Skip to main content
  • Archivaris
  • 431

Kort Nieuws Kleintje 431

Gekraakte frequenties

Op zaterdag 19 april aanstaande vieren de bewonersters van "De Paap" dat ze dertig jaar op die schitterende plek in de Bossche binnenstad vlakbij de Bossche Broek wonen. Ze kregen een week of wat geleden politie aan de deur. Of er wat bewoners naar het politiebureau wilden komen om "ergens over te praten". Vlak na 't afgelopen carnaval werd er een afspraak gemaakt en op het "HB" bleken twee mensen van Agentschap Telecom (de vroegere Radio Controle Dienst) aanwezig te zijn die duidelijk maakten dat het definitief afgelopen moest zijn met de ether-uitzendingen van Radio Banzai vanuit het pand aan de Papenhulst. En daar is tegenwoordig niet meer aan te ontkomen aangezien je bij een eventuele politie-inval -en daar dreigden ze mee- vele duizenden euro's moet betalen en veel spullen kwijt bent. Dus er zat niets anders op dan de mast definitief te strijken. Dat is inmiddels gebeurd op dinsdag 26 februari om 14.35 uur (voor 't archief). Oorspronkelijk begon Radio Vrij den Bosch ergens in 1979 met haar uitzendingen. Eerst af en toe bij allerlei akties maar al vrij snel zeer regelmatig met allerlei links-radikale politieke uitzendingen zoals de Flikkerradio, Vrouwenradio, Kinderradio, DoDo3Dus, Radio Classique, Blues for Breakfast en ga zo maar door. Termen als "Blanova" en "MartMuziek" klinken wellicht sommigen onder jullie nog bekend in de oren. Na tien jaar nam Radio Banzai de boel over met "alle dertig kut", "wiener gesang und geknaab", de "chaotica-brigade" en bijvoorbeeld het populaire programma "konsumenten-elektronica", maar ook "vies vinyl", "bralwerk" en "radio spock". De geschiedenis van Radio Vrij Den Bosch is uitvoerig beschreven in eerdere Kleintjes (www.stelling.nl/kleintje/344/Doos.htm, www.stelling.nl/kleintje/346/Oudedoos.htm en www.stelling.nl/kleintje/349/Radio.htm), die van Radio Banzai moet nog geschreven worden. Kleintje Muurkrant plaatst dat dan graag (hint-hint). Begin- en eindtune van Radio Vrij Den Bosch was overigens jarenlang het nummer "Total Control", gezongen door Martha Davis en gespeeld door The Motels ("maybe even jou") waar door middel van eindeloos knippen en plakken met de ouderwetse bandrecorder onheilspellende vliegtuigmotoren doorheenvlogen en de sax-solo soms wel vijftien keer te lang duurde. Ik kan dat nummer nog steeds niet horen zonder een donderdag-avond gevoel vol "weltschmerz" (om daarna fors te lallen in het kraakkafe natuurlijk).

