De kakkers van 'De Pettelaar'
Tennisclub 'De Pettelaar' is een bekakte club, er spelen vooraanstaande Bosschenaren en de plaatselijke middenstand. De eersten zijn bekakt, de laatsten gedragen zich bekakt. Ze stralen van de juwelen en gouden kettingen, maar niet zo dik als die van de aso's.De boys van de Pettelaar zijn bekakt, ze stappen 's morgens in net pak de deur uit, brengen 's avonds aan tafel, geleund op een elleboog, hun zonen fatsoen bij en in het weekend gooien ze een balletje op met Vincent, Jan-Paul en Diederick. Regelmatig doen zij mee met kampioenschappen en schrijven zich in voor het clubfeest. Dat begint met diepgravende discussies, na afloop rollen ze met zijn vieren lallend het clubhuis uit. "Lul, verrèkte homo en mietje", klinkt het door het park, de duistere gestalten vluchten schichtig de struiken in.Een kwartier later: de rust is weergekeerd, de 'macho's' liggen al op één oor.De toekomst ziet er voor pa rooskleurig uit. De economie doet het goed, pa siert stiekem met de wijven en stemt in 1998 op Bolkestein, die roept: "buitenlanders het land uit en homo's en potten op de brandstapel". De toekomst voor hun zonen ziet er rooskleurig uit. Maar hij moet geen flikker worden, want "dan trap ik hem de deur op".Pa staat weer op de tennisbaan met Vincent, Jan-Paul en Diederick en krabt eens aan zijn ballen.
-bosch- (deels waargebeurd 4-5-1997)
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 312, augustus 1997