Skip to main content
  • Archivaris
  • 335

Dit zijn geen oude vrijsters die rancuneus hun gelijk bevechten

- Dit zijn geen oude vrijsters die rancuneus hun gelijk bevechten

Dolle Mina Den Bosch (De Oude Doos deel 3)

Het succes van Dolle Mina hangt sterk samen met een keuze voor de bevrijding van 'andere' vrouwen in plaats van het opkomen voor het eigen belang. Bovendien ontwikkelt Dolle Mina zich in de loop van de jaren '70 en '71 steeds meer in de richting van het links radicalisme, waarin de klassenstrijd prevaleert boven vrouwenbevrijding en de positie van de man niet werkelijk ter discussie komt te staan.
In deze derde en laatste aflevering van de geschiedenis van Dolle Mina in Den Bosch wordt stil gestaan bij de ontwikkeling van de landelijk geaccepteerde ideologische uitgangspunten van Dolle Mina, de hieraan gewijde congressen en de weerslag hiervan op de afdeling Den Bosch.

door Anita Koster

 

De radicaliteit van Dolle Mina met haar ludieke acties en goed gekozen slogans als 'Bent u ook een blanke slavin en wilt u dat blijven?', veroorzaakte een schok die door Nederland golfde, maar wel een prettig soort schok. De vrolijke en uitdagende aanpak van zich als al bevrijd opstellende sexy jonge vrouwen, poetste in één klap het onaantrekkelijke beeld dat Nederland van feministen had weg. 'Dit zijn geen oude vrijsters die rancuneus, serieus of zeurderig hun gelijk bevechten. Dit zijn evenmin gehuwde, nette, werkende dames die redelijk en precies met argumenten en statistieken wijzen op onrechtvaardigheden. Met haar pamfletten en straatacties introduceert Dolle Mina een nieuwe toon en politieke stijl. Dolle Mina's zijn geen "feministen", maar vlotte, "toffe meiden" die speels ("ludiek") en met veel gevoel voor timing een nieuw image neerzetten. Bovendien voorkomt zij door een nadrukkelijke gerichtheid op anderen, in casu "de gewone huisvrouw" de suggestie dat het uitsluitend om de verbetering van haar eigen situatie zou gaan.' (1) Haar presentatie als een rebelse groep jonge, vrolijke, seksueel vrije meiden gepaard gaande met een revolutionaire retoriek speelt veel beter in op de heersende tijdgeest dan MVM, dat gezien werd als een zelfzuchtige elite van intellectuele vrouwen. Heel Nederland ging plat voor Dolle Mina.
Dat beeld van jonge ongetrouwde, vlotte, op mannen beluste, sexy meiden blijft tot het eerste congres in april 1970 bij het brede publiek overheersen. Ook in Den Bosch, waar de meeste Dolle Mina's getrouwde vrouwen waren met kinderen. Ondanks het ook in de pers benadrukken van hun andere, minder radicale aanpak, bleef dit vooroordeel bestaan. Tijdens straatacties werden de Bossche Mina's regelmatig geconfronteerd met opmerkingen als "wacht maar tot je getrouwd bent". (2) Maar het is juist dit beeld dat het draagvlak voor vrouwenemancipatie maatschappelijk verbreedde. Bij Dolle Mina ging het om een 'al bevrijde, politiek bewuste voorhoede', die niet in de eerste plaats het eigen belang nastreefde maar dat van andere vrouwen. Bovendien gebeurde dat op een door links geaccepteerde manier. Het verwijt van een egoïstische groep elitaire, burgerlijke vrouwen die alleen naar hun eigen belang keken, dat MVM direct raakte, was op Dolle Mina niet van toepassing. Het is dan ook begrijpelijk dat de vrouwen in Den Bosch, die eerder aan het MVM-profiel beantwoordden, toch liever onder de vlag van het Amsterdamse Dolle Mina voeren. De confrontatie met 'Amsterdam' was er op de bijgewoonde congressen niet minder om en ook een 'richtingenstrijd' ging niet helemaal aan 'Den Bosch' voorbij.