Ideeën kun je niet ontruimen

Driekwart jaar geleden werd het pand Hinthamerstraat 71 en 73a in DenBosch gekraakt. Twee afzonderlijke panden, bereikbaar via een gemeenschappelijke hal. Omdat de eigenaar beweerde de panden te gaan gebruiken zijn de krakers vertrokken. Al snel bleek dat de argumenten van de eigenaar nep waren, er kwamen anti-krakers in nummer 71 (boven de winkel) en de winkel bleef leeg. Op 18 februari jl is nummer 73a herkraakt, het stond namelijk nog steeds leeg, veel langer dan een jaar inmiddels en dan is kraken dus legaal! Op 22 februari jongstleden was er plotseling veel politie en ME op de Hinthamerstraat voor het pand in het centrum van DenBosch. De aanwezige krakers dachten met een knokploeg te maken te hebben en bereidden zich op het ergste voor. Dat was maar goed ook want het bleek inderdaad een politie-knokploeg te zijn die hen er uit kwam halen. Eerder die avond was de ME aanwezig geweest bij een voetbalwedstrijd van FC DenBosch, hadden weinig te doen gehad, dus "mochten" ze van Burgemeester Rombouts een pandje ontruimen. Bruut, lomp en vuil gingen zij te werk. Ze maakten een paar arrestaties en lieten het pand verder met rust. Wederom leegstand dus. De zondag daarop vond er een herkraak plaats van het pand boven "de lege Bazaar". Natuurlijk! Eerder was het pand gekraakt en ontruimd en het stond al weer lang leeg. Waarom dan deze brute overval-tactiek door een bende ME'ers los te laten op een paar krakers? Illegaal bovendien (en kraken is nog steeds legaal!) aangezien er geen enkele vordering of procedure aan vooraf is gegaan. De deur is ingebeukt en met veel geweld werden de andere barricades genomen. Lang mocht de herkraak evenwel niet duren want burgemeester Rombouts kon deze actie blijkbaar niet met zijn ego verenigen en gaf op 26 februari jongstleden opnieuw opdracht, nu aan een blik ME'ers uit Utrecht om het pand leeg te halen. Tien ME-wagens kriskras op de Hinthamerpromenade en een zestigtal opgefokte politiemannen en -vrouwen in ijshockey-tenue (commandowagen voor de bieb) en veel stillen (allemaal overigens op film gezet). Nostalgie alom, maar het is natuurlijk supershit voor de krakersters. Overigens was de meest recente ontruiming zeer gewelddadig en intimiderend. Urenlang blaffende politiehonden, ME'ers stijf van de adrenaline, politiefotografen die pontificaal mensen op de plaat vastlegde. Hopelijk krijgen we bij het Kleintje de vervolggebeurtenissen van de Bossche krakersters toegespeeld.

Superrijken

In een wereld waarin de ongelijkheid groeit, is het meer dan nuttig om te kijken naar zowat de helft van de wereldbevolking die te weinig verdient om menselijk te kunnen leven. Maar het is even nodig ook in de andere richting te kijken, naar de rijken en superrijken, en hoeveel van de mondiale welvaart zij in beslag nemen. Het "World Wealth Report" biedt daar wat zicht op. De wereld telt 9,5 miljoen mensen die over meer dan 1 miljoen dollar financiële tegoeden beschikken. Samen zijn ze goed voor ruim 37 biljoen dollar, dat is 37.000 miljard dollar. In 2006 groeide het aantal rijken met 8,3 procent aan en hun gezamenlijke vermogen nam toe met 11,4 procent. De groei was het snelst in Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Maar zelfs bij de rijken groeit de ongelijkheid fors. Het aantal superrijken, degene met een financieel vermogen vanaf 30 miljoen dollar, groeit namelijk nog sneller, met 11,3 procent. En die superrijken, die nu met 95.000 zijn, zagen hun gezamenlijk vermogen in één jaar stijgen met maar liefst 16,8 procent tot 13,1 biljoen dollar. Anders gesteld, de superrijken alleen al zijn goed voor meer dan de helft van de rijkdom van de honderd keer talrijker 'gewone' rijken. De welvaart van de wereld concentreert zich dus steeds sterker bij een heel kleine groep. En waar wonen die 9,5 miljoen rijken dan? E_n derde ervan is te vinden in Noord-Amerika, 30 procent in Europa, 27 procent in Azië, 0,4 procent in Latijns-Amerika, 0,3 procent in het gebied van de Stille Oceaan en 0,1 procent in Afrika. De rijken zijn dus vooral weinig talrijk in Latijns-Amerika en Afrika. Maar die zijn dan wel gemiddeld een pak rijker, de inkomenskloof in die continenten is inderdaad over het algemeen heel groot. (www.us.capgemini.com/worldwealthreport07)

