Skip to main content
  • Archivaris
  • 287

.puntje.

Waarom het voornemen van Shell om de Brent Spar in zee te dumpen me zeer ernstig verontrustte terwijl het gif in de buik van dat wangedrocht toxologisch gezien in het niet valt vergeleken met de jaarlijkse dosis zwaar kankerverwekkende stoffen die Shell dankzij vergunningen via de Nieuwe Waterweg in de Noordzee loost? Om te beginnen heb ik sowieso al nooit geen woord geloofd van de eufemismen waarmee Shell de vernietiging van een leefbare wereld probeert te verdoezelen, maar de bewering dat de Brent relatief onschadelijke stoffen zou bevatten, leek me een leugen die haast niemand kon ontgaan. Je kan toch haast niet anders bedenken dat als Shell tegen de wil van regeringen en politici in en ondanks het risico van een snel groeiende boycot en een jarenlange beschadigd image, toch zou hebben besloten om die roestbak te dumpen, daar maar één reden achter schuil kon gaan: die olie-opslagtank moest dan wel vol zitten met de meest giftige stoffen. Zeg nou zelf, een gifbak die pas over 40.000 jaar gaat scheuren, gedumpt op 2000 meter diepte, zou natuurlijk een perfecte misdaad zijn geweest. Voorlopig moet ik eerst nog zien dat dat ding niet alsnog wordt gedumpt, maar zoals het er nu naar uitziet heeft mijn wantrouwen jegens multinationals me deze keer verkeerd ingefluisterd. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat mijn theorie niet klopte, tenslotte is de Brent niet gedumpt. Ook betekende Shells plotselinge omslag niet dat ik geneigd ben om in de toekomst wèl enig geloof te hechten aan berichten van Shell. Met het soms laten verslappen van mijn ingebakken ongeloof betreffende uitspraken en beloftes van geldwolven, politieagenten en politici heb ik tot nu toe al meer dan voldoende slechte ervaringen opgelopen om gemaks- en veiligheidshalve het uitgangspunt te hanteren om consequent niets te geloven van wat deze listenmakers allemaal uitkraaien. Terug naar de Brent-gekte. Natuurlijk is het een mijlpaal in de geschiedenis van de milieubescherming dat Greenpeace het publiek heeft weten te mobiliseren. Een boycot is het enige echt effectieve wapen dat burgers in handen hebben om aan de misdadige praktijken van multinationals een halt toe te roepen. Natuurlijk is het zaak om nu te voorkomen dat na 40.0000 jaar de inhoud van de Brent zich gaat vermengen met het microscopische leven in die diepte, maar wat ik niet begrijp is dat Greenpeace nooit eerder heeft opgeroepen tot een boycot van Shell. Het effect van de kankerverwekkende giflozingen van Shell die 'legaal' in de Noordzee terecht komen was al lang geleden, en nu niet minder, minimaal een boycot waard. De kruiperige en medeplichtige rol van politici in de Shell-verzieking van de Noordzee kwam pas goed boven water, toen enkele jaren geleden de verlenging van de gedoogvergunning van Shell om zijn duivelskots in de Nieuwe Waterweg te lozen door een rechtsgeding van milieuverenigingen werd opgehouden. Toen gingen in afwachting van dat proces de lozingen zonder vergunning gewoon door- ongehinderd en ongestraft. Het wegvallen van het immuniteitssysteem van de zeehonden in de Waddenzee is een goed voorbeeld van wat de mens te wachten staat die een fervent liefhebber is van het verschalken van een visje uit de Noordzee. Een experiment van de zeehondenkliniek in Pieterburen wees uit dat zeehonden die werden gevoed met vis uit de wateren rond Alaska een grotere overlevingskans hadden en verbazingwekkend sneller opknapten dan degenen die hun gebruikelijke Noordzeevisjes te eten kregen. Ook het relaas van de Noordduitse visser die het beu was om al jaren één derde (juist ja, 1/3!) van zijn visvangst voor het binnenlopen van de haven overboord te zetten omdat deze uiterlijke vormen van kanker vertoonde, spreekt boekdelen. Het geweten van deze goede man kon het niet langer meer aan en hij besloot daarom te stoppen met het uitoefenen van zijn beroep. Om de ogen van zijn klanten te openen, etaleerde hij zijn allerlaatste vangst compleet met alle soorten zichtbare kankergezwellen in zijn marktkramen en