Gladio en de Oranjes (001)

Onder de noemer “Gladio” (de letterlijke betekenis is “zwaard”) spelen al sinds eind jaren veertig een aantal affaires tot op de dag van vandaag. Strikt genomen is Gladio alleen maar een affaire geweest in het politiek chaotische Italië van begin jaren negentig. Toen de, zelf tot het Gladio-netwerk behorende, premier Andreotti na journalistieke onthullingen zich genoodzaakt zag het bestaan van een zogenaamd 'stay behind'-netwerk te openbaren. Gladio was de naam van het Italiaanse 'stay behind'-netwerk. Echter Andreotti onthulde ook dat elk Westeuropees land een dergelijke geheime organisatie had. In Nederland ging Gladio officieel door het leven onder de noemer O&I (Operaties en Inlichtingen).

door Ton Biesemaat

Wat waren (en zijn?) nu eigenlijk de aard en doelstellingen van 'stay behind'-netwerken die we onder de gemeenschappelijke noemer Gladio indelen? Wederom officieel geredeneerd werden deze netwerken opgericht en georganiseerd met in het achterhoofd de verzetsnetwerken in de Tweede Wereldoorlog, in het door de Duitsers bezette Europa. Na de Blitzkrieg van mei en juni 1940 die de Beneluxlanden en Frankrijk bezette bleek dat er geen georganiseerd verzetsnetwerk was achtergebleven om inlichtingen over de Duitse bezetters te verzamelen en om sabotagedaden te plegen tegen de Duitse legers en de infrastructuur waar de Wehrmacht, Luftwaffe, Kriegsmarine en diverse politiediensten van gebruik maakten. In een moeizaam proces moest dat in de oorlog worden opgebouwd waarbij veel nodeloze slachtoffers vielen en zoals bijvoorbeeld in Nederland het daadwerkelijke verzetswerk nooit echt intensief of professioneel werd toegepast. De motor achter de opbouw van een verzetsorganisatie in West-Europa waren de Britse geheime diensten. Er werd zelfs een speciale dienst voor opgericht om zoals Churchill het zo kernachtig zei “to set Europe ablaze”. Dat werd de dienst SOE (Special Operations Executive). Na de nederlaag van het Derde Rijk werden de Westelijke Geallieerden (Engeland, Verenigde Staten en hun Westeuropese bondgenoten, die later de NAVO zouden vormen) geconfronteerd met een nieuwe dreiging. Het machtige, stalinistisch-communistische Rusland stond met zijn enorme troepenmacht aan de oevers van de Elbe en de Donau. De politieke, economische en militaire strategen hielden rekening met een Sovjet-bezetting van West-Europa. Om de situatie te voorkomen zoals die was ontstaan in de Tweede Wereldoorlog begon men 'stay behind' netwerken op te richten die in geval van een Russische bezetting georganiseerd, getraind en uitgerust waren (wapens, valse papieren en radiozenders) om weerstand te bieden via spionage, sabotage en propaganda (psychologische oorlogvoering). Deze Gladio-netwerken ontstaan op het eerste hoogtepunt van de Koude Oorlog, eind jaren veertig.
In de openbare bronnen wordt vaak een beeld geschetst dat de Gladio-netwerken pas in 1990 werden onthuld. Dit is echter eigenlijk onzin. Ook in de Koude Oorlog openbaarde de pers telkens aanwijzingen dat een dergelijk netwerk actief was. Mede kwam dat door de vondst van geheime wapenopslagplaatsen van Gladio. Zelfs de eigenlijke vijand van Gladio: de Sovjetunie en haar satellietstaten in Oost-Europa waren met grote zekerheid via spionage op de hoogte van het bestaan van het Gladio-netwerk. Dan rijst de vraag waarom een eigenlijk helemaal niet zo geheim netwerk zo lang actief was of zelfs nog steeds wellicht