1 Mei-lezing 2008

De komende 1-mei-lezing zal in het teken staan van de politieke betekenis van de vakbeweging. Dit vanuit de stelling dat de parlementaire krachten mede door de media meestal met de waan van de dag bezig zijn. Een waanzinnigheid die niet enkel door de inbreng van het geachte kamerlid Wilders wordt gestimuleerd. De ouderwetse werkvloer moet weer centraal staan. Politiek debat in de kantine, bijvoorbeeld over de top-(inkomens), de milieuonvriendelijke productie, het ontslagrecht of een mogelijke vijandige overname van het bedrijf. Enkel dan kunnen verwilderde populisten de wind uit de zeilen genomen worden. Sprekers: Sjaak Van der Velden en Jan Willen Stutje. Stutje's bijdrage vindt plaats onder de noemer 'Van toen en straks, Over de verhouding tussen politiek en vakbeweging, Geen rede, geen toespraak maar een kritische overdenking'. Zijn benadering zal vooral historisch zijn met een voorzichtige vooruitblik op de toekomst. Sjaak van der Velden zal het hebben over de 'Vakbeweging en de strijd voor een betere samenleving'. Vakbonden zijn in de negentiende eeuw ontstaan uit onvrede over bepaalde omstandigheden in het werken en wonen van zeer grote groepen mensen. Binnen de hoofdstroom van de vakbeweging waren veel socialisten actief die de samenleving niet alleen wilden veranderen, maar zelfs radicaal omver werpen. Daarvan is binnen de hedendaagse vakbeweging niets meer over. Die heeft zich volledig verbonden aan het kapitalisme en is zelfs een deel geworden van de mechanismen waarmee de werknemers worden beheerst.
Donderdag 1 Mei 2008 in boekhandel De Rooie Rat, Oudegracht 65, Utrecht (www.rooierat.nl) van 14 tot 17 uur, gratis entree

Open brief

Beste AFTh van der Heijden... jouw voornemen een roman te wijden aan "de zaak Louis Sévèke", en vooral de zorgvuldig geplaatste publiciteit van de laatste tijd in aanloop naar de publicatie, heeft mij - moet ik bekennen - een zeer onbehaaglijk gevoel gegeven. De manier waarop jij deze 'zaak' naar jou toe trekt, - natuurlijk erop gericht om het boek te promoten met een, mag ik wel zeggen, vrij doorzichtige en valse bescheidenheid - noodzaakt mij tegengas te geven. Het optreden bij Pauw en Witteman van 7 maart jl was voor mij de druppel Adri, wat een schertsvertoning. Alsof jij niet weet dat als jij je laat rondleiden door twee journalisten in Nijmegen, dat de volgende dag in de krant staat en de verdere pers gelijk bij jou aan de telefoon hangt. Wat een gespeelde onschuld ten koste van de persoon waar het eigenlijk allemaal om gaat! Natuurlijk is het een spel van jou en je uitgever (het boek moet natuurlijk een succes worden), maar om telkens weer de naam van Louis te horen die ver boven jou uitsteekt, zelfs nu nog, dat steekt. En als dit al wrevel bij mij opwekt terwijl ik al jaren geleden uit de kraak en actiewereld ben gestapt, dan moet er toch veel meer dwars zitten bij personen die dichter bij Louis stonden, denk ik dan. Maar het is aan hen daar ruchtbaarheid aan te geven of niet.
De fascinatie voor deze bizarre zaak - de gemeenschappelijke achtergrond van beiden en Marcel's motieven, schijnbaar komende uit het niets na zoveel jaren - die snap ik wel. Ik deel het zelfs met je en kan mij ook gedeeltelijk verplaatsen in Marcel's ontwikkeling in deze. Maar de manier waarop jij als buitenstaander hiermee omgaat, getuigt van een wel erg arrogante opstelling, ook al probeer je het zo bescheiden mogelijk aan het publiek te verkopen. Dat je durft te beweren het boek te schrijven opdat dit niet vergeten mag worden; aan me hoela Adri! Zoveel morele autoriteit dicht ik jou helemaal niet toe. Je boek zal straks zeker met lovende recensies worden overladen, en op de nodige long- en shortlist terecht komen; daar ben ik nu al van overtuigd. Ik vraag mij alleen af wat Louis zijn gedachtengoed, waarvoor hij jarenlang zijn nek heeft uitgestoken, daarmee opschiet. Een roman blijft een roman; wat voor intellectueel verhaal je er ook aan ophangt. De rauwe feiten alleen al zijn absurd genoeg, laat staan dat ze ook nog eens naar de hand worden gezet van een schrijver. Het blijft namelijk uiteindelijk wel hangen bij het grote publiek; die nieuw gecreëerde en gedeformeerde werkelijkheid. Want hoe groter het succes en de PR machine erachter, hoe meer dat publiek het straks ook als een gebeurtenis zal zien. Ook in latere tijden.
Ik zou goed nadenken hoe dit boek in te vullen Adri, misschien heb je dat zelfs al gedaan. En nee, ben maar niet bang; dit is geen oproep tot censuur of poging daartoe. Ik zal niet meedoen aan de hedendaagse hype. Dit gaat om de erfenis van Louis die nog steeds concreet en alom tegenwoordig is, nu meer dan ooit, en waarvan hij één van de weinige was die durfde dat structureel aan te kaarten: de smerige wereld van de geheime diensten. Ik zou zeggen: duik daar eens in. Steek je nek zelf eens uit. Louis - en waar hij voor stond - verdient beter. (Der Peter)

