Skip to main content
  • Archivaris
  • 431

Klokkenluider Leo Verhoef

Wij hebben in eerdere Kleintjes al wel eens aandacht geschonken aan de kritische rapporten van Leo Verhoef met betrekking tot allerlei gemeentelijke heffingen. In de Bovag-krant van november vorig jaar een uitgebreid artikel hierover (uiteraard omdat het ook over de motorrijtuigenbelasting gaat). Wij nemen het hieronder over.

"Mijn lot is als zoveel klokkenluiders. Ik zit thuis met een uitkering." Leo Verhoef zegt het neutraal, opgewekt bijna; zijn jarenlange gevecht tegen de bierkaai lijkt nauwelijks sporen na te laten. "Ik kan er vaak ook de humor wel van inzien," zegt hij. "Het is wel leuk om die politici, ambtenaren en accountants te zien draaien en spartelen." Hoe luchtig hij ook doet, Verhoef is van mening dat hij zijn tanden in een dubieuze zaak van onwaarschijnlijke omvang heeft gezet. Regentendom, kiezersbedrog, valsheid in geschrifte of boekhoudfraude - noem het hoe je wilt, voor Verhoef staat vast dat het niveau van vele jaarrekeningen van gemeenten en provincies in dit land bedroevend is. "Amateuristisch geknoei. Burgers en raadsleden krijgen een compleet verkeerd beeld voorgeschoteld van wat er financieel aan de hand is, en bovendien zijn er binnen de bestuurlijke lichamen mensen die aan het amateuristisch geknoei een gewenste richting geven." Kern van het probleem is dat gemeenten en provincies jaarrekeningen maken die niet volledig zijn. Niet alle baten en lasten zijn in de winst-en-verliesrekening opgenomen, sommige kosten zoals personeelskosten en afschrijvingskosten zijn fout weergegeven, en op de balans zijn sommige posten die als verplichting zijn opgenomen geen verplichtingen en anderzijds ontbreken er sommige verplichtingen. Dat maakt de jaarrekeningen in kwestie niet betrouwbaar. Verhoef heeft de afgelopen jaren enkele honderden jaarrekeningen gecontroleerd. Zijn bevindingen rapporteerde hij telkens per brief aan de betreffende gemeenteraden of Provinciale Staten. Ten antwoord krijgt hij steevast de mededeling dat de jaarrekening is goedgekeurd door een externe accountant en bovendien voldoen aan de zogenoemde Compatibiliteitsvoorschriften (CV) en vanaf 2005 aan het zogenoemde BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten). "Derhalve ziet de gemeenteraad geen reden om de juistheid van de jaarrekening in twijfel te trekken". Discussie gesloten. Meestal stuurde Verhoef dan weer een brief terug, waarin hij erop wijst dat de eerste eis die aan een jaarrekening gesteld mag worden niet de accountantsverklaring of de CV of BBV zijn, maar dat dat betrouwbaarheid is. Daarop volgt geen inhoudelijke reactie.

Ruif
Het probleem gaat elk voorstellingsvermogen te boven en de burger is er de dupe van. Volgens Verhoef verzweeg alleen al de gemeente Amsterdam de afgelopen tien jaar in totaal niet minder dan 2,6 miljard euro. Hoe hij aan dat getal komt? Simpel: hij trekt het eigen vermogen van de gemeente aan het einde van een boekjaar af van het eigen vermogen een jaar eerder. Dat verschil zou in de winst-en-verliesrekening volkomen dekkend verklaard moeten worden. Maar dat is vrijwel nooit het geval. Er ontbreken bedragen in de rekening, meestal meer baten dan lasten. De rest van de baten en lasten wordt niet gespecificeerd, of is het resultaat van foutieve boekingen. Het gaat vaak om heel grote bedragen. Het probleem is, dat veel gemeenten elk jaar op grond van een onvolledige jaarrekening hun hand gaan ophouden bij de burger: "Zoals u ziet was het ook dit jaar weer krap, en daarom is verhoging van de OZB ook dit jaar onvermijdelijk." Provincies doen hetzelfde, maar dan met de motorrijtuigenbelasting (mrb). Om nog even terug te komen op het voorbeeld van Amsterdam: volgens de gemeente was er in de periode 1996-2006 een batig saldo van 112 miljoen euro. Volgens de berekeningen van Verhoef bedraagt het batig saldo echter 2.700 miljoen. Dat maakt een verschil van 2,6 miljard euro. De OZB in deze periode bedroeg 1.263 miljoen euro. Als de jaarrekeningen betrouwbaar en volledig waren geweest, dan was duidelijk geworden dat er tien jaar lang geen OZB geheven had hoeven worden. Verhoef richtte zich onder andere tot het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA), de Raad van Tucht daaronder, Kamerleden, Justitie, diverse Gerechtshoven en ook ministeries. Overal kreeg hij nul op het rekest. "Raadsleden hebben geen interesse in de materie", zegt hij. "Het bestuur van het NIVRA heeft me meermaals onder vier ogen verzekerd dat ze vinden dat ik gelijk heb, maar ze zeggen het niet hardop want dan verliezen ze hun baan. Als ze uit de school klappen vinden hun werkgevers, vaak de grote kantoren, dat niet zo leuk. De Raad van Tucht liet de aangeklaagde accountants louter door procedurefouten van de Raad zelf vrijuit gaan. Dan is er justitie. Het Openbaar Ministerie is totaal niet toegerust om boekhoudfraude te onderkennen en te onderzoeken. En tenslotte de landelijke politiek. Ik heb regelmatig Kamerleden over de vloer gehad, en sommigen willen er ook daadwerkelijk op af. Maar zodra ze hun mond opendoen, hangen de wethouders van die partij uit het hele land aan de lijn. Of het Kamerlid alsjeblieft aan zijn partijgenoten wil denken. De hele boel zit muurvast, iedereen houdt elkaar de hand boven het hoofd en geen politicus die aan de ruif wil morrelen waar hij later zelf misschien uit zal willen eten."

