Een land als onderneming
Thatcher's mislukte coup
Tijdens de lunch met zijn ex ging zijn mobiel af en werd hem een baan geboden. Nu was Raymond Stanley Archer al twee dagen werkeloos, dus het aanbod van een maandsalaris van 6.000 Amerikaanse dollars kwam bepaald niet ongelegen. Er was wel haast bij, hij moest binnen 't uur op het vliegveld van Johannesburg klaar staan om te vertrekken.
door Jan van den Baard
Volgens een latere verklaring van Archer was deze gang van zaken niet zo vreemd in zijn professie, hem was zo wel vaker een baan aangeboden. Vanaf begin 2003 werkte hij voor 't Amerikaanse bedrijf Steele Foundation. Dit bedrijf was ingehuurd door het Amerikaanse State Department om de toenmalige president Aristide van Haïti te "beschermen". Of te deporteren - dat is nooit helemaal opgehelderd - de verklaringen van hoofdrolspelers spreken elkaar tegen, de één, Colin Powell, drukt het zo uit: "We did not force him (Aristide) onto the airplane". De ander, Aristide, heeft altijd volgehouden niet vrijwillig te zijn vertrokken. Hij had te horen gekregen dat wanneer het paleis bestormd zou worden zijn 'protectieteam' hem niet langer meer zou beschermen.
Archer heeft dus een ietwat uitzonderlijk beroep: hij is huurling. Niet één van de "baasbreine uit de stywebolipklas" zoals men het in Zuid Afrika uitdrukt. Baasbreine zijn bij voorbeeld de heren Mann en Spicer. Simon Mann was één van de oprichters van 'Executive Outcomes' (EO) en de ex luitenant-kolonel Tim Spicer zat eerst bij EO daarna bij Sandline International en later bij Aegis Defense Services. Recentelijk kreeg hij een opdracht ter waarde van 300.000.000 dollar voor "beveiligingswerk" in Irak). Beide heren zijn inmiddels geen huurlingenbazen meer, maar gewone, respectable 'zakenmensen', die voordrachten houden aan gerenommeerde instituten in Londen en tot het cocktailparty circuit behoren.
arrestaties
Archer kwam op tijd op het vliegveld aan om het vliegtuig te halen (1). Jammer genoeg voor hem en zijn pakweg zeventig collega's was er een tussenlanding gepland in Harare (Zimbabwe) om wat materiaal op te halen. Enkele uren later op 7 maart 2004 stonden alle mannen onder arrest. Onmiddellijk na de arrestatie op het vliegveld van Harare verscheen de Amerikaanse militaire attaché aldaar op het toneel en eiste toegang tot het vliegtuig en de gearresteerden. Dit werd hem door de Zimbabwaanse politie geweigerd. Het verhaal van de huurlingen, dat zij op weg zijn naar een klus - het bewaken van een mijn in de Democratische Republiek Congo - wordt snel doorgeprikt. Volgens berichten in de Engelse en Zuid Afrikaanse pers zouden de Zuid-Afrikaanse en de Franse inlichtingendienst lucht gekregen hebben van de plannen en ze hebben doorgelekt aan Zimbabwe.
Eén dag later, op 8 maart 2004 wordt een groep van 14 personen (acht Zuid-Afrikanen en zes Armeniërs) in Malabo, de hoofdstad van Equatoriaal Guinee, gearresteerd onder verdenking van het willen uitvoeren van een coup tegen de zittende president Teodoro Obiang Nguema. Nguema - bijgenaamd "de kannibaal" - staat niet direct bekend om zijn achting voor rechten van 't milieu, om 't over mensenrechten maar niet te hebben. Overigens verschilt hij daarin niet van andere regeringsleiders; milieu en mensenrechten zijn "oud denken" en "gezeur van de jaren tachtig". Dit oude denken belemmert de noodzakelijke globalisering van de economie en de verdergaande "bevrijding van de mens" van collectieve sociale ketenen en ouderwetse familiebindingen. Zo'n soort bevrijding heeft in Guinee nooit plaatsgehad. Dat is ook niet nodig geweest, want uit de levensverwachting van 48 (mannen) en 50 jaar (vrouwen) valt op te maken dat er nooit geld geïnvesteerd is in gezondheidszorg en sociale voorzieningen. De voormalige Amerikaanse ambassadeur in Guinee, John Bennet, drukte het leven daar zo uit: "If you've ever seen a person limp on both legs, you know you're in Equatorial Guinea". Alhoewel het land zo ongeveer het Koeweit van Afrika is (met in 2002 een gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking van 3.800 euro per jaar en een feitelijk inkomen van rond de 330 euro per jaar), staan onderwijs en gezondheidszorg niet bovenaan de prioriteitenlijst van Nguema. Volgens de CIA-factsheet over Guinee is er "nauwelijks bewijs" dat iets van de olieweelde ten goede gekomen is aan de bevolking. Wel aan de clan van Nguema. Geschat wordt dat hij jaarlijks zo'n kleine 1.500.000.000 Amerikaanse dollars op zijn privérekeningen laat boeken.
