Discussie Zegers-Edel deel VI
Israel Shahak
Ook in de laatste aflevering van de kritiek van Peter Zegers komt hij voor het eerst toe aan een bron die ik inderdaad zeer regelmatig heb gebruikt: de onlangs overleden Israëlische mensenrechtenactivist Israel Shahak.
door Peter Edel
In het laatste deel van zijn kritiek staat Zegers uitgebreid stil bij Shahak. Er bestaat een groot verschil tussen deze Israëlische mensenrechtenactivist en andere bronnen die Zegers heeft genoemd om mij te beschuldigen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Lyndon LaRouche, is Shahak altijd een bron geweest waar ik 100 procent vertrouwen in had. Ik zal hem dan ook met volle overtuiging verdedigen tegen de beschuldigingen van Zegers.
Om te beginnen kwam de kritiek van Zegers op Shahak mij niet onbekend voor. Vrijwel identieke beschuldigingen ben ik tegengekomen in het verschenen artikel "The Jews are Bad" van de Amerikaan Werner Cohn uit 1994. Evenals Zegers, verwijst ook Cohn naar de kritiek van rabbi Immanuel Jakobovits. Dat is opmerkelijk want deze kritiek op Shahak ben ik nooit ergens anders tegengekomen dan bij Cohn. Bovendien bedienen Zegers en Cohn zich hier van dezelfde bron: het joods orthodoxe tijdschrift 'Tradition'. Strikt theoretisch gesproken valt het op basis van de zojuist genoemde informatie niet uit te sluiten dat Zegers het artikel van Cohn nooit heeft gelezen en zich op een andere bron baseert, die ik niet ken. In dat geval zou er sprake van toeval zijn. Veel toeval want het blijft hier niet bij.
Evenals Zegers bekritiseerde ook Cohn Shahak's benadering van de Talmoed. En ook nu zijn de overeenkomsten met de kritiek van Zegers treffend. Zo verwijst Cohn naar het boek "From Prejudice to Destruction: Anti-Semitism, 1700-1933" van Jacob Katz, een bron die ook verschillende malen bij Zegers opduikt. Maar pas helemaal mooi wordt het als Shahak er door Zegers van beschuldigd wordt "een oude antisemitische traditie" te volgen. Kijk maar eens naar wat Cohn schreef: "Here Shahak follows an old anti-Semitic tradition that began with the 1700 work Entdecktes Judenthum (Judaism Revealed) by Johann Eisenmenger" (1). Zoveel toeval gaat er bij mij niet in. Als klap op de vuurpijl vermeldt Zegers een voetnoot als hij het over die "antisemitische traditie" van Shahak heeft. En jawel hoor: daar verwijst hij naar precies dezelfde Johann Eisenmenger, waar in het bovengenoemde citaat van Werner Cohn naar wordt verwezen. Hier noemt hij de zojuist genoemde Jacob Katz als bron, maar het lijkt me duidelijk waar hij die vandaan heeft.
Zegers heeft bij veel van zijn lezers de indruk gewekt dat hij dagen en nachten bezig is geweest met het bestuderen van mijn bronnen, om aldus de informatie te verzamelen voor zijn poging om mij onderuit te halen. Gezien de overeenkomsten met het artikel van Cohn lijkt het echter allemaal nogal mee te vallen met die inspanningen van Zegers. Op zich is het al vreemd dat zijn kritiek op Shahak zo sterk met die van Cohn overeenkomt. Maar als dan ook nog eens blijkt dat Zegers precies dezelfde uitdrukking als Cohn gebruikt, begin ik conclusies te trekken.
Ergo: toen Zegers op zoek was naar informatie die hij tegen Shahak en mij kon gebruiken, is hij op internet het artikel van Cohn tegengekomen, dat hij vervolgens simpelweg voor een deel heeft overgenomen. Bij dat zinnetje over die "antisemitische traditie" heeft hij zelfs niet eens de moeite genomen om de beschuldigingen van Cohn in zijn eigen woorden om te zetten, want daar heeft hij de boel gewoon vertaald.