aanwezig is? De Gladio-onthulling van de Italiaanse premier Andreotti zorgde voor ophef omdat terreuraanslagen in Italië met grote mate van zekerheid gekoppeld konden worden aan het Gladio-netwerk. Dit waren terreuraanslagen van hoofdzakelijk neofascistische Gladio-agenten (bij het woord agent kan het handelen om een persoon die ongewild niet eens weet dat hij indirect gemanipuleerd werd door Gladio) gericht tegen de burgerbevolking en/of officiële politiediensten. Wat nimmer officieel is toegegeven is dat Gladio-netwerken meer streden tegen de democratisch gekozen communistische en extreem-linkse partijen van West-Europa dan zich voor te bereiden op een Sovjetbezetting. Een beproefde methodiek is om met terreur als bomaanslagen en het vermoorden van politici (zie Aldo Moro in Italië) de spanning en angst in een maatschappij op te voeren. Bij deze 'false flag' operaties werden er opzettelijk aanwijzingen achtergelaten dat de terreuraanslagen waren uitgevoerd door extreem-linkse terreurgroepen zoals in Italië de 'Rode Brigades' of in België de CCC (Cellules Communistes Combattantes). Inmiddels is overtuigend aangetoond dat dergelijke terreuraanslagen het werk waren van Gladio-netwerken. Een belangrijk onderdeel van de Gladio-stay behind netwerken was psychologische oorlogvoering. Bij de acties om de spanning in de maatschappij te verhogen kon Gladio terugvallen op personen met een invloedrijke positie binnen de media om zo ook via een propaganda-offensief de terreur in de schoenen te schuiven van de linkse tegenstander en de invloed van machtige communistische partijen in bijvoorbeeld Italië en Frankrijk terug te dringen. Een aardig voorbeeld in het ogenschijnlijk zo brave Nederland was dat binnen O&I mr. Ton Herstel voormalig voorzitter van de NCRV en voorzitter van de Raad voor de Journalistiek belast was met psychologische oorlogvoering. De uitspraak van journalist Frenk van der Linden dat elke redactie wel een AIVD-informant kent lijkt met het voorbeeld van mr. Ton Herstel niet eens een doorgeslagen reactie!
Gladio ontspoorde met haar terreuraanslagen in Italië en België. Daarmee opereerden de netwerken tegen de democratische rechtsorde. Er is echter ook overstelpend bewijsmateriaal dat de Gladio-cellen of -personen zich bezig hielden met vrij ordinaire criminele activiteiten. In Nederland hadden leden van het Gladio-netwerk een zogenaamde 'groene kaart'. Bij Gladio-oefeningen waarbij agenten door de politie per ongeluk werden opgepakt moest de politie naar een speciaal nummer van de marechaussee bellen waarna de Gladio-agent werd vrijgelaten. Het ging hier bijvoorbeeld om Gladio-agenten die gewapend werden opgepakt bij een gesimuleerde aanslag op de Nederlandse infrastructuur. Hierdoor werd een psychologisch klimaat geschapen waarbij Gladio-agenten zich onaantastbaar waanden. In Nederland kwam dat naar voren bij een afpersingszaak van twee voormalige Gladio-leden tegen het voedingsmiddelenconcern Nutricia. Nadat premier Lubbers in 1992 officieel O&I had opgeheven probeerde het tweetal via dreigementen om potjes kindervoeding te vergiftigen geld te bemachtigen van Nutricia. Daarnaast is er in Nederland bekend geworden dat wapens uit geheime Gladio-opslagplaatsen (maar wat is werkelijk geheim binnen Gladio gezien al de kennis van de Russen over Gladio!) terecht zijn gekomen in het criminele circuit van drugs, vastgoed en liquidaties. De namen van zulke bekend geworden criminelen als Sam Klepper, John Mieremet en Mink Kok zingen daarbij rond. Er zijn tevens genoeg aanwijzingen dat Gladio (net als de CIA) zich bezig hield met drugs- en wapenhandel en het witwassen van die verdiensten.