vertelde hen, dat als één derde van zijn vangst al bloemkool-en andere gezwellen en vreemde vergroeiingen vertoonde, het volgens de wet van Bartjens niet anders kon zijn dat het leeuwedeel van de vis die er wèl normaal uitzag, natuurlijk ook al behoorlijk verkankerd moest zijn- alleen nog niet zichtbaar. Wat voor gevolgen de consumptie van vis uit de Noordzee heeft op de gezondheid van degene die deze met gif en kankercellen verzadigde beestjes nog durft te eten, laat zich gemakkelijk raden, ook al is het nog zo moeilijk om dit wetenschappelijk bewezen te krijgen. Shell helpt? Jawel: kinderen aan kanker. En waarom heeft Greenpeace nooit opgeroepen tot een boycot van Shell omdat deze onderneming in het zuiden van Nigeria al 35 jaar lang zo mateloos onbeschoft tekeer is gegaan met zijn vervuilende praktijken dat nu bijna iedere vierkante meter van het leefgebied van de Ogoni onleefbaar is geworden door vergiftiging met olie en chemicaliën? Het Ogoni-volk, een half miljoen mensen op een leefgebied van slechts duizend vierkante kilometer, had vroeger een goed leven op vruchtbare grond en langs een visrijk kustgebied. Sinds Shell in dat kleine en dichtbevolkte gebied een complete petrochemische industrie, een kunstmestfabriek, acht olieraffinaderijen en meer dan honderd oliebronnen heeft draaien, is het paradijsje van deze mensen veranderd in een kankerplek die het voortbestaan van het hele volk ernstig in gevaar heeft gebracht. De lucht die ze inademen is zwaar vervuild, hun landbouwgronden zijn onbruikbaar geworden, er valt geen visje meer te bespeuren en de gezondheid van dit volkje is danig ondermijnd. Toen de Ogoni in 1990 het lef hadden om tegen hun uitroeiing te protesteren, eiste Shell maatregelen en politiebescherming van de Nigeriaanse regering die er op haar beurt prompt een meute beroepskillers (de Nigeriaanse mobiele eenheid) op af stuurde. Een ware slachting onder de bevolking was het resultaat van de gesmeerde correlatie tussen Shell en de Nigeriaanse politici: tachtig willekeurig doodgeschoten mensen en honderden platgebrande huizen. Enkele jaren later, toen de protesten weer oplaaiden, werd zelfs het leger het gebied ingestuurd, zodat de met gif uitgevoerde genocide ongestoord zijn doorgang kon vinden. Shell helpt? Jawel, bij het uitroeien van een weerloos natuurvolk. Het lijkt me zo dat voor ieder humanitair denkend mens de misdaden van Shell in Ogoni meer weerzin op moeten wekken dan de dumping van de Brent. Maar goed, niettemin was het voorkomen van de dumping een goede aktie en ook al was het pas nadat Duitse politici het pad al hadden geplaveid, Greenpeace heeft nu in ieder geval eindelijk eens haar tanden laten zien door het wapen van een wereldwijde boycot in de strijd te werpen. Shell helpt? Jawel, aan het bewijs dat een boycot werkt. Alweer werd het duidelijk dat vernielallen alleen de taal van hun portemonnaie verstaan. Is het Greenpeace nu nog niet duidelijk dat als ze hun doel -om nog een beetje een leefbare wereld over te houden- willen verwezenlijken, het tijd wordt dat ze zich er voor inzet dat er wereldwijd een boycotlijst wordt verspreid van produkten van ondernemingen en landen die, vergeleken met hun evenknieën, overduidelijk een loopje nemen met het behoud van de natuur en onze gezondheid. Om te beginnen zou het Greenpeace tot eer strekken door eerst die nucleaire terrorist uit Frankrijk maar eens goed op de korrel nemen. Simpel genoeg, een wereldwijde oproep tot een boycot van Franse wijnen als dwangmiddel om Chirac af te laten zien van zijn atoomproeven, zal ongetwijfeld voor meer medestanders zorgen dan nu met de dumping van de Brent het geval was. Sorry hoor, maar nu even een afwijkend tussendoortje. Het is nu bijna zo ver dat de vogeltjes weer het begin van een nieuwe dag aan zullen kondigen en ik krijg het verhaal dat ik verder nog in mijn hoofd had niet meer af voor het getjilp begint. Helaas is het zo dat de komende dag ook de dag is dat dit schrijven, om het risico van niet-plaatsing te vermijden, bij Kleintje Muurkrant terecht dient te komen. Waarom dit