Those were the days
Naast incasseringsvermogen is zijn overlevingsvermogen ook niet mis. Hij kwam in 1979 via een staatsgreep aan de macht waarbij de toenmalige president Nguema, een oom van Teodoro, geëxecuteerd werd. Er zijn talloze (fictieve?) staatsgrepen voorkomen. Zijn bewind steunt op zijn Marokkaanse huurlingen. Deze executeerden zo'n 150 man in het voetbalstadion, onder de tonen van "Those were the days, my friend". Recentelijk werd hij (uiteraard met 97 procent van de stemmen) herkozen voor een nieuwe termijn van zeven jaar. Ondertussen stroomt de olie het land uit en het geld de offshore rekeningen in. Volgens een onderzoek van de Amerikaanse Senaat had Teodoro zestig rekeningen geopend bij de Riggs Bank voor zijn familie en vriendjes. In totaal stond daar in acht jaar tijd 700 miljoen dollars geparkeerd (2). En de Riggs Bank is niet de enige waar de clan geld heeft gestort. Uiteraard kan dit alles alleen dank zij de olieconcerns die fors dokken, zoals bijvoorbeeld 450.000 dollars voor 'huur' aan een 14-jarig familielid. Of enkele miljoenen dollars per jaar, als tegemoetkoming van studiekosten, aan de in Amerika verblijvende (klein)kinderen van de clan van Teodoro.
De veertien gearresteerden bleken de kwartiermakers te zijn voor het grotere contingent van zeventig man, gearresteerd op het vliegveld van Harare in Zimbabwe. Eén van de in Equatoriaal Guinee gearresteerden, Nick du Toit, is voormalige lid van een beruchte 'verkenningseenheid' van het vroegere blanke apartheidsbewind van Zuid Afrika en trad later in dienst van het even beruchte Executive Outcomes. De leider van de coup was voormalig SAS kapitein Simon Mann. Niet zomaar een willekeurige Engelsman, maar een oud-leerling van de eliteschool Eton. Tijdens zijn gevangenschap in Harare probeerde hij een brief naar ene Scratcher te laten smokkelen. Scratcher, Hart en ene Smelly werd gevraagd hem te helpen. Scratcher is, naar nu blijkt, Mark, de zoon van Margaret Thatcher. Hij is zo ongeveer de buurman van Simon Mann, in een dure wijk van Kaapstad.
Smelly blijkt de bijnaam van Ely Calil, multimiljonair, woonachtig in Londen en bevriend met de bekende auteur, ex-politicus en ex-gevangene Lord Archer. Calil schijnt niet alleen nauwe banden te hebben met de nieuwe Europese commissaris Peter Mandelson, maar ook met het Amerikaanse bedrijf Halliburton, dat toevallig ook olieconcessies in Guinee heeft. Zijn naam is genoemd in de omkopingsschandalen rondom 't Franse olieconcern Elf Aquitaine. De naam van Jeffrey Archer - oftewel Lord Archer of Weston-super-Mare - dook ook op. Jeffrey was nooit vies van vuile zaakjes. Volgens berichten in een Engelse krant van begin augustus 2004 heeft hij een bedrag van meer dan 100.000 pond overgemaakt naar de bankrekening van ene Simon Mann. Maar in de beste tradities van zijn vak ontkende Jeffrey uiteraard een dergelijk bedrag betaald te hebben. Hart is ook een voormalig scholier van Eton en - hoe kan het anders in die kringen - miljonair. Hij is voormalige adviseur van Margaret Thatcher en haar belangrijkste executeur tijdens de mijnwerkersstakingen van 1984 en heeft uitstekende relaties met de Amerikaanse regering en de CIA. Deze 'venture kapitalisten' zouden met elkaar de kosten van coup voorfinancieren.