Om de zaken een beetje op te fraaien heeft Zegers de bronnen van Cohn overgenomen, maar Werner Cohn zelf wordt nergens genoemd. Deze gang van zaken zal bij de lezersters wellicht voor de nodige vraagtekens zorgen. Want als er iemand is die anderen verwijt geen bronnen te noemen, dan is het Zegers wel. Voor zichzelf kan hij het zich echter zonder meer veroorloven om delen uit de kritiek van Cohn op Shahak over te nemen, zonder de man ook maar één keer te noemen. Het is een interessante vraag waarom Zegers hier vanaf heeft gezien. Zou hij Cohn zelf niet helemaal vertrouwen? Nu, daar is alle reden toe.
Shahak is niet de enige antizionistische publicist die door Werner Cohn te grazen is genomen, want ook de Amerikaanse linguïst en politiek publicist Noam Chomsky moet het bij hem ontgelden (2). Dat deed Cohn vooral door Chomsky met holocaustontkenning te associëren. Chomsky liet dit geheel terecht niet over zijn kant gaan en weerlegde de aantijgingen van Cohn. Daarbij eindigde hij met de volgende opmerking: "That Cohn is a pathological liar is demonstrated by the very examples that he selects. Knowing nothing about him, and caring less, I am in no position to comment further on what may lie behind this odd and pathetic behavior" (3).
Uit het bovenstaande blijkt al dat Chomsky niet wist wie Werner Cohn precies is toen hij zijn reactie schreef. Zelf kwam ik niet verder dan dat Cohn in New York woont en professor sociologie aan de universiteit van Brits Colombia is geweest, waar hij een studie naar zigeuners heeft gedaan. Daarom heb ik in dit verband een vraag gesteld aan de Amerikaanse anti-zionist Lenni Brenner. Eerder noemde ik hem in het tweede deel van mijn antwoord aan Zegers, toen in verband met zijn correspondentie met Zegers. Dat ik Brenner benaderde komt vooral omdat hij doorgaans goed op de hoogte is met Amerikaanse publicaties uit het verleden, over zowel linkse, joodse, als zionistische kwesties. Bovendien wordt Brenner zelf eveneens door Cohn bekritiseerd, in diens eerder genoemde artikel over Chomsky (4).
Brenner liet mij weten Werner Cohn ooit ontmoet te hebben en was niet mals in zijn opinie over hem: "I met him in the late 80's and early 90's. By then he was an intense right wing Zionist, with Jewish leftist history as his speciality" (5). De kritiek van Zegers op Shahak is dus voor een belangrijk deel gebaseerd op het werk van een publicist die door linkse anti-zionist Lenni Brenner wordt omschreven als een uiterst extreemrechtse zionist. Zegers verwijt mij extreem rechtse invloeden binnen links te introduceren, maar kijk eens wat hij zelf doet.
Israel Shahak
Ik wil hier niet al te direct ingaan op de kritiek van Zegers ten aanzien van Shahak. Gezien de wijze waarop een belangrijk deel van zijn beschuldigingen tot stand is gekomen, voel ik daar weinig behoefte toe. In feite zou het er op neerkomen dat ik niet met Zegers discussieer, maar met één of ander extreem rechtse professor uit de VS. Het spijt me, maar daar bedank ik voor. In plaats daarvan volgt hier een korte biografie over Shahak. Gezien de frequentie waarmee ik Shahak in Kleintje Muurkrant ter sprake heb gebracht, lijkt me dat sowieso op z'n plaats. Ook al omdat hij onlangs is overleden. De lezersters kunnen dan zelf bepalen of Shahak in staat moest worden geacht tot het volgen van een "oude antisemitische traditie", zoals Zegers schrijft. Daarna zal ik laten zien hoe er over de beschuldigingen van Zegers ten aanzien van Shahak wordt gedacht, door zowel Shahak zelf, als door anderen.