Gladio is te onderscheiden als een dier met drie koppen: een officiële CIA/NAVO-kop als stay behind-organisatie in geval van een Russische bezetting, een tweede sluwe kop als manipulator om via 'false flag' operaties, terreur en propaganda de maatschappij te manipuleren en te destabiliseren. En dan een derde gemene kop die via ogenschijnlijk onaantastbare criminele activiteiten zich zelf financiert of ontspoorde agenten op jacht laat gaan naar het grote geld. Een dier met drie koppen dat minder geheim was dan algemeen aangenomen. Een huisdier van de schaduwmachten en poppenspelers die onze maatschappij beheersen en bespelen (geheime diensten, invloedrijke families, multinationals en geheime genootschappen)?
Officieel is na het einde van de Koude Oorlog en de daar opvolgende onthullingen van de Italiaanse premier Andreotti het Gladio-netwerk opgeheven. Maar ook daar kan aan getwijfeld worden zoals research van het KRO TV-programma Reporter aantoonde. Na de officiële O&I opheffing werd er in het kielzog van het einde van Gladio in Nederland een stichting opgericht. We citeren de website van Reporter: “... stichting Quia Opportet (Latijn voor: voor het geval dat). In de beschrijving van die - staatsgeheime -documenten lezen we dat er sprake is van “een financiële voorziening voor de activering van de dienst.”
Volgens alle officiële geschiedenissen van Gladio zijn het door de staat georganiseerde netwerken die ook door diezelfde staat gefinancierd werden. In de beginfase van Gladio, eind jaren veertig, zijn er genoeg aanwijzingen dat ook het grote bedrijfsleven in Nederland Gladio financierde en dus daarmee een flinke vinger in de Gladio-pap had. Vooral de naam Philips valt dan. Niet zo gek omdat al voor de Tweede Wereldoorlog Philips haar contactpersonen had binnen de Nederlandse geheime dienst GSIII. Na de oorlog werkten Philips-directeuren als Ir. Tromp en Frits Philips nauw samen met prins Bernhard en BVD-chef Louis Einthoven. Zelfs de voor Gladio kenmerkende psychologische oorlogvoering via de media vinden we terug in de jaren zeventig. Bijvoorbeeld in het door Philips gefinancierde weekblad Accent dat vaak via onthullingen uit de Tweede Wereldoorlog de politiek probeerde te beïnvloeden. De wisselwerking tussen geheime diensten en het multinationale bedrijfsleven is er natuurlijk ook nog heden ten dage. Binnen de Koninklijke Shell worden officieren van de marechaussee en leden van de recherche aangenomen voor beveiligingsfucties. De Gasunie recruteerde BVD-afdelingschef Frits Hoekstra. Dagblad De Telegraaf deed hetzelfde door begin jaren zeventig BVD-onderdirecteur Van Kleef aan te nemen die zich enkele jaren later dood tegen een boom reed (en zo al weer een complot in het leven riep?). Daarnaast leveren particuliere maatschappijen tegenwoordig vaak dezelfde diensten en expertise aan multinationals als geheime diensten aan staten. Een goed voorbeeld is Control Risks, waar bijvoorbeeld de voormalige ster in de oplossing van de Heineken-ontvoering Kees Sietsma werkte. Sietsma die door de staat ingeschakeld werd bij het onderzoek naar de persoonsbeveiliging van Pim Fortuyn en na zijn Amsterdamse politietijd ook nog werkzaam was voor Philips.
