Skip to main content

Oud zeer (004)

03 november 2015

We zouden het nog even hebben over TNO. Volgens de al eerder geïntroduceerde Nico Roosnek (1) zou de tegenswoordig in Den Haag huizende wetenschappelijke snuffelaarsorganisatie moeizame onderhandelingen voeren met het Nationaal Archief. Over de voorwaarden waaronder het verleden van TNO en haar dochters kan worden bijgezet. Want WO II mag dan een stief kwartiertje geleden zijn, om nou meteen al je zwarte bladzijden in de openbaarheid te mieteren is een ander chapiter. Om nog maar te zwijgen over de PIA-retourtjes die Nederlandse bollebozen ondernamen naar Islamabad om te assisteren bij de opbouw van Abdul Khan's nucleaire pretpark in Kahuta.
Wat die zwarte bladzijden betreft: over collaborateurs als Kistemaker, De Haas, Ketelaar en Zwartsenberg hebben we al bescheiden uitgepakt in aflevering 2. Maar er waren meer zwaar foute jongens, die na de oorlog vrolijk fluitend verder gingen waar ze in '40-'45 waren gebleven. Niet uitzonderlijk. We moesten immers oppassen voor het rooie gevaar. Dus werd er na de ondergang van het Derde Rijk fervent verdergesleuteld aan het Vierde, waarvan we momenteel de vruchten plukken. En in dat Vierde Rijk waren en zijn ook en vooral Lupardi's nodig die wapens in elkaar kunnen frutselen die zo afschrikwekkend zijn, dat de rooien en nu dan de baarden zich wel twee keer bedenken om hun handen naar ons uit te strekken (2).
Buiten de eerder genoemde fabulous four werd bijvoorbeeld ook ene Bartholomeus Franciscus Saris (rip) met fluwelen handschoenen aangepakt. Studeerde aan de universiteit van Leiden, was in de jaren dertig lid van het vooral in België populaire anti-kapitalistische, anti-semitische en anti-marxistische Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso), promoveerde in 1941 bij de zo frisse professor De Haas en werd vervolgens leider van het net zo frisse Nationaal Socialistische Studentenfront, een kind van de NSB. Bart was in zijn Leidse studententijd een dikke gap van Jaap Kistemaker en medebewoner van een pand op het Rapenburg, waar ze een roedel SS-Mannschaften als buurtjes hadden. Goed voor je Duits zullen we maar zeggen. Een van die Mannschaften was overigens SS-Obersturmführer Alfred Boetcher, die later het instrumentarium van de Leidse universiteit plunderde ten behoeve van het Duitse nucleaire onderzoekscentrum in Jülich. Iets waarvan hij na de oorlog als directeur van datzelfde centrum nog een tijdje veel genoegen aan beleefde.
Van de een krijg je vlooien, van de ander slechte ideeën. Saris trad mogelijk onder invloed van buurman Boetcher toe tot de SS en schopte het tot Hauptscharführer met als standplaats Gouda en in latere instantie Oost-Nederland. Eind 1944 zag ie in, dat treu bleiben an seine Ehre weinig toekomst meer had en hij vestigde zich -nog steeds als SS-er, dat wel- in Vries. Een metropool niet ver van Zuidlaren. Na mei 1945 dook ie definitief onder en meldde zich pas in 1948 in gezelschap van een bef bij Justitie in Den Haag. Hij kreeg 2,5 jaar voor de ballen, maar zat er maar tien maanden van uit. 
Al vrij spoedig daarna raakte zijn carrière in een opwaartse flow. Zo werd ie opgenomen in de directie van AKU (later AKZO) en Comprimo (een Amsterdams ingenieursbureau, dat op het Kahuta-complex geen onbekende was). Bij beide bedrijven werd de stem van “Frits” Fentener van Vlissingen gevreesd en gehoord. Dat was btw dezelfde Frits die in 1937 een Duits erekruis kreeg opgespeld in de orde van de Gouden Adelaar en qq. in 1940 aan Berlijn voorstelde om hem als stadhouder aan te stellen. Ging niet door. In april 1942 probeerde voormalig SS-er en NSDAP-lid prins Bernhard zur Lippe-Biesterfeld datzelfde geintje uit. Ook vergeefs. Maar dit terzijde.
Onder al dit geweld zouden we bijna vergeten te vermelden dat onze Bartholomeus ook nog directeur van TNO werd. Ondanks zijn oorlogstrauma. Een verschijnsel dat we nu misschien post traumatische stress stoornis zouden noemen en voor het eerst werd gedetermineerd bij voormalige postbodes die hun hele werkzame leven met volle tassen correspondentie door weer en wind de brievenbussen afgingen. Gelukkig kreeg Saris hulp van onverdachte zijde: rabbijn Soetendorp en verzetsstrijdster Gesina van der Molen. Betere wasmiddelen waren er niet voorhanden. Wat een land! Stay tuned.

(1) Zie aflevering 1 van deze serie dd. 8 oktober 2015.
(2) Professor Lupardi was een markante Strangelove-figuur in de legendarische stripboeken van Kapitein Rob.

03 november 2015