Diens omroepbijdrage
Dienst Omroepbijdragen
Postbus 16160
2500 BD Den Haag
25 november 1999
mevrouw, mijnheer,
Bij de nota voor de omroepbijdrage heeft u een geel kaartje gestoken waarop u uw visie aangaande betaling van de omroepbijdrage weergeeft.
Om kort te gaan, die visie is niet de mijne.
Ik vraag mij af waar u mee bezig bent. U weet immers dat er geen situatie is dat het besluit van het kabinet om de omroepbijdrage af te schaffen tot een politiek gevoelig besluit zou maken, tenzij uw dienst zelf in de eerste kamer een confrère à la Wiegel heeft geposteerd om de zaak alsnog te torpederen.
Dat laatste zou me eigenlijk ook niet verbazen. Het lijkt immers of u er op uit bent om de afschaffing van uw dienst -hetgeen naar ik veronderstel gepaard zal gaan met de afschaffing van de omroepbijdragen in de huidige vorm- zo lang mogelijk te rekken.
Al die honderdduizenden betaalde jaarbetalingen moet u zo dadelijk weer keurig berekenen en terugboeken. Werk voor menig maand.
Ik vind het echter absurd. Dit is een manier van geldsmijterij waaraan ik helemaal niet mee wil werken. Ik ga niet meewerken aan het instandhouden van diensten die helemaal niet meer nodig zijn; u weet dat u volgend jaar niet meer nodig bent, ga uzelf nou niet als een beteuterde partij