Het plan
Drie van de huurlingen hebben verklaard dat het plan als volgt in elkaar zat: een Russisch vrachtvliegtuig geladen met een paar luxe 4x4 terreinwagens zou naar Malabo - de hoofdstad van Equatoriaal Guinee - vliegen. De auto's zouden als geschenk aan president Teodore Obiang worden aangeboden. Hij zou daarvoor uiteraard naar het vliegveld moeten komen. Onderweg zou hij in een hinderlaag terechtkomen en vermoord. Hiervoor was een kleine voorhoede gewapend met automatische geweren, mortieren en meer van dat fraais ingezet. Kort na de aanslag zou een tweede vliegtuig (de Boeing 727-100 cargo) landen met aan boord de zeventig in stedelijke oorlogvoering getrainde huurlingen. Zij waren voorzien van zwaardere wapens. In dat vliegtuig zou ook de nieuwe president Severo Moto zitten. Moto zou naar het presidentiële paleis gebracht worden en tot staatshoofd worden uitgeroepen. Bovendien zou een helikopter gunship voor dekking vanuit de lucht zorgen. Deze helikopter werd bestuurd door Crause Steyl. De helikopterpiloot had voor dit klusje zo'n slordige 275.000 dollar ontvangen van Mark Thatcher.
Bight of Benin Company
Eind 2003 en in de eerste maanden van 2004 voert Severo Motto, zelfbenoemd leider van de regering-in-ballingschap herhaaldelijk overleg met de toenmalig Spaanse premier Aznar.
Resultaat hiervan was de toezegging van militaire steun van Spanje. Kort voor de coupdatum waren een tweetal Spaanse oorlogsschepen met 500 soldaten aan boord de haven van Cadiz uitgelopen met als bestemming Guinee. Na de coup zouden er nog zo'n 3.000 Guardia Civil volgen.
Nu staat Severo Motto niet bekend als iemand met veel geld maar wel met veel zakenrelaties. Lieden als Ely Calil, die hem wel willen steunen in zijn strijd om de democratie. Maar - niets voor niets natuurlijk - dat is immers ook 'oud denken'. Zodat geheel in stijl met het eigentijdse "risicovolle beleggen" een onderneming werd gevormd en vriendjes uit het netwerk werden aangemoedigd te investeren. De beloning voor hun inspanningen: olieconcessies en andere extraatjes. De marketingleuze voor de buitenwereld: het herstellen van de mensenrechten. Dit gegeven vormde onderdeel van een publiciteitsplan om binnen twaalf uur na de machtsovername aan te geven dat het ging om zaken als politieke rechten en transparantie. Bovendien zou worden voorgesteld dat de VS achter de coup stonden.
Uiteraard was alles marktconform geregeld, de onderneming kreeg de naam "The Bight of Benin Company" (BoBC) en het recht het land als een privé-onderneming te besturen. Moto, de nieuwe president, zou contractueel gebonden worden om een groot deel van zijn macht af te staan aan de nieuwe onderneming. In juridisch jargon had de BoBC "the sole right to have physical or other access" tot Moto en bovendien was dit het enige bedrijf dat contracten met de regering van Guinee mocht afsluiten. Een land als onderneming, dat is pas privatisering.
De politieke dekking werd via het netwerk geregeld. Zoals tijdens een besloten conferentie bij het Royal Institute of International Affairs te Londen in februari 2004, waar de toekomst van Equatoriaal Guinee op de agenda stond. Volgens de Engelse minister van buitenlandse zaken Straw was het coupplan eind januari 2004 bekend binnen het Engelse kabinet (3).
Greg Wales, partner in de onderneming, kreeg tot taak het Pentagon in te lichten en politieke en zakelijke steun in de VS te verwerven. Joseph Sala, oud medewerker van het State Department, verklaarde op 24 januari 2005 in de Engelse krant the Guardian dat hem door Greg Wales 40.000 dollar was aangeboden om te lobbyen voor de coup. In de planning zat een vierdaags bezoek van de aanstaande president van Guinee, Moto, aan Washington. Met toegang tot Congresleden, de media en denktanks. Pas later ontdekte Sala dat de man achter de coup Eli Calil was. Sala is nu eigenaar van ANN Group, de zoveelste lobbyclub in Washington. Ook de economische dekking in de Verenigde Staten leverde geen bezwaren op. Een aantal Amerikaanse oliebedrijven waren geïnformeerd en hadden geen bezwaren. Hierbij zal naar alle waarschijnlijkheid wel een rol gespeeld hebben dat er recentelijk nog meer gas en olie bij Equatoriaal Guinee is gevonden (4).
