Skip to main content

Hardhout met een luchtje (003)

07 januari 2018

De Nederlander die in 1986 in het noorden van Costa Rica neerstreek om er bloemen te gaan kweken was Ebe Huizinga. Maar hij kwam op andere gedachten toen hij zag waar zijn buren, de Duitser Ralf Stefan Jäckel en de Canadees James Ennis, mee bezig waren. Hun verhalen over de fabuleuze toekomst van teakfarming en het op korte termijn te verwachten indringend rinkelen van de kassa bij hun onderneming Bosque Puerto Carrillo zouden zelfs een Amish transformeren tot een gokverslaafde. Laat staan Ebe. Met financiële hulp van Nederlandse investeerders en de verzekeringsmaatschappij OHRA ging hij keihard aan de slag om van zijn Flor y Fauna iets moois te maken. Daarbij zelfs moreel gesteund door de Nederlandse overheid en het met een groot aantal geldwolven gevulde WNF, één van prins Bernhard's coverorganisaties. Maar zowel Bosque Puerto Carrillo (dat tegenwoordig als Pan American Woods door het leven gaat) als Flor y Fauna kwamen in de loop der jaren op zijn zachtst gezegd negatief in het nieuws. Vooral de winstverwachtingen bleken misleidend. Zo misleidend dat OHRA onder druk van de publiciteit uiteindelijk een aantal Flor y Fauna-investeerders hun geld teruggaf. Een ongekende move die -niet onverwachts- door het WNF fel werd afgekeurd. Of via de airstrips van de twee hierboven genoemde bedrijven de financiële gaten werden/worden gevuld met dezelfde geestverruimende activiteiten als indertijd bij buurman John Hull ontgaat onze waarneming. Maar het staat vast dat Hull zeker niet de enige bosexploitant in het noorden van Costa Rica was die zich met de doorvoer van Colombia's finest inliet. En via één van zijn duistere zakenrelaties is er zelfs een lijn te leggen met Nederland. Dat was de Cubaanse Amerikaan Frank Castro, die niet alleen verantwoordelijk was voor een stel Contra-drugsroutes naar de VS door de lucht maar ook over zee. Met medeweten van Bush en zijn bende. Toen de Iran/Contra-affaire zijn finale tegemoet ging verlegde Castro zijn activiteiten namelijk naar Suriname en installeerde daar met medewaten van Amerikaanse en Nederlandse (militaire) autoriteiten een paar veelbelovende drugslijnen, waarover we nu zelfs nog zulke mooie verhalen horen (zie de driedelige artikelenserie "Raadsels rond Moengo" in Kleintje Muurkrant 329 tot en met 331). Binnen deze context valt er overigens wel degelijk nog iets te zeggen over een Nederlandse teak-onderneming die zich een aantal jaren na Flor y Fauna eveneens in de Costaricaanse jungle presenteerde: Euro Greenmix Fund.

Klik hier om uw reactie toe te voegen
07 januari 2018
Hardhout met een luchtje