Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 272

Den Haag - Jakarta - BLOEDHANDEL!

Op donderdag 24 maart hebben wij uit solidariteit met het volk van Oost Timor, zowel binnen als buiten het Tweede Kamergebouw, aktie gevoerd tegen de voortdurende en nog altijd toenemende schendingen van mensenrechten op Oost Timor, door het Indonesische militaire regime. Aanleiding voor onze aktie was de behandeling van de rapporten van minister Kooijmans over de mensenrechtensituatie in Indonesië, die op dat moment gaande was. Tevens werden er in verband met het bezoek van Kooijmans en Lubbers aan Indonesië, vragen gesteld door de vaste Tweede Kamercommissie van Buitenlandse Zaken. Op het moment dat Oost-Timor aan de orde kwam, rolden er drie aktievoerders twee spandoeken uit en scandeerden "Viva Timor Leste". Op de spandoeken stond te lezen: " Den Haag, Jakarta, Bloedhandel" en "In Memoriam, 200.000 doden in Oost Timor". Van de aanwezigen, die in eerste instantie perplex stonden, vertoonden menigeen een glimlach, een blijk van waardering. Zowel uit het publiek alswel van de kant van de Kamercommissie kwam spontaan openlijke blijken van symphatie met de aktie. De aktievoerders werden met zachte hand door security verwijderd. Tegelijkertijd met het tumult binnen, werd buiten een bloedspooor aangelegd vanaf het Tweede Kamergebouw tot aan de vroegere martelkamer aan het Buitenhof. Om het voorbij wandelend publiek uitleg te verschaffen, werden posters geplakt. Hierbij werd één vrouw gearresteerd en na vijf uren vrijgelaten. De posters buiten droegen dezelfde leuzen als de spandoeken binnen. Hiermee willen de aktievoerders nog eens benadrukken hoe slap het Nederlands beleid is ten aanzien van de Indonesische gruwelpraktijken in Oost Timor. Vanaf het moment dat Indonesië Oost Timor annexeerde in 1975 is éénderde van de Timoreze bevolking uitgemoord; ruim 200.000 mensen. Daarover wijden wij nu niet uit, ook niet over het bloedbad dat op 12 november 1991 in Dili plaatsvond; we gaan ervan uit dat dit bekend is. Wèl eisen wij van minister Kooijmans dat hij zal ingaan op de veelvuldige verzoeken om tijdens zijn bezoek aan Indonesië opheldering te vragen over de 300 Timoreze jongeren die na bovengenoemd bloedbad als vermist werden opgegeven. Ooggetuigen verklaarden te hebben gezien hoe gewonden in en rond het ziekenhuis, door middel van giftige tabletten en slagen met keien op het hoofd, om het leven zijn gebracht. Twee Timorezen, op dit moment in Nederland aanwezig (Joâo Antonio Dias en Aviano da Silva Faria) traden uit de anonimiteit om een gesprek aan te gaan met minister Kooijmans. Ook zij waren ooggetuigen van de slachting. Echter eerder die week zei Kooijmans te twijfelen aan de betrouwbaarheid van hun verklaringen. Wij eisen dat er serieus wordt ingegaan op wat Joâo en Aviano te melden hebben. En dat de Nederlandse regering nu eindelijk de kop uit het zand trekt en mensenlevens boven handelsbetrekkingen stelt. Vandaar onze aktie! Vrienden van Oost Timor, bezorgd en woedend! Viva Timor Leste! (24 maart 1994)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 272, 15 april 1994