De huidige situatie in Iran
De laatste twee jaar, maar zeker het afgelopen jaar, is er een andere politieke sfeer in Iran. Door een conflict tussen twee stromingen in de regering bestaat er meer vrijheid voor mensen en daardoor komen er ook meer protesten in allerlei vorm naar buiten. Er is een patstelling tussen de fundamentalisten en de meer liberale stromingen dat biedt meer kansen voor de toekomst.
door Ahmad Reza
Om over de toekomst van Iran te praten moet je in de eerste plaats iets zeggen over de huidige oppositie. Er is oppositie in het land zelf, maar ook in het buitenland, hoewel de oppositie in het buitenland altijd haar wortels in Iran zelf blijft zoeken. In het geval van de binnenlandse oppositie moet gezegd worden dat er lange tijd niet veel meer van de georganiseerde oppositie over was. Contacten tussen mensen en hun behoeften waren deels verloren gegaan en kaders van verschillende organisaties in het buitenland hadden geen andere keuze dan hun analyses te baseren op verkrijgbare bronnen -vaak buitenlandse media- die meestal oppervlakkiger waren dan de verzamelde informatie van medewerkers van de organisatie zelf. Enerzijds leidde dit tot soms onbegrijpelijke en onhaalbare richtlijnen, een ander probleem was dat er zonder directe en echte contacten meningen moeilijk over te brengen waren. Door dit soort problemen verloor de in het buitenland gevestigde oppositie meer en meer haar greep op de ontwikkelingen in het land zelf.
De oppositie in Iran zelf volgde een andere ontwikkeling. Je kan spreken over drie verschillende groepen die geen mogelijkheid tot samenwerking vonden. Een deel van de oppositie behoorde oorspronkelijk tot de aanhang van de regering, maar omdat zij de idealen niet meer konden vinden binnen het systeem begon zij langzaam tot opposant te worden. In het begin was dat voor de meest conservatieve lijn een goede zet, zij waren nog steeds hun bondgenoten en opereerden in het kader van de islamitische republiek. Ze zochten verandering in het systeem zelf, het systeem als geheel moest blijven, daarover was geen discussie mogelijk. Voor de harde lijn was dat geen slechte ontwikkeling: naar buiten toe kon gepraat worden over het bestaan van oppositie, en dus vrijheid in het land. Tot dan toe was iedere vorm van protest met harde hand bestreden, maar dit was een ander soort oppositie. De meesten van hen hadden zelf een grote rol gespeeld in het totstandbrengen van de islamitische regering, de onderdrukking van de rest van het land en de oorlog met Irak. Ze hoorden bij, en hadden veel invloed en contacten in het systeem.
corruptie
Tijdens de regering van president Rafsanjani werden de tegenstellingen scherper, de oorlog met Irak was afgelopen en bij de bevolking waren er hoge verwachtingen, die evenwel niemand kon waarmaken. Toen het stof van de oorlog was opgetrokken konden de mensen voor het eerst pas duidelijk zien wat er was gebeurd en ook de macht van de nieuwe elite. Voor het gewone volk was het verlies moeilijk te accepteren. Voor hen werd duidelijk dat de hele zogenaamde revolutie alleen maar een machtswisseling van het ene corrupte systeem naar het andere was, en die ervaring hadden ze ook al eerder meegemaakt.
Voor de echte gelovigen kwam de klap langzaam maar hard. Dit waren vooral de middenkaders en de soldaten, die eigenlijk altijd met tegenzin het vuile werk hadden gedaan, maar geloofden dat in de toekomst alles goed zou komen, zoals hen werd gezegd. Van de ideologie van een betere toekomst kwam niets terecht. Na de oorlog daalde, tegen ieders verwachting, de koopkracht en de corruptie nam ongekende vormen aan, zelfs voor Iraanse normen. Iedereen die een positie binnen het systeem had was direct of indirect bij corruptie betrokken en omdat de meesten van hen ook nog religieuze leiders waren -en daardoor symbool van het geloof zelf- kwam de klap en ontgoocheling voor de gelovigen nog harder aan.
