De boomgrens (002)
Wie de voorbije decennia het lot van de gereformeerden in dit land heeft gevolgd, weet waar de afkorting PKN voor staat: Protestantse Kerken Nederland.
PKN is een fusieproduct, zoiets als BNN/VARA en Pro dus. De gereformeerden moeten zich nu zien te redden tussen de hervormden en de luthersen. De enkele kaars op een sobere kansel en de pepermuntgeur zijn verdwenen en hebben plaats gemaakt voor dominees in kleurige gewaden en andere opgedrongen vrolijkheid. En de boodschap van al die opleuking is ‘verbinden’. Het tegendeel van Afscheiding dus, bijvoorbeeld die van 1834 ...
Ergens in de herfst van 2016 -ik was koud teruggekeerd in dit land- betrad ik samen met mijn partner schoorvoetend de plek in de stad waar de gereformeerden sinds een jaar of wat waren samengedreven met de ‘anderen’. We kwamen af op een advertentie waarin een lezing en discussie over Luther werd aangekondigd. Omdat ik uit een land kwam waar negentig procent van de bevolking Luthers is, was mijn inbreng in de discussie dat Martin Luther een rabiate antisemiet was, en dat vanuit het Lutherse Noord-Europa het nieuwe fascisme over Europa wordt uitgestort.
Ik werd welwillend aangehoord. De gespreksleider had zich voor de gelegenheid in een kostuum gestoken dat dat van Erasmus van Rotterdam moest voorstellen, volgens hem ‘een andere verlichte geest’, want de PKN heeft de parochie bekend gemaakt met de beeldcultuur. De rest van het gezelschap telde een man of zes, zeven, en dus geen enkele andere vrouw. We zaten vanwege het theatrale effect grotendeels in het donker, dus het enige dat mij opviel was dat een of twee van de mannen notities maakten.
Na afloop raakten wij op de trap van het kerkgebouw met een van de notulanten in gesprek. De man was een lookalike van een zeer bekende Nederlander. En hij was bekend met Finland en de Finnen. Terwijl mijn Finse vrouw geestdriftig met hem in haar taal aan het tot tien tellen sloeg, vroeg ik me af wat hij tijdens de bijeenkomst had opgeschreven.
-Ben je lid van deze parochie?
Als antwoord op deze vraag stelde hij zich aan ons voor als Hans, ‘arts en jurist’, en de trotse eigenaar van het gebouw waaruit de gereformeerden waren verdreven.
-We hebben het voor een gulden gekocht. Want we wilden niet dat het afgebroken zou worden.
‘We’ dat waren hij en zijn vrouw Gabriella, en ‘wat andere mensen van buiten’.
-Wat doe je met een kolossaal kerkgebouw?
-Schuilen. Het is een schuilplek. Voor ons, en voor de mensen die ook zo’n plek nodig hebben. Want er komen harde tijden aan.
Met ‘ons’ bedoelde hij zijn gezin: ‘vier dochters met aanhang en een kleinkind’. Ik was benieuwd wat hij onder harde tijden verstond, en hij nodigde ons uit om de zondag daarop op bezoek te komen.
-Dan kunnen jullie het allemaal met eigen ogen zien.
(JoopFinland)