Het Burka-mysterie

Zaterdagmorgen 9 februari. Het belooft een mooie dag te worden. Veel zon! Langewisch heeft een aantal leuke dingen op de rol staat. Een voorstelling in 'Diligentia' van 'Het Groot Niet Te Vermijden' moet het hoogtepunt worden. Maar dan laat hij zich toch verleiden tot het lezen van een artikel over het kabinetsbeleid aangaande de burka. Eigenlijk is Langewisch de discussie over dat onhandige kledingstuk al heel lang zat. Zò veel aandacht voor krap aan 150 vrouwen, die meestentijds thuis zitten en zich héél soms, en dan doorgaans paarsgewijs, schichtig over straat bewegen van huis naar markt en omgekeerd. En dat allemaal omdat, zoals Kamp het bij Pauw & Witteman zei, er een keer een dader van een aanslag in Engeland is ontkomen, vermomd in burka. Dat is toch een heel onnozel argument als in dat zelfde programma een advocate met hoofddoek verzekert dat in burka gehulde vrouwen zich plegen te ontsluieren als gezagsdragers dat van hen eisen. De Britse douane heeft dus gewoon zijn werk niet gedaan. Langewisch weet dat allemaal al, net als het feit dat de burka in het openbaar vervoer totaal geen issue is, omdat daarin geklede vrouwen zich niet in tram, trein en bus plegen te bewegen. Desondanks leest hij door... en dan... wat blijkt? Balkenende is op straat wel eens een in burka gehulde vrouw tegengekomen en... Dat vond Hij niet prettig. Daar werd Hij niet gelukkig van. (Die laatste toevoeging lijkt overbodig. Er zijn namelijk geen mensen die w_l gelukkig worden van iets dat ze niet prettig vinden. Dit terzijde). Langewisch laat het bericht even tot zich doordringen. Jan Peter Balkenende, de Minister President, de Hoogste Man van Nederland loopt over straat en juist hìj komt één van die 150 vrouwen tegen. Het moet toch niet gekker worden!! Hoe is dat mogelijk? Hoe kan dat in Nederland? De MP, JP zelf, botst tegen een vrouw in een tent van Vervat aan. Nou, nou, nou, tjonge, jonge jonge!! Langewisch was en is nog altijd verbijsterd. Balkenende vond het niet prettig, sterker nog, hij werd er niet gelukkig van. Nee, maar nu snapt Langewisch ook al die commotie. De baas van Nederland zelf raakt er ongesteld van. Ja, dan moet er zeker iets gebeuren. Het zette Langewisch aan het denken. Een burkaverbod lijkt hem uiteindelijk niet afdoende. Zo een verbod kan worden overtreden. Neen, het lijkt hem beter dat de MP voortaan verboden wordt om zich nog langer op straat te vertonen. Hij houdt zich, waarden en normen gezien, wel aan de regels. Langewisch stelt voor de Leider van Nederland voortaan uitsluitend te verplaatsen in een geblindeerde auto van zijn eigen inpandige garage naar de inpandige garage onder het torentje. Als die er nog niet is, dan graven we die met spoed. Dan is dat probleem voorgoed uit de wereld. Langewisch was blij dat hij een oplossing had gevonden, maar zijn dag was toch een beetje verpest. 'Het Groot Niet Te Vermijden' deed hem godzijdank het hele voorval grotendeels vergeten, maar toch niet zo, dat het hem in zijn dromen met rust laat. Al een paar keer mocht hij het beleven: Balkenende loopt over straat, een heel leger bodyguards en andere kontkussers om zich heen en daar daagt aan de horizon opeens een levensgrote burka. Zijn begeleiders staan op het punt erop af te gaan, met getrokken wapen, maar JP houdt hen tegen. Met gevaar voor eigen leven en ferme pas spoed hìj zich naar de verdoemde mens. Vrouw, zegt hij, Dit vind ik niet prettig. Hier word ik niet gelukkig van. Toon me uw gezicht en ik zal u tonen wie ik ben. En dan ontdoet de ongelukkige zich van haar sluier en blijkt zij ... zijn eigen echtgenote te zijn. Mien (Langewisch gaat er maar even vanuit dat zij Mien heet) Mien, vraagt onze Grote Man ontsteld, wat doet gij hier in dieën verfoeilijke uitmonstering? En dan antwoordt zij wanhopig: Wat moet ik anders? Het is immers de enige manier om jouw aandacht te trekken. En dan wordt Langewisch wakker ... in een gelukzalige toestand. (Langewisch)

