"Met als enig resultaat"
Zoals ik in het vorige Kleintje schreef, zocht de directie van de HTM bij de werkonderbreking op 20 september snoeihard de confrontatie met het eigen personeel. Algemeen directeur ir. G.A. Kaper is ook voorzitter van de Vereniging van Stedelijke Vervoerbedrijven en lid van de Raad voor Verkeer en Waterstaat. Gezien deze functies is zijn opstelling van landelijk belang.
door eric zwitser
Over en weer hebben de ingenieur en ik vijf brieven geschreven. Op 13 oktober opent ir. Kaper zijn antwoord op mijn eerste brief met: "U moet wel erg boos zijn geweest, toen u op 23 september 2004 een brief aan mij schreef" en beklaagt zich erover dat ik inga "op enkele kwesties die niets te maken hebben met HTM" zoals enkele van Kapers nevenfuncties. Aan het slot zegt hij toe een inhoudelijke reactie te zullen geven wanneer ik de kern van mijn eerste brief nog eens beknopt verwoord in een volgende.
Daar ben ik niet te beroerd voor, vat in een half A4'tje de kritiek uit mijn eerdere brief samen, zeg dat ik het daar verder allemaal niet over zal hebben, leg uit dat ik "de beker met pilletjes van meneer Jansen die nogal tamelijk zeer depressief is en juist in stemming opgewaardeerd dient te worden verwisseld (heb) met mijn bekertje, terwijl ik juist 'afremmers' moet slikken", hetgeen "de enigszins opgewonden toonzetting" van mijn eerdere brief verklaart en vooral ook laat ik de aanhef "Zeg zakkenwasser" achterwege. Van mijn drie in deze brief gestelde vragen zijn er twee inhoudelijk het belangrijkst.
Een daarvan luidt: "wat bezielde u, terwijl op de HTM-website een veel gematigder verklaring was opgenomen, om u bij strooiblad alsnog dermate confronterend tegen het eigen personeel uit te spreken?" Bij brief van 27 oktober antwoordt ir. Kaper: "Kennelijk verschillen u en ik van mening over de mate, waarin de tekst in ons directiejournaal confronterend was in de richting van ons eigen personeel. Wij hebben slechts duidelijk willen maken welke positie wij innemen, als lid van de werkgeversorganisatie die een nu al enige maanden durend conflict heeft met de vakcentrales." Op welke wijze die positie "slechts" werd ingenomen is in de vorige Kleintje te lezen. De directie van de HTM heeft op het gebied van asociaal beleid en keiharde pogingen om stakingen te breken dan ook een grote broek op te houden. Dat is haar wel toevertrouwd, voortgekomen uit een bende kapitalistisch schuim die naast eigenbelang een faillissementje niet schuwde en, bijvoorbeeld, de stakingen van 1914 en 1948 met alle middelen keihard te lijf ging en die het worst was of er gewonden en desnoods doden vielen.
Roofdirectie
Ik weet niet waar de HTM-directie haar reputatie van sociaal en zorgvuldig werkgeverschap vandaan denkt te hebben, mijn ervaring binnen het gezin waarin ik opgroeide is namelijk een volkomen tegengestelde en allerlei overlevering wijst precies hetzelfde uit. In 1914 werd met achthonderd tegen vier stemmen besloten het werk neer te leggen. De sympathie van de Haagse burgerij, doorgaans toch niet zo staking-minded, ging vrijwel volledig uit naar het personeel, terwijl de kritiek op de directie bijna algemeen was.
De staking had een zeer rumoerig verloop. In de binnenstad was geen lantaarn meer heel. De chaos was zo groot dat de Eerste-Hulpdienst, voortdurend in touw met de verzorging van de tientallen gewonden, zich nauwelijks een weg kon banen. Tot de weinigen die het voor de directie opnamen behoorden de studenten, waarvan er bij wijze van "grap" sommigen een spoedcursus bestuurder volgden, maar ook voor andere functies stelden zij zich beschikbaar. Ook de zoon van president-commissaris mr. Van Houten ontpopte zich als maffer en stond als conducteur in zijn burgerpakje op de tram. Na zestien dagen van tumult greep burgemeester Van Karnebeek in. Na een opmerkelijk korte bespreking met de vertegenwoordigers van beide partijen eindigde de strijd met een kleine overwinning voor het personeel.
