Requiem voor een klootzak (014)
Heb al aangegeven dat ik tijdens mijn verblijf in Bulgarije daar Nanny De Vries niet tegengekomen ben, maar Jan Best wachtte in een dorpje of stadje in het zuiden van het land.
Vraag me na bijna veertig jaar niet hoe de plaats heette maar er stond iets van een museum of zo, en tijdens mijn eerste tour had ik er kennis gemaakt met een beleefde jonge dame. Die stond ook deze keer uitgedost in zondagse jurk op de bus te wachten en maakte ons op allerlei manieren het verblijf aangenaam.
Maar nu reden we niet na een uurtje of wat weer verder maar bleven we daar. Zelfs ‘s nachts. In de kleine uurtjes tolde ik een bed in, op een kamertje dat ik deelde met Fred Woudhuizen. Ik was dronken, maar niet zó dronken dat ik niet gemerkt had wie er die avond écht dronken waren geweest.
Jan Best zat aan aan een bachanaal. Een drinkgelag zoals dat beschreven staat in de teksten van Thucydides of Aristophanes die we in zijn les lazen. Jan zweette als een os en deed steeds meer knoopjes van zijn witte overhemd open terwijl hij de ene vodka na de andere whiskey bij zich naar binnen goot.
Vóór zijn betraande en uitpuilende ogen, aan de andere kant van de vol drank gestouwde tafel, werd gedanst. Een volksdemocratische volksdans zonder twijfel, maar die werd deze avond niet vertolkt door in kleurige klederdracht gestoken mariekes. Voor Jan en zijn twee of drie tafelgenoten werd door zes of zeven wel erg jonge blommen topless gedanst.
Naast Jan zetelde Alexander Fol, de toen al gewezen Bulgaarse minister van cultuur en onderwijs en rechterhand van het al net zo gewezen staatshoofd Zhivkov. Fol was een jaar of tien ouder als Jan en had misschien om die reden nog meer gedronken als zijn gast. Maar hij hield in tegenstelling tot Jan wel zijn jasje aan.
Ik was die middag aan Fol voorgesteld en Fol had zich aan mij voorgesteld. Meer hadden we met elkaar niet van doen. Ik had meer te stellen met familie van de man …
(JoopFinland)