Lockerbie
In de Engelse pers heeft de rechtszaak tegen de verdachten van de bomaanslag op het PanAm vliegtuig dat op 21 december 1988 boven de Schotse plaats Lockerbie ontplofte uiteraard de aandacht. Immers 259 passagiers van vlucht PanAm 103 en 11 inwoners van Lockerbie vonden bij deze aanslag de dood. Met name de dubieuze rol van de Amerikaanse en Engelse inlichtingendiensten en de realpolitik van de beide regeringen komt nu beter dan ooit in beeld. Enkele vragen welke in de pers gesteld worden:
1) Waarom verdwenen de oorspronkelijke verdachten van de aanslag - een (overigens onbekende) Palestijnse groepering - plotseling uit beeld? Deze groep was ingehuurd door Iran om wraak te nemen voor het neerschieten van een Iraans passagiersvliegtuig boven de Perzische Golf door de Amerikaanse marine in de zomer van 1988.
2) Waarom en hoe werden deze als hoofdverdachten vervangen door een Libisch complot?
3) Zou deze ommezwaai in verdachten iets te maken kunnen hebben met politieke prioriteiten in Washington, respectievelijk binnen de CIA?
4) Hadden deze prioriteiten iets te maken met de Golfoorlog van 1991 toen Syrië, tot dan toe beschouwd als een vijandelijke staat met terroristische neigingen, plotseling van cruciaal belang werd als bondgenoot van de VS in de oorlog tegen Saddam Hussein?
5) Verschuilden de Amerikaanse en de Engelse regeringen zich jarenlang achter het Libische besluit om de twee verdachten, die in 1991 in de Amerikaanse beschuldiging genoemd werden, niet uit te leveren; terwijl deze regeringen 8 jaar lang volhielden dat dit Libisch besluit een bevestiging van de schuld van de twee verdachten was?
6) Werden de nabestaanden van de slachtoffers jarenlang door de Amerikaanse inlichtingendiensten samen met hun Engelse collega's aan het lijntje gehouden met een absurd verhaal, in elkaar gezet door de CIA om de Amerikaanse buitenlandse politiek te steunen?
Tijdens de behandeling van de zaak tegen de twee verdachten in Holland zijn een paar van deze vragen beantwoord. Overigens, het hele idee van een rechtszaak op neutraal gebied werd oorspronkelijk fel bestreden door de Engelse en Amerikaanse overheid. Pas onder zware druk van een aantal derdewereld landen, en met name van Nelson Mandela, gingen beide staten akkoord. De Amerikaanse regering eiste wel dat twee vertegenwoordigers van het Amerikaanse Ministerie van Justitie zich konden voegen bij de aanklagers en dagelijks de nabestaanden van de Amerikaanse slachtoffers op de hoogte mochten houden.
Ondanks alle pogingen konden de aanklagers tot nu toe niet hard maken dat er een bom vervoerd werd van Malta naar het van Frankfurt vertrekkende PanAm toestel; noch dat de timers voor die bom aan Libië verkocht waren; noch dat in elk van deze twee gevallen één van de beide verdachten betrokken was.
Het beloofde optreden van de belangrijkste getuige van de aanklagers, de man op wiens verklaringen de aanklacht gebaseerd is, zou echter de zaak voor eens en voor altijd ophelderen. Aldus de aanklagers... Dit werd een fiasco.
Deze man, een voormalig medewerker van de Libische inlichtingendienst, had gewerkt op het vliegveld van Malta. Bovendien zou hij over duidelijke bewijzen beschikken dat de beide verdachten zou koppelen aan het verbergen van de bom op een verbindingsvlucht van Malta naar Frankfurt. Deze getuige is inmiddels geïdentificeerd als Abdul Majid Razkaz Salam Giaka. Hij is overigens tot op heden niet ondervraagd door de Schotse politie (die in theorie het onderzoek verricht naar de grootste massamoord in de Britse geschiedenis). In de Schotse wetgeving moet de getuige ter beschikking gesteld worden voor een interview door de verdedigers. Voordat deze juristen toestemming kregen om Giaka te zien werden zij geblinddoekt. Bovendien stond Giaka erop om zich te vermommen met make-up en een vrouwenpruik. De verdedigers ontdekten dat Giaka als dubbelspion had gewerkt voor de CIA en naar eigen zeggen voor een Libische inlichtingendienst; dat hij jaren geleden overgelopen was naar de CIA, maar dat hij ten tijde van zijn overlopen niks gezegd had over die aanslag.
