Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 272

De Vierde van Mahler...

De korte gedrongen gestalte bewoog zich schichtig over de Markt en was blij de trap van het stadhuis te beklimmen om zich achter de hoge houten deur aan het oog van de publieke opinie te kunnen onttrekken. De groet van de stadhuisbode beantwoordde hij met een nauwelijks opvallende knik en schoof de lift in. Bovengekomen kwam hij tot zijn opluchting verder niemand meer tegen, ging zijn kamer in en sloot de deur. Uit de binnenzak van de donkerblauwe blazer haalde hij een vierkant plastic doosje, dat hij met zijn korte knakworstvingers openklikte en een zilverkleurig schijfje tevoorschijn toverde. Tussen duim en wijsvinger balanceerde hij het schijfje naar een gereedstaande machine, drukte op de knop 'open' en plaatste het schijfje in de automatisch openschuivende lade, waarna hij op de 'close' knop drukte en het schijfje in de naar binnenschuivende lade werd meegevoerd naar het elektroniese hart van de machine. Zijn eigen hart begon sneller te kloppen toen hij uiteindelijk op de knop 'play' drukte en aan zijn buro ging zitten. Even later bereikten hem de eerste klanken vanuit de aan weerszijden van zijn buro opgestelde luidsprekerboxen. Met zijn onhandige dikke vingers trachtte hij het boekwerkje uit het deksel van het plastic doosje te schuiven, hetgeen hem na enig gefriemel lukte. 'Gustav Mahler: Symphony No. 4', las hij en uit de verdere toelichting bleek dat de meeste van Mahler's symfonieën in zijn eigen tijd niet begrepen werden. 'Zij werden niet gewaardeerd door de critici en niet door het publiek', zo las hij verder en een vermoeide blik van herkenning gleed over zijn gezicht. Als we er tenminste vanuit gaan dat een dergelijke blik kan glijden, maar dit gaat nou eenmaal niet over de fysieke problemen des levens. 'Pas vele jaren na zijn dood werd Mahler volledig erkend als componist,' zo ging het boekje verder.
Hij legde het boekje terzijde, ging wat onderuit zitten in zijn burostoel en liet de muziek verder over zich heen komen wat hij, als kenner van grootsymfoniese werken, deed met gesloten ogen. Al snel bracht de muziek hem in een mijmerende stemming en hij vond zichzelf terug op een braakliggend stuk terrein ergens in Den Bosch. Als in een droom overhandigde een toverfee hem een gele helm, een andere fee gaf hem een kastje met knopjes erop, dat via een kabel was verbonden met een grote hei-installatie. Toen Mahler's pauken erop losbeukten had hij al op de knop gedrukt en hoorde de lieflijke klanken van een eerste paal die in de grond geslagen werd. Om hem heen barstte een klassieke kakofonie van applaus en bravogeroep los, champagneflessen werden ontkurkt en het bruisende goedje vond al snel schuimend een weg naar de gereedstaande glazen. Genietend nam hij een slok, glimlachte wat naar de aanwezige genodigden...
Toen het zilveren schijfje in het elektroniese hart van de machine aan het eind van de vastgestelde speeltijd was gekomen, opende hij langzaam, en met een zekere tegenzin, de ogen. Hij liep naar het apparaat, drukte weer op de knop 'play' en ging terug naar zijn burostoel. Nu opende hij de onderste lade van het buro en haalde er een map uit. De map kwam op het buro, hij sloeg hem open en bekeek de tekeningen die erin zaten, las de tekst en een zekere weemoed gleed over zijn gezicht. Vooropgesteld natuurlijk dat weemoed over een gezicht kan glijden... Maar niet al te lang mijmerde hij, sloeg de map weer dicht en deed hem weer in de onderste burolade verdwijnen. Terwijl hij de map in de lade schoof, viel zijn oog op een bijna vergeeld exemplaar van het Brabants Dagblad. Donderdag 3 maart 1994, las hij, en de grote kop 'PvdA verliest helft aanhang in Den Bosch'. Op de maat van Mahler's pauken verfrommelde hij de krant tot een grote prop en kreeg meteen zelf een prop van identiek formaat in de keel. Woedend gooide hij de verfrommelde krant in een hoek van zijn werkkamer en stond op. Hij drukte op de 'stop'-knop van de machine en was daarmee de eerste die aktieve euthanasie op een in zijn tijd onbegrepen meesterwerk van Mahler toepaste. De 'open'-knop werd ingedrukt en langzaam schoof de lade weer naar buiten, waardoor het zilveren schijfje weer in zijn blikveld kwam. Ongeduldig trachtte hij het schijfje met zijn dikke vingers uit het fijnmechanisch deel van de machine te halen, hetgeen na diverse pogingen lukte. Hij pakte het schijfje op en boog het doormidden tussen beide handen. Met enige krachtsinspanning lukte het hem het schijfje te breken. Hij wierp de gebroken delen nu in de naast zijn buro staande afvalbak, gooide het op zijn buro liggende plastic doosje en boekwerkje erbij, en trok na enige aarzeling de onderste lade van zijn buro open en gooide tenslotte ook de daarin liggende map in de afvalbak. Toen verliet hij zijn kamer, ging weer met de lift naar beneden, werd in de hal een prettige avond toegewenst door de stadhuisbode, een wens die hij wederom beantwoordde met de karakteristieke flauwe hoofdknik. Op de Markt begaf hij zich weer schichtig temidden van de publieke opinie. De muziek van Mahler dreunde als een koortsvisioen na in zijn hoofd. 'In zijn tijd onbegrepen', zweefde het door zijn hoofd. Op het Kerkpleintje belandde hij in een manifestatie. Er waren spandoeken "De Maat Is Vol" en sommigen stonden op oliedrums te slaan, die hij vaag herkende als de pauken uit de vierde symfonie van Mahler... Thuisgekomen raadpleegde hij de BLOS-kabelkrant om te zien welke apotheker dienst had. Hij had dringend behoefte aan aspirines.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 272, 15 april 1994