Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 397

Het vrije woord

Twee jaar geleden demonstreerde ik tegen de Amerikaanse oorlog tegen Irak. 30 jaar geleden demonstreerde ik tegen de steun van Amerika aan Saddam Hoessein in zijn oorlog tegen Iran. Die demonstraties van dertig jaar geleden herinner ik me het beste. Het waren kleine acties met weinig mensen.

Anita (lid van Offensief Amsterdam)

Tussen de demonstranten waren politieke vluchtelingen uit Irak. Mensen die voor de terreur van Saddam waren uitgeweken naar bijvoorbeeld Nederland en politiek asiel hadden gekregen. Maar dat zij het land hadden verlaten was Saddam blijkbaar nog niet genoeg. Deze mensen werden nog steeds met de dood bedreigd door het regime en sommigen, die openlijk getuigden van de terreur in Irak moesten dat - ver van hun land - met de dood bekopen. Alle Irakezen die bij de demonstratie aanwezig waren hadden hun gezicht bedekt met maskers en sluiers opdat de Irakese veiligheidsdienst hen niet zou herkennen. Ja dertig jaar geleden stonden we daar een handje vol, twee jaar geleden waren we met 120.000. Ook dat was niet genoeg. Dat is ons lot, en daar heb ik me al lang in geschikt. Wat me stoorde, werkelijk ernstig stoorde, was dat ik dagelijks via de media te horen kreeg dat ik - wij - nu demonstreerden tegen die oorlog maar dat wij niet eerder van ons hadden laten horen tegen Saddam. De reden dat wij toen zo slecht gehoord zijn is waarschijnlijk omdat Bush, Balkenende en al die andere mensen die opeens de democratie verdedigen door middel van oorlog, niet bij die demonstraties dertig jaar geleden waren. Ik heb ze toen in ieder geval niet gezien. Wel gehoord - de politieke partijen toen. Wapenleveranties aan Irak waren juist goed voor de democratie omdat Iran zo slecht was, en Saddam daar korte metten mee zou maken. Dat heeft hij natuurlijk niet gedaan. Hij heeft tienduizenden Iraanse jongens en mannen de dood in gejaagd met behulp van westerse wapens en nog eens duizenden in eigen land met die zelfde wapens vermoord. Nog tijdens de eerste Golfoorlog bleek opeens hoe lang wij - Nederland - waren doorgegaan met de levering van wapens aan het regime Saddam. Niet mijn idee. Nooit mijn idee geweest. Ik was één van die softe hippies van de jaren zeventig die toen demonstreerde tegen steun aan Saddam. Maar ach, de meeste mensen zijn zo kort van memorie en de media vonden het ook niet zo belangrijk daarover toen of nu te berichten.
De relatie tussen Nederlanders en buitenlanders die in Nederland wonen wordt met de dag slechter. Dat komt - hoor ik steeds vaker de afgelopen jaren - omdat in de zeventiger jaren die linkse geitenwollen sokken te tolerant zijn geweest met betrekking tot de integratie van buitenlanders in Nederland. Wij - linkse mensen - hebben maar getolereerd dat deze buitenlanders allemaal bij elkaar gingen wonen en hun eigen cultuur bleven koesteren, zonder te integreren. Je hoort het de laatste jaren zo vaak en zo hard, dat ik het bijna ging geloven. Zelfs terwijl ik er toen zelf bij ben geweest.
Laat me eens terugdenken aan die lieflijke en tolerante zeventiger jaren. Ik was vijftien en er werden door geitenwollen sokken buurthuiswerkers vrijwilligers gezocht. Heel veel vrijwilligers. Om Nederlandse les te geven aan buitenlanders. Het initiatief om Nederlandse les te gaan geven aan "gastarbeiders" was niet ingegeven door overheidsbeleid. Want de overheid - met name de rechtse en christelijke partijen - gingen er nog van uit dat de "gastarbeiders" hier te gast waren en weer snel terug zouden gaan naar hun eigen land. Daarom werden ze ook voornamelijk bij elkaar in afbraakbuurten gestopt - ver van ons Nederlanders af. Het waren de linkse, tolerante hippies die op de gedachte kwamen dat deze buitenlanders Nederlands zouden moeten kunnen leren opdat ze zich voor de tijd dat ze hier in Nederland waren, zouden kunnen redden in onze taal. En zo kwamen er Nederlandse lessen voor gastarbeiders. Lessen waarop massaal werd ingeschreven door die gastarbeiders. Zo massaal dat een meisje van 15 voor een klas met Turkse en Marokkaanse mannen werd gezet om ze Nederlands te leren. En ze leerden van dat meisje. Geen gebrek aan respect, geen onvertogen woord, geen klacht. Maar gretigheid om onze taal te leren. Gretigheid om mijn cultuur te leren zodat zij zich niet meer zo hopeloos vreemd en ontheemd zouden voelen in ons land. Ik was niet de enige die Nederlandse les gaf aan buitenlanders. Er waren er veel meer die dat deden. In hun vrije tijd, tussen werk en huishouden of gezin door. Mensen die zich inzetten om buitenlanders te betrekken in onze maatschappij door ze de taal bij te brengen. Ik ben tussen al die vrijwilligers nooit een VVD-er tegen gekomen. Ik heb Zalm nog nooit horen verhalen over hoe hij als vrijwilliger toen al bezig was met de integratie van buitenlanders in Nederland. Fortuyn ook nooit. Het waren allemaal van die vage, tolerante linkse mensen die in hun vrije tijd klassen vol buitenlanders de beginselen van de Nederlandse taal en cultuur probeerden bij te brengen. Ik heb toen heel veel geleerd - waarvoor dank aan al die geduldige buitenlanders in mijn klas. Ik was een klein meisje dat op de middelbare school zat en zelf nog leerde. Ik vond het nodig dat buitenlanders onze taal zouden leren en de consequentie daarvan was - volgens mij dan - om daar aan bij te dragen. Maar ik vond het doodeng. Ik zag mijn klas, die groep vreemde mannen uit een vreemd land. Ik zag hun geharde gezichten, hun handen vol werk-eelt van het fabriekswerk, in de bouw, in de schoonmaak. Vermoeide gezichten soms, van mannen die mijn vader zouden kunnen zijn. En daar stond ik - klein meisje - en ik moest ze les gaan geven, die enge vreemde mannen. Het zweet stond in mijn handen en ik verwachtte niet anders dan dat zij zich minachtend van mij af zouden keren als ze zouden merken dat ik hun "juf" zou worden. Maar dat was niet zo. Zij lachten me onzeker en bijna net zo angstig toe als ik me voelde. We waren bang voor elkaar die eerste les. Want zij kregen les van een klein meisje en moesten vaak toegeven dat zij hun eigen taal niet goed konden schrijven en daar schaamden ze zich voor. Ze moesten worstelen met Nederlandse klanken die ze hun mond niet uit kregen en daar schaamden ze zich voor. En doordat we leerden van elkaar dat we gewoon bang voor elkaar waren, leerden we elkaar te steunen en te kennen en te waarderen. Respect, zo'n verworden kreet in deze tijd. Respect is wat ik voelde en nog voel voor die mannen in mijn klas. Niet omdat ze als vlotte leerlingen door de lesstof schoten, maar omdat ze na een zware dag van arbeid bereid waren aan een klein meisje en elkaar hun onzekerheid en angst te tonen omdat zij die allesoverheersende wens hadden te integreren in de Nederlandse maatschappij. Er is toen wel eens over geschreven, over die verwoede pogingen van linkse mensen om gastarbeiders de Nederlandse taal te leren, maar het is vergeten en geen journalist van nu herinnert zich het nog wanneer hij schrijft over de laksheid van de tolerante linkse mens van de jaren zeventig.

