Het primaat van de economie
Globalisatie (deel 8)
Een aantal heren in kostuum laat zich lachend op een of ander bordes fotograferen. En zij kunnen lachen, want ze hebben de hele wereld zo'n beetje in hun zak. Het zijn de leiders van de zichzelf 'Grote Zeven' noemende internationale vergaarbak van grondstoffen, energievoorraden, strategische belangen, afzetmarkten en kapitalen.
door Bas van der Plas
Deze heren van de G7 spreken tijdens hun conferenties ook openlijk over 'globalisatie'. Hun handvest draagt zelfs de misleidende titel 'Succesvolle globalisatie ten nutte van iedereen', aangenomen tijdens de G7-conferentie in Lyon in 1996. Het G7-handvest schetst een grootse toekomst voor alle landen, de ontwikkelingslanden inbegrepen, door een enorme toename van handel en investeringen, een hogere levensstandaard en werk voor iedereen! 'De globalisatie heeft al tot meer welstand en voorspoed in de wereld geleid. Wij zijn ervan overtuigd dat het proces van globalisatie een bron van hoop voor de toekomst bevat', stelt het G7 document vast.
Maar het document zegt ook dat het globalisatieproces 'uitdagingen' met zich meebrengt en zelfs 'risico's bevat dat groepen binnen onze eigen economie worden uitgesloten of dat bepaalde landen en regio's in de wereld de voordelen van globalisatie kunnen worden onthouden'. Deze risico's zouden kunnen ontstaan omdat 'de eigen economie nog niet zo flexibel en aan veranderingen aanpasbaar is als zou moeten'. En daarom besloten de bestropdaste heren van de G7 dat er wijzigingen moesten komen in de belastingstelsels en de sociale voorzieningen waardoor uiteindelijk zou worden gegarandeerd dat 'Arbeid Loont!'. En aan de ontwikkelingslanden, die tot nu toe slechts de lasten van de globalisatie meemaken, wordt een 'partnerschap voor ontwikkeling' in het vooruitzicht gesteld om de nodige aanpassingen te bespoedigen.
Samengevat ziet het G7-denken er als volgt uit:
- globalisatie is een zegen voor de mensheid, hoewel de uitbreiding hier en daar nog op een paar hindernissen stuit;
- het is een taak van de wereldpolitiek om deze hindernissen door globale aanpassingsstrategieën uit de weg te ruimen en daartoe de juiste instrumenten te verschaffen;
- niet de wereldpolitiek beïnvloedt het globaliseringsproces, dat blijkbaar een wetmatigheid zonder alternatieven vertoont, maar juist het tegenovergestelde. De globalisering bepaalt de agenda van de wereldpolitiek, die des te succesvoller is naarmate zij zich meer in dienst van deze wetmatigheid stelt.
stralende toekomst
Het G7-denken is de neoliberale, economistische ideologie die aan de wieg van de 'nieuwe wereldorde' staat. De ideologie kan men terugvinden in aantasting van de sociale programma's van de westerse industrielanden, hun onderlinge tariefafspraken en het gezamenlijk optreden tegen het 'terrorisme, de nieuwe vijand' en in de deels vrijwillige, deels gedwongen aanpassingen in de landen van de zogenaamde Derde Wereld. Aan deze laatste groep landen wordt een 'stralende toekomst' voorgespiegeld wanneer zij hun economie maar aanpassen aan de westerse normen. De harde werkelijkheid overschaduwt deze 'stralende toekomst' evenwel op uiterst cynische wijze. 'Het wereldhandelsaandeel van de armste landen, met 20% van de wereldbevolking, zakte tussen 1960 en 1990 van 4% naar minder dan 1%. Zij ontvangen slechts 0,2% van de op de wereld verstrekte commerciële kredieten. Hoewel tussen 1970 en 1994 de investeringen in ontwikkelingslanden stegen van 5 miljard naar 173 miljard dollar, ging driekwart hiervoor naar slechts 10 landen, voornamelijk in Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika. Landen in andere regio's van de wereld, vooral Afrika ten zuiden van de Sahara, kregen helemaal niets,' zo meldt het 'Bericht over de menselijke ontwikkeling' van de UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties.