Op 25 augustus 2004 arresteerde de Zuid-Afrikaanse politie (de Scorpion eenheid) Mark Thatcher in verband met zijn betrokkenheid bij de couppoging in Equatoriaal Guinee. Hij werd verdacht van logistieke bijstand en financiële steun aan deze operatie. In afwachting van de rechtszaak werd Mark op borgtocht vrijgelaten. Margaret Thatcher - zijn moeder - betaalt hiervoor een kleine half miljoen euro. Hij krijgt huisarrest en mag Zuid Afrika niet verlaten. Tijdens het onderzoek kwam onder andere aan het licht dat hij in de dagen voor de coup tenminste vijf telefoongesprekken heeft gevoerd met Greg Wales. En het viel op dat Mark op 2 februari, toen de planning voor de coup op het hoogtepunt was, op zijn mobiel herhaaldelijk belde met Ely Calil. In dezelfde periode klom Jeffrey Archer op zijn beurt in de telefoon om te praten met Ely Calil. Archer ontkent overigens nog steeds elke vorm van betrokkenheid. Hij heeft nog nooit schuld bekend, ook niet voor een eerdere zaak waarvoor hij wel degelijk veroordeeld werd.
In januari 2005 koos Mark eieren voor zijn geld en sloot een deal met de Zuid Afrikaanse justitie. In ruil voor een schuldbekentenis kreeg hij een voorwaardelijke veroordeling van vier jaar aan zijn broek en een forse boete: 500.000 Engelse ponden (pakweg 700.000 euro). Hij bekende de Zuid Afrikaanse anti-huurlingenwetgeving te hebben overtreden en geld geïnvesteerd te hebben in de aanschaf van een helikopter, zonder onderzocht te hebben waarvoor die gebruikt zou gaan worden. Tot dan toe had hij altijd ontkend betrokken te zijn geweest bij de couppoging en de betreffende helikopter zou een ambulance helikopter zijn. Na zijn veroordeling verklaarde hij publiekelijk dat hem "geen prijs te hoog was om weer bij zijn gezin te kunnen zijn".
wie volgt?
De Zuid Afrikaanse justitie wil deze zaak verder voortzetten en de verklaring van Mark kan hen helpen bij mogelijke verzoeken tot uitlevering. Eén van de kandidaten is de in Londen wonende Gregory Wales. De Engelse politie is inmiddels op hun beurt een nader onderzoek gestart, wel wat laat, naar de betrokkenheid van Gregory Wales, Ely Calil (die nauwe banden schijnt te hebben met de nieuwe Europese commissaris Peter Mandelson) en David Tremain, een Engelse ondernemer in de mijnbouw. De Engelse anti-terreur wetgeving lijkt hiervoor aanknopingspunten te bieden.
Crause Steyl, de helikopterpiloot, verklaarde dat Mark veel dieper betrokken was bij de coup dan bekend was. Maar omdat zijn moeder voormalig eerste minister van Engeland was, kon hij er gemakkelijker vanaf komen. Volgens Steyl zullen de overigen er ook makkelijk afkomen. Hij verwees naar de korte arrestatie van David Tremain, Greg Wales, Karim Fallaha en hemzelf in Las Palmas op 8 maart 2004. Er volgde toen een verhoor van twintig minuten door de Spaanse inlichtingendienst en ze konden weer gaan. Dat laatste geldt niet voor de rest van de gearresteerde huurlingen. Het gewone voetvolk wordt in Zimbabwe veroordeeld tot twaalf maanden; Simon Mann krijgt in eerste instantie zeven jaar aan de broek, later wordt dit verminderd tot vier jaar. Van hun collega's in Guinee komen er enkele om tijdens het voorarrest (met 'malaria' en 'meningitis' als doodsoorzaak). Hun advocaat sterft aan hoge bloeddruk. Leider Nick du Toit verklaart tijdens de rechtszaak ingehuurd te zijn door Simon Mann. Hij krijgt 34 jaar. Een drietal wordt vrijgesproken en de rest krijgt straffen variërend van 14 tot 24 jaar.
De investeerders blijven vooralsnog op vrije voeten. De olie blijft naar de VS stromen. Het bewind van Guinee zit nog in het zadel en het 'gemiddelde' inkomen in Guinee zal wel stijgen. Het feitelijke inkomen niet.
Voor de liefhebber: "A Touch of Crude" door Peter Maass in het januarinummer van Mother Jones:
www.motherjones.com/news/feature/2005/01/12_400.html
1. Het betrof een aangepaste Boeing 727-100 cargo met registratienummer N4610 vertrokken van de Pope Air Force Base in de VS. De basis van het 427th Special Operations Squadron, een joint venture van de Amerikaanse luchtmacht en de CIA, gespecialiseerd in het invliegen van commando-eenheden in vijandelijk gebied en in 'counter-insurgency' operaties. De aldaar aangegeven bestemming was Sao Tome/Principe, via Barbados.
2. levin.senate.gov/newsroom/release.cfm?id=22.3965
3. www.publications.parliament.uk/pa/cm200304/cmhansrd/cm041109/text/41109w22.htm#column_631
4. www.afrol.com/articles/15043
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 399, 4 februari 2005