Requiem voor een klootzak (008)
Midden jaren negentig van de vorige eeuw ging het voor Fred Woudhuizen vreselijk mis. Van het precieze tijdstip en van het precieze verloop van de gebeurtenissen heb ik maar een beperkt beeld omdat ik toen reeds in Finland woonde.
Maar tijdens een bezoek aan Nederland in 1997 kon ik geen contact krijgen met Fred. Ik belde zijn broer en die lichtte me in dat mijn vriend ‘erg ziek was geweest maar aan de beterende hand’. Een telefoongesprek met de ex-vriendin van Fred leerde me meer.
Fred was ergens in 1995 of 1996 helemaal de weg kwijtgeraakt, zo vertelde ze. ‘Hij had zich in zijn woning opgesloten en die woning gebarricadeerd’. Hulpdiensten konden hem met moeite bereiken en hij was opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis in de omgeving van Alkmaar.
Die opname had bijna een jaar geduurd. Toen ik Fred in de zomer van 1997 op een Amsterdams terras sprak zat hij van boven tot onder onder de medicijnen. Zijn ‘biertje’ bleef bij eentje en af en toe moest ik hem bij de les roepen omdat hij in slaap scheen te vallen.
Ik kreeg niet veel uit hem over het recente verleden. Fred had zich altijd een beetje leedvermaakt met mensen die het soms niet helemaal meer weten, en het was nu moeilijk voor hem om naar zichzelf te kijken als (ex-)psychiatrisch patiënt.
Hij had aan achtervolgingswaan geleden, zo veel werd wel duidelijk, ook uit het relaas van zijn ex. Hij dacht dat ‘ze’ achter hem aan zaten, en die ‘ze’ waren mensen uit zijn vakgebied. Een van die collega’s deed bij mij de alarmbellen afgaan.
Ergens in de jaren tachtig maakte de Roemeen Dragan zijn opwachting in het kamertje van Jan Best. Ik keek mijn ogen uit naar het mannetje. Het was allemaal vreselijk duur wat ie droeg -driedelig pak, sjieke schoenen, ringen en kettingen en allerlei penetrante geurtjes.
Best had Fred en mij opgedragen om er voor de gelegenheid ook es uit te zien alsof we zo de Yabyum in konden. Fred was naar de kapper geweest en ik droeg een heuse pantalon met daaronder gepoetste schoenen.
Dragan was door Best uitgenodigd omdat ie geld had en congressen organiseerde. Wetenschappelijke congressen, in ons vakgebied. ‘Niet omdat ie iets weet’, aldus Best, ‘maar omdat ie zijn geld in het Westen kwijt wil.’
De ontmoeting met Dracula leverde toen niets op en ik verloor al snel weer mijn belangstelling voor congressen georganiseerd door een Roemeense witwasser. Maar Fred en Best hoorde ik met enige regelmaat over de kwestie spreken.
En begin jaren negentig toog Fred naar verluidt naar zo’n congres van Dragan, ergens op een eiland in de Middellandse Zee. Wat daar gebeurd is zullen we waarschijnlijk nooit weten maar feit is dat vier, vijf jaar nadien Fred in zijn belager Dragan had herkend.
Zijn voormalige vriendin maakte het verhaal wat steviger. En linkte het aan Jan Best. Of eigenlijk: aan diens vrouw of ex-vrouw, Nanny de Vries. In haar versie had met name De Vries Fred doodsbang gemaakt …
(JoopFinland)