Minachting
Heeft Verhoef dan ongelijk? Kan een jaarrekening dan toch goed zijn, ondanks ontbrekende baten en lasten? Zijn er, kortom, meerdere wegen die naar Rome leiden? Het antwoord is nee. Daar zijn meerdere redenen voor aan te voeren. Ten eerste: in de Compatibiliteitsvoorschriften en later in het BBV staat dat een jaarrekening wel degelijk alle baten en alle lasten moet bevatten. Het verzwijgen van posten is dus niet toegestaan, en het saldo moet gelijk zijn aan het verschil in het eigen vermogen van het begin en het eind van het boekjaar. Ten tweede zijn er de beweringen van Verhoef, dat hij onder vier ogen voortdurend gelijk krijgt van collega's, tot aan het bestuur van het NIVRA toe. Omdat deze mensen echter voor hun baan moeten vrezen, zullen zij dat gelijk nooit hardop toegeven, stelt Verhoef. Ondanks dat hij deze beweringen niet bepaald onder stoelen of banken steekt, zijn ze nooit bestreden door de betrokkenen. En ten derde zijn er de rapporten van de rekenkamers inzake de jaarrekeningen van enkele grote gemeenten, waaronder Amsterdam (2005) en Rotterdam (2004).
De rekenkamers bevestigen het gelijk van Verhoef vrijwel volledig. Zo werd het batig saldo over de betreffende jaren inderdaad te laag voorgesteld en waren de jaarrekeningen onduidelijk en op punten strijdig met de wet. Maar de stilte bleef oorverdovend. Deze drie argumenten zijn voldoende om de provinciale jaarrekeningen ook in twijfel te trekken. Waar rook is is vuur, en het is goed denkbaar dat in enkele provincies alle opcenten motorrijtuigenbelasting onterecht zijn geheven, dat wil zeggen op basis van een onjuiste voorstelling van de financiƫle positie. Verhoef is blij dat de BOVAGkrant hem belde. "Ik trek voortdurend aan de bel, maar vrijwel niemand luistert meer naar mij. De Telegraaf blokkeert zelfs mijn persberichten. Misschien vindt de pers deze fraude te ingewikkeld. Maar het schandaal bij Ahold valt erbij in het niet. Bovendien zijn burgers hier veel nauwer bij betrokken: zij moeten jaar op jaar meer betalen. In het geval van de mrb is dat extra hard, met het oog op de komende lastenverzwaringen voor autorijders en de verschuiving van bpm naar mrb. Ik denk dat er bij de overheid een diepe minachting heerst voor de belastingbetaler." Het zeer uitgebreide correspondentie- archief van Leo Verhoef, gerangschikt per gemeente c.q. provincie en aangevuld met rapporten en uitspraken, is in te zien op www.leoverhoef.nl

(Wie is Leo Verhoef? Geboren in 1947, tot aan 1995 werkzaam als accountant. Tot 1989 bij Van Dien+Co (opgegaan in PricewaterhouseCoopers), van 1989 tot 1994: VB Accountants (opgegaan in Deloitte), het vroegere Verificatiebureau der Nederlandse Gemeenten. In 1994 ontslag via kantonrechter. Verhoef was 'lastig' wegens zijn aanhoudende protest tegen gebrekkige jaarrekeningen. Vanaf 1995: verschillende interim-functies bij overheids- en gezondheidszorginstellingen. Tevens verzorgt Verhoef trainingen voor raads- en statenleden in het lezen en controleren van jaarrekeningen).

Dit bericht is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 431, 11 april 2008