Doordat multinationals net als staten behoefte hebben aan veiligheid en informatie hanteren ze dezelfde methodes als staten. Het geweldsmonopolie van staten dan? Daarop kunnen deze bedrijven invloed uitoefenen via hun economische macht. Echter achter staatsdiensten zoals Gladio, geheime diensten en grote bedrijven zitten families en dus personen met veel macht en daarmee veel vermogen. De macht die Gladio en bedrijven aanstuurt lijkt vaak te bestaan uit anonieme en ongrijpbare structuren. Maar niets is minder waar. Ook de geheime schaduwmacht bestaat uit mensen van vlees en bloed. Wie zijn die personen?
Een exacte en alomvattende lijst van personen die tot de elite en/of Gladio behoren is door het mysterieuze en geheime karakter uiteraard niet mogelijk. Het moge duidelijk zijn dat er geen openbaar archief is met lijsten van personen die in Gladio opereerden of op de achtergrond aan de touwtjes trokken. Zo gezegd 'the nature of the game...'
Maar bijvoorbeeld binnen dagblad de Telegraaf vinden we Gladio-sporen. Zoals de invloed begin jaren zeventig van de VVD minister van Defensie De Koster die via zijn familie grootaandeelhouder van het dagblad was, via zijn verzetskringen en als boezemvriend van prins Bernhard (peetvader van Gladio) op de hoogte was van O&I alias Gladio. In dezelfde tijd dat De Koster invloed uitoefende op De Telegraaf was de adjunct-hoofdredacteur Heitink, zoals beschreven in mijn boek “Bernhardgate”, agent voor de Franse geheime dienst. Het hoofd beveiliging van deze krant in de jaren zeventig was zoals we al memoreerden een onderdirecteur van de BVD geweest.
Als schaduwmacht die Gladio financierde wordt ook wel de naam 'gefluisterd' van Bib van Lanschot. Dat was een boezemvriend van Prins Bernhard en stammend uit rechts-conservatieve verzetskringen. Hij was de man van bijvoorbeeld de BNMO (Bond Nederlandse Militaire Oorlogslachtoffers). Vanuit het BNMO gingen miljoenen naar rechts-extreme of zeer conservatieve doelen die ingeschaald kunnen worden bij de Gladio-doelstellingen. Bib van Lanschot was inderdaad telg van het sjieke Bossche bankiershuis Van Lanschot.
Binnen de Nederlandse Gladio maakten officieren van de cavelerie vaak de dienst uit. Gladio-leider baron van Lynden was een zeer goede bekende van prins Bernhard en had met hem zelfs het plan de bank Rhodius Koenigs , die voor de Duitse militaire spionagedienst Abwehr werkte, op te kopen. Een andere intimus van het Nederlandse Gladio-netwerk was BVD-chef Louis Einthoven (een familielid van de Nederlandse natuurkundige en Nobelprijswinnaar Einthoven). Louis Einthoven was, als andere Gladio-peetvaders (prins bnernhard, kolonel Somers, generaal Hasselman), eigenlijk aangeschoten wild voor de Russen. Deze mensen hadden, zoals beschreven in mijn boek “Bernhardgate”, een dubieus oorlogsverleden waarmee ze gechanteerd konden worden. Inzake Hasselman, de latere opperbevelhebber van het Nederlandse leger in de jaren vijftig, bestaan er door een onderzoek van de voormalige politie-inlichtingendienst man Anne Snippe aanwijzingen dat hij voor de communistische Tsjechoslowaakse geheime dienst spioneerde maar in elk geval ook op de hoogte was van Gladio. Het Nederlandse Gladio-netwerk moet dus haast wel bekend zijn geweest bij de Russen. O&I werd gecoördineerd door het Ministerie van Algemene Zaken en het Ministerie van Defensie. Zo waren daarmee de premiers en ministers van Defensie op de hoogte van het bestaan van Gladio.