Het "Vrije Woord" wordt door links aan banden gelegd door wetgeving op laster en verbod op belediging, maar door rechts verdedigd. Ik hoor het de laatste jaren steeds vaker. Het Vrije Woord als groot goed van de vrije mens en belaagd door de betuttelende linkse geitenwollen sokken cultuur.

Het Vrije Woord is een groot goed dat inderdaad zeer sterk verdedigd moet worden, en waarvoor velen in heden en verleden hun leven hebben moeten geven. Mensen zijn zo kort van memorie! Het lijkt nu alsof - nu rechtse mensen bedreigd worden met de dood - dat in de Nederlandse geschiedenis uniek is en bedreigingen/moorden zijn voorbehouden aan linkse fanaten en fundamentalistische moslims. In de jaren zestig deed Mies Bouwman mee aan een satirisch programma van de VARA (die toen nog ongeveer links was). Niet zij, maar Dimitri Frenkel Frank sprak "de Beeldreligie" uit - een satirisch gebed voor de TV verslaafde - en Christelijk Nederland viel over Mies Bouwman. Mies Bouwman had politiebescherming nodig en haar kinderen moesten onder politiebescherming naar school worden gebracht. De Nederlandse fundamentalisten roerden zich. In tegenstelling tot mensen als Pim Fortuyn riep Mies Bouwman niet hoog van de toren dat Nederland een gevaarlijk land was, maar ze trok zich terug uit het programma omdat zij de politiebescherming voor haar kinderen een onaanvaardbaar hoge prijs vond voor het Vrije woord. Politieke moorden zijn er in
Nederland wel vaker geweest. De politieke moord op Pim Fortuyn is als uniek in de boeken terecht gekomen op basis van een definitie van een politieke moord die maakt dat al het andere tussen Willem van Oranje en Pim Fortuyn niet aan de definitie voldoet. Een politieke moord is het doden van een mens zuiver en alleen op grond van het feit dat die ander een andere politieke/ideologische overtuiging heeft dan de moordenaar. Sinds Willem van Oranje zijn duizenden mensen in Nederland gedood op grond van het feit dat ze een andere politieke of religieuze mening waren toe gedaan. Alle mensen die in de voorbije eeuwen zijn gedood bij charges van de politie zijn gedood om hun politieke overtuiging, om het Vrije Woord. Oh, ze zijn niet als zodanig in de boeken verschenen omdat de meeste doden naamloos zijn gebleven. Het waren naamloze arbeiders, katholieken of juist protestanten, antifascisten v