Requiem voor een klootzak (015)
Hij heette ook Alexander. De zoon van de gewezen minister zag er uit zoals papa er vroeger denk ik had uitgezien: lang, atletisch en donkere krullen overal op dat perfecte lichaam. Dionysus van de Balkan. Met een ego van de Adriatische tot aan de Zwarte Zee.
Alexander Fol junior was mijn collega tijdens mijn tweede tour door Bulgarije. Waar de rondgang met de eerste groep toeristen geen noemenswaardige problemen had opgeleverd, veranderde deze reeds na enkele dagen in een hellevaart.
Het ging nog goed zolang ik aan de geldingsdrang van Alex jr. geen grenzen stelde. Eigenlijk had ik wel met hem te doen. Bij binnenkomst in de hotels belaagde hij meteen de dienstertjes en kamermeisjes, maar hij kreeg er bij mijn weten geen in zijn sponde.
Wellicht ook om die reden verlegde hij zijn aandacht naar de toeristen. Van hen verlangde hij geen erotische diensten (het waren mensen op gevorderde leeftijd) maar geld. Plekken waar de eerste groep gratis was binnengekomen gingen nu opeens geld kosten.
Toen ik protesteerde was het met me gedaan. Alex posteerde zich in zijn volle lengte voor in de bus en schreeuwde in de microfoon dat ik ‘door de reisorganisatie’ ontheven was van mijn functie. Ik zag tijdig in dat verzet geen zin had en zat op de achterbank de rit uit.
Die was trouwens spannend genoeg. In het noordwesten van het land kwamen we in een aardbeving terecht. Vooral de naschok in de nachtelijke uren werkte op ieders zenuwen, bij het krieken van de nieuwe dag bleek de bovenste verdieping van het hotel deerlijk gehavend.
Zo mogelijk nog spectaculairder was de politieke atmosfeer in die dagen. Bulgarije maakte zich op voor de eerste ‘vrije’ verkiezingen sinds mensenheugenis. Verschillende groeperingen gingen elkaar te lijf en/of probeerden te profiteren van de heersende bestuurlijke chaos.
Voor hun vertrek naar Bulgarije hadden de toeristen de ontruiming van het WNC in Groningen moeten verstouwen. Het regende in de bus dus beledigingen aan het adres van de krakers, en scheve blikken naar mij omdat ik kraken verdedigde.
Fol junior joeg de reisgenoten de stuipen op het lijf door in de microfoon te brullen dat we Sofia niet in zouden komen omdat de stad ‘bezet was’ door een van de partijen en een ‘slagveld’ vormde. We reden de stad ongestoord binnen.
Jan Best en Nanny de Vries waren verantwoordelijk voor de invulling van de twee reizen. Zij hadden daartoe een vehikel geschapen dat Reizende Universiteit Nederland heette, kortweg inderdaad Run.
Maar de technische uitvoering van de rondritten en de verantwoordelijkheid voor het welzijn van de toeristen was in handen van het Amsterdamse reisboertje Vernu. Na mijn terugkomst in Nederland deed ik daar mijn verhaal.
Jan Best woest natuurlijk. Of ik niet begrepen had dat mijn klacht een heleboel ‘arme Bulgaren’ hun werk en hun inkomsten had gekost. En dat het niet uit te leggen was in zijn nieuwe vaderland ‘dat je Westerse toeristen niet mag naaien! Dat zou jij toch ook doen, Joop?’
(JoopFinland)