Pas nadat Giaka veilig opgenomen was in een Amerikaans beschermingsprogramma voor getuigen in de Verenigde Staten gaf hij belastende verklaringen af over zijn twee voormalige collega's. Inmiddels was het begin 1991, vonden de luchtaanvallen op Baghdad plaats en werd de betrokkenheid van Syrië in VN-verband cruciaal. Van belang is hier te constateren dat de CIA op het moment van de switch van de verdachte Palestijnen naar de Libiërs, beschikte over Giaka die verklaard had overgelopen te zijn van de Libische inlichtingendienst. Giaka ontvangt per maand 1000 dollar en krijgt 4 miljoen dollar als de beide beschuldigden veroordeeld worden.
Het proces is een tijd opgeschort geweest, in verband met juridische procedures over het al dan niet openbaar maken van CIA-documenten over Giaka. De stukken die tot nu toe aan de verdediging overhandigd zijn bleken zwaar gecensureerd. De aanklagers staan op het standpunt dat deze censuur van cruciaal belang is voor de veiligheid van de VS; een argument dat niet in goede aarde viel bij de hoogste rechter, Lord Sutherland. Inmiddels zijn een deel van de documenten ter beschikking gesteld van de verdedigers, die toen constateerden dat gezien de verwijzingen in de teksten, er nog meer stukken binnen de CIA moesten circuleren.
Na de hervatting van de zaak werd duidelijk dat de CIA nog in 1988 op het punt stond om Giaka te ontslaan. Toen dit dreigde te gebeuren vertelde Giaka aan zijn CIA runners dat één van de verdachten hem op het vliegveld explosieven had getoond. In de zomer van 1991 werd Giaka opnieuw te kennen gegeven dat zijn maandelijkse CIA inkomen van 1000 dollar zou eindigen. Verder werd hem door de CIA duidelijk gemaakt dat hij bereid zou moeten zijn om als getuige op te treden in een procedure tegen de Libische verdachten. Op 13 juli 1991 werd Giaka verhoord op een Amerikaans oorlogsschip en gaf hij zijn bezwarende verklaring jegens de verdachten af. Giaka verklaarde toen de beide verdachten gezien te hebben op het vliegveld van Malta, toen zij vanuit een vlucht vanaf Tripoli met een bruine koffer ongehinderd door de douane liepen. De verdediging noemde dit een verzinsel, aangezien Giaka dit in de periode tussen 1988 en 1991 nooit had verklaard.
Met andere woorden, elke keer wanneer Giaka van de CIA te horen kreeg dat zijn toelage gestopt zou worden komt hij met nieuwe bewijzen. Maar hiermee was de zaak voor de verdediging niet afgelopen, daarna werd de FBI agent Hendershot verhoord. Deze was belast met het verhoor van de Giaka. Hendershot kon zich echter niet meer herinneren wanneer dat verhoor (in totaal zo'n 10 zittingen) had plaatsgehad, en ook niet wat er nu precies gezegd was. Bovendien had hij zijn aantekeningen van die verhoren in Washington laten liggen...
Ook hij kon geen bevredigende antwoorden geven op de vragen naar het FBI onderzoek naar de oorspronkelijke verdachten van de aanslag. Zo bleek dat hij getracht had de in Zweden gevangen zittende Palestijn Abu Talb te verhoren. Verder bleek dat Hendershot op vragen betreffende het al dan niet vinden van timers in de woning van Talb en dergelijke het antwoord schuldig moest blijven, hij kon het zich niet meer herinneren.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 349, 20 oktober 2000