Haagse tramtunnel: twee minuten tijdwinst
In een open brief aan de gemeenteraad van DenHaag zet Joris Wijsmuller (fractievoorzitter Haagse Stadspartij) uiteen waarom hij niet meedoet aan een tramtunnelfeest op kosten van de belastingbetaler.
door Joris Wijsmuller
In 1996 gaf toenmalig minister Jorritsma het startschot voor de bouw van de tramtunnel. Ik was daarbij aanwezig met het spandoek "Den Haag graaft haar eigen graf". Ruim acht jaar later gaat de huidige minister Peijs de tunnel openen. Ik wil kort uitleggen waarom ik bij de opening zal ontbreken.
Toen het idee voor het souterrain in 1993 via een publiekscampagne werd gelanceerd, stuitte het op brede maatschappelijke weerstand. De tram- en parkeertunnel was in strijd met het voornemen om de Haagse binnenstad autoluw te maken: het openbaar vervoer werd immers diep onder de grond weggestopt terwijl de centraal gelegen parkeergarage juist auto's naar de binnenstad zou lokken. Met dit plan werd het grootwinkelbedrijf op haar wenken bediend ten koste van de kleine ondernemers. En de gehele binnenstad zou zwaar gebukt gaan onder de jarenlange bouwoverlast. Ik sloot me aan bij __n van de tegenstanders, de Vereniging "De Kern GeWond" met inspirator Karel van Rijckevorsel.
Na het raadsbesluit in 1993 is de verkeerskundige noodzaak voor ondertunneling van het kruispunt Spui/GroteMarktstraat, één van de voorwaarden voor rijkssubsidie, nooit aangetoond. Openbaar Vervoer deskundige professor van Witsen heeft dit met een studie in opdracht van "De Kern GeWond" onderbouwd. En, belangrijker nog, de Adviesdienst voor Verkeer en Vervoer (AVV) heeft de minister in het kader van de subsidie-beoordeling hierover negatief geadviseerd. Maar met een aantoonbaar rammelend rapport van een ingehuurd adviesbureau (Witteveen en Bos) speelden minister en gemeente mooi weer, terwijl de AVV buitenspel werd gezet. Met de bouwrisico's van het project verliep het ongeveer net zo. Op verzoek van "De Kern GeWond" bekeek Ir. Schiebroek het bouwontwerp en waarschuwde voor de riskante bouwmethode in combinatie met het verraderlijke duinzand. En bij de aanbesteding presenteerde één van de bouwcombinaties (Zuideinde) een goedkoper en vooral minder risicovol alternatief. Maar de gemeente schoof ook deze deskundigen terzijde en denderde stoïcijns door.
Ik was nog maar amper gemeenteraadslid, toen op 8 maart 1998 het dramatische lek ontstond waardoor er gaten in het wegdek van de Kalvermarkt werden geslagen. De tunnel moest onder water worden gezet en de bouw heeft meer dan anderhalf jaar stil gelegen. Telkens werden er nieuwe bouwtechnische adviseurs ingeschakeld en steeds weer bleken gepresenteerde oplossingen onverantwoord. Bovendien bleek dat niet alleen de aannemers, maar ook de verzekeraars in een vroegtijdig stadium voor de risico's van de bouwmethode hadden gewaarschuwd. De gemeente was de grip op het project volledig kwijt en werd door heel Nederland uitgelachen. De bouwers van de tunnel lachten nog het hardst, want zij zagen hun kans schoon om een gigantische prijscorrectie toe te passen. Uiteindelijk stelde de toenmalig wethouder Meijer de Raad voor om de tunnel af te bouwen met behulp van hoge luchtdruk, een paardenmiddel met een prijskaartje van 145 miljoen gulden. Ik stelde toen, gesteund door GroenLinks, een andere oplossing voor: de onbeheersbare grondwater-problemen ontstonden op grote diepte, dus waarom de tunnel niet minder diep afbouwen door 1 of 2 parkeerlagen te schrappen? Deze oplossing was naar mijn overtuiging sneller, veiliger en veel goedkoper. De wethouder weigerde echter deze oplossing uit te werken en werd daarin gesteund door een grote meerderheid in de raad. Veelzeggend was ook dat mijn tegen de wethouder ingediende motie van wantrouwen door geen enkele andere fractie werd gesteund.
Zelfs met de hoge luchtdruk en het voltooiingscontract doken er herhaaldelijk nieuwe problemen en kostenstijgingen op. Bovendien was er in het ontwerp onvoldoende rekening gehouden met de brandveiligheid, waar ik overigens nog steeds mijn bedenkingen bij heb. Voor Randstadrail waren er eveneens dure aanpassingen noodzakelijk. Al met al is de te krappe tunnel van slechts 1250 meter extreem duur geworden: van de aanvankelijk begrootte 289 miljoen gulden zijn de kosten opgelopen tot ruim 515 miljoen gulden (234 miljoen euro). Daar bovenop moet er helaas nog rekening worden gehouden met miljoenen aan schadekosten die de verzekeraar niet uit wil keren. De kosten voor de sociale veiligheid en het beheer van de tunnel zijn bij deze optelsom niet inbegrepen.
Door de exorbitante kostenstijging is er van het ooit voorgespiegelde rendement niets meer over. Zeker niet nu duidelijk wordt dat de beloofde tijdwinst van 4 minuten niet kan worden waargemaakt: Haaglanden gaat nu uit van maximaal 2 minuten tijdwinst, en doet wijselijk geen uitspraken meer over de beloofde reizigerswinsten en efficiëntievoordelen. En wanneer de bovengrondse sporen in de Grote Marktstraat daadwerkelijk worden verwijderd, zal bij calamiteiten in de tunnel het dure Randstadrail plat komen te liggen. Overigens, ook hier weer wordt het grootwinkelbedrijf op haar wenken bediend en slaat het gemeentebestuur de adviezen van deskundigen - ditmaal Haaglanden en de HTM - in de wind. Over het economisch rendement valt nog geen zinnig woord te zeggen, over de opgelopen economische schade als gevolg van de langdurige bouw des te meer. Duidelijk is bijvoorbeeld dat al veel kleine ondernemers, mede door de tramtunnel, hun biezen hebben moeten pakken: van de 45 verschillende bedrijven die een claim voor nadeelcompensatie hebben ingediend, zijn er inmiddels 6 verhuisd, maar liefst 22 gestopt en 3 failliet. Uiteraard zijn de grootwinkelbedrijven die ook nadeelcompensatie hebben geclaimd buiten deze beschouwing gelaten, want in ruil voor invoering van de koopzondagen hebben zij hun claims weer ingetrokken. Nu ik al mijn twijfels en bezwaren op een rij zet, merk ik opnieuw hoe moeilijk het is om het kort te houden als het over de tramtunnel gaat. Zo kan bijvoorbeeld ook niet onvermeld blijven dat voorstellen voor onderzoek naar mogelijke bouwfraude, naar de twijfelachtige rol van de heer van Dijk als gemeentelijk adviseur en tevens voormalig directeur van bouwer Ballast Nedam, en naar de rol van de gemeente als opdrachtgever, stelselmatig zijn afgewezen. Mijn voorspelling dat Den Haag door de tramtunnel ten onder zou gaan, is gelukkig niet uitgekomen. Maar een feestje op de goede afloop op kosten van de belastingbetaler is, zoals u nu wel zult begrijpen, aan mij niet besteed. Met vriendelijke groet, Joris Wijsmuller, fractievoorzitter Haagse Stadspartij (6 oktober 2004).
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 396, 22 oktober 2004