Moslim in de polder
Frits is een echte/
polderjongen. Hij weet alles/
van gemalen, van bekisting en van/
wind/
Frits' medemensen/
zijn zonder uitzondering/
noeste werkers bij rijkswaterstaat of/
vissers/
met zijn voornaam is niets/
mis. Maar 'stein' heeft niet even iets/
teveel van steen, en dat is maar 'n derivaat van/
klei/
Neen, Frits was graag vernoemd geweest naar/
Lely. Of naar iets met 'waard'./
Diekstra had hij graag geheten/
desnoods/
de natuur is aan Frits wel/
uitbesteed. Vissen vangt hij, koeien voert/
hij naar de slacht, bomen hakt 'ie om en fazanten rijdt 'ie/
dood/
maar niet op zondag. Want Frits is visser naast/
God. Zijn tempel staat op Urk, zijn kunst heet kniertje./
Frits' enige uitspatting is/
zaterdagvoetbal/
aan wat van ver komt, kleeft voor Frits een/
smet. Limburgers zijn bijvoorbeeld katholiek,/
heidenen zwart en moslims komen uit de/
woestijn/
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 312, augustus 1997