(zie volgend Kleintje Muurkrant voor deel twee. Bronnen: persoonlijk Gladio-archief auteur, Gladio-archief Kleintje Muurkrant in bruikleen bij auteur, interviews met anonieme bronnen. Verder de boeken: 'Netwerk Gladio' door Hugo Gijsels, 'Dossier Gladio' onder redactie van Jan Willems, 'Gladio – das Erbe des Kalten Krieges' door Leo A. Müller en 'NATO's Secret Armies – Operation Gladio and Terrorism in Western Europe' door Daniele Ganser. Verder TV-uitzendingen van KRO Reporter, Peter R. de Vries en de driedelige BBC Timewatch-documentaire over Gladio op dvd uit 1992. Kijk ook op www.prorepublica.nl en in de zoekmachine van www.stelling.nl/kleintje voor heel veel meer informatie en eerdere artikelen in Kleintje Muurkrant)

Dit bericht is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 436, 12 november 2010

  • Datum: .

Gladio en de Oranjes (002)

In het vorige Kleintje stond deel een van dit artikel, geschreven

door Ton Biesemaat

Een voorloper van O&I was eind jaren veertig de SOAN, de Stichting Opleiding Arbeidskrachten Nederland, een 'cover' voor een stay behind netwerk dat al ageerde tegen linkse kringen. Oprichter was dr. ir. Hacke, voorzitter van de ziekenfondsraad en VVD'er. Hij werkte samen met de protestants-christelijke vakbondsman Elsinga. Deze SOAN werd gefinancierd door Unilever, Shell, SHV (Fentener van Vlissingen) en KLM. Na ernstige ontsporingen werd de SOAN mede door Louis Einthoven buiten spel gezet door de start van O&I oftewel Gladio. De SOAN werd ook de hand boven het hoofd gehouden door de minister van Buitenlandse Zaken en directeur van Heineken Dirk Stikker en de machtige katholieke premier enkoningshuis-raadgever Louis Beel.
Dat topmensen uit het bedrijfsleven O&I ondersteunden en financierden wordt ook gesuggereerd in een artikel in Het Vrije Volk van 15 november 1990. Daarnaast meldde de Groene Amsterdammer zonder de leden te specificeren dat 'De Jachtclub' bestaat. Een overlegorgaan van invloedrijke personen uit bedrijfsleven en staat die O&I aanstuurden. Ook de Amsterdamse patriciërsfamilie Six was bekend met Gladio. Niet verwonderlijk is ook dat deze personen in de kringen van de hofhouding verkeerden en in het bijzonder zeer 'close' waren met prins Bernhard.
Gladio in Nederland maakte gebruik van 'cover'-stichtingen en -firma's, net zoals een geheime dienst als de CIA of AIVD dat doet (vergelijk het verhuren door de AIVD van een woning vol microfoons in de Haagse Antheunisstraat aan leden van de 'Hofstadgroep'). Een voorbeeld was de Stichting Vrede en Veiligheid die in de jaren vijftig maar ook daarna in grote oplaag het blad 'De Echte Waarheid' uitgaf. In het bestuur zaten patriciërs en politici zoals: Van Dam van Isselt (BVD, World Anti-Communist League, pro-Apartheid), Tjeenk Willink (Huët, CDA kamerlid, Pierson-bank) en Van Marken (Instituut Latijns Amerika waar prins Bernhard aan gelieerd was, Pierson-bank). De volgende politici waren in elk geval nauw verbonden met Gladio: Ad Ploeg ( kamerlid en staatssecretaris Defensie van de VVD), Max van der Stoel (PvdA minister van Buitenlandse Zaken, minister van Staat), Odo den Toom (VVD minister van Defensie), De Koster (VVD minister van Defensie) en Willem Drees (PvdA premier).