Israel Shahak werd in 1933 als Israel Himmelstaub geboren in Warchau, waar hij de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog in het joodse getto verbleef. Samen met zijn moeder wist hij later het concentratiekamp Bergen Belsen te overleven, terwijl zijn vader door de nazi's werd vermoord. Eind 1945 trok Shahak naar Palestina, waar hij in 1961 Professor in de organische chemie aan de universiteit van Jeruzalem zou worden. Hij kreeg internationale erkenning voor zijn onderzoek op het gebied van kanker, maar is buiten de Israëlische grenzen toch vooral bekend geworden vanwege zijn kritiek op Israël en het zionisme. Aanvankelijk toonde Shahak nog veel enthousiasme voor het socialistisch georiënteerde zionisme van David Ben Goerion, maar in de jaren vijftig en zestig veranderde hij geleidelijk van mening. Als zionist vond hij de oorlog van 1956 aanvankelijk een gerechtvaardigde vorm van zelfverdediging, maar dat veranderde toen Ben Goerion op de derde dag van de oorlog voor de Knesset verklaarde dat de oorlog bedoeld was "to renew the kingdom of David and Solomon". Na deze woorden van de toenmalige Israëlische premier stonden vrijwel alle leden van de Knesset op (met uitzondering van vier communisten) om het Israëlische volkslied 'Hatikva' te zingen. Voor Shahak was dit echter het punt waarop hij grote bedenkingen tegen Israël en het zionisme begon te krijgen.
Eerder dacht Shahak dat het zionisme een volstrekt seculiere beweging was. Maar door de verklaring van Ben Goerion begon hij deze nationalistische beweging te zien als een verkapte vorm van religieus fanatisme. Het oorspronkelijke atheïsme van het socialistische zionisme, veranderde voor hem niets aan die constatering. Een verblijf van twee jaar in de VS deed Shahak verder inzien dat kerk en staat strikt van elkaar gescheiden dienen te blijven. Terug in Israël constateerde hij dat in dit land van een dergelijke scheiding geen sprake was. Tegen de tijd dat de zesdaagse oorlog uitbrak was Shahak's transformatie van zionist tot anti-zionist voltooid. In 1968 leidde hij één der eerste politieke organisaties in Israël tegen de bezetting van de Palestijnse gebieden: 'The Council Against House Destruction'. Later raakte hij betrokken bij de Israëlische 'Civil Rights League'. Shahak benadrukte dat zijn antizionistische opstelling in de eerste plaats veroorzaakt werd door zijn inzichten over de rol van de klassieke judaïsme binnen de zionistische ideologie, c.q. zijn afkeer daarvan. Alle andere factoren zoals het leed van de Palestijnen waren daarbij secundair voor hem, al neemt dit niet weg dat hij zich gedurende jaren vaak heeft ingezet voor hun rechten. Zijn kritiek op de joodse staat, betekende niet dat Shahak het bestaan van antisemitisme ontkende. Jodenhaat kon volgens hem echter niet los gezien worden van joods chauvinisme: "I strongly believe that antisemitism and Jewish chauvinism can only be fought simultaneously" (6). Voorafgaand aan zijn in 1994 verschenen boek "Jewish History, Jewish Religion-The Weight of Three Thousand Years", waarin hij de invloed van het klassiek judaïsme op de Israëlische samenleving analyseerde, bestudeerde Shahak de Talmoed, met betrekking tot de relatie tussen joden en niet-joden. Naar aanleiding hiervan stelde hij vast dat racisme ten aanzien van niet-joden een onmiskenbaar aspect vormt van de staat Israël. Dergelijke gevolgtrekkingen hebben Shahak er niet populairder op gemaakt in Israël. Meer dan eens is er in de joodse staat opgeroepen om de 'zelfhater' Shahak wegens verraad te vervolgen. De militante Professor Amnon Rubinstein heeft er ooit zelfs bij het ministerie van binnenlandse zaken van de joodse staat op aangedrongen dat Shahak's paspoort moest worden ingetrokken, om te voorkomen dat hij Israël in het buitenland zou "belasteren". Ook zionistische kringen in de VS zijn altijd sterk tegen Shahak gekant geweest. Zo kwam hij voor op de 'enemies list' van de joodse belangenorganisatie 'Anti Defamation League of B'nai B'rith' (7).
Na het in 1994 gepubliceerde "Jewish History, Jewish Religion-The Weight of Three Thousand Years" verscheen in 1997 "Open Secrets" (8). Daarin besprak Shahak verschillende aspecten uit de Israëlische buitenlandse politiek, zoals het streven naar een coalitie tegen Iran met seculier bestuurde staten in de Midden-Oostenregio. Verder komt Shahak in "Open Secrets" tot een analyse van de (drugs)handel tussen Israël en de omringende landen (een onderwerp waar ik in 't Kleintje nog wel eens op terug zal komen). Het laatst verschenen boek van Shahak is "Jewish Fundamentalism in Israel" uit 1999, dat zoals de titel al aangeeft geheel betrekking heeft op joods fundamentalistische groeperingen in Israël (9). Dit boek schreef Shahak in samenwerking met Norton Mezvinsky, een professor geschiedschrijving aan de universiteit van Connecticut (VS), die al eerder publiceerde over de situatie in het Midden-Oosten.
Door andere critici van de Israëlische politiek werd Israel Shahak op handen gedragen. Zo was hij goed bevriend met de in de VS woonachtige Palestijnse intellectueel Edward Saïd, met wie hij de overtuiging deelde dat een oplossing voor de problemen in het
Midden-Oosten uiteindelijk slechts gevonden kan worden in de vorming van een seculiere democratie in Israël. Ook de gerenommeerde Amerikaanse auteur Gore Vidal behoorde tot de vriendenkring van Israel Shahak. Hij schreef een voorwoord voor Shahak's "Jewish History, Jewish Religion-The Weight of Three Thousand Years". Op de omslag van dat boek staan verder lovende woorden over Shahak van de Amerikaanse linguïst en politiek onderzoeker Noam Chomsky. In "The Fateful Triangle" wijst Chomsky op één van de belangrijkste verdiensten van Shahak: het informeren van niet-Israëlische journalisten over de situatie in de joodse staat aan de hand van publicaties uit de hebreeuwse pers. Shahak had veel kritiek op het door media buiten Israël geschetste beeld van de joodse staat. Uit de vertalingen van de Israëlische artikelen die Shahak aan buitenlandse journalisten stuurde, kwamen dan ook zaken naar voren waar de Europese en Amerikaanse krantenlezer absoluut geen weet van had. In deze zin is de inzet van Shahak jarenlang onmisbaar geweest voor journalisten buiten Israël. Shahak kampte al enige jaren met gezondheidsproblemen. Dat weerhield hem er echter niet van om regelmatig nijdige brieven naar Israëlische kranten te sturen en aan twee nieuwe boeken te werken. De diabetes waar hij al jaren aan leed, zorgde er echter voor dat hij zich steeds vaker moest verontschuldigen wanneer hij laat reageerde op de vele schriftelijke vragen die aan hem gesteld werden. Op 2 juli jongstleden onverleed hij. Twee dagen later werd hij begraven op de Giv'at Shaul begraafplaats in Jeruzalem.
Sodalitium
Eén van de punten van kritiek die Zegers op Shahak heeft, is dat deze toestemming aan Zweedse en Italiaanse neo-nazi's zou hebben gegeven om zijn boek "Jewish History, Jewish Religion, the Weight of Three Thousand Years" vertaald uit te geven. Helaas heb ik over de achtergronden van die Zweedse versie niets kunnen vinden, maar wel over die in Italië. Zegers heeft deze vertaling gevonden op een website van een club in Italië die zich 'Sodalitium' noemt. Er worden hier boeken aangeboden met betrekking tot zionisme en aanverwante onderwerpen. Zo is hier tevens informatie te vinden over een boek van de Italiaan Emmanuel Retier over ADL/B'nai B'rith. Voor Zegers was dit kennelijk genoeg reden om deze uitgeverij als een neonazi-onderneming te beschouwen. Wanneer hij ergens boeken vindt waarin het zionisme wordt bekritiseerd dan moeten die volgens hem wel afkomstig zijn van neonazi's. Weer zo'n treffend voorbeeld van Zegers' zwart-wit denken. Gelukkig beschik ik over een contact in Italië, die me liet weten dat 'Sodalitium' zeker niet uit neonazi's bestaat maar is opgericht door een groep traditionalistische katholieke priesters. Nu zijn katholieken doorgaans niet links en doet zich in die richting ook nogal wat antisemitisme voor, maar om een stel priesters nu gelijk tot neonazi's te bestempelen, gaat wat ver. In Zegers' ongenuanceerde gedachtewereld is het echter allemaal één pot nat.