A-politiek of links
Het eerste landelijke Dolle Minacongres werd op 4 en 5 april 1970 gehouden in Arnhem. Centraal stond de vraag of er een landelijk bindend programma moest worden aangenomen en een strakkere organisatievorm. 'Rond de organisatie van het Mina-apparaat waren de opvattingen sterk uiteenlopend. Er was evenmin veel overeenstemming over de programmapunten en doelstellingen van DM. Het woord klassenstrijd viel bij grote groepen aanwezigen niet in goede aarde. De overgang van ludieke acties naar een meer fundamentele - lees socialistische - aanpak van het vrouwenprobleem bleek voor veel afdelingen te groot. Er was kennelijk nog veel actie en discussie nodig voor men, met instemming van de achterban, de stap naar duidelijke politieke stellingname weloverwogen kon maken. De Amsterdamse groep liet er geen twijfel over bestaan. In een ontwerpprogramma van de hoofdstedelingen werd benadrukt: "De onderdrukking van de vrouw kan niet opgeheven worden zonder dat er tevens een einde wordt gemaakt aan de uitbuiting van de man door de kapitalistische maatschappij." Na een uitputtend gevecht van twee dagen en een halve nacht tegen verwarring en hoog oplopende emoties (...) kwamen er tenslotte een doelstelling en een richtlijn uit de bus. "Ervan uitgaande dat een rolverdeling tussen man en vrouw niet te verdedigen is op grond van biologisch onderscheid, stelt Dolle Mina zich een maatschappijverandering ten doel, die gelijke ontplooiingskansen voor iedereen en onafhankelijk van sekse mogelijk maakt. Dit kan worden verwezenlijkt door middel van sociale strijd, bewustwording en mentaliteitsverandering en daardoor beëindiging van de sociaal-economische ondergeschiktheid zowel van man als vrouw."' (3)
De Bossche Mina's die het congres bijwoonden, waren onthutst over de felheid van de ideologische discussies en de politieke verschillen die op tafel kwamen. Juist in Den Bosch probeerde men die politieke discussie te mijden en werd er eerder gekeken naar wat hen onderling bond. Een a-politieke stellingname en het centraal stellen van het gemeenschappelijke moesten ervoor zorgen dat een vrij heterogeen samengestelde groep niet direct uit elkaar viel. De terugkoppeling van het congres naar de afdeling Den Bosch mag zoals die uit de notulen blijkt summier genoemd worden. Slechts de doelstelling en organisatievorm met landelijke coördinatiecommissie en zelfstandige afdelingen worden vermeld. Alleen een opmerking over het programma van de afdeling Amsterdam dat volgens de notulen niet gezien moet worden als bindend, maar dat dienst kan doen als leidraad, geeft mogelijk iets weer van het ook in Den Bosch neigen naar een meer links ideologische opstelling. (4) Iets wat niet veel later ook blijkt uit de stellingname in de kwestie van de werkende jongeren, waarmee voor het eerst de bestaande verschillen duidelijk zichtbaar worden en waarmee in de beleving van sommigen al het begin van het einde werd ingeluid. (5)
In dit verband is een door de afdeling Utrecht opgesteld discussiestuk over Dolle Mina en MVM interessant. Hierin wordt gesteld dat MVM de emancipatiestrijd vooral ten bate van de eigen klasse voert, terwijl Dolle Mina ook duidelijk een afbraak van de klassestructuur nastreeft. Dit stuk werd in Den Bosch rond gestuurd met kanttekeningen als 'Wordt er gemanipuleerd? Staan Moskou en Peking hierachter? Kunnen alleen mensen met uitgesproken linkse ideeën lid zijn van Dolle Mina? Wat betekent in deze het woord links?'. Op het beschikbare exemplaar uit het archief staan in de Utrechtse tekst met ballpoint aangegeven veranderingen. 'Politiek' is daar veranderd in 'sociaal actief', 'links' in 'gericht op veranderingen in de maatschappij'. Het geformuleerde doel: politieke bewustmaking d.m.v. aangrijpen in emancipatieproblemen (sic) is veranderd in bewustmaking, vrijmaking en emancipatie. Het lijkt erop dat de afdeling Den Bosch zich met deze wijzigingen in het Utrechtse stuk kon vinden. (6)

