Masterplan (009)
donderdag 11 maart-2010
Ach ja, die meneer Brussel. De avontuurlijk ingestelde getuige in het proces Lammers versus mevrouw C. , die met zijn hand op zijn gun verklaarde dat mevrouw C. had ingestemd met de verkoop van haar villa. Nou, die meneer Brussel werd na het onbegrijpelijke vonnis ten gunste van de penningmeester van de ONVZ nog eens even stevig aan het gebit gerammeld door een relatie van mevrouw C. En dat gerammel leverde het volgende interessante relaas op:
... Ik heb telefonisch contact gezocht met de heer H.N. Brussel. Op 26 april 1998 omstreeks 15.35 en op 29 april 1998 omstreeks 16.05 heeft de heer Brussel mij benaderd. Zakelijk weergegeven is tussen mij en de heer Brussel het navolgende besproken.
Allereerst heeft de heer Brussel aan mij desgevraagd bevestigd dat hij een WAO-uitkering geniet, omdat hij in enigerlei mate gehandicapt is. Ten bewijze daarvan hecht ik hierbij aan mijn verklaring een foto van een grijze personenauto van de heer Brussel waaruit blijkt dat de heer Brussel vanwege zijn handicap zich deels voortbeweegt middels een rolstoel en mede uit dien hoofde over een invalide-standplaatsvergunning beschikt.
Mede op grond daarvan is het niet aannemelijk dat de heer Brussel als inspecteur in dienst van NIBA BV op 20 november 1997 in opdracht van de heer en mevrouw Lammers - Luiten het onderwerpelijke pand aan de Dolderseweg 61 in Den Dolder bouwtechnisch aan een inspectie heeft onderworpen.
Bovendien heeft de heer Brussel desgevraagd aan mij telefonisch bevestigd dat hij het onderwerpelijke pand van mevrouw C. niet heeft bezichtigd en niet bouwtechnisch heeft onderzocht.
De heer Brussel deelde mij mede dat de in het geding gebrachte verklaring dd. 7 april 1998 in het kantoor van NIBA BV getypt klaar lag en dat op hem enorme druk is uitgeoefend om die verklaring te ondertekenen. De heer Brussel gaf aan mij toe dat hij ten onrechte aan NIBA BV ten behoeve van de heer en mevrouw Lammers - Luiten een dienst heeft bewezen.
Ik heb hem vervolgens gevraagd of hij aan mij zou willen meedelen wie eventueel wel het pand van mevrouw C. op 20 november 1997 zou hebben bezocht en bouwtechnisch zou hebben geïnspecteerd. De heer Brussel deelde mij letterlijk mede: Dat ga ik jou niet aan je neus hangen.
Toen ik hem tenslotte vroeg of hij bereid was het voorafgaande op schrift te stellen deelde hij mij mede, dat hij daartoe niet bereid was. De heer Brussel verbrak toen plotseling het telefonisch onderhoud dat ik met hem voerde.
Dat lijkt dus sterk op een nummertje meineed. Maar dat poetst het vonnis niet weg. Ook al stinkt het een etmaal in de wind. Maar er is meer. Stay tuned.