en ook al noemen we onszelf atheïst, wij zijn daar toch mee besmet, in een aantal zaken hartgrondig en radicaal verwerpen. Revolutie! Harder trappen. Vooral geen makreel.

Marie

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 323, 17 juli 1998