Rita's frietkot

Twee vrienden waren gistermiddag onverwacht langs gekomen. En allebei hadden ze iemand meegenomen. Reken maar mee: vijf mensen in de kamer. Iedereen had belangrijke zaken te doen, maar niemand had er zin in. Huub was de cd-kast in gedoken, Bart inspecteerde de boekencollectie. Wim en ik zaten gebogen over een schaakbord, Marco had de laptop op schoot en surfte de hele wereld over. Ondertussen werd, om met G.B.J. Hiltermann te spreken, de toestand in de wereld doorgenomen. De kachel brandde behaaglijk en voor we het goed en wel in de gaten hadden, moesten de lichten aan. "Ik heb honger," zei Bart opeens. "Hebben jullie geen honger?" De rest had ook wel trek. Geen wonder ook, het was etenstijd. "Ik kan wel wat maken," bood ik aan. "Ik weet alleen niet of ik nog wat in huis heb." Huub dook de koelkast in en begon keukenkastjes te openen. Hij vond aardappelen, zuurkool, gehakt, kaas, ananas. Hij verzekerde dat dat genoeg was voor de beste zuurkoolschotel die we ooit geproefd hadden. "Zùùrkool?" riep Wim. Hij hield er niet helemaal niet van. "Je gaat toch niet staan koken nou?" zei Marco. "Laten we gewoon iets gaan halen. Ik heb wel zin in friet." Friet was lang geleden, mijmerde hij. Het mocht wel weer eens. Hij wreef over zijn buik. We maakten de balans op: drie van ons wilden friet, de andere twee zuurkool. Hoe kwamen we hier ooit uit? We losten het op als volgt. Drie gingen er naar de snackbar en bestelden daar wat van hun gading was, de andere twee begonnen in de keuken voorbereidingen te treffen voor een zuurkoolschotel die heel wat beloofde. De friet was eerder gehaald dan de schotel voltooid. De voorstanders van de zuurkool bietsten hier en daar een frietje, dat toch wel heel erg lekker bleek; later proefden de frietfans van de zuurkoolschotel, en zelfs Wim gaf toe dat het helemaal niet tegenviel.
Na het eten vond Bart een stapeltje oude kranten. Hij begon erin te bladeren tot hij stuitte op een interview met Rita Verdonk in het NRC van 9 februari 2008. Hij las voor wat Rita gezegd had. Dit: "Als je thuis moet beslissen over het avondeten en drie willen er patat en twee zuurkool, dan wordt het toch patat? Heel simpel. Zo werkt democratie." We beseften opeens dat we erg ondemocratisch bezig waren geweest. Dat we ons niet aan de spelregels hadden gehouden. Ons op onverantwoorde wijze hadden onttrokken aan de voorgeschreven orde der dingen. Er viel een stilte.
"Koffie?" vroeg Wim. We dronken alle vijf koffie, ook al lust Huub helemaal geen koffie. Hij wilde graag thee, maar daarin stond hij dan toch mooi alleen. Ik stak een sigaret op. Bart volgde mijn voorbeeld, Wim wilde er ook een. Toen moesten Huub en Marco er ook aan geloven, want de niet-rokers waren in de minderheid en zo werkt democratie; ze mochten blij zijn dat ze in een vrij land leven. Daarna rookten ze ook nog een paar democratische joints. Huub ging over zijn nek. Bart en Marco bleven slapen. Ik had dat liever niet, want het zijn homo's. Helaas kreeg ik geen bijval. Huub en Wim keurden het voorstel goed en gingen zelf naar huis. Ik protesteerde, maar hun vertrek had de steun van Bart en Marco, met wie ze het op een akkoordje hadden gegooid. We lagen met zijn drieën in mijn bed. Dat was per hoofdelijke stemming zo bepaald. "Trio?" vroeg Bart. "Ik ben voor," zei Marco. (www.markverver.nl)