Congres in Vught
Het congres dat een jaar later op 17 en 18 april 1971 in Vught plaatsvond, was georganiseerd door de afdeling Den Bosch. Daarom waren er nogal wat Bossche Mina's aanwezig en had het Vughtse congres een grote impact. Maar ook in een landelijke context blijkt dit congres vrij cruciaal te zijn geweest voor verdere ontwikkelingen in de vrouwenbeweging.
Het draaide op het Vughtse congres om twee zaken. (7) Er was een groep van acht Amsterdamse vrouwen die pleitte voor het binnen DM gaan werken met 'kleine groepen', die de grondslag vormden voor de latere praatgroepen, en die de positie van mannen in DM aan de orde wilde stellen. In een stencil geven zij aan dat de Dolle Mina ideoloog (de man Mikl˜s Rácz) angstvallig het aspect van de 'geestelijke' emancipatie van vrouwen en mannen onbesproken laat, terwijl ook de positie van mannen binnen DM nooit aan de orde komt. 'Als zij er alleen voor de klassenstrijd zitten kunnen ze vermoedelijk beter werk doen bij linkse groeperingen (...). Als ze bij Dolle Mina zitten om de vrouwen vanuit hun natuurlijke mannelijke superioriteit te vertellen wat ze doen moeten (...), dan betekent dat, dat ze zelf in hoge mate ongeëmancipeerd zijn.' (8) Daartegenover stond een groep die zich tegen deze feministische tendens afzette ('De feministische groepen voeren een verkeerde en zelfs zeer schadelijke strijd') en als radicaal-linkse pressiegroep aansluiting zocht bij de linkse beweging. Veel congresgangers namen een tussenstandpunt in.
Na lange discussies in een vaak verbeten sfeer deed het congres tenslotte een aantal principiële uitspraken t.a.v. de ideologische en politieke uitgangspunten. Gesteld werd o.a. dat de onderdrukking en discriminatie van de vrouw mede door de klassenstructuur in stand wordt gehouden en dat de meest fundamentele tegenstelling niet die tussen man en vrouw is maar tussen sociale klassen. De strijd voor de bevrijding van de vrouw mag daarom niet verworden tot een strijd tegen de man en pas een socialistische maatschappij biedt de voorwaarden voor de bevrijding van de vrouw. Met deze uitspraken, waar 75% van het congres zich in kon vinden, en waarmee afstand wordt genomen van de radicaal-feministische stroming van 'mannenhatende burgertrutten', schaart Dolle Mina zich binnen de gelederen van de linkse beweging. Voor de voorstandsters van de 'kleine groepen' was dit reden om zich uit DM terug te trekken en met praatgroepen van start te gaan, die tezelfdertijd ook bij MVM een enthousiast onthaal vinden. (9) In het verslag van het tweede congres in 'Evolutie' wordt benadrukt, dat Dolle Mina geen feministische beweging is, maar aan politiek doet. (10)

Radicaal-feminisme
De radicaliteit van Dolle Mina ontpopt zich als linkse radicaliteit, niet als feministische. Daarvoor kon men beter bij MVM terecht, dat in diezelfde tijd bij monde van Joke Smit mannen aanwijst als een elite en vrouwen als ondergeschikt. Zij suggereert tevens dat een keuze voor het primaat van de klassenstrijd een typische minderheidsreactie is, omdat gekozen wordt voor een andere groep dan waar vrouwen zelf toe behoren. MVM afficheert zich vanaf dat moment nadrukkelijk als feministisch met het accent op feministische bewustwording via o.a. praatgroepen. Bewustwording slaat bij MVM dan ook niet op 'het kunnen toepassen van Dolle Mina's socialistische verklaringsmodel op de dagelijkse praktijk van koffie- en tabaksprijzen, arbeidsdeling en klassenverschillen, maar op het herkennen van alledaags seksisme'. Het radicale van dit feminisme 'bestaat niet uit de omverwerping van het kapitalisme, zoals in Dolle Mina's voorstelling, maar in de omwerping van het voorstellingsvermogen van vrouwen. Als vrouwen voor hun gevoel van mens-zijn afhankelijk zijn van het oordeel van mannen, dan is het een radicale daad om je een leven voor te stellen zonder mannen'. (11)
Niet het radicale Dolle Mina, dat met vragen als 'wie haalt het haardotje uit de gootsteen' de eerste drie maanden zo de aandacht richtte op de specifieke achterstelling van vrouwen, fungeert als bakermat voor het radicaal-feminisme, maar juist het zo keurige en 'gematigde' MVM. (12)
Toch rommelde het binnen Dolle Mina. In de loop van 1971 worden de eigen voorhoedepretenties en het ideologische overwicht van mannen gerelativeerd. Ook in Dolle Mina ontstaat, ondanks de congresuitspraak dat het om de sociale klassen gaat, steeds meer belangstelling voor het radicaal-feminisme, dat de tegenstelling man-vrouw als belangrijkste tegenstelling ziet. (13)