Hoewel er in de afgelopen 30 jaar een zekere vooruitgang in ontwikkelingslanden is geboekt (halvering van de zuigelingensterfte, verhoging van de gemiddelde levensverwachting van 46 tot 62 jaar) is de polarisatie tussen rijke en arme landen alleen maar enorm toegenomen. In de laatste 30 jaar steeg het aandeel van het wereldinkomen bij de rijkste 20% van de bevolking van 70 naar 85%, en zakte het aandeel van de armste 20% van 2,3 naar 1,4%. Het Bruto Nationaal Product was in 1998 op wereldschaal 23 biljoen dollar, waarvan de rijke industrielanden 18 biljoen voor hun rekening namen en de ontwikkelingslanden, met 80% van de wereldbevolking, slechts 5 biljoen. Sinds 1980 vond er groei plaats in 15 landen, met in totaal 1,5 miljard inwoners, maar in 100 landen daalde of stagneerde het inkomen. Tussen 1990 en 1993 daalde het inkomen in 21 landen met meer dan 20%.
gevolgen
Tot de probleemregio's behoren in de eerste plaats Afrika ten zuiden van de Sahara, maar ook delen van Zuid-Amerika, het Caribisch gebied, Oost-Europa, landen van de voormalige Sovjet-Unie en enkele Arabische landen. En de verschillen tussen de ontwikkelingslanden breiden zich alleen maar verder uit. Van de 585 miljard dollar die tussen 1989 en 1994 in ontwikkelingslanden werd geïnvesteerd, ging 40% naar Oost-Azië en 30% naar Latijns-Amerika. Minder dan 1% ging naar Afrika ten zuiden van de Sahara. Wanneer we deze cijfers echt tot ons door laten dringen, dan moet duidelijk zijn dat de bestropdaste heren van de G7 het over een andere planeet hadden toen zij hun handvest 'Succesvolle globalisatie ten nutte van iedereen' in Lyon opstelden. De toenemende afstand tussen de rijkste landen van de wereld en de armste, de groeiende verschillen tussen half geïndustrialiseerde landen en volkomen uitgesloten landen, de jaarlijkse vermindering van ontwikkelingsuitgaven in een groot aantal landen, de toenemende barrières tegen invoer van producten uit de Derde Wereld op de 'geliberaliseerde' wereldhandel en de rol die de schuldenproblematiek speelt zijn juist het gevolg van deze globalisatie. De verliezers in de zich verscherpende concurrentie op wereldschaal zijn juist de zogenaamde 3e Wereldlanden.
Vraag is hoe en of deze ontwikkeling nog een halt kan worden toegeroepen, welke tegenmacht zich laat mobiliseren tegen de economische belangen van de westerse industrielanden, tegen het oproepen van vijandbeelden, het bombarderen van 'schurkenstaten', globale uitbuiting en economische en politieke genocide op een groot deel van de wereldbevolking. De mythe 'globalisering ten nutte van iedereen' is in werkelijkheid een agressief en repressief economisch systeem dat een wereldwijde onderwerping met zich meebrengt.
regressie
De globalisering als ideologie is pas tot volle bloei gekomen sinds het begin van de jaren 90, na het ineenstorten van de Sovjet-Unie en het einde van de wereldpolarisatie in twee blokken. Vanaf dat moment is er nog slechts sprake van een monopolistisch westers economisch systeem. Niet toevallig is juist de zogenaamde 3e Wereld hiervan het slachtoffer. De benaming 3e Wereld ontstond aan de grenzen van de gepolariseerde wereld. De Westerse 1e en Oosteuropese 2e wereld leverde nog een gemeenschap van landen op die kozen voor een 'derde' weg, los van het denken in machtsblokken. Toen deze 'derde' weg niet van de grond kwam konden ontwikkelingslanden niet anders doen dan zich binden aan de 1e of de 2e wereld. Met het verdwijnen van de 2e wereld bepaalt de 1e wereld wat er in de 3e gebeurt. En deze bepalingen worden alleen geleid door het primaat van de economie. Het begin van de 21e eeuw plaatst de wereld in een politieke regressie, die haar weer terugvoert naar het begin van de 20e eeuw.
De bestropdaste heren op het bordes laten zich weer lachend fotograferen door de camera's van de verzamelde wereldpers. In hun binnenzakken hebben zij de blauwdrukken voor bombardementen op het Midden-Oosten, voor dumpplaatsen voor hun radioactief afval in de Oeral, voor politieke en economische genocide op wereldregio's waar nu eenmaal geen interessante grondstoffen voorkomen en de bevolking geen rol kan spelen in het kader van 'lage lonenland'.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 361, 26 oktober 2001