In verband met de vertaalde uitgaven van Shahak heb ik contact opgenomen met de uitgever van Shahak, Pluto Press in Londen, de grootste linkse uitgeverij ter wereld. Daar bevestigt men dat Shahak 'Sodalitium' heeft geautoriseerd tot de publicatie van zijn boek. Men merkt daarbij op dat Shahak veel moeite had om zijn boeken vertaald gepubliceerd te krijgen en dat hij daarom geneigd was in zee te gaan met uitgeverijen waarvan de politieke standpunten afwijken van zijn eigen inzichten. Daartoe wordt Shahak volgens Pluto Press gedwongen, omdat er weinig uitgeverijen in Europa zijn die het verschil tussen antizionisme en antisemitisme kunnen maken.
Noam Chomsky
Zoals ik eerder al schreef wordt Shahak er door Zegers van beschuldigd "een oude antisemitische traditie" te volgen, hetgeen er in ietwat bedekte termen op neerkomt dat de Israëlische mensenrechtenactivist van antisemitisme wordt beschuldigd. Zegers wil dit om één of andere reden niet met zoveel woorden schrijven, maar het is duidelijk wat hij bedoeld. Ik zie niet in hoe iemand een "oude antisemitische traditie" zou kunnen volgen zonder daarbij een antisemiet te zijn. Op basis van wat Zegers schrijft concludeer ik dan ook dat hij Shahak als een antisemiet beschouwt of hem op zijn minst met jodenhaat in verband brengt. Die "oude antisemitische traditie" zou Shahak volgens Zegers volgen, door een zo negatief mogelijke indruk te geven van bepaalde gedeelten uit de Talmoed. Volgens Zegers zou Shahak die gedeelten vervolgens hebben gepresenteerd als de waarheid over de Talmoed. Waar het op neerkomt is dat Shahak er door Zegers van wordt beschuldigd selectief met de Talmoed te zijn omgesprongen. Omdat Shahak nog leefde toen Zegers zijn beschuldigingen lanceerde, heb ik hem zelf gevraagd wat hij van deze aantijging vond. In zijn antwoord wijst hij erop dat hij zich nooit direct op de Talmoed heeft gebaseerd maar op compilaties van dit joodse wetboek die in de loop der eeuwen door tal van rabbijnen zijn opgesteld (10). Deze 'Talmoedische literatuur', wordt vaak bedoeld als over de Talmoed wordt gesproken. Dergelijke werken worden vaak gehanteerd omdat de Talmoed zelf zo complex is dat een normale sterveling er nauwelijks een touw aan vast kan knopen. Een voorbeeld dat Shahak in dit verband noemt is de 'Schulchan Aruch'. Dit boekwerk, waarover ik zelf beschik, staat vol met allerlei bindende wetten en restricties over de omgang van joden met niet-joden. De xenofobische karaktertrekken van het klassieke judaïsme druipen bij wijze van spreken van de 'Shulchan Aruch' af. Kortom: het selectieve brongebruik dat Zegers veronderstelt is het werk van rabbijnen en niet van Shahak.