Doorwerking van het congres
Het voeren van dit soort fundamentele discussies en de felheid waarmee dat gebeurde blijkt niet iets te zijn waar de Bossche Dolle Mina's zich bij thuis voelden. Van het Vughtse congres herinneren vrouwen zich vooral een gevoel van verbazing en overrompeling, maar ook van desinteresse. 'De ene motie na de andere, dat is wat me bijgebleven is. En op een gegeven moment was er een eindeloze politieke diskussie waar ik niets meer van begreep. Er rolden allerlei termen, marxistisch, leninistisch, noem maar op. En ik wist er een beetje van, van een paar jongens die ik kende, maar hoe het allemaal in elkaar zat, dat stond heel ver van me af.' (14) 'Zonder dat ik het uitdroeg, had ik vooral linkse standpunten, was ik niet echt toegespitst op de positie van de vrouw. Maar het congres in Vught vond ik niet interessant. Al die moties, dat sprak me niet aan. Die ideologische discussies, dat lag me helemaal niet.' (15) De Bossche Mina's voelden zich zelfs bekocht. Zij hadden gezorgd voor de beschikbare accommodatie en alles daar omheen, maar kregen daar meer kritiek dan waardering voor. Bovendien liet het congres hen met de rommel zitten. 'Dat zette kwaad bloed. Wel de microfoon mobiliseren en de discussie monopoliseren, maar niet meehelpen.' (16)
Thera van der Hijden raakte daarentegen door het congres toch zo geïnspireerd dat zij een stuk schreef, waarin ze de strategiediscussie vertaalde in een aantal uitgangspunten voor Den Bosch. Dit stuk sloot nauw aan bij de linkse stroming en was door de concrete uitwerking naar het persoonlijke leven van mensen nogal radicaal. 'Ik meen namelijk dat wanneer je in de privésfeer in staat bent alles wat je hebt te zien als bezit van ieder samen, dat je dan ook de argumenten kunt vinden en volhouden die pleiten voor de vergemeenschappelijking van de produktiemiddelen. Bovendien maak je jezelf betrouwbaar en geloofwaardig, kan niemand je verwijten dat je mooi kletsen hebt. En tenslotte, als je jezelf een beetje van de algemene opgepepte bezitsdrift kunt losmaken, dan voel je je een stuk vrijer en plezieriger.' Daarnaast doet ze een aantal uitspraken over de aansluiting met andere onderdrukte groepen en het laten zien van het links politieke gezicht van Dolle Mina. (17)
Dit stuk is besproken op een van de laatste vergaderingen van Dolle Mina in Den Bosch. 'Het was toen al wat aan het uitdunnen. Het stuk van Thera dat we toen besproken hebben, ging over het delen van bezit. Er werd braaf geknikt, maar ik denk dat toen veel mensen zijn afgehaakt. Thera dreef het erg op de spits door te stellen dat als je hier niet achter stond je niet achter Dolle Mina kon staan, omdat dit volgens haar logisch uit DM zou voortvloeien. Men werd er een beetje stil van. Het is niet opgepakt als een heftig discussiepunt.' (18)
Dat gebeurde ook niet met de plaats van mannen in de beweging. In Den Bosch was dit geen onderwerp van meningsverschillen. Het idee van Dolle Mina als een door mannen gedomineerde beweging wordt ook later niet zo door de Bossche Mina's gedeeld. De leden van de kerngroep vonden dat de mannen slechts hand- en spandiensten verleenden. Er waren twee mannen actief in de kerngroep en vier die zo nu en dan meehielpen. (19)