Deze namen worden opgevoerd omdat een aantal ook op de hoogte was van belangrijke schandalen en affaires rondom prins Bernhard die deels al staan beschreven in mijn boek “Bernhardgate”. De rol van Max van der Stoel als mensenrechtenkampioen en held van het democratische Griekenland na de dictatuur van de kolonels is opmerkelijk omdat juist het Gladio-netwerk in verband werd gebracht met de extreemrechtse staatsgreep van de kolonels! Van der Stoel zou daarna nog de wegbereider worden voor de acceptatie van mw. Zorreguita in Nederland waarbij het bloedige verleden van haar vader werd weggepoetst door prof. Baud.
Prins Bernhard kan zonder enige discussie worden aangemerkt als de peetvader van de Nederlandse Gladio. Hij werkte bij de oprichting samen met majoor Somer die hij in de Tweede Wereldoorlog liet benoemen tot hoofd van de Nederlandse inlichtingendienst BI (Bureau Inlichtingen). In mijn boek “Bernhardgate” toon ik met verschillende bronnen aan dat Somer net als Bernhard voor de Duitse militaire inlichtingendiensten en de SD (Sicherheitsdienst) werkte. Uiteindelijk een vreemde keus dat uitgerekend deze twee aangebrande figuren aan de basis van het Nederlandse Gladio stonden. In de hofhouding liep de al reeds genoemde Bernhard-vriend baron van Lynden rond die leider zou worden in de jaren vijftig van O&I. Zoals ook al gememoreerd probeerde deze baron van Lynden samen met prins Bernhard de spionagebank Rhodius Koenigs op te kopen. De Oranjes moeten beschouwd worden als een (schaduw)machtsfactor achter Gladio. De verwevenheid met geheime diensten treedt nog steeds naar voren met de werkzaamheden van Beatrix's zoon prins Constantijn voor de Rand Corp, een internationale 'thinktank' die deels wordt gefinancierd door de CIA. Een aspect dat in de Nederlandse media nimmer ter sprake is gekomen.
Prinses Irene en haar toenmalige echtgenoot Carlos Hugo van Bourbon-Parma waren in 1976 de leiders van de Spaanse Carlisten. Bij een massale Carlistische pelgrimstocht naar de berg Montejurra werd de stoet beschoten waarbij twee doden vielen. Doordat waarschijnlijk Irene en Carlos Hugo gewaarschuwd waren (door Gladio-hoofd Max van der Stoel!) waren ze zelf geen slachtoffer. In 1990 bleek uit Spaanse onderzoeken dat de aanslag was gepleegd door Italiaanse Gladio-leden die waren uitgeweken naar Spanje. De reden voor de aanslag was om de ooit fascistische Carlisten die naar modieus links waren afgegleden weer in het gareel te krijgen van de rechtse Carlisten-fractie onder leiding van Prins Sixto, de broer van Carlos Hugo.
Gladio is zoals al eerder beschreven een veel minder geheime organisatie dan wordt aangenomen. Niet door de onthullingen van de Italiaanse premier Andreotti in 1990 werd Gladio een spectaculaire organisatie. Dat kwam door de Gladio-verbindingen naar terreur en criminaliteit, hoe de staat, CIA en schaduwmachten via Gladio maatschappijen trachten te manipuleren. Het bestaan van een Gladio-netwerk in Nederland is mede naar voren gekomen door de vondsten van verborgen wapenopslagplaatsen. De eerste vondst door een gepensioneerde rijkspolitieman in de Wieringermeer dateert al van 1966. Die vondst kon nog min of meer worden verzwegen, ondanks dat in hetzelfde jaar Otto Heilbrun een artikel publiceerde waarin Gladio onthuld werd: “The role of Guerrilla's in NATO's defence of Europe”. In 1980 wordt een Gladio-wapenopslagplaats ontdekt in Limburg (landgoed van de familie Hooijer). Twee jaar later wordt een opslagplaats in de bossen bij Rheden door kinderen met een metaaldetector ontdekt. De wapens verdwijnen in het Arnhemse criminele circuit. Een handgranaat uit het Gladio-depot wordt zelfs door een openstaand raampje in het toilet van het politiebureau gegooid! In dezelfde tijd wordt ook de wapenopslagplaats in de Haagse Scheveningse Bosjes ontdekt. De wapens worden ontvreemd