schrijven tot aan de laatste nacht is uitgesteld? Eerst was er het wachten op duidelijkheid over het lot van de Brent Spar. Toen dat achter de rug was, leek het wel alsof dagelijks allerlei opeenvolgende en uiteenlopende gebeurtenissen er op uit waren om elke poging die ik ondernam om met dit schrijven te beginnen, te dwarsbomen. Zo was er bijvoorbeeld de sessie met Ton, die van zijn sociale dienst-vakantiegeld een fles tequila had gekocht en me daarmee op kwam zoeken. Het relaas over de andere voorvallen bespaar ik je liever omdat die bestonden uit minder prettige, doch even belangrijke bezigheden die hun kop opstaken. To the point: aangezien ik graag op bed lig voordat de vogeltjes zo meteen hun hoogste lied aan het zingen zijn, lijkt het me in dit geval gepast om dit puntje te completeren met een idee dat ik al jaren geleden eens op papier heb gezet met de bedoeling om naar Greenpeace te versturen. Daar is het echter nooit meer van gekomen omdat mijn verwachtingen van Greenpeace zo langzamerhand een laagterecord hadden bereikt. Niettemin schreeuwt het idee nog steeds om uitvoering en misschien begint Greenpeace inmiddels in te zien dat ze harder tekeer moet gaan, dus daarom als sluitstuk van dit puntje (het eerste vogeltje begint nu net te tjilpen; toch wel handig zo'n tekstverwerkingsprogramma, ook al werk ik met een zeer simpele uitvoering die voor kinderen is gemaakt, in een handomdraai smijt je zomaar met duizenden bytes!): Het Groene Boekje. Het 'Groene Boekje' zal gaan bekendmaken welke producent of dienstverlener zich inzet voor het milieu en zodoende veel schoner werkt dan zijn concurrent. Deze verdient daarom een plaatsje in de 'groene zone'. Degene die eenzelfde produkt of dienst levert zonder de schone produktie van zijn concurrent te evenaren, komt in de 'grauwe zone'. Deze ondernemers zijn echter het vermelden niet waard en kunnen we dus vergeten. Degene die echter beduidend een grotere bedreiging voor onze gezondheid veroorzaakt dan zijn concurrenten voor eenzelfde produkt of dienst en nog geen concrete plannen heeft om dit te veranderen, komt vanzelfsprekend in de 'zwarte zone' terecht. Degenen die werkelijk investeren in het milieu krijgen zo hun beloning uitgedrukt in extra omzet en degenen die dit nalaten worden hierdoor gestimuleerd om in de 'groene zone' terecht te komen. Het mes snijdt zo aan twee kanten. Het moet binnenkort dus mogelijk worden dat vergelijkbaar is- van auto's tot fietsen, van stereo's tot wasmachines, van speelgoed tot keukengerei, van schoenen tot meubels, van winkelketens tot banken, van uw tankstation tot uw verzekeringsmaatschappij - welke producent of leverancier werkelijk, of het meest, rekening houdt met het milieu in zijn bedrijfsvoering. Voordat je iets koopt kijk je gewoon even wie er het vriendelijkst voor de gezondheid van onze kinderen is. Niet meer dan normaal toch? Ondernemers van de 'zwarte zone' dienen zelf bekend te maken welke aktiviteiten zij hebben ontwikkeld om voor verandering van zone in aanmerking te komen, het boekje wordt daarom eens per kwartaal aangevuld met een inlegvel waarin alle wijzigingen zijn vermeld. Ondernemers van de "groene zone" krijgen het alleenrecht om te adverteren in dit boekje. De bedoeling is dat het boekje in een zeer sobere uitvoering bij iedereen, uiteraard gratis, één maal per jaar in de brievenbus zal vallen. Zo, dat was dus het gegoochel met bytes, nu weer over naar 'live': Dus als Greenpeace die miljoenenvergoeding (mijn geheugen is zo lek als een zeef en tot mijn verbazing is het paginagrote en kritische kranteartikel over deze zaak onvindbaar tussen de rest van knipsels over Greenpeace, maar was dat geen honderd miljoen gulden of zo?) die de Franse regering betaalde voor het verlies van de Rainbow Warrior nog steeds ongebruikt in de kast heeft liggen omdat daar jarenlang geen juiste bestemming voor kon worden gevonden (je zou ze toch), dan lijkt me een 'boycotboekje' zoals hierboven omschreven, een juiste besteding van dat geld.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 287, 7 juli 1995