Toen Khomeini nog leefde had hij gezag en autoriteit, zijn woord was wet en hij kon daardoor verdeeldheid voorkomen. Als er toch opstand of verdeeldheid ontstond was een woord van hem voldoende om dit in een totaal isolement te brengen en in veel gevallen overleefden de veroorzakers dit niet. Maar toen Khomeini weg was had niemand autoriteit en niemands woord was wet. Een deel van zijn aanhang verloor het vertrouwen en begon als eerste legale oppositie binnen de regering. Ze hadden onderlinge contacten, werkten binnen het systeem en ze deden alles voor behoud van dat systeem en ook voor het geloof. Voor de harde lijn was het onmogelijk om deze nieuwe soort oppositie te berekenen. Er was formeel geen sprake van organisatie, maar de onderlinge contacten via het geloof en het verleden waren hecht, zodat er toch sprake van enige organisatie was.
Naast deze groep, een soort legale oppositie, die in relatieve veiligheid werkte, was er een andere groep die niet tot de Khomeini-aanhang behoorde, maar in de oppositie was tijdens het regime van de sjah. Dit waren meestal nationaal en internationaal bekende intellectuelen. Zij waren niet religieus georiënteerd en hun eisen waren in eerste instantie meer vrijheid, tegen censuur en voor het recht op organisatie. Tijdens de strijd tegen de sjah en in de periode van de machtswisseling ontstonden veel verschillende politieke stromingen in Iran. Maar toen Khomeini de macht helemaal naar zich had toegetrokken en de periode van tolerantie voorbij was (en dat gebeurde heel snel) kwamen deze stromingen tot elkaar om een front te vormen. Ook in de samenleving als geheel begonnen mensen die niet tot een religieuze groep hoorden zich meer op zichzelf te oriënteren en langzaam te organiseren.
noodzaak samenwerking
De derde groep die in beeld kwam was een deel van de 'bazar' (handelaren die tot dan altijd voor Khomeini waren geweest), alsmede technocraten. Door het isolement van Iran was een verdere technologische ontwikkeling onmogelijk. Iran verloor veel markt in de regio en de traditionele exportprodukten kregen een zware klap. Deze groep deed alles om uit het internationale isolement te komen, maar was machteloos ten opzichte van de harde lijn. Toen aan het eind van de periode Rafsanjani duidelijk werd dat zij niet op het systeem konden rekenen om hun belangen te beschermen namen zij een meer oppositionele positie in die later in meerderheid voor Khatami koos.
Toen de tegenstellingen tussen de twee stromingen in het systeem zo groot werden dat ze onherstelbaar leken (tijdens de laatste jaren van Rafsanjani en voor de verkiezing van Khatami) kwam er eindelijk een beetje ruimte in het politieke spel. De oppositionele groepen met alle verschillen waren genoodzaakt om samen te werken of elkaar te ondersteunen. De macht was in handen van de harde lijn en iedere groep afzonderlijk kon de strijd niet aan. De samenwerking verliep niet prettig, er was veel onderling wantrouwen, maar het was voor iedereen duidelijk dat er geen andere mogelijkheid was. Het was deze samenwerking die ervoor zorgde dat Khatami president werd. Hij was een molla (religieus leider), jarenlang in de eerste lijn van de republiek en was minister onder Rafsanjani. De harde lijn kon hij niet makkelijk wegsturen, maar toen hij met een zo grote meerderheid gekozen werd kwam de klap hard aan en was dit voor de harde lijn niet meer terug te draaien. Hij werd door het volk gekozen en weet dat er voor hem geen terugkeer naar de oude garde is. Daarom moet hij meegaan met de stroom waarin de eisen van de mensen heel helder zijn: vrijheid, een wettig systeem, strijd tegen corruptie en armoede, enzovoort. Er is geen twijfel over mogelijk: dit weet de harde lijn ook.
Een deel van de oppositie in het buitenland is niet blij met deze ontwikkeling, zij heeft haar monopoliepositie verloren en de ontwikkeling verloopt ook niet zo als zij gedacht heeft. Voor hen is iedere samenwerking met elementen van het regime onacceptabel. Deze redenering krijgt minder gehoor in Iran, daar bepalen feiten de gang van zaken. Hoewel veel mensen in Iran weten dat dit huwelijk kort zal duren weet men ook dat er voorlopig geen andere weg is. Het is een noodzakelijke tussenstap naar verdere veranderingen.
Toen er afgelopen zomer een grote demonstratie van studenten en anderen in Teheran was begon iedereen hier te vragen wat er verder zou gaan gebeuren en hoe lang dat nog zou duren. Maar niemand had gezien dat het een lange weg zou zijn. En ook blijkt dat informatie in de westerse media over de reële problemen van Iran heel oppervlakkig is.
