Terug naar hoofdinhoud

Requiem voor een klootzak (016)

23 augustus 2026

Bij het verhaal over Bulgarije hoort dat over mijn afstuderen. Even voor mijn vertrek naar de Balkan werd ik doctorandus. In sneltreinvaart.

Wie het beter weet (zich beter herinnert) mag het zeggen maar volgens mij werd per 1 juli 1990 de ‘eeuwige student’ definitief afgeschaft. Vanaf die datum werd het onmogelijk om te studeren zo lang als je wilde (en het financieel volhield). Het ‘kandidaats’ ging in de prullenbak, en een afgestudeerde kon niet meer automatisch in het onderwijs terecht (met een eerstegraads lesbevoegdheid) maar stond feitelijk aan het begin van een slavenbestaan in het academische wereldje, als aio of oio.

Voor mij en voor Jan Best was het belangrijker dat ook Jans studierichtinkje er aan moest geloven. Fred Woudhuizen was al afgestudeerd en op zoek naar een promotor, maar Jan en ik bleven verweesd achter. Ik vatte het laconiek op (aan de uni rondhangen had voor mij altijd op de tweede of derde plaats gestaan, achter activisme en schrijven) maar Jan was des duivels. Toen de einddatum bekend was geworden brieste hij: ‘En nu zullen ze het weten ook!’

Ik zie hem nog zitten. Achter een kloeke elektronische schrijfmachine, in zijn kamertje op de vliering van het Universiteitstheater, naast Hotel l”Europe. Hij hamerde op de toetsen terwijl ik gedwee tegenover hem zat en naar hem luisterde. ‘Ze vragen om een doctorandus die niets weet en nu krijgen ze een doctorandus die niets weet! Heb jij al es een bijvak gedaan, Joop? Je gaat nu her en der een paar papiertjes halen en dan zorg ik dat je per 1 juli een bul krijgt!’

En zo geschiedde. Ik woonde een hoorcollege in het theater bij en had daarmee het bijvak Theaterwetenschappen met succes afgelegd. Ik had een aantal jaren daarvoor wat lezingen aan de Theologische Faculteit gevolgd en ook dat werd opgeschreven en van de handtekening van de orator voorzien. Ergens in april of mei 1990 kon ik een bul afhalen op het faculteitsbureau en daarna was er met Fred en Jan en een paar vrienden zelfs een klein feestje in onze vaste kroeg tegenover het theater.

Ik heb de bul nooit gebruikt en ben hem bij mijn emigratie later naar Finland definitief kwijtgeraakt. Ik heb ook nooit Drs geheten. Maar ik verliet het academische wereldje met een goed gevoel: ik had zijn aartsvijanden in de woorden van Jan ‘lekker diep genaaid’...

23 augustus 2026
Requiem voor een klootzak