Kinderspel

Je hebt hem vast al gezien: de campagne "geef kinderen hun spel terug". De eerste keer dat ik het SIRE spotje zag, was toen ik op mijn twee buurjongetjes van 5 en 6 jaar paste.
Die middag hadden we op het grasveldje achter onze huizen een potje gevoetbald. En passant wilde ik de mannetjes eens serieus gaan interesseren voor een sport. Ze zaten nog op niks! Hun ouders hadden ze al voor van alles op willen geven, maar de kids waren tot nu toe op geen enkele aan hen voorgeschotelde sport aangeslagen.
Misschien was het aanbod van de ouders te breed geweest. Je hoort wel eens dat je kinderen het beste uit twee dingen kan laten kiezen. Die middag zou dat voetbal of atletiek zijn, had ik bedacht. Voetbal omdat dat altijd scoort bij hun soort jongetjes en atletiek omdat dat zo heerlijk speels kan zijn op die leeftijd. En: ze keken graag naar hun buurvrouw als die een wedstrijdje hardliep.
We hielden nazit op mijn bank. Mogen we Echte Sportdrank? Ik wierp ze ieder een AA'tje toe. Mag de tv aan? Even dan.
Onder begeleiding van een vrolijk tangomuziekje vlogen voetballende jongetjes van hun eigen leeftijd door de lucht. Om keihard op het gras neer te smakken. De kluiten spatten op! Beelden van langs de lijn schreeuwende en gebarende ouders.
Twee jongens knalden hoog in de lucht met de borstkastjes tegen elkaar op, een ander gleed met een diep sleepspoor achteruit over het doorweekte veld. De ouders krijsten steeds harder en overstemden de tangotonen die almaar valser en harder klonken.
Wat is hier aan de hand! Het tweetal op mijn bank liet de halfvolle AA'tjes aan hun pruillipjes hangen. Toen kwam de uitswinger: geef kinderen hun spel terug!
Aan mijn buurkinderen te zien beliefden zij dit spel helemaal niet terug te krijgen! Het was pure horror voor ze. Eenmaal weer een beetje op adem kwam het hoge woord eruit: ze hadden dit filmpje al eerder gezien en wilden daarom helemaal niet op sport!
Een spotje maakt soms meer kapot dan je lief is. (Dé Highway)

Voustoyeren

Wanneer het begon herinner ik me niet meer - het zal zich geleidelijk hebben ontwikkeld, eerst nauwelijks merkbaar en nu zo opvallend dat ik het zelf eindelijk doorheb - maar tegenwoordig zeg ik meestal 'u' tegen mensen die ik eerder vrijwel zeker zou hebben getutoyeerd en in dezelfde beweging 'je' tegen mensen die ik vroeger met 'u' zou hebben aangesproken.
Dat laatste is begrijpelijk. Toen ik twintig was en zij vijftig, was vousvoyeren normaal: de afstand in leeftijd was te groot. Nu ik zelf vijftig ben, zijn oudere mensen relatief minder oud: het verschil tussen twintig en vijftig is immers vele malen groter dan dat tussen vijftig en tachtig. Alleen als ik iemand echt niet ken zal ik nog 'u' zeggen. Een enkele keer vousvoyeer ik mensen van gelijke of hogere leeftijd om mijn respect te betuigen, of om nadrukkelijk afstand te houden - bijvoorbeeld als ik iemand echt niet mag of niet vertrouw.
Vaker echter is tutoyeren de gelijkmaker. De informele aanspreekvorm dient om aan te geven dat de verschillen tussen ons niet zo groot zijn, tenminste niet in mijn opvatting.
(L., mijn lief, is daarin drastischer. Ze heeft de gewoonte iedereen op haar werk die hoger geplaatst is dan zij, per definitie te tutoyeren, onder het motto: 'Je mag dan wel meer verdienen dan ik maar daarmee houdt het ook op.')
So far, so good. Allemaal een teken van ouder worden. Maar wat ik niet helemaal begreep van mezelf was waarom ik het tegenwoordig lastiger vind om jongere mensen met 'je' aan te spreken. Tot ik bij de kassa van de supermarkt stond en het mezelf hoorde doen. (Knikkend tegen de kassamevrouw:) "Goedemiddag." (Geeft bonuskaart:) "Alstublieft." (Neemt bonnetje aan:) "Dank u wel." (Weglopend om boodschappen in te pakken:) "En een prettige avond."
Het is niet de onbekendheid die me op 'u' doet overstappen, want inmiddels ken ik het meeste winkelpersoneel uiteraard al lang van gezicht, en mijn verse gewoonte wil zich maar niet aanpassen. Er spelen twee motieven, realiseerde ik me na verloop van tijd. Ten eerste wil ik niet dat de kassamevrouw in kwestie denkt dat ik neerbuigend ben of haar niet serieus neem, zuiver omdat ik ouder ben. Dat is precies ook de reden dat ik zowat àlle jongere mensen die ik privé niet ken, inmiddels vrijwel vanzelfsprekend vousvoyeer. "Ik mag
dan wel ouder zijn, maar daarmee houdt het ook op," zeg ik eigenlijk met dat ge-u, in een curieus correlaat van L's radicaal nivellerende gewoonte.
Het tweede motief speelt vooral bij mensen in specifieke beroepen: schoonmakers, kassadames, buschauffeurs, garderobepersoneel. Mensen die gewoonlijk voor vanzelfsprekend worden versleten, die vaak snauwerig worden behandeld, en meestal slecht betaald krijgen ook. Tegen hen zeg ik systematisch 'u'. Het is het enige dat ik kan doen om
hun werk prettiger te maken: ze met enige égards behandelen.
Vousvoyeren is een vorm van "load balancing", de zwaarte verdelen of het onrecht middelen. Beleefdheid is een vorm van alledaagse, kleine politiek, maar veel meer kun je soms niet doen.
Wat mijn gewoonte raar maakt - het was tevens de reden dat ik hem ontdekte - is dat de meeste mensen die ik met 'u' aanspreek, gewoon 'je' terugzeggen. "Alsjeblieft, dankjewel, jij ook," antwoorden de kassadames, geheel in de geest van Ikea die jaren geleden afschafte dat klanten met 'u' werden aangesproken. Ergens klopt iets niet maar ik vind het best.
(Karin Spaink in Het Parool van 18 maart 2008)

Mevrouw Latan

Hai. Welkom. Ga zitten. Nee, nog niets vertellen. Ik moet me even concentreren. Wacht, ik krijg iets door. Is het iets met een e? Een a? Een i? Zit er een n in? Een r? Een j? Een k? Een l? Dat dacht ik al. Want ik krijg een naam door. Wat zeg je? Ja. Dat is het. Ik heb een beetje moeite soms met die Nederlandse namen, maar dat is het. Wel, ik heb nieuws voor je. Hij is hier. Hij is bij je. En hij waakt over je. Oei. Het is een krachtige aanwezigheid, hoor. Was het een sterke persoonlijkheid? Ik dacht al zoiets. Nou, dat is hij nog steeds. Wacht. Ik... Ik krijg nog iets door. Hij zegt dat hij zich zorgen maakt over je. Kan dat kloppen? Gaat het niet helemaal goed? Iets met je gezondheid? Financiën? Je relatie? Je werk? Oké. Nou, dat is het. Hij maakt zich daar zorgen over. De geest zegt dat je goed op jezelf moet passen. Hij houdt erg veel van je. Wist je dat? Dat klopt, dat zegt hij zelf ook. Daar heeft hij spijt van, dat hij je dat tijdens zijn leven niet genoeg duidelijk heeft gemaakt. Het is heel grappig... hij vraagt me nu of ik het aan jou wil doorgeven. Het was iemand met veel humor, hè? Ja. Want hij ging daarnet even in de hoek staan om te laten zien dat hij er spijt van heeft. Ik krijg door dat je het er nog moeilijk mee hebt af en toe. Ik zie een 3. Is dat de dag? De maand? Is het een verjaardag? Is hij op de derde dag van de week gestorven? Hij is na drie dagen begraven? Dat is het. Dat vond hij een moeilijke dag, zegt hij. Maar... haha. Dit is zò grappig! Hij zegt dat hij de muziek die dag erg mooi vond. Maar hij vond het heel moeilijk om te zien dat jij verdrietig was. Hij zegt dat het niet nodig is. Hij is met de engelen. Hij is gelukkig daar. Hij wil dat jij ook gelukkig wordt. Ja? Goed? Zul je dat doen? Afgesproken. Thank you soooooooooo much. Volgende patiënt! (www.markverver.nl)

De Hofstadgrap

"De Hofstadgroep is geen terroristische organisatie". Zo werd in een aantal kranten de uitspraak vertaald die het Haags Gerechtshof recent deed. In feite zei de rechter iets anders, en wel dit: er ìs helemaal geen Hofstadgroep, nooit geweest ook. Dat is natuurlijk goed nieuws. En toch is het wrang.
In Vrij Nederland van 12 januari staat een interview met Bob de Graaff, hoogleraar terrorisme. Een citaat: "In Nederland is zonder slag of stoot bepaald dat, in het uiterste geval, een gekaapt vliegtuig met passagiers en al uit de lucht geschoten mag worden. In Duitsland leidde zo'n zelfde plan tot enorme discussies en het heeft het uiteindelijk niet gehaald. Bij de oosterburen is er ook een actie op gang gekomen tegen de plannen om gegevens van telefoon- en internetverkeer een halfjaar lang op te slaan. In Nederland heeft minister Hirsch Ballin voorgesteld om ze achttien maanden te bewaren, maar hier wekken dit soort inbreuken op de privacy nauwelijks beroering."
De verklaring: een nu al jaren durende angstcampagne. Eerst zagen we, vaker dan welke reclamespot ook, twee vliegtuigen in twee torens landen. Toen treinen in Madrid. Vervolgens de metro in Londen. In woord en beeld werd het ons verteld: de islamitische Satan was aangekomen in Europa en maakte zich op voor een wereldtournee. Langzaam maar zeker begon het volk bang te worden; alleen was het bij ons nog niet bang genoeg. Eén ding ontbrak: de terroristen zelf. Wij hadden er geen.
Ja, er was een gestoorde die luisterde naar de naam Mohammed B., hij velde een dikke man op een fiets. Onsmakelijk, onbeleefd en onaangenaam, dat wel. Maar terrorisme? Kijk eens goed naar de teksten die hij produceerde. Veel serieus te nemen gedachten hebben er in dat hoofd nooit gewoond. Dan hadden we ook nog ene Samir A. Veel plannen, het ene nog knulliger dan het andere, niet één daad bij al die grote woorden gevoegd. Een lafaard en een komediant. Dat fortuin dat we uitgaven aan terreurbestrijding ging steeds meer op geldverspilling lijken, alle anti-terreurmaatregelen begonnen met de dag kwalijker te ruiken, en wat we in Afghanistan te zoeken hadden was vanaf het begin al een raadsel.
Maar toen was daar opeens: de Hofstadgroep. Eindelijk echte terroristen! Van bij ons! Een handgranaat werd naar de politie gegooid; het begon zowaar ergens op te lijken. Jammer alleen dat de geruchten zo hardnekkig blijven dat die handgranaat werd geleverd door een infiltrant van de AIVD. We moesten en zouden geloven dat grote gevaren ons bedreigen. Massavernietigingswapens in Irak, de Hofstadgroep in eigen huis. Nooit gevonden, nooit bestaan.
Ken je die mop van die twee jongens die naar Den Haag gingen?
Ze gingen niet. Ze werden gestuurd. (www.markverver.nl)

Dit bericht is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 431, 11 april 2008