Iran is een land met 65 miljoen inwoners, in 20 jaar is de bevolking bijna verdubbeld en dat betekent dat bijna de helft van de bevolking tijdens het huidige regime geboren is en dus geen ervaring heeft met vrijheid en democratie. Een snelle verandering kan gevaarlijk zijn. Mensen weten wat ze niet willen en ze zijn ook niet te dom om te weten waar ze naartoe willen. Het probleem is alleen hoe? En het antwoord op die vraag kost tijd.
wapenstilstand
De huidige situatie in Iran lijkt veel op een wapenstilstand. Hier en daar zijn er kleine schermutselingen, maar grote veranderingen komen niet echt in beeld. Intussen maakt meer vrijheid het voor mensen mogelijk om te zien hoe ernstig de situatie is, er wordt makkelijker over gepraat en geschreven, corruptie en armoede zijn geen taboe-onderwerpen meer en de eis op recht tot organisatie is openbaar. De protesten en demonstratie hebben zodanige vormen aangenomen dat het niet meer helpt om een paar mensen dood te schieten of in de gevangenis te zetten. De harde lijn heeft grote problemen waar ze geen antwoord (meer) op heeft, de oude onderdrukkingsmethoden werken niet meer.
Van de andere kant zitten ook Khatami en zijn reformistische regering klem. Bijna alle uitvoerende organen van de staat zijn in handen van de harde lijn en zij doet haar best om alles tegen te werken. Khatami en zijn regering weten heel goed dat zij ook iets moeten inleveren, anders verliezen zij de brede coalitie die achter hen staat. Maar ook de regering is een coalitie en geen homogene groep, en over de eindbestemming en de graad van hervormingen bestaan grote verschillen.
Het bezoek van Khatami aan Frankrijk heeft, hoe vreemd het ook klinkt, meer te maken met de interne situatie dan met internationale contacten. Hij probeert daarmee te zeggen dat hij zijn best doet om uit het isolement te komen maar dat de harde lijn zijn pogingen blokkeert.
Wat er in de toekomst gaat gebeuren is moeilijk te voorspellen. Terugkeer naar het verleden is onmogelijk, maar de harde lijn wil zoveel mogelijk veranderingen tegenhouden en hoopt op de verkiezingen over twee jaar. Maar zij weet ook dat het over twee jaar nog moeilijker is iemand van de harde lijn als president te verkopen en dat brengt hen tot meer gewelddadige acties in de toekomst. Studenten zijn zich aan het organiseren. De studies zijn eind september weer begonnen en normaal duurt het een maand of twee voordat zij weer de straat opkomen. Het begint vaak met kleine protestacties en aan het eind van de winter of in het voorjaar een grote demonstratie. Maar dit keer krijgen ze grotere weerstand omdat tegenstanders ook bezig zijn troepen te verzamelen.
Het is duidelijk dat er meer gedemonstreerd zal worden. De problemen zijn enorm, maar een oplossing komt niet in zicht. Het hele land lijkt op een grote wachtkamer waar iedereen op verandering wacht, zodat een lange termijnplanning vrijwel onmogelijk is. Tegelijkertijd bestaat er angst voor de reactie van de harde lijn op de huidige ontwikkelingen. Maar tot op dit moment is het relatief rustig, hoewel er niets is geregeld en er een groot tekort aan van alles bestaat. Hier en daar worden nog mensen onwettig gearresteerd en zelfs gedood, maar in vergelijking met vijf jaar geleden is er veel veranderd. Er zijn geen massa-executies meer en ook het aantal martelingen is verminderd.
Het probleem is evenwel dat de mensen die schuldig zijn aan de massaterrreur nog steeds aan de macht zijn en nog steeds in staat zijn om voor veel slachtoffers te zorgen. De tijd van de harde lijn is echter voorbij, ze zullen op moeten stappen, maar hoe ze opstappen is nog de vraag en zal veel te maken hebben met wat ze nog binnen kunnen halen. Bijvoorbeeld, zullen zij vervolgd worden, krijgen ze een vorm van amnestie, wat gebeurt er met hun huidige bezittingen, is er de vrijheid om zich in andere landen te vestigen, enzovoort.
Maar als ze hun zin niet krijgen bestaat de mogelijkheid voor een bloedbad op grote schaal, een andere visie hebben ze niet omdat ze de laatste 20 jaar niets anders gedaan hebben dan terreur zaaien onder hun tegenstanders. Hoe dat te voorkomen is een van de belangrijkste taken van de oppositie in Iran.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 339, 17 december 1999