De HTM-directie zal daarvoor wel op soortgelijke wijze compensatie hebben genomen als ten aanzien van de in 1948 door de stakers bevochten geringe loons"verhoging". Mijn moeder vertelde mij dat wat bij de staking in 1948 financieel werd gewonnen, door de directie werd teruggeroofd middels het vervallen verklaren van kerstpakket en -gratificatie, waardoor de stakers weer terug bij af waren.
In het vorige Kleintje was ook afgedrukt de open brief "Twee minuten tijdwinst" van Joris Wijsmuller, fractievoorzitter van de Haagse Stadspartij. Deze legde daarin uit waarom hij niet meedeed "aan een tramtunnelfeest op kosten van de belastingbetaler". Ondanks Joris' zinnige woorden vond zo'n "feest" op 16 oktober toch plaats omdat, zoals ir. Kaper mij schrijft, "zaterdag 16 oktober 2004 voor de stad Den Haag en voor onze onderneming een feestelijke dag was. Wij hebben besloten die dag aan ieder gratis openbaar vervoer aan te bieden, omdat wij vinden, dat zo'n gebaar past bij een feestelijke dag. (_) Het gratis vervoer is (_) zeer op prijs gesteld."
Mijn andere meer inhoudelijke vraag aan de weledelgestrenge luidde dan ook: "(_) u sanctioneerde dat op de tramtunnel-openingsdag iedereen van tram en bus gebruik mocht maken zonder daarvoor te hoeven betalen. Indertijd echter werd het (naar ik mij meen te herinneren zelfs via de rechter) stakers in het openbaar vervoer verboden de reizigers om niet te vervoeren, waardoor zulke publieksvriendelijke actie ook thans nog altijd onmogelijk is. Is 'gratis' openbaar vervoer wat u betreft uitsluitend ok_ wanneer het u toevallig goed uitkomt?"
Algemeen directeur Kaper vervolgde, in antwoord op deze vraag, zijn betoog over "gratis" openbaar "feest"vervoer met: "Dit gratis vervoer moet u niet verwarren met een door vakorganisaties te nemen besluit onze klanten als een vorm van actie gratis te vervoeren. In een dergelijk geval wordt een heel ander doel gediend, met als enig resultaat financiële schade voor de onderneming. Vandaar, dat dergelijke acties in ons land niet zijn toegestaan."
De ene kant en de andere
In mijn laatste en vermoedelijk afsluitende brief van 1 november ga ik hierop in: "Deze opmerking geeft aan dat u inderdaad lijnrecht tegenover de stakers positie kiest. Dat het voeren van acties wel degelijk tot een ander dan uw 'enig' resultaat kan leiden, bijvoorbeeld tot een oprotten van het huidige rotkabinet en daarmee tot een zegen voor de stakers alsook voor grote delen van de samenleving, dat komt ongetwijfeld best wel bij u op. Vervolgens echter neemt u daarvan zodanig sterk afstand dat u weigert dat eveneens als mogelijkheid te vermelden en blijft daarmee steken in uw zogenààmd 'enig' resultaat. Ik constateer dat wij wel altijd onverminderd tegenover elkaar zullen blijven staan.
In John Reeds ooggetuigenverslag over het aan de macht komen van de sovjets in 1917 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' (1978, Pegasus, Amsterdam) komt een soldaat voor die op zijn revolutionaire gezindheid grof wordt aangevallen door wat hij noemt 'een ontwikkeld mens, dat is makkelijk te zien en ik ben maar een eenvoudig man.' Toch houdt deze soldaat moedig vast aan wat hij in al zijn eenvoud inmiddels wel en de 'ontwikkelde' student nog altijd niet heeft geleerd: 'Er zijn twee klassen, begrijp je, het proletariaat en de bourgeoisie. (...) En wie niet aan de ene kant staat, staat aan de andere'. Zo is het maar net: u staat dáár, aan die àndere kant en de stakers en ik staan hier, aan déze kant. Ik heb daar verder niets aan toe te voegen."
Tot besluit
In het vorige artikel bracht ik ook FNV, CNV en De Unie voor het voetlicht. Onder begeleidende brieven ontvingen deze bonden afschrift van de onderhavige correspondentie. Zelfs een ontvangstbevestiging was te veel moeite, geen van de bonden reageerde op welke wijze dan ook. Wel werd interesse getoond door de OR van de HTM, waarvoor mijn dank.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 397, 19 november 2004