Dolle Mina bloedt dood
In juni 1972, niet lang na de huifkartocht, doet een van de twee actieve mannen van Dolle Mina Den Bosch een oproep voor een vergadering. 'We willen graag weten hoe het komt dat de laatste tijd de opkomst bij verschillende vergaderingen zo klein is. We willen graag bespreken hoe we met Dolle Mina kunnen doorgaan.' (20) De oproep heeft duidelijk niet het beoogde effect gehad, want Dolle Mina is ongeveer in die tijd uit elkaar gevallen. Niet als gevolg van felle ideologische discussies over hoe links Dolle Mina moest zijn, of juist niet, en wat de positie van mannen in de beweging was, maar vrij geruisloos. Men meed de discussie eerder. Een van de weinige keren dat het echt knalde, was in de discussie over de solidariteitsverklaring met de werkende jongeren. Bij de discussie over het delen van bezit zweeg men liever om vervolgens gewoon weg te blijven.
'In mijn beleving heeft het verschil tussen links en rechts niet echt geleid tot het einde. De verschillen waren er wel, maar het spitste zich niet toe. Alleen met dat gedoe rond de werkende jongeren. Eigenlijk ging het vooral uit als een nachtkaars.' (21)
'Thera ging weg en Toni ook. Jeanny ging studeren. Ik kreeg meer belangstelling voor de praatgroepen. Ik pikte via Sextant Anja Meulenbelt op, hoe het bij jezelf zat. De eerste praatgroepen waren ook een mix van Dolle Mina en NVSH-mensen. Ik ging me toen meer richten op de mensen die pas later bij Dolle Mina kwamen. Daarmee gingen we op de woongroepen- en praatgroepentoer. De eerste praatgroep begon in 1973. Dolle Mina is niet officieel gestopt, het ging vanzelf. Eigenlijk was het met de huifkartocht in Den Bosch al een tijdje ter ziele.' (22)
Vanuit de lijn van de praatgroepen wordt in 1975 (23) de feministische vereniging Brood en Rozen opgericht. 'Dat was heel nodig. Het meer persoonlijke stuk kwam bij Dolle Mina niet aan de orde. Er waren wel kliekjes van vrouwen die meer bevriend raakten, maar dat was wel zeer actiegericht.' (24)
Zo gaat de vrouwenbeweging in Den Bosch langs de weg van de geleidelijkheid, zonder verkettering of scheuringen, van een zekere gerichtheid op het links radicale in de richting van het radicaal-feminisme.

Noten
1. Irene Costera Meijer. Het persoonlijke wordt politiek. Feministische bewustwording in Nederland 1965-1980. Amsterdam 1996, p. 99 en 101.
2. Brigitte Buis, Dorien Greshoff en Nelleke de Jong. Dolle Mina 1970-1972, p. 169-170. In: Tjitske Akkerman en Siep Stuurman (red.). De zondige rivièra van het katholicisme; een lokale studie over feminisme en ontzuiling 1950-1975. Amsterdam 1985.
3. Marjo van Soest. Meid wat ben ik bewust geworden; vijf jaar Dolle Mina. Den Haag 1975, p. 32-33.
4. Buis, Greshof, De Jong, p. 175. Verslag vergadering Dolle Mina Den Bosch, 8 april 1970.
5. Zie hiervoor het vorige nummer van 't Kleintje. Gesprek met Jeanny Ruys.
6. Diskussie-stuk: Dolle Mina en Man-Vrouw-Maatschappij. Archief Dolle Mina Den Bosch.
7. Zie hiervoor uitvoerig Van Soest, p. 63 t/m 69.
8. Hillie, Lidwien, Liesbeth, Margreet, Marion, Marjan, Mimi, Rita: Een plan voor Dolle Mina. Amsterdam, april 1971, p. 4. Archief Dolle Mina Den Bosch.
9. Zie ook: Costera Meijer, p. 142 t/m 152.
10. Het tweede kongres. In: Evolutie, dwars blad van Dolle Mina, nr. 5, p. 1.
11. Costera Meijer, p. 141-142 en p. 155.
12. Costera Meijer, p. 160.
13. Costera Meijer, p. 145 en 154.
14. Buis, Greshof, De Jong, p. 176.
15. Gesprek met Truus Heinemann.
16. Gesprek met Jeanny Ruijs. Martien Carton. Het tweede congres. In: Evolutie, nr. 5, p. 2-3.
17. Thera van der Hijden. De verklaring van het congres en onze strategie. (t.b.v. de vergadering van 12 mei). Archief Dolle Mina Den Bosch.
18. Gesprek met Truus Heinemann.
19. Buis, Greshoff, De Jong, p. 178.
20. Aan allen die zich min of meer Dolle Mina voelen. (Rosmalen, 11 juni 1972, Boris Nelissen). Archief Dolle Mina Den Bosch.
21. Gesprek met Truus Heinemann.
22. Gesprek met Nel Willekens.
23. Een initiatief van Nel Willekens.
24. Gesprek met Jeanny Ruijs.