Ook de eerder genoemde Lenni Brenner reageerde afwijzend op Zegers' kritiek ten aanzien van Shahak. Brenner (die toen nog niet beter wist dan dat Zegers ook hem zou gaan bekritiseren in Kleintje Muurkrant) schreef: "Zegers is a fool. By attacking me and Shahak in the course of his critique of you, he has set himself up for a defeat in his attack on you". Brenner is niet de enige die de kritiek van Zegers ten aanzien van Shahak heeft veroordeeld. Toen Shahak nog leefde heb ik ook Noam Chomsky gevraagd wat hij van Zegers' beschuldiging over "een oude antisemitische traditie" vond. Het is Chomsky's reactie waarmee ik dit meerdelige antwoord op de kritiek van Zegers wil besluiten: "Shahak is an old personal friend. We disagree about many things, but I haven't the slightest doubt about his integrity, courage, and remarkable scholarship. The charge of "anti-Semitism" surpasses absurdity. Is it because he is "anti-Semitic" that he was selected a few years ago as the person to be honored on the annual "Day of remembrance of the Shoah," with his autobiographical article (including the Warschau Ghetto and Bergen-Belsen) prominently published? Or that he has hundreds of letters published in the Hebrew press? Or is that the reason why so much of his writing (articles and letters) consists of attacks on the Palestinian Authority and the rabid anti-Semitism of the Arab world and Arab intellectuals? I don't know Zegers, but I have to wonder whether he knows anything at all about Shahak and what he does. Of course, Shahak is making "selective use" of the Rabbinic sources he cites (rarely the Talmud, incidentally). That is true of 100% of the finest and most careful scholarship. The question is whether his choices distort the original texts. If Zeeger believe he can show that, I am impressed with his scholarship; few people have the deep knowledge of the Rabbinic literature that would be required to have any judgment on the matter. I would certainly await with interest his demonstration of this charge with a careful scholarly analysis of the original sources that Shahak cites; a demonstration that has not yet been attempted, to my knowledge. Lacking that, one can only regard his charges as sheer slander" (11).
Tot zover mijn antwoord aan Zegers; het woord is aan anderen.
noten:1. "The Jews are Bad", Werner Cohn, Israel Horizons, herfst 1994 (pag. 28-29).
2. "Partners in Hate, Noam Chomsky and the Holocaust Deniers", Werner Cohn, Cambridge: Avukah Press, 1985.
3. 'Outlook', June 1, 1989.
4. Hier mag niet onvermeld blijven dat Cohn in zijn kritiek op Brenner naar een artikel van Walter Laqueur uit 'The New Republic' heeft verwezen, dat ik eerder noemde in het tweede deel van mijn antwoord aan Zegers. Want het artikel van Laqueur dat Cohn noemt, vormde tevens de basis voor de kritiek op Brenner die Zegers van plan was in het Kleintje te schrijven. Weer zo'n toevalligheid tussen Cohn en Zegers dus. Laqueur en 'The New Republic' zijn overigens verre van fijne bronnen. Zegers had een serieuze waarschuwing van Brenner nodig om daar achter te komen: "You say you have endorsed Walter Laqueur's critique. Do you know anything about Laqueur's rightist politics? Do you know about his writing for a CIA front's magazine? Do you know anything about The New Republic and its crackpot editor, Martin Peretz? (..) You wrote me, attacking Edel, and asking my opinions of him, without telling me that you were also attacking me, based on Laqueur. That was not only dishonorable, it was stupid. Had you told me, I would have warned you that I have dealt with his review, told you of his politics, and perhaps convinced you not to rely on him, and perhaps saved you from making a fool of yourself in public". Zoals beschreven koos Zegers uiteindelijk eieren voor zijn geld en schrapte hij zijn kritiek op Brenner.
5. email Lenni Brenner, 14 mei 2001. Volgens Brenner is Cohn een "ex-Shachtmanite", dat wil zeggen: een voormalige aanhanger van Max Shachtman, die in 1940 met Trotsky's 'Socialist Workers Party' brak om vervolgens zijn eigen 'Workers Party' op te richten. Volgens Brenner eindigde Shachtman als "CIA collaborator", al is dat ten aanzien van Cohn een irrelevant gegeven. Brenner wijst er namelijk tevens op dat laatstgenoemde toen hoogst waarschijnlijk al niet meer in contact stond met Shachtman.
6. "Jewish History, Jewish Religion, the Weight of Three Thousand Years", pagina 12, Israel Shahak, London: Pluto Press, 1994.
7. "The Fateful Triangle, The United States, Israel & The Palestinians", Noam Chomsky, Boston: South End Press, 1983.
8. "Jewish History, Jewish Religion, The Weight of Three Thousand Years, Israël Shahak, London: Pluto Press, 1994 / "Open Secrets", Israel Shahak, London: Pluto Press, 1997.
9. "Jewish Fundamentalism in Israel, Israel Shahak en Norton Mezvinsky, London: Pluto Press, 1999.
10. fax van Israel Shahak, 12 januari 2001.
11. email van Noam Chomsky, 12 januari 2001.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 360, 28 september 2001