en om ontdekking bij een controle met metaaldetectors tegen te gaan wordt de leeggehaalde opslagplaats opgevuld met oude koelkasten. Het zijn de wapens en handgranaten zonder serienummers uit dit depot die in 1991 worden aangetroffen bij de criminelen Sam Klepper en Johnny Mieremet. Die hebben zich dan met opzet door de politie laten arresteren omdat ze bevreesd zijn voor represailles van de Joego-maffia. De ontdekkingen van de wapenopslagplaatsen begin jaren tachtig zorgen voor veel speculaties in de pers. Ook dan wordt geopperd dat het opslagplaatsen zijn van een geheime BVD-achtige organisatie. Onderzoeksjournalist Igor Cornelissen van Vrij Nederland weet in 1980 al te melden dat slechts zeven Nederlandsers weet hebben van een guerrilla-organisatie. Publicaties na de onthullingen over Gladio in 1990 spreken soms over wel 87 geheime wapenopslagplaatsen. In elk geval is door een uitzending van Peter R. de Vries over Gladio aangetoond dat vijf jaar na de officiële opheffing van Gladio er nog een wapenopslagplaats op de Utrechtse Heuvelrug aanwezig was. Daar kwamen wapens terecht die illegaal gesmokkeld waren. De Vries legde een smokkelnetwerk vast waarbij wapenhandelaren in Amsterdam, Antwerpen en Sint Niklaas waren betrokken. De Amsterdamse wapenwinkel Munts prepareerde illegaal voor deze neo-Gladio organisatie zelfs geluidsdempers. De politie heeft op onverklaarbare wijze een onderzoek naar deze opslagplaats en de activiteiten van Munts gestaakt. Opdracht van hogerhand?
Omdat de Gladio-netwerken op een 'need to know' principe en in cellen waren georganiseerd moeten slechts een beperkt aantal Gladio-agenten kennis hebben gehad van afzonderlijke wapenopslagplaatsen. Het aantal mensen dat een compleet overzicht had van alle Gladio-opslagplaatsen moet zeer gering zijn geweest. De vraag kan gesteld worden of de ontdekkingen begin jaren tachtig van Gladio-wapenopslagplaatsen waarbij wapens in het criminele circuit terecht kwamen wel zo toevallig waren (Arnhem en Amsterdam). De Gladio-wapens die werden aangetroffen bij Mieremet en Klepper hadden die al bijna tien jaar in hun bezit kunnen hebben. Daarmee kunnen deze Gladio-wapens ook terecht zijn gekomen bij de Klaas Bruinsma-groep (De Dominee) waar Mieremet en Klepper eind jaren tachtig voor werkten. Klaas Bruinsma kende, zoals iedereen weet, Mabel Wisse Smit alias 'De Marmot'. Prinses Mabel heeft schijnbaar een hele loopbaan achter de rug in de schaduwwereld met connecties naar de Bosniër Mohammed Sacirbey en de daarmee samenhangende wapensmokkel in de Joegoslavische burgeroorlog. En niet te vergeten de Servische crimineel en oorlogsmisdadiger Arkan die op jacht wou naar Mabel in Brussel.
(Bronnen: persoonlijk Gladio-archief auteur, Gladio-archief Kleintje Muurkrant in bruikleen bij auteur, interviews met anonieme bronnen. Verder de boeken: 'Netwerk Gladio' door Hugo Gijsels, 'Dossier Gladio' onder redactie van Jan Willems, 'Gladio – das Erbe des Kalten Krieges' door Leo A. Müller en 'NATO's Secret Armies – Operation Gladio and Terrorism in Western Europe' door Daniele Ganser. Verder TV-uitzendingen van KRO Reporter, Peter R. de Vries en de driedelige BBC Timewatch-documentaire over Gladio op dvd uit 1992. Kijk ook op www.prorepublica.nl en in de zoekmachine van www.stelling.nl/kleintje voor heel veel meer informatie en eerdere artikelen in Kleintje Muurkrant)

Dit bericht is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 437, 4 maart 2011

  • Datum: .

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch