Big Brothers chipkaart
In 1971 kwam het tot een massaal protest tegen de volkstelling. Nu in het jaar 2000 zijn de technologische ontwikkelingen veel privacybedreigender geworden en doet de generatie die het had moeten weten niets. Ten onrechte, we staan immers aan de vooravond van de invoering van een elektronisch identiteitsbewijs voor iedereen, compleet met digitale foto en sofinummer dat op elk moment aan databestanden met persoonsdossiers kan worden gekoppeld. De techniek gaat zelfs zover dat identiteitsbewijzen niet eens meer nodig zijn.
door Johan van Someren
In 1999 kwam minister Van Boxtel met het idee voor een elektronische pas voor iedereen. Met die pas zou het mogelijk zijn via de computer te stemmen, een rijbewijs te verlengen of een nieuw paspoort aan te vragen. Die pas wordt biometrisch beveiligd. Biometrie wil zeggen identificatie aan de hand van lichaamskenmerken. Tegenwoordig gebeurt dat elektronisch, men scant bijvoorbeeld een vingerafdruk, de vorm van de hand, het oor, de iris of het netvlies. Die informatie wordt opgeslagen op een chipcard of in een database. Een vingerscanner let niet alleen op de vingerafdruk maar ook op de zuurgraad van de opperhuid (hoort deze vinger bij een levend persoon?). Bij het elektronisch herkennen van het oog of gezicht wordt er ook op gelet of dat oog of gezicht beweegt.
Het idee van een elektronische pas staat niet op zich zelf. In 1996 kwam men al met het idee van de Burger Service Kaart. Op deze chipkaart die de Nederlandse gemeenten willen uitbrengen voor dienstverlening zoals huursubsidie, uitkering, stadspas enz. kunnen complete dossiers worden opgeslagen. Ook deze kaart wordt biometrisch "beveiligd". Het idee is verre van origineel, in andere landen zijn soortgelijke ontwikkelingen gaande. In de VS kent men dit soort kaarten al lang, zelfs de naam is gewoon uit het engels overgenomen. In Engeland kent men de Citizen Service Card en in de VS de Benefit Security Card. Klinkende namen die het ware doel verhullen, namelijk controle.
elektronische controle
De chipkaart is een ultiem controle-instrument. Als eerste doelgroep waren daar natuurlijk asielzoekers, een volgende groep zijn de uitkeringsgerechtigden, de voetbalpas is natuurlijk ook een mogelijkheid. In de gezondheidszorg denkt men aan de invoering van een zorgpas, informatie op een chipkaart over een patiënt kan in noodgevallen levensreddend zijn, de keerzijde is dat snel bepaald kan worden wie er recht heeft op gezondheidszorg en wie niet (koppelingswet!) en dat verzekeringsmaatschappijen gemakkelijker over gevoelige informatie kunnen beschikken en op grond daarvan gaan bepalen wie zij willen verzekeren en wie niet. Deze ontwikkeling
n kent twee aspecten die privacybedreigend zijn: Ten eerste de biometrie, het lichaam als identificatiemiddel dat niet iets is wat je hebt zoals een paspoort of iets wat je weet zoals een pin-code, maar iets wat je bent. Biometrische controle en cameraobservatiesystemen met gezichtsherkenning maken het technisch mogelijk ons overal ter wereld te volgen. Ten tweede de ontwikkeling van het identiteitsbewijs dat steeds meer informatie gaat bevatten. Op een chipkaart, de zogenoemde smartcard is die informatie ook bewerkbaar en kan er steeds nieuwe informatie worden toegevoegd. Als het aan de minister ligt wordt biometrie voor het nieuwe paspoort ingevoerd, het is alleen nog maar een kwestie van tijd.
Per april 2001 gaat het Nederlandse paspoort een nieuwe fase in. De pagina met persoonsgegevens wordt gemaakt van hard plastic, namelijk polycarbonaat. Nieuw is de digitale foto die in de pagina wordt ingebrand en wordt opgeslagen in een gemeentelijke databank. Om de fraudebestendigheid te verbeteren wordt een tweede schaduwfoto in de vorm van hele kleine gaatjes ingebrand. Nieuw is ook dat pasfoto's van kinderen in het paspoort worden opgenomen, zelfs pasgeboren baby's kunnen als sticker worden bijgeplakt. Wat blijft en waar nog steeds geen ruchtbaarheid aan wordt gegeven is de machineleesbare strook met sofinummer dat wel degelijk als 'persoonsnummer' wordt gebruikt. Deze strook kan door een scanner in vier seconden gelezen (en gekoppeld) worden. Met de opname van dit persoonsnummer ligt Nederland zelfs voor op andere landen zoals bijvoorbeeld Duitsland waar die 'lesezone' onderwerp was van heftige discussies.
digitale sporen
Ook de Europese identiteitskaart wordt met deze technieken vernieuwd en krijgt bovendien een creditcardformaat. Het streven is om in alle EU lidstaten een algemeen europees identiteitsbewijs, formaat creditcard, met foto in te voeren. Als die kaart een chip gaat bevatten voor dossieropslag wordt dat een smartcard die als 'sesam open u' voor allerlei dienstverlening kan gelden, waarbij we tevens een digitaal spoor achterlaten. Het kan er toe leiden dat in steeds meer situaties de kaart moet worden getoond of in een apparaat moet worden ingevoerd omdat er informatie op staat waar men anders niet bij kan. Voor landen die nog geen algehele identificatieplicht kennen komt op deze wijze die plicht door de achterdeur binnen omdat het steeds moeilijker wordt gemaakt om zonder legitimatie-, lees informatiebewijs deel te nemen aan het sociaal-economische verkeer.
Ook met de pc gaat er het een en ander veranderen. Microsoft is bezig met het ontwikkelen van software voor biometrische identificatie in de vorm van een vingerafdruk, oog of gezichtsherkenning, stemherkenning of een combinatie daarvan. En dan is er nog de mobiele telefoon. Nokia heeft voor de gsm een identiteitsbewijs ontwikkeld dat nodig is voor geldtransacties, in Finland wordt dat een officieel identiteitsbewijs. Voor allerlei andere dienstverlening op internet zou in de toekomst eveneens een identificatieplicht kunnen gaan gelden in de vorm van biometrie.
Chipcards en elektronische vingen/oog/gezichtsherkenningssystemen lijken de trend te gaan zetten voor de toekomst. De koppeling met databases met persoonsgegevens maken het geheel compleet. Natuurlijk doet de overheid zijn best alles goed te regelen en werpt zich op als beschermer van de privacy, wat moet resulteren in wetgeving voor de elektronische snelweg. Diezelfde privacybeschermer heeft er echter alle belang bij zoveel mogelijk van ons te weten.
In de volkstelling van 2001 die geheel elektronisch zal worden gehouden en waarbij het sofinummer een sleutelrol heeft zullen alle basisadministraties worden gekoppeld. Ook wordt er gewerkt aan een centraal bevolkingsregister dat een aantal basisgegevens moet bevatten om de gegevensuitwisseling tussen diverse instanties te vergemakkelijken. Deze ontwikkelingen passen geheel in een technocratische visie waarin de techniek wordt ingezet om maatschappelijke processen te stroomlijnen en problemen op te lossen. In de verhouding overheid-burger wordt de computer tussengeschakeld. Daardoor wordt er anonimiteit gecreëerd, wat de machtspositie van de overheid vergroot. een virtueel beeld van een persoon in een computer, vooral wanneer dat ontstaan is door datamatching (het koppelen van gegevens waardoor nieuwe informatie ontstaat) is echter wat anders dan de werkelijkheid. Voor veel mensen wordt dat pas duidelijk wanneer men bijvoorbeeld voor een of andere dienstverlening zijn verhaal vertelt aan het loket en de dienstdoende ambtenaar meer interesse heeft voor het beeldscherm met alle gegevens en de spreker 'corrigeert'. Ernstiger wordt de zaak wanneer er aan iemands dossier foutieve informatie wordt gekoppeld waardoor de persoon in kwestie in een hele moeilijke positie komt tegenover een voor hem anonieme overheid die inzicht heeft in alle systemen.
Tot slot, hoeveel monitoring verdraagt een democratie? En hoe waakzaam is de Nederlandse bevolking? Het sofinummer dat in steeds meer gevallen wordt gebruikt en de opname daarvan in het paspoort en rijbewijs maakt duidelijk dat Nederland heeft zitten slapen. En dat in een land waar er open over dit soort zaken gediscussieerd kan worden. Een leerzaam voorbeeld voor Nederland is Australië. Daar werd in 1985 geprobeerd een verplichte identiteitskaart met foto en persoonsnummer gekoppeld aan een nationale databank door te drukken. In het begin werd het plan door een meerderheid van de bevolking gesteund. Kritiek kwam er langzaam van mensen die verder keken, van oppositiepartijen, journalisten, academici en advocaten die zich zorgen maakten over elementaire vrijheden en mensenrechten. Uiteindelijk groeide die kritiek uit tot een campagne en een massaal protest van de bevolking waarin de bekende popartiest Peter Garrett een belangrijke rol speelde. Hij noemde het voorstel de grootste bedreiging waarmee Australië ooit geconfronteerd is. Het protest had succes en de regering moest na een ernstige crisis het wetsontwerp intrekken. In Australië probeerde men het in twee jaar, in Nederland doet men daar twintig jaar over. Elke keer komt er een klein maatregeltje dat weinig aan de bestaande situatie lijkt toe te voegen maar een heleboel van die maatregeltjes maken het verschil met de beginsituatie heel erg groot. Het recht op privacy en bewegingsvrijheid is een grondrecht. Iedere staatsvorm stelt daaraan bepaalde beperkingen, maar wanneer die vrijheden al te zeer bedreigd worden moeten we handelen. het is daarom noodzakelijk steeds weer opnieuw op de verwerkelijking van dit grondrecht aan te dringen.
verder lezen:- "Identificatieplicht, het baadt niet maar het schaadt wel", Jan Holvast en Andre Mosshammer, uitgeverij Jan van Arkel.
- "Chipcard en privacy" en "At face value" (over biometrie) rapporten van de Registratiekamer.
- "De gecontroleerde samenleving", Jaap Spaans.
- "De chipkaart breekt toch door", HPdeTijd oktober 1997.
- "De chipkaart, service of controle?" Maandblad Uitkeringsgerechtigden, februari 2000
- "Australië, succesvolle campagne tegen identificatieplicht", Autonoom centrum Nieuwsbrief 11. Een uitvoerige versie van dit artikel staat op de website van Privacy International (www.privacy.org/pi)
- "Op de grens. Dossier controle en registratie", Autonoom Centrum, december 1998.
- "Britains web of surveillance and the new technological order", Simon Davis, Pan Books 1996
- Diverse edities van Kleintje Muurkrant, zoek in het elektronische archief met steekwoord "identificatie" (www.stelling.nl/kleintje)
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 348, 21 september 2000