Skip to main content
  • Archivaris
  • 409

De laatste Ronde

Van 13 tot 18 december vindt er in Hong Kong nieuw topoverleg plaats van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Na de nederlaag van 2003 heeft het een paar jaartjes geduurd voordat ze het weer aandurfden, maar de leiders van de wereld gaan weer proberen om de wereldhandel nog eerlijker te maken dan hij al is. Wat kunnen we verwachten van deze nieuwe WTO-ronde?

door Dirk Janssen

Allereerst maar eens uitleggen wat de WTO is: De WTO is een organisatie die voortgekomen is uit het GATT overleg. Het GATT overleg was een reeks van multilaterale onderhandelingen tussen landen die gezamenlijke regels voor handel wilden afspreken. In plaats van bilaterale overeenkomsten tussen verschillende staten zou de handel volgens het GATT in multilaterale verdragen moeten worden geregeld, zodat bedrijven in verschillende landen gelijke concurrentieposities op de wereldmarkt konden innemen. Woordvoerders van GATT-lidstaten zijn sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog om de zoveel jaren bij elkaar gekomen om deze verdragen te sluiten en de sfeer van deze verdragen uit te breiden.
Omdat het niet altijd duidelijk is welke zaken nu precies 'verhandelbaar' zijn is de invloedssfeer van de GATT alsmaar uitgedijd. 20 jaar geleden was het bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend dat er zoiets zou kunnen bestaan als handel in emissierechten of gezondheidszorg. Machtsgeile staatshoofden en bedrijfslobbyisten zijn steeds meer zaken in de sfeer van de markt gaan brengen, om vervolgens in het GATT te kunnen opteren voor het verbieden van barrières op deze handel.
Het is pas sinds 1995 dat het terrein van landbouw in de GATT is geïntroduceerd en nog altijd is dit het grootste onderwerp van controverse. De landbouwsubsidies van de EU en de VS waren aan het begin van de jaren tachtig een dusdanig grote doorn in het oog van de rest van de wereld, dat deze laden weigerden om nog meer concessies te doen in de GATT als er niet snel een beetje gedimd werd met het dumpen van gesubsidieerde landbouwproducten op de wereldmarkt. Na lang getouwtrek en gehannes werd er dan tijdens het GATT overleg in Uruguay in 1995 (!) een verdrag getekend dat het verstrekken van subsidies voor de landbouw aan banden moest leggen ten behoeve van eerlijke concurrentie, de 'Agreement on Agriculture' (AoA). Omdat de AoA nogal ingewikkeld was en er inmiddels veel verdragen door elkaar heenliepen werd in de Uruguay-ronde ook een onafhankelijk instituut ingesteld om op de naleving van de GATT-verdragen toe te zien. Dit instituut kreeg de bevoegdheden om landen sancties op te leggen bij het overtreden van de verdragen, te fungeren als mediator in het beslechten van handelsconflicten tussen verschillende lidstaten en nieuwe multilaterale overleggen te faciliteren. Dit instituut is de WTO.

Van Uruguay naar Doha
Het is altijd een probleem bij multilaterale overeenkomsten dat het verschrikkelijk moeilijk is een consensus af te dwingen tussen de verschillende partijen. De meeste multilaterale overeenkomsten zijn dan ook vaak vage compromissen die later door een rechterlijke instantie invulling krijgen. Zo is het ook met de bevoegdheden van de WTO: niemand heeft eigenlijk een idee waar deze zouden moeten ophouden. Het instituut WTO zelf vindt het natuurlijk belangrijk dat er zo veel mogelijk zaken onder haar bevoegdheid komen, en zo is de WTO inmiddels uitgegroeid tot een soort van ongekozen wereldregering die vanuit een pleidooi voor eerlijke concurrentie alles naar zich toe probeert te trekken. Aan de andere kant zijn veel lidstaten ontevreden met de bevoegdheden van de WTO en voelen zij zich bekocht. De AoA heeft nooit het beoogde effect gehad: zowel de VS als de EU hebben zich volledig aan de regels van de AoA geconformeerd, maar het dumpen van gesubsidieerde landbouwproducten gaat onverstoord door. Het zijn ontwikkelingslanden die nu sancties krijgen omdat zij hun markten te weinig openstellen voor landbouwproducten. Zo is de Haïtiaanse rijstsector bijna compleet weggeconcurreerd door gesubsidieerde rijst uit de VS en lijden voormalige rijstboeren in Haïti honger. Hetzelfde gebeurt met Europees melkpoeder in Jamaïca. Het is dan ook niet erg verwonderlijk dat bijna alle overleggen sinds de oprichting van de WTO zijn mislukt. In Seattle (1999) en Cancun (2003) is het overleg door ontwikkelingslanden opgeblazen en tot dusver is de enige WTO-top die het tot een eindverklaring heeft geschopt de ronde van Doha geweest. In de aanloop naar Hongkong spreekt men van een voortzetting van deze Doha-'ontwikkelingsronde'. Om te weten te komen wat er straks in Hong Kong besproken gaat worden heeft het dus zin om de Doha-ronde eens nader onder de loep te nemen.

Van Doha naar Hongkong
In 2001 vergaderden de afgevaardigden van de WTO-lidstaten in de Qatarese hoofdstad Doha. In deze ronde was er min of meer sprake van vier georganiseerde onderhandelingskampen met elk hun eigen belangen en inzet. Allereerst de EU: In de wereldgemeenschap vormt fort Europa een bastion van handelsprotectionisme. Subsidies in de landbouwsector en invoerbarrières hebben ons werelddeel groot gemaakt na de Tweede Wereldoorlog en de EU geeft die niet zo makkelijk op. Het was in Doha dan ook de inzet van de EU om subsidies voor natuurbescherming in de landbouw en plattelandsontwikkeling veilig te stellen en invoerbarrières toe te staan op vervuilende en asociaal geproduceerde producten. Boeren in Europa kunnen tegenwoordig een subsidie krijgen voor de hoeveelheid land die ze beheren en hormoonvlees of tomaten die groter of kleiner zijn dan de uniforme supermarkttomaat komen niet binnen. De VS hadden in de Doha-ronde hun pijlen juist op de EU gericht: het subsidiëren van de landbouw door exportsubsidies kon volgens de VS absoluut door de beugel. Nu is het zo dat de EU (onder andere) subsidies verstrekt aan bedrijven die Europese landbouwproducten afnemen: Het verschil tussen de kunstmatig lage wereldmarktprijs en de inkoopprijs bij de boer wordt gecompenseerd door de EU. In de VS worden bijna alle landbouwsubsidie per hectare aan de boer zelf verstrekt; een verbod op exportsubsidies zou dan ook de Amerikaanse subsidies toestaan terwijl de Europese gedeeltelijk verboden zouden worden. In hun aanval op exportsubsidies kregen de VS weer steun van de zogenoemde Cairns-Group. Dit zijn landen als Australië, Brazilië, Canada, Thailand en Argentinië. Deze landen staan bekend om hun massale en technologisch hoogontwikkelde landbouwsectoren. Het graan, de soja en het vlees uit deze landen wordt geproduceerd op een manier die allerminst milieuvriendelijk is en ook de landbouwarbeiders hebben het er niet breed. Zeker in Brazilië en Argentinië komt het vaak voor dat mensen voedsel verbouwen waarvoor ze zelf te arm zijn om het te kunne kopen. Omdat deze landen hun landbouwsectoren volledig gestript hebben van alle sociale en ecologische normen en de grondprijs in die landen niet erg hoog ligt, zouden zij in een volledig onbeschermde wereld-voedselmarkt waarschijnlijk het meest competitief zijn. Een dergelijk doemscenario was dan ook hun inzet in de Doha-ronde. (Ja, ook Lula DaSilva is voor wereldwijde ongeregelde markt als het hem uitkomt)
En als laatste waren daar de ontwikkelingslanden. Op zich zagen ze wel wat in het voorstel van de Cairns-group, ware het niet dat deze landen door hun technologische achterstand waarschijnlijk ook kapotgeconcurreerd zouden worden. Zij zochten in deze dan weer een bondgenoot in de EU als het ging om bescherming van de eigen landbouwsector, maar vonden de dumping toch ook weer een slecht idee. De inzet van de ontwikkelingslanden was de mogelijkheid om met subsidies hun eigen landbouwsectoren te ontwikkelen, terwijl de EU en de VS hun subsidies af zouden bouwen. Het resultaat van de onderhandelingen was een verklaring die voldeed aan de wensen van iedereen. Uiteindelijk konden alle spelers met opgeheven hoofd naar huis. Aan het einde van de Doha-ronde waren de ambtenaren van de WTO erin geslaagd om een compromis te faciliteren dat erin slaagde de wereldhandel zodanig te reguleren dat iedereen er beter van zou worden, de ontwikkelingslanden nog het meest. De leden van de Cairns Group waren ervan overtuigd dat alle bescherming in de landbouwsector overboord ging en de EU was blij dat ze haar oude beleid nog jaren kon voortzetten. De VS waren blij dat de exportsubsidies eruit gingen en de ontwikkelingslanden waren blij dat ze hun eigen markten konden beschermen. Je begrijpt dat deze eensgezindheid voornamelijk kunstmatig was: de eindverklaring was dusdanig vaag opgesteld dat iedereen er zich in kon vinden, maar verder was het een totaal nutteloos document.

Doha, Cancun, Hong Kong
Dat de Doha-verklaring zich voor meerdere interpretaties leende werd al gauw duidelijk in 2003, toen de WTO lidstaten de koppen bij elkaar staken in Cancun. De EU had met een slimme truc al haar landbouwsubsidies met uitzondering van het suikerregime volledig 'niet handelsverstorend' gemaakt en stapte vrolijk aan de onderhandelingstafel voor een reeks tegenprestaties, maar daar hadden de Cairns-staten geen zin in, want alle subsidies zouden afgeschaft worden. De ontwikkelingslanden zouden nu toch echt wel graag willen dat dat gedump van gesubsidieerde producten op hun markt ophield en de VS wilde de algehele liberalisering nog even doorstoten naar de dienstensector. Het resultaat is bekend: de hele boel klapte finaal in elkaar. Even leek het erop dat de WTO als project geen toekomst meer had, maar de mythe dat iedereen baat heeft bij dezelfde liberalisering is hardnekkig genoeg om tien jaar falen van de WTO te overleven. De EU is inmiddels tegemoet gekomen aan de Cairns Group door ook de suikerproductie op een andere manier te subsidiëren en de ontwikkelingslanden klagen inmiddels steen en been over een toename in dumping van suiker op hun markten. Er is van alle kanten geliberaliseerd en alle kampen volgen hun specifieke interpretatie van de Doha-tekst, maar niemand is tevreden en niemand heeft zin in nog meer concessies. Het wordt alleen maar duidelijker dat er geen gemeenschappelijk belang is bij verdere liberalisering, tenzij het begrip 'liberalisering' zo ver wordt opgerekt dat het zijn betekenis volledig verliest.
In de aanloop naar Hong Kong benadrukken alle partijen dat er nu toch echt spijkers met koppen moeten worden geslagen en er concrete akkoorden moeten worden gesloten. Ontwikkelingslanden worden gepaaid met beloftes over financiële steun om zich aan te sluiten bij een van de andere kampen, en er wordt natuurlijk ook gedreigd met het dichtdraaien van de subsidiekraan. Maar na de vorige nederlagen van de WTO lijkt het erop dat de ontwikkelingslanden inmiddels ook doorhebben hoe het spelletje gespeeld wordt en ze niet erg onder de indruk meer zijn van de beloftes uit het westen. Tijdens de vergaderingen zullen de WTO-bureaucraten zich wel weer bewust worden dat hun baan toch echt op de tocht komt te staan en in paniek een nieuwe vage compromistekst proberen te genereren. Het is de vraag of ze met deze voortzetting van de 'ontwikkelingsronde' ook dit keer weer wegkomen. Misschien blazen ze het hele idee van een nieuwe ronde wel af in de hoop nog een tijdje subsidie te kunnen trekken.

(Dit artikel komt van de "geenpaniek-mailing-list" van Eurodusnie - Leiden. Meer informatie over de WTO kun je bijvoorbeeld vinden op www.stelling.